Onderwijs in coronatijd

Gratis online colleges zijn een paard van Troje, vrezen de universiteiten. ‘Je betaalt met je data’

Beeld Fadi Nadrous

Universiteiten en hogescholen met thuiszittende studenten krijgen van het Amerikaanse onderwijsplatform Coursera gratis tienduizenden uitstekende online colleges aangeboden. Een buitenkans, zo lijkt het. Maar universiteiten willen de data van hun studenten niet langer delen. 

Het is een verleiding die onweerstaanbaar moet zijn voor iedere professor die tobt met thuiszittende studenten en van zijn leven nog nooit een online college gaf: de goedgefilmde en met videootjes, quizzen en gastsprekers verrijkte topcolleges van ambtgenoten van de hoogst genoteerde academies ter wereld. Onderwijstechnologisch platform Coursera biedt ze, vanwege de pandemie, aan alle onderwijsinstellingen gratis aan.

Coursera is een oude bekende voor veel Nederlandse universiteiten, die zelf regelmatig collegereeksen op het Amerikaanse platform plaatsten waarmee ze de aandacht trokken van tienduizenden studenten van over de hele wereld. Dus waarom zou je de mogelijkheden van het platform nu niet met beide handen aangrijpen? De tijden blijken echter veranderd: wanneer studenten online college volgen levert dat waardevolle informatie op over hun leergedrag en die data lever je als universiteit niet langer zomaar uit.  

De coronapandemie is niet alleen een katalysator voor de groei van technologische bedrijven als Microsoft, Zoom of Google. Ook voor de onderwijstechnologen zijn al die thuiszittende studenten een buitenkans. Coursera biedt al sinds 2012 onlinecolleges en ‘moocs’ aan, massive open online courses. Iedereen kan gratis inloggen, of je nu student bent of gewoon belangstellende. 

Helpende hand voor overwerkte hoogleraren

Het nieuwe programma ‘Coursera for Campus’ is echt op universiteiten gericht. Het Amerikaanse bedrijf wil de helpende hand bieden aan overwerkte hoogleraren die oplossingen zoeken nu fysiek onderwijs is weggevallen. En dat werkt: volgens het platform maken nu al 3700 instellingen er gebruik van. In maart waren dat er nog dertig. “Iedereen neigt nu toch naar gemak”, zegt de Utrechtse hoogleraar mediastudies José van Dijck.

Vanuit zijn hoofdkantoor in Silicon Valley prijst Coursera’s topmanJeff Mag­gioncalda de ‘open-mindedness’ van de Nederlandse universiteiten. Nederlandse universiteiten sprongen enkele jaren geleden al snel in op de hype van de moocs. Niet alleen Coursera (opgericht aan Stanford University) bood een platform voor colleges. Ook grote, gelijksoortige spelers als Udacity, edX of FutureLearn doen dat. Ondanks de populariteit bij onderwijsinstellingen wereldwijd voeren de colleges van Amerikaanse universiteiten de boventoon op deze platforms. Universiteiten die op het platform zitten, doen dat vooral om naamsbekendheid op te bouwen. Op termijn willen ze er ook geld mee verdienen, want Coursera werkt met het ‘freemium-model’, waarin je voor het onderwijs betaalt wanneer je meer diensten vraagt, zoals contact met een docent of een certificaat als je voor een vak geslaagd bent.

Andermans onderwijs inzetten

Wat Coursera nu aanbiedt, gaat verder: niet alleen kunnen universiteiten hun eigen moocs op het platform plaatsen, ze kunnen ook andermans onderwijs voor hun eigen curricula inzetten. Het kan gaan om uitgebreide colleges over duizenden onderwerpen. Van het bouwen van een computer volgens de methode van de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem tot leren programmeren aan de University of Michigan, van kunstcolleges van het Museum of Modern Art, tot colleges over gezondheidsverschillen tussen mannen en vrouwen aan de Stanford Universiteit, een introductie in marketing aan de universiteit van Pennsylvania of van de sonates van Beethoven aan het Curtis Institute of Music. 

Maggioncalda voorspelt dat Coursera er op den duur toe zal bijdragen dat universiteiten zich specialiseren en andere vakken inkopen van andere (internationale) universiteiten. Sinds twee jaar kun je via Coursera ook bachelor- en mastertitels halen aan enkele universiteiten. Dat die met prijskaartjes van 10.000 tot 20.000 dollar voor Europeanen heel duur zijn, begrijpt de Maggioncalda. “In Europa hebben jullie een prachtig systeem van onderwijs dat door de staat betaald wordt en voor iedereen toegankelijk is. Toch denk ik dat het op den duur voor iedereen kosten bespaart als iedere universiteit zich richt op waar die goed in is.”

Volgens José van Dijck komt deze innovatie van Coursera net op een moment dat Nederlandse universiteiten inzien dat aan de deelname aan zo’n Amerikaans onderwijsplatform ook risico’s kleven. Het is voor Europese universiteiten geen goed nieuws dat bij hun studenten de Amerikaanse moocs favoriet zijn boven de Europese. Volgens Van Dijck is het een kwestie van commercie: “Als een private universiteit als Stanford of Harvard meer betaalt om een college bovenaan de pagina te zetten, wordt dit waarschijnlijk vaker aangeklikt.” 

Beeld AFP

Bovendien is er in Europa meer aandacht gekomen voor privacy en ­data-opslag. Via zo’n platform kun je veel zien over hoe studenten leren: hoe vaak kijken ze een uitleg terug? Welke meerkeuzevragen vinden ze lastig? Hoe lang doen ze over een cursus? Op welke uren van de dag werken ze meestal? Wanneer maken ze veel fouten? Allemaal data die je kunt analyseren om er je eigen onderwijs mee te verbeteren. Je kunt je persoonlijker richten tot een student als je beter begrijpt hoe hij of zij leert. Wellicht kun je met samengevoegde data zelfs voorspellen hoe lang een student over een studie zal doen, en of hij ooit afstudeert. “Distribueer je je colleges via Coursera, dan geef je deze data uit handen en krijg je die nooit meer terug”, zegt Van Dijck. “Ik zie dat we in Europa meer samenwerken om zelf ons onderwijs online aan te bieden.”

De Universiteit Leiden was in 2013 de eerste Nederlandse universiteit die een mooc over Europees recht, een vak waar Leiden zich graag mee profileerde, op Coursera zette. Het werd een groot online succes met al snel 40.000 deelnemers wereldwijd, en sindsdien volgden nog dertig Leidse online colleges. Leiden heeft ‘veel geleerd’ door het gebruik van Coursera’, zegt de projectcoödinator van het Leidse Centre for Innovation Tanja de Bie, maar put voor het online onderwijs toch liever uit eigen colleges en die van het eigen samenwerkingsverband Virtual Exchange Program dan uit Coursera. Bij dat verband zijn ook de Wageningen Universiteit, de TU Delft, Sorbonne, Rice (VS) en drie universiteiten uit Australië aangesloten.

Minimaal slagingspercentage

Ook de eerste mooc aan de Universiteit van Amsterdam was een succes. In 2014 leverde die dankzij Coursera aanzienlijk meer (internationale) studenten op dan de college­reeksen op het eigen kanaal: in plaats van maximaal zo’n zesduizend studenten te trekken uit binnen- en buitenland tekenden zich via Coursera 33.000 studenten voor het vak ‘Introduction to Communication Science’ in. “Maar het slagingspercentage”, zegt UvA’s strategisch beleidsadviseur voor internationale relaties Anouk Tso, “was minimaal”. 

Onderwijsplatforms als Coursera zijn volgens Tso meer een uithangbord voor de universiteit of faculteit gebleken dan een echte vervanging voor het academisch onderwijs. “Ook als ik spreek met onze partneruniversiteiten, blijkt dat dit onderwijs niet echt uit de verf is gekomen.” Volgens Tso hebben universiteiten ingezien dat academische waarden uiteindelijk alleen op de campus worden overgedragen. “Hoe ben je kritisch, maar toch ook respectvol voor elkaars mening, hoe ga je om met data en hoe beleven docent en studenten samen een onderwijs- en onderzoeksproces? Dat zijn waarden waarvoor een platform geen ruimte heeft. Met moocs waren we een beetje op een dood punt beland. Ik denk dat de pandemie in die zin voor Coursera ook een uitkomst is geweest.”

Karen Maex, rector magnificus van de UvA, vreest dat de pandemie ertoe zou kunnen leiden dat veel onderwijsinstellingen gaan voor een quick fix, zonder daarbij voldoende rekening te houden met privacy en data-eigendom. “Door de grote versnelling die we nu allemaal moeten maken, is het makkelijk om mee te gaan met commerciële partijen die goed kunnen inspelen op de veranderingen”, zegt Maex.

‘Gratis is de content van deze bedrijven natuurlijk niet. Je betaalt met je data.’

“Zoom, Microsoft Teams, Coursera, voor je het weet zijn we er afhankelijk van. Zeker voor kleine of minder ver ontwikkelde onderwijsinstellingen zijn de digitale opdrachten zo groot, dat je soms niet anders kunt. En voor je het weet kijken deze bedrijven allemaal intiem mee met hoe het leerproces van jouw studenten verloopt”, voegt Tso aan. “Want gratis is de content van deze bedrijven natuurlijk niet. Je betaalt met je data.”

Maex heeft de Europese Commissie verzocht om een betrouwbaar digitaal ecosysteem waar universiteiten met elkaar kunnen samenwerken. Vorige week lanceerde de UvA de eerste Epicur-modules, waarbij de universiteit samenwerkt met acht onderwijsinstellingen in Griekenland, Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en Polen. Tso: “We willen in deze cursussen Europese waarden centraal zetten. Het gaat over onze gedeelde historie en onze verschillende, maar ook gezamenlijke identiteiten. We stellen onze academische gemeenschappen voor elkaar open en delen, zonder daar een prijskaartje aan te hangen, ervaringen met wat goed werkt in het afstandsonderwijs. Het is een beetje een experiment, de cursus valt ook buiten de semesterindeling, maar zo zoeken we met vertrouwde partners naar duurzame internationale academische werkvormen. Het vraagt veel kennis en begeleiding, maar anders dan bij commerciële platforms zit zulk onderwijs ons in de vezels.”

Het campus-idee kan volgens Coursera ook online bestaan. Volgens een woordvoerder slaagt het platform in het creëren van een ‘waarachtige wereldwijde campus’ door het inzetten van live video-verbindingen, overleg met medestudenten in het chatprogramma Slack en zelfs examens. Het blijft volgens José van Dijck een dilemma: “Je hebt de eigen Europese academische waarden als privacy, bildung en autonomie enerzijds, maar anderzijds ook de aantrekkingskracht die de online colleges van de Amerikaanse universiteiten nu eenmaal uitoefenen op studenten. Coursera weet via algoritmes wat studenten uit de hele wereld aantrekkelijk vinden en biedt vooral cursussen aan die passen bij hun digitale belevingswereld. Voor de lange termijn lijkt het verstandiger als Europese universiteiten inzetten op online onderwijs dat geworteld is in hun eigen publieke waarden.”

Lees ook:

De groeiende greep van big tech op het digitale onderwijs

Door de lockdown kwamen 1,6 miljard leerlingen wereldwijd thuis te zitten. Dat gaf een impuls aan de investeringen in digitaal onderwijs, maar wie profiteren daarvan?

Dankzij onlinecolleges kun je overal studeren; is dat echt zo revolutionair als werd gedacht?

Openbare colleges via internet zouden de universiteit op haar kop zetten en academisch onderwijs toegankelijk maken voor iedereen. Deze ‘moocs’ werden een hype. Maken de onlinecursussen hun beloftes waar? Welke cursussen zijn de moeite waard? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden