ReportageOnderwijs

In de geschiedenisles over slavernij is het verband met het heden snel gelegd

Mirjam Braaksma vertelt over slavernij in een geschiedenisles op het Cygnus Gymnasium in Amsterdam. Beeld Maartje Geels
Mirjam Braaksma vertelt over slavernij in een geschiedenisles op het Cygnus Gymnasium in Amsterdam.Beeld Maartje Geels

De maatschappelijke discussie over het slavernijverleden van Nederland dringt door tot in de geschiedenisles. ‘We beginnen ons langzaam te realiseren dat het een verhaal van ons allemaal is.’

Eline van Suchtelen

Eén lesje. Veel meer besteedde geschiedenisdocent Erik Ex, columnist voor deze krant, in het begin van zijn loopbaan niet aan het onderwerp slavernij. Hoe anders is het nu. Dit jaar gaat het bij hem op het Amsterdamse Cygnus Gymnasium in de vierde klas een derde van het schooljaar over slavernij.

Mogelijk speelde zijn verhuizing van Culemborg naar Amsterdam, waar zijn leerlingen een meer diverse achtergrond hebben, een rol. Maar Ex ziet ook dat het maatschappelijke debat over de kwestie leer­lingen prikkelt. “Iets als roofkunst vonden ze vroeger helemaal niet belangrijk. Daar hebben ze tegenwoordig een mening over.”

Vanuit een eurocentrisch perspectief

Nu het kabinet excuses gaat maken voor het slavernijverleden van Nederland, is het onderwerp actueel in de klas. Maar het curriculum en de schoolboeken zijn verouderd en sluiten niet aan op de actualiteit, zegt Hanneke Tuithof, die als vak­didacticus geschiedenis verbonden is aan de Universiteit Utrecht en

Hogeschool Utrecht. Ze leidt docenten op, geeft nascholing en begeleidt onderzoek van studenten en docenten. “Er wordt al heel lang aandacht besteed aan dit onderwerp, maar wel vaak vanuit een eurocentrisch perspectief.”

Door recent wetenschappelijk onderzoek is nu meer bekend over de praktijk van slavernij, hoeveel geld de slavenhandel heeft opgeleverd en welke invloed dat op de economie en bebouwing van Nederland had. Ook is er veel meer aandacht voor de gevolgen van slavernij voor latere generaties. “Dat zie je nog niet altijd terug in het lesmateriaal.”

Tuithof verwacht dat die nieuwe informatie en kijk op het verleden de komende jaren een plek krijgt in de schoolboeken. Minister Wiersma van onderwijs heeft de herziening van het curriculum in het basis- en voortgezet onderwijs zo opgeknipt dat de basisvaardigheden taal, rekenen, digitale vaardigheden en burgerschap als eerste worden aangepakt. Geschiedenis komt pas later aan bod.

Gebruik maken van andere mensen

Docenten mogen de actualiteit zelf wel gebruiken in hun lessen, al is het de vraag hoeveel ruimte daarvoor is. Havo- en vwo-scholieren moeten voor het centraal eindexamen nu nog 49 kenmerkende as­pecten van tien verschillende tijdvakken kennen. Op het vmbo valt geschiedenis vaak binnen het vak mens en maatschappij.

In de ene stad zal meer aandacht voor slavernij zijn dan in de andere, zegt Tuithof. “Dat verschilt per regio en school. Voor sommige docenten en leerlingen is het nog een ver-van-mijn-bedshow. We beginnen ons nu langzaam te realiseren dat het een verhaal van ons allemaal is.”

Het doel van geschiedenisonderwijs is volgens Tuithof dat leerlingen leren kijken naar oorzaken en gevolgen en motieven van mensen, zodat ze een verband kunnen leggen met het heden. “Het gedachtegoed dat ten grondslag ligt aan slavernij is dat je als mens denkt dat jij het recht hebt om gebruik te maken van an­dere mensen, dieren en de natuur. En dat je daarbij niet heel erg aan de toekomst denkt. De link met het heden is dan snel gelegd.”

Impact op de samenleving in Afrika

Een collega van Erik Ex op de school in Amsterdam, geschiedenisdocent Mirjam Braaksma, vond ook dat het curriculum op haar school met een te westerse blik was samengesteld. Zij regelde op het Cygnus Gymnasium dat het slavernijverleden in de afgelopen jaren meer aandacht kreeg in de klas. “Toen ik dertien jaar geleden begon als docent, merkte ik dat vooral de Nederlandse en Europese geschiedenis werd behandeld. Alle lesmethoden gaan er wel op in, maar vaak erg oppervlakkig.”

Braaksma raakte op een conferentie voor docenten in het Tropenmuseum in Amsterdam jaren geleden geïnspireerd om haar onderwijs te vernieuwen. Ze probeert in de klas de verschillende aspecten van slavernij te behandelen, ook wat bijvoorbeeld de impact was op de samenleving in Afrika.

Eén van de stellingen die Braaksma nu graag gebruikt in haar lessen is de vraag of Ketikoti – op 1 juli wordt jaarlijks het afschaffen van de slavernij gevierd – een nationale feestdag moet worden in Nederland. “Leerlingen mogen dan in een eigen betoog kiezen of ze daar voor of ­tegen zijn.”

Soms verandert de kijk op een thema in korte tijd. Zoals in de discussie over Zwarte Piet. “Vroeger vonden veel leerlingen dat Zwarte Piet zwart moest blijven. Nu snappen ze hoe gevoelig dat ligt. Dat de stereotypering van de zwarte als clown en boeman vanuit het impe­rialistische koloniale verleden kwetsend kan zijn.”

Kabinet spreekt met ‘betrokkenen’

Dát er excuses komen voor het Nederlandse slavernijverleden, is zo goed als zeker. Maar op welke manier, door wie, waar, en zelfs wanneer – daarover wordt een kleine twee weken voor het beoogde excuusmoment nog steeds gediscussieerd. Donderdag spreken premier Mark Rutte en vijf andere kabinetsleden met ‘betrokkenen uit het Caribisch deel van het Koninkrijk, Suriname en Nederland’ over het slavernijverleden.

Voor het gesprek zijn ook organisaties uitgenodigd die afgelopen weken uiterst kritisch waren op het voornemen. Ze verwijten het kabinet onder meer dat de plannen niet vooraf met hen zijn besproken, en vinden dat de excuusdatum (19 december) naar volgend jaar moet. Of het gesprek nog kan leiden tot andere inzichten, is maar de vraag: voorlopig houdt het kabinet stevig aan de voorgenomen plannen vast.

Veel aandacht slavernij in schoolboeken

In het voortgezet onderwijs wordt bij geschiedenis in de lesmethoden veel aandacht besteed aan slavernij en kolonialisme, concludeerde het Historisch Nieuwsblad twee jaar geleden in een onderzoek naar schoolboeken. Uit zeven onderzochte lesmethoden voor vmbo, havo en vwo kwam naar voren dat 9 procent van de lesstof gaat over kolonialisme en 4 procent over slavernij. Dat is meer aandacht dan er voor de Holocaust is in schoolboeken. Daar gaat 2 procent van de lesstof over.

De aanleiding voor het onderzoek van het Historisch Nieuwsblad was een bezoek van de VN-rapporteur voor racisme en xenofobie, Tendayi Achiume, aan Den Haag in 2019. Zij stelde dat er op de Nederlandse scholen bij het vak geschiedenis veel meer moest worden ingegaan op de rol van Nederland bij slavernij en kolonialisme. Dit om discriminatie en intolerantie in de samenleving tegen te gaan.

Lees ook:
Is het vak geschiedenis niet verouderd? ‘Horen alleen het verhaal van witte mannelijke helden’

Het centraal examen geschiedenis begint vrijdag voor vmbo’ers, maandag zijn de vwo’ers en havisten aan de beurt. Al jaren klinkt er kritiek op het vak: te veel gericht op het eindexamen, te overladen, te ouderwets. Hoe zien geschiedenisdocenten dit? Een gesprek met vier leraren.

Een historisch excuus aanbieden, hoe doe je dat? Deze vijf zaken kunnen het maken of breken
Nu er discussie is ontstaan over ‘overhaaste’ excuses voor het slavernijverleden, rijst de vraag: hoe doe je het wel goed? Vijf zaken die een excuus kunnen maken of breken.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden