Column Erik Ex

Heerlijk, die ophef over de Gouden Eeuw

Premier Rutte vond het maar onzin, Kamerleden Baudet en Özdil gingen in debat bij DWDD, het Rijksmuseum stelde de bordjes niet wéér te herschrijven. Minister van onderwijs Slob werd er vooral erg moe van. En ik? Ik ging er eens goed voor zitten.

In mijn geschiedenislessen wordt de opkomst van de Republiek en de daaropvolgende ‘Gouden Eeuw’ uitgebreid behandeld. Het is voor havo en vwo zelfs verplichte examenstof. In de klas staan we stil bij de vreselijke moordpartijen die Spanjaarden en Nederlanders in naam van het geloof begingen tijdens de Opstand.

Nootmuskaat

Zo weten we via P.C. Hooft over de watergeuzen, toch nationale helden, die een stel monniken en priesters hun neuzen, oren en geslachtsdelen afsneden om die vervolgens op hun hoeden te pinnen. Later schrijven de leerlingen een betoog over de vraag of J.P. Coen, gouverneur-generaal van de VOC, wel een standbeeld verdient. Hij bracht ons het monopolie op het peperdure nootmuskaat maar vernietigde daarbij vrijwel het hele Bandavolk.

Natuurlijk neem ik mijn leerlingen ook mee naar het Rijksmuseum. Daar vraag ik ze om zich in te leven in de Hollandse koopman op het schilderij van Albert Cuyp, maar óók in de slaaf achter hem. We bezien de eeuw door de ogen van Indonesiërs en Hollanders, katholieken en protestanten, regenten en armoedzaaiers.

Op die manier stel ik in mijn lessen de term ‘Gouden Eeuw’ ter discussie. Dat is overigens niet uniek: geschiedenislessen staan bol met termen die we ter discussie stellen. Kun je het oude Athene werkelijk een democratie noemen, terwijl slechts tien procent van de inwoners stemrecht had? Kunnen we Columbus’ reis met recht ‘de ontdekking van Amerika’ noemen terwijl er al 20.000 jaar mensen woonden op het continent? Was het wel een ‘Koude Oorlog’ als Korea en Vietnam werden verwoest door, nota bene, brandbommen? Dit soort vragen zijn de hoeksteen van elke geschiedenisles.

Oneindig complex

Het heden is een optelsom van het verleden. Om de wereld te begrijpen waarin de leerlingen terecht zijn gekomen, sturen we ze naar school. Het mooie van geschiedenis is dat leerlingen het inzicht krijgen dat er meerdere perspectieven op hetzelfde verleden kunnen zijn. Het verleden verandert niet, de geschiedenis wel. Samen zoeken we naar nieuwe perspectieven en vinden we meestal de nuance. Dat maakt het verleden oneindig complex, iets wat ik zo leuk vind aan mijn vak en wat leerlingen bij tijd en wijle vervloeken.

Voor mij is het dus heerlijk als er weer eens ophef over de Gouden Eeuw ontstaat. Televisieprogramma’s, krantenartikelen en tweets veranderen in lesmateriaal. De handigste suggestie kwam wat mij betreft van de Leidse historicus Karwan Fatah-Black: laten we een prijsvraag uitschrijven voor een nieuwe term. Die opdracht kan ik gebruiken in mijn les.

Erik Ex (32) is leraar geschiedenis op het Cygnus Gymnasium in Amsterdam en werkt voor Schoolinfo, dat zich bezighoudt met onderwijsinnovatie. Hij schrijft elke twee weken een column. Lees zijn eerdere bijdragen hier terug. 

Lees ook:

Welke kleur had de Gouden Eeuw?

Het Amsterdam Museum schrapt de term Gouden Eeuw, om inclusief te worden. Wat vinden betrokkenen? ‘Je moet naar jezelf durven kijken.’

Ik blijf lesgeven over de Gouden Eeuw

Dankzij de ophef over de term Gouden Eeuw staat onze geschiedenis weer in de belangstelling. En dat is nodig, schrijft Marcel J.M. Put,geschiedenisdocent te Heerlen. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden