Lesgevenin het Engels

Hoezo lesgeven in het Engels, daar ben ik toch niet voor aangenomen?

Beeld Ilse van Kraaij

Ook hbo-docent mode Els de Baan moest eraan geloven: les geven in hakkelend Engels in plaats van in vertrouwd Nederlands. Wie heeft daar écht baat bij, vraagt zij zich af?

Ineens zaten er meerdere niet-Nederlandstalige studenten in de klas. Onze coördinator liet weten dat we voortaan verplicht waren om de colleges in het Engels te geven. Hoezo verplicht? Daar was ik járen geleden toch niet voor aangenomen? Ons beleid op de Haagse kunstacademie was immers altijd geweest dat anderstalige studenten binnen een jaar het Nederlands redelijk moesten beheersen en dat we dus klassikaal juist Nederlands bleven praten? Met een beetje extra individuele aanvullingen in het Engels ging dat toch altijd goed?

Ik zette mijn hakken stevig in het zand en als lichtend voorbeeld verwees ik structureel naar het van oorsprong Deense modetalent Claes Iversen. Met onze ‘NL-aanpak’ had hij zich heel rap de Nederlandse taal eigen gemaakt. Inmiddels mag hij onze koningin tot zijn vaste clientèle rekenen, maar dit terzijde. Ik werd op het matje geroepen. Het roer moest echt om en tegensputteren bleek zinloos. Er werden bijspijkercursussen aangeboden, maar zo’n extra taak ‘in je eigen tijd’ paste absoluut niet in mijn meer dan overvolle agenda.

Peentjes zweten

Die eerste Engelstalige jaren voelde ik me knap hulpeloos en ongelukkig. Peentjes zwetend worstelde ik me al hakkelend door de lessen. Op de middelbare school had ik steevast elke zomervakantie een taak voor Engels en nu moest ik plots de hele dag in het Engels op hbo-niveau communiceren. Ja, lezen kon ik het wel, maar schrijven en spreken is andere koek. Alle opdrachten, beoordelingen en mails moesten voortaan in het Engels en uiteraard spraken we die taal ook tijdens de colleges, vergaderingen en overleggen. Tenzij er alleen Nederlanders aanwezig waren, dan mocht het in onze moerstaal. In het geniep was ik dolblij als door stom toeval de Engelstaligen plots door de griep waren geveld.

Het begon ruim een decennium terug met een missive vanuit invloedrijke onderwijscommissies. Om meer diversiteit tussen de academies te realiseren, moest elk instituut een herkenbaar en liefst onderscheidend ‘insteek- en uitstroomprofiel’ hebben. Mijn toenmalige Haagse werkgever koos voor de vage, maar als een magneet werkende, term ‘internationalisering’. Al snel werden de klassen bevolkt met een mix van vooral Aziaten, Zuid-Amerikanen en Europeanen met nogal uiteenlopende achtergronden, kennis en motivaties. Binnen luttele jaren waren Nederlandse studenten in de minderheid.

Drijvende krachten

De Rotterdamse Academie borduurde voort op hun al bestaande profiel: ‘Designers achter het label’, ontwerpers die de drijvende krachten zouden worden bij een merk. Engelstalige colleges waren daar toen nog niet aan de orde, maar bij sommige studierichtingen werd losjes wat geëxperimenteerd met een Engelstalige klas. Na een rigoureuze academie-brede onderwijsreorganisatie in 2013 druppelden ook hier de buitenlandse studenten binnen.

Van druppelen is inmiddels geen sprake meer: mijn eerste klas is dit studiejaar voor de helft gevuld met anderstaligen. De focus is verlegd naar ‘Creative Pioneers’. Studenten worden opgeleid tot ‘Creatieve creërende pioniers om wie de economie vraagt’ en we bereiden ze voor op ‘hun internationale carrières’.

Ik begrijp heus dat we als opleiding mee moeten in de vaart der volkeren. En dat de studenten betere toekomstperspectieven hebben als ze zich internationaal oriënteren en profileren. Ook de interactie in een cultureel gemixte klas zal zeker helpen om hun blikveld al tijdens hun studie te verruimen. Maar bij vlagen vind ik het lastig om te accepteren dat oude tijden niet meer terugkeren.

Mijn frustratielijstje is ook door anderen al veelvuldig genoemd: nuances en grapjes vallen weg, diepgang verdwijnt en alles kost meer tijd. En voor je het weet kent niemand nog de originele terminologie. Dat ‘The Nightwatch’ eigenlijk ‘De Nachtwacht’ heet en dat modeontwerpster Eirish van Hurpen toch echt Iris van Herpen is.

Ik ben een verhalenverteller en schrijf colleges nooit zin voor zin uit. Het komt dus aan op parate woordkennis, maar er zijn woorden die me telkens ontschieten. Bij mode gaat het regelmatig over proporties. Navel (‘belly button’) en oksel (‘armpit’, stom woord trouwens!) moeten dan startklaar vooraan in je hoofd zitten. Maar die bleven me maar ontsnappen.

Post-it

Een student tipte me om die samen met enkele andere tongbrekers op een post-it te schrijven en die in mijn blikveld te plakken. Dat hielp. En met woorden die ik nog steeds niet goed uit mijn mond krijg (zoals ‘femininity’, vrouwelijkheid) of waarvan ik de klemtoon continu fout blijf leggen, helpen studenten me altijd acuut uit de brand.

In mijn PowerPoints verwerk ik expres veel beeld en weinig tekst. Toch gaat dat regelmatig alsnog mis. Zo spraken we eens over de opkomst van de confectie-industrie (19de eeuw) en de daarmee samenhangende opmars van een nieuw verkoopsysteem en het ontstaan van warenhuizen. Ik vertelde dat er van oudsher in grotere warenhuizen standaard een rustruimte is waar je een kopje koffie kunt drinken om je aanstaande aankopen even te overdenken. In een moment van onoplettendheid had ik op de slide rustruimte als ‘restroom’ vertaald, wc dus. De klas lag dubbel.

Mijn door de jaren heen zorgvuldig opgebouwde filmarchief is grotendeels onbruikbaar geworden omdat Engelse ondertitels niet beschikbaar zijn. Er zit dus niks anders op dan de Nederlandse voice-over bij een jaren zestig documentaire over topmodel Twiggy met mijn geïmproviseerde Engels te overschreeuwen. Want die film is te informatief om zomaar te laten vervallen. Gelukkig biedt internet een schat aan film- en interviewmateriaal, maar het kost zeeën van tijd om uit die rijstebrijberg net dat ene bruikbare fragment te selecteren.

Sommigen Nederlandstalige studenten omarmen het Engels en schrijven ook het liefst hun opdrachten in die taal. Dat hoeft trouwens niet. Maar bij anderen merk ik dat ze er toch moeite mee hebben en zie ze ongemakkelijk stuntelen bij presentaties. Of ze begrijpen elkaar tijdens werkgroepjes niet goed.

Hilarische situaties

Studeren aan een Europees instituut geeft Aziatische studenten thuis vaak een enorme status. Hun Engels is echter, net zomin als het mijne, niet altijd toereikend en dat geeft soms hilarische maar meestal frustrerende situaties. Door hun in onze ogen misplaatste beleefdheidsvormen kom je er niet altijd achter of ze iets echt begrepen hebben. Zodoende leveren ze hun werkstukken in op een verkeerde datum of missen ze een belangrijke clou van je betoog. En ik had niet meteen in de gaten dat perioden zoals Middeleeuwen en Barok volkomen abracadabra voor hen waren. Suf van mij natuurlijk, maar het komt niet bij hen op om daar iets van te zeggen. Inmiddels realiseer ik meer dat het culturele westerse referentiekader soms mijlenver van hen afstaat en dat thema’s als gendermix of vrouwenemancipatie gevoelig kunnen liggen.

Ik heb de afgelopen jaren dus vele ‘lessen geleerd’. Mijn Engels is sterk verbeterd en gelukkig heb ik mijn draai wel weer gevonden. Ik heb me neergelegd bij alle veranderingen, want stilstaan en achterom blijven kijken naar wat verloren ging, helpt zelden. Dus laat ik me wekelijks verrassen. Onlangs kwam een van heimwee overlopende Hongkongse, die tijdens de pauzes meestal even met haar familie face-timet en soms een lang weekend naar huis gaat, na het college naar me toe. Ze maakte een kleine buiging en zei timide: ‘Thank you teacher’. Nou ja! 

Lees ook:

Onderwijs in het Engels?

De kwestie Engels in het hoger onderwijs blijft de gemoederen bezighouden. Zowel de argumenten voor als tegen lesgeven in het Engels aan de universiteit (en het hbo) stapelen zich op. 

Goedkoop Engelstalig onderwijs is een écht Nederlands succes

Columnist James Kennedy was verdrietig toen hij hoorde dat de Vrije Universiteit stopt met de bacheloropleiding Nederlands. Hij werkte ook op de faculteit. Tegelijkertijd is er een toegenomen angst over het verval van het Nederlands op de universiteit, stelt hij. Het CDA wil Engelstalige studies financieel te korten. Dat lijkt hem niet de juiste weg. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden