ReportageOnderwijs

Hoe krijgen we scholieren weer aan het lezen, al is het maar een pizzafolder?

Matijs Lips, docent Nederlands van het jaar 2018, adviseert zijn scholieren bij het uitzoeken van leesboeken.Beeld Reyer Boxem

De leesvaardigheid en het leesplezier van Nederlandse jongeren dalen fors, blijkt uit internationaal onderzoek. Wat schort er aan ons onderwijs en hoe krijgen we scholieren weer de boeken in?

De helden van Matijs Lips (34) sieren de muren van zijn klaslokaal op het Dr. Nassau College in Beilen. Martin Luther King, The Beatles: Lips’ leerlingen hebben letterlijk iets om naar op te kijken. Maar deze vrijdagmiddag doen ze dat niet, want de hele 4-vmbo-klas leest. Leerlingen halen hun boeken tevoorschijn en het wordt snel stil. De regen tikt tegen de ramen, binnen brandt de kerstverlichting.

Lips werd in 2018 docent Nederlands van het jaar. Wie de leerlingen in zijn klas vraagt of dat verdiend was, krijgt een eensgezind positief antwoord. Vraag Lips zelf naar zijn visie op het docentschap en er volgt een gepassioneerd betoog vol verwijzingen naar filosofen, schrijvers en voorbeelden uit de geschiedenis. “Je eigen weg durven gaan”, zegt Lips, wijzend op een poster in zijn lokaal waarop een student op het Chinese Tiananmenplein een tank tegenhoudt. “Dat is zo belangrijk.”

Zijn manier van lesgeven is nadrukkelijk gebaseerd op de individuele behoeften van het kind. “Goed lesgeven is een manier van omgaan met de kinderen”, vertelt hij. “ Je moet het individu willen zien.” Deze middag laat Lips zijn lezende leerlingen achter om met Judith (15) in de kleine schoolbibliotheek een nieuw boek uit te zoeken. Lips trekt verschillende boeken uit de kast. Dan schiet hem iets te binnen. “Jij wil later bij de politie toch?” Na even zoeken geeft hij Judith een spannende thriller. “Deze schrijver zat bij de recherche.”

Leesplezier

Is het roeien tegen de stroom in? Nederlandse scholieren vinden lezen steeds minder leuk, bleek vorige week uit het internationale onderwijsonderzoek Pisa. Zestig procent van de 15-jarigen zegt alleen te lezen als het echt moet, bijvoorbeeld om informatie te vinden. Bijna de helft vindt lezen tijdverspilling, en voor slechts 20 procent is lezen een hobby.

De leesvaardigheid van Nederlandse scholieren schommelt al sinds 2003 en daalt sinds 2012, maar is nu voor het eerst gedaald onder het gemiddelde van de Oeso-landen. Onder meer het lerarentekort en de alomtegenwoordige smartphone lijken daarbij een rol te spelen. Ook het leesplezier is aanmerkelijk lager.

Dat merkt ook Lips. Toen hij de 4-vmbo-klas dit jaar onder zijn hoede kreeg, hadden de meeste leerlingen in drie jaar tijd misschien twee boeken gelezen of alleen maar films gekeken. Leerlingen weer een boek laten uitlezen, van kaft tot kaft, was daarom zijn eerste taak. Zijn doel voor dit schooljaar is ambitieus: vier boeken per leerling.

Om dat te bewerkstelligen, zegt Lips, moet je leerlingen laten ervaren waaróm je een boek zou openslaan. Volgens hem kan literatuur een manier bieden om om te gaan met de ‘begrenzingen van het leven, de dingen die je niet prettig vindt maar waar je wel op moet reageren’. “Een boek kan je als individu iets vertellen over hoe je het leven moet aanvangen. En leerlingen moeten de ruimte krijgen om te spelen met ideeën en taal.”

Docent Lips met een leerling in de schoolbibliotheek. “Goed lesgeven is een manier van omgaan met de kinderen", zegt hij. “Je moet het individu willen zien.”Beeld Reyer Boxem

De focus ligt te veel op presteren en te weinig op leren

Aan die ruimte schort het te vaak, ziet Els Loman. Ze is trainer bij CPS, een landelijke organisatie die scholen helpt met het verbeteren van hun onderwijs, en gespecialiseerd in taal en lezen. Zelf stond ze jaren voor de klas als docent Frans.

“Veel leerlingen vinden lezen niet leuk omdat ze steeds iets met die tekst moeten”, zegt Loman. “De focus ligt te veel op presteren en te weinig op leren. Maak er een ontspannen activiteit van! Lezen stimuleert de verbeelding en veel andere kwaliteiten. Zowel op de basis- als de middelbare school zouden we twee keer per week een leesmoment in moeten lassen: een half uur waarin iedereen leest. Een boek, een pizzafolder, een Voetbal International. Het maakt niet uit. Laat leerlingen zelf maar kiezen. En knoop er niets aan vast.”

Ze ziet ook een grotere rol weggelegd voor schoolbesturen, die het leesonderwijs nu te veel aan de individuele scholen overlaten. Het leesonderwijs moet breder gedragen worden dan één school. “Je kunt als bestuur afspraken maken met een bibliotheek over hoe kinderen beter bij boeken kunnen komen, of veel boeken inkopen en die laten rouleren in je scholen.” Ieder schoolbestuur zou verplicht moeten worden om niet alleen een schoolplan op te stellen, vindt Loman, maar ook een taalbeleidsplan. “Dan moet een bestuur daar wel zorgvuldig naar kijken en kan de inspectie er vervolgens op controleren.”

De dalende leesvaardigheid van Nederlandse jongeren noemt Loman een ‘olietanker die er al een tijdje aankwam’. Ook de toegenomen afleiding van scholieren speelt een rol, denkt ze. “Leerlingen zijn ontwend wat concentratie is. Op hun telefoon krijgen ze continu berichten en reageren ze op appjes van klasgenoten. Het is een verslaving om daar steeds naar te kijken. Scholen moeten daarmee aan de slag. We moeten de olietanker een andere kant opsturen. Door het samen te doen, creëer je een andere bedding.”

Literatuur kan troost bieden

In de bedding van zijn eigen lessen probeert Lips vooral de creativiteit van leerlingen in een stroomversnelling te brengen. Geïnspireerd door Barack Obama of Martin Luther King schrijven zijn leerlingen speeches over thema’s als slavernij en discriminatie. Een andere klas bakte gelukskoekjes met daarin zelfgeschreven ‘gelukskoekjespoëzie’. Een brugklas maakte in plaats van een geschreven recensie een vlog.

De leerlingen uit 4-vmbo bevestigen dat zijn aanpak werkt. Lynn (16) vertelt dat ze ‘helemaal geen lezer was’ voordat ze les kreeg van meneer Lips. Dat is nu anders. Haar medeleerlingen knikken instemmend. Of neem de 16-jarige Mark, die recent zijn moeder verloor aan kanker. Lips raadde hem aan om Kluuns ‘Komt een vrouw bij de dokter’ te lezen, waarin een man worstelt met de ziekte van zijn vrouw. Hij was er meteen door geraakt, vertelt hij nu. “Vanaf bladzijde één dacht ik: dit is een boek dat ik ga uitlezen.”

Dat Kluun niet tot de grote Nederlandse literatoren behoort, deert Lips niet. Literatuur kan troost bieden – daarvan is hij overtuigd. Zelf heeft hij daar de nodige ervaring mee. Nadat zijn vrouw haar zwangerschap moest afbreken, ging hij door een ‘moeilijke tijd vol depressie’. Toen las hij ‘Lampje’ van Annet Schaap, over een meisje dat haar moeder is verloren en bij haar vader wordt weggestuurd. Lips vertelt over de gelijknamige hoofdpersoon alsof hij haar persoonlijk kent. “Lampje is zo dapper en overwint allerlei obstakels. Haar verhaal bracht me letterlijk weer in beweging.”

Een deel van de kinderen met een dyslexieverklaring heeft geen dyslexie, maar kan gewoon niet goed lezen

Het belang van inspirerende teksten is enorm, beaamt hoogleraar orthopedagogiek Anna Bosman van de Radboud Universiteit. Zij vindt het niet gek dat pubers tegenwoordig zo weinig met hun neus in de boeken zitten. “Het probleem is dat veel kinderen na de basisschool een onvoldoende technisch leesniveau hebben, waardoor het lezen van zowel fictie als non-fictie niet leuk wordt. We moeten trouwens niet te dramatisch doen over dat weinige lezen van fictie. Maar leerlingen moeten natuurlijk wel goed hun schoolboeken kunnen lezen. Als je een paar woorden mist, wordt tekstbegrip al lastig. Je moet 98 procent van de woorden snappen om een tekst te kunnen begrijpen.”

Al op de basisschool gaan er meerdere dingen fout in het leesonderwijs, constateert Bosman. De kwaliteit van pabo-studenten noemt ze ‘abominabel’. Als tweede steen des aanstoots noemt ze het begrijpend leesonderwijs. “Dat is eigenlijk heel raar. We laten leerlingen signaalwoorden en hoofdgedachtes in een tekst zoeken. Dat gebeurt in geen enkel ander land. Het gaat erom: wat maak ik uit een tekst op en hoe kan ik hem gebruiken?”

Een ander probleem is het gebrek aan leesinstructie, zegt Bosman. “We besteden veel te weinig tijd aan instructie en het opbouwen van de woordenschat. Er wordt te veel bekend verondersteld. Het technisch leesniveau is daardoor grotendeels niet op orde. Vijftien procent van de kinderen heeft tegenwoordig een dyslexieverklaring. Een deel daarvan heeft geen dyslexie, maar kan gewoon niet goed lezen.”

In plaats van te focussen op een gedegen basis ziet Bosman dat het onderwijs steeds meer op haar bord krijgt. “Het spettert wat rond met leuke dingetjes, maar er is geen coherentie. Er gebeurt van alles op school: projecten, klimaatlessen, noem maar op. Ondertussen leren we de kinderen niet meer goed lezen, spellen en rekenen. Als je het maar half snapt zonder goede basis, is lezen gewoon niet leuk.”

‘Leesoffensief’

Om kinderen weer te enthousiasmeren voor het geschreven woord is het volgens haar zaak om in samenhang te werken met inspirerende teksten. Dat wil zeggen: kies één onderwerp en blijf daar zes weken mee bezig. Zo krijgen leerlingen tijd om niet alleen hun leesvaardigheid te verbeteren, maar zich ook een onderwerp eigen te maken en te leren hoe teksten in elkaar grijpen.

Dat de onderwijsministers onlangs een ‘leesoffensief’ hebben aangekondigd, stuit bij haar op cynisme. “Leesplezier wordt straks een nieuw onderdeel van het curriculum. Die curriculumherziening? Mijn hemel! De ministers roepen alleen weer dát er iets moet. Maar hoe het moet, dat weten ze helemaal niet. Scholen krijgen er alleen maar dingen bij en er gaat nooit iets af. Mijn boodschap gaat pas doordringen als het helemaal fout gaat.”

De sleutel tot succes zijn betrokkenheid en creativiteit

Om dat te voorkomen, blijft docent Lips alle zeilen bijzetten. Een cruciale manier om jongeren weer enthousiast te maken voor lezen, is dialoog, zegt hij. Zelf had hij vroeger nooit contact met zijn docenten. “Ik zat in de les omdat ik daar moest zijn. Niet omdat ik aangesproken werd.”

Het Pisa-onderzoek over de dalende leesvaardigheid besprak Lips in de klas. Leerling Axel(12) zegt dat hij ‘heel erg schrok’ van het rapport. “Ik dacht dat Nederland een heel goed land was dat veel las, maar dat gaat bergafwaarts.” Hoewel hij zelf van lezen houdt, heeft hij wel een idee waarom zijn leeftijdsgenoten boeken links laten liggen. “Jongeren zitten liever op hun telefoon of gaan gamen.”

Toch is het tij te keren, laat Lips zien. Zijn 4-vmbo-leerlingen hebben dit schooljaar al drie boeken gelezen: meer dan in de voorgaande drie jaar. De sleutel tot succes zijn betrokkenheid en creativiteit, zegt hij. Zo lang je de individuele behoeftes van leerlingen ziet, ze laat spelen met taal en de ruimte geeft voor eigen ideeën, komt het plezier vanzelf. Maar al die verschillende dingen, is dat niet zwaar als docent? Lips moet even nadenken. Ja, beaamt hij: het beroep vraagt veel. “Een goede docent is een kunstenaar.”

Lees ook:

Waarom de prestaties in het Nederlandse onderwijs al jaren dalen

Het lerarentekort en de werkdruk zijn zetten de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs onder druk. Maar dat zijn niet de enige redenen waarom de prestaties in het onderwijs al jaren dalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden