null

Leerachterstand

Er komt een menukaart met onderwijsprogramma’s. Maar hoe weet je welk programma werkt?

Beeld Nanne Meulendijks

In het Nationaal Programma Onderwijs presenteert het kabinet deze week een ‘menukaart’ met onderwijsprogramma’s die bewezen effectief zijn in de klas. Er is een ongekend bedrag van 8,5 miljard euro voor vrijgemaakt. Maar kan dat wel: ‘bewezen effectief’ onderwijs?

Vul je een vat, of ontsteek je een vuur; waar draait het om bij onderwijs? Onderwijs­filosoof Gert Biesta oogst al jaren veel bijval in Nederland met zijn pleidooi voor het ‘prachtige risico van onderwijs’, waarbij hij educatie als een proces ziet dat nooit een voorspelbare uitkomst heeft, omdat het volledig afhankelijk is van de docent die het vak overdraagt, en de leerling die het ontvangt. Onderwijs is, als alles goed gaat, vooral een brandstof om het ­innerlijk vuur te laten opflakkeren.

Maar onder het gesternte van de coronapandemie lijkt er nu toch een andere wind te gaan waaien: er zijn achterstanden opgelopen en de kansenverschillen tussen leerlingen die al jaren sluimerden zijn door de lockdowns haarscherp in beeld gekomen. Van het kabinet moeten de achterstanden worden ingelopen, en snel ook. Voor de komende tweeënhalf jaar is een ongekend bedrag van 8,5 miljard euro uitgetrokken in het Nationaal Programma Onderwijs. Hoe dat succesvol besteed zou kunnen worden maakt het kabinet naar verwachting deze week heel concreet bekend in een ‘menukaart’ met onderwijsprogramma’s die ‘bewezen effectief’ zijn.

Zomerscholen, verlenging van de lesdag en tutoring of remedial teaching zullen zeker op de menukaart prijken, daar werd eerder ook al geld voor uitgetrokken. Daar zullen andere programma’s bijkomen. Zullen die ervoor zorgen dat de vaten van de leerlingen gezwind tot gelijke hoogte gevuld gaan worden?

Naar Brits voorbeeld

Het ministerie knoopt voor de ­samenstelling van de menukaart naar verwachting aan bij een Brits voorbeeld. Er zullen onder meer programma’s worden voorgeschoteld die positief beoordeeld zijn door de instelling Education Endowment Foundation. Deze EEF financiert sinds 2011 op Britse basis- en middelbare scholen onderzoek naar effectief onderwijs.

Die scholen brengen wetenschappelijk onderzoek in de praktijk. Het fonds kan zo de effecten ervan zien, de kracht van het bewijs dat iets werkt, en de kosten van een onderwijsprogramma. Het doel is om met behulp van deze programma’s de kloof tussen bevoorrechte en minder bevoorrechte leerlingen in het verregaand gesegregeerde Engelse onderwijs te dichten. Hun succesvolste programma’s (waaronder huiswerk op de middelbare school, het ‘leren-leren’, goede feedback of strategieën voor begrijpend lezen) weten kinderen volgens de EEF elk schooljaar weer zo’n drie maanden extra vooruit te helpen. Volgens deskundigen is dat soms zelfs wel zes tot acht maanden per schooljaar.

Bij gebrek aan veel eigen onderzoek naar effectieve onderwijsprogramma’s leunt Nederland dus op internationale kennis. Het Britse onderwijs is echter heel anders dan het Nederlandse, en ingrepen die in Londen ­effect sorteren, zouden hier weleens weinig teweeg kunnen brengen. Of andersom.

Denk bijvoorbeeld aan het schooluniform. Opvallend genoeg oordeelt de EEF dat het dragen daarvan op Britse scholen, die van oudsher om hun uniformen bekendstaan, weinig effectief is om de kloof tussen leerlingen te dichten. Leuke vraag is of zo’n uniform aan de gelijkheid op Nederlandse scholen, waar jongeren graag met hun merkkleding te koop lopen, zou kunnen bijdragen. Welk effect je sorteert is iedere keer ook een kwestie van de uitgangspositie van de leerlingen.

Wat is de achterstand?

Na de presentatie van de ‘menukaart’ van het Nationaal Programma Onderwijs, rijst voor scholen misschien dan ook de moeilijkste vraag: welke ingreep past bij mijn leerlingen en de achterstanden die zij hebben opgelopen? Het kabinet stelt hier vervolgens het geld voor beschikbaar. Maar hoe voert de school dat programma zo uit dat de leerling er ook echt ontvankelijk voor zal zijn?

Allereerst moet de achterstand worden vastgesteld. De verwachting is dat de schade op basisscholen na de tweede lockdown iets minder groot zal zijn dan na de eerste. Eind mei moet dat (mede op basis van de uitslagen van de eindtoetsen in groep 8) duidelijk worden. Na de eerste lockdown bleek dat in het basisonderwijs soms tot wel zeven maanden minder ‘leerwinst’ was behaald dan je onder normale omstandig­heden mocht verwachten. Debbie Dussel, leerkracht op een basisschool in Amsterdam-Zuidoost, zette een zomer­school in om haar leerlingen uit groep 3 voldoende bagage mee te geven om aan groep 4 te kunnen starten. Dat werkte. “Maar dit lukte niet overal”, zegt Dussel. “Na de zomer ging ik werken op een andere school in Zuidoost. Daar had ik met mijn groep 4 nog een kwart van de lesstof van groep 3 in te halen. En toen dat voor elkaar was, kwam de tweede lockdown.”

Inmiddels heeft Dussel, met achttien jaar ervaring in het basisonderwijs, er handigheid in gekregen om kinderen met succes door de lesstof te loodsen. “Maar dat was een leerschool van jaren”, zegt ze. “In mijn eerste klas ooit dacht ik dat mijn leerlingen prima konden lezen. Maar toen kwamen er landelijke volgsystemen, en bleek dat tegen te vallen. Ik moest mijn onderwijs bijstellen, leren werken met de bouwstenen waaruit goede lessen zijn opgebouwd, de Rosenshine-principes. Het gaat niet alleen om directe instructie, maar ook om dagelijkse en maandelijkse herhaling, en vragen stellen. Op een gegeven moment vereist goed leren begrijpend te lezen ook bredere kennis van de wereld. Het duurt jaren voor je doorhebt hoe al die bouwstenen zich tot elkaar verhouden en je weet wat werkt.”

‘Het kost veel tijd om de effectiefste interventies te ontdekken’

Ook schoolleider Eva Naaijkens van de Amsterdamse Alan Turingschool ziet dat scholen in Nederland allemaal zelf het wiel uitvinden, en hoeveel tijd dat kost. “Voordat wij, een school met goede leerkrachten en zorgvuldig geselecteerd lesmateriaal, de rekenresultaten echt wisten op te krikken, waren we drie jaar verder. Het kostte ons veel tijd om de effectiefste interventies te ontdekken. Hoeveel extra tijd moet je bijvoorbeeld besteden aan onderdelen als automatiseren en memoriseren, welke (digitale) materialen zet je daarvoor in? De problemen konden per groep en individuele leerling sterk uiteenlopen. Nu hebben we op school­niveau een ‘menukaart’ ontwikkeld met interventies waarvan we weten dat ze kansrijk zijn.

Om efficiënter met de tijd om te gaan, en meer leerlingen effectief te onderwijzen, brengt Naaijkens met haar collega Martin Bootsma internationaal wetenschappelijk onderwijsonderzoek in de praktijk. Binnen de organisatie Education Lab NL onderzochten zij ­samen met wetenschapper Tijana Breuer-Prokic en hoogleraar Inge de Wolf bijvoorbeeld hoe ouders kunnen bijdragen aan de leerprestaties in het basisonderwijs.

Breuer-Prokic: “Zij moeten zich ervan bewust worden dat ze daarin een rol kunnen spelen. Scholen kunnen ouders handreikingen bieden om ze te leren hun kind te ondersteunen. Ouders met een migratieachtergrond die niet goed weten hoe het Nederlandse onderwijssysteem in elkaar zit, zouden daar vroegtijdig beter over geïnformeerd kunnen worden. Welke niveaus zijn er in het voortgezet onderwijs? En hoe kan je samen met de basisschool naar zo’n niveau toewerken? Scholen kunnen ouderavonden gebruiken om tips te geven over hoe hun kinderen te ondersteunen. Goede timing is hiervoor essentieel, groep 7 of 8 lijkt eigenlijk al te laat.”

Vergelijkbare ‘interventies’ zijn in het buitenland effectief gebleken, en ze zijn volgens Naaijkens en Bootsma in de Nederlandse context ook kansrijk. Breuer-Prokic: “Het gaat niet alleen om wat werkt, maar vooral ook hoe het werkt en wat de voorwaarden zijn om het te laten werken. We proberen het in onze praktijkkaarten, die gebaseerd zijn op effectenstudies, zo concreet en praktisch mogelijk te maken.”

Handen en voeten voor leraren

Ook Dussel werkt samen met Stichting LeerKracht aan een manier om een leraar steeds beter beslagen ten ijs te laten komen. “Een effectieve leraar kan in zes maanden evenveel bereiken als een gewone leerkracht in een jaar, en een niet-­effectieve leerkracht in twee jaar.” Om die effectiviteit te bevorderen lanceert LeerKracht morgen, in navolging van de menukaart, een gratis platform met filmpjes van Brits onderwijskundig onderzoek: Doorloopjes.nl. Zijn die dan bewezen effectief? “Ik vind het lastig om te spreken van evidence based onderwijs”, zegt Dussel. “Elke context is anders, dus je kunt van tevoren niet zeggen of iets werkt. Iets werkt altijd wel ergens, of ergens niet, leerde ik van pedagoog Pedro de Bruyckere. Ik gebruik daarom liever de term evidence informed. Maar de doorloopjes zullen in ieder geval handen en voeten kunnen geven aan de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.”

Breuer-Prokic is ervan overtuigd dat Nederland veel te winnen heeft bij meer onderzoek naar effectiviteit van verschillende manieren om de basisvaardigheden te verbeteren. “Scholen werken hier hard aan verbetering en vernieuwing, maar het is wel de vraag in hoeverre dit onderwijs echt beter maakt. De resultaten in bijvoorbeeld het Pisa-onderzoek naar geletterdheid onder 15-jarigen lopen wel al jaren terug. Duurzame verbetering van het onderwijs vraagt niet alleen om meer inzicht in welke aanpak bewezen effectief is, maar ook in hoe we ervoor zorgen dat deze voor scholen toegankelijk zijn en op de juiste wijze gebruikt worden. Dit is wat in het Verenigd Koninkrijk door de oprichting van EEF op grote schaal al gebeurt, en het zou ook in Nederland meer voet aan de grond moeten krijgen.”

Verborgen curriculum

De Onderwijsinspectie hamerde in het laatste jaarverslag eveneens op het belang van beter lees-, reken- en taalonderwijs, met het oog op de achterblijvende resultaten uit Pisa-metingen en eigen peilingen. Onder­wijs­filosoof Biesta is daar niet per se van onder de indruk: spreken over onderwijs in meetbare resultaten is volgens hem louter gebrek aan vocabulaire voor wat onderwijs écht beoogt: een mens te helpen ‘in de wereld’ te komen, zo zei hij eerder in Trouw. En daarvoor moet dat innerlijke vuur flakkeren.

Ook de Amsterdamse hoogleraar onderwijskunde Monique Volman is kritisch op de benadering van onderwijs in toets- en examenresultaten. Zij vindt dat in het onderwijs vaker gesproken wordt over wat ontbreekt aan kinderen, dan wat ze wél kunnen. Het onderwijs wordt dan iedere keer aangewezen om aan die tekorten te gaan sleutelen. Volman pleit ervoor dat zeker bij kinderen met een migratieachtergrond meer rekening gehouden moet worden met hun ‘verborgen curriculum’: de culturele rijkdom die zij van huis uit meekrijgen, maar ook de boodschappen en lessen die zij onbewust op school oppikken.

Maar als er eind mei weer een meting verschijnt van de leeropbrengsten sinds de tweede lockdown, zal – daar twijfelt Dussel niet aan – toch weer geconstateerd worden dat leerlingen uit sociaal-economisch zwakkere gezinnen het verst achterlopen op de rest. En zal de roep om de vaten der kennis van deze leerlingen net zo te vullen als die van kansrijkere leerlingen toenemen. Het vuur zal in deze leerlingen flink opgestookt moeten worden, al maakt Dussel zich nu al zorgen door wie: “Helaas zijn op scholen in wijken als de Bijlmer, waar ik altijd gewerkt heb, ook de grootste lerarentekorten. Hoe goed je je als leraar ook ontwikkelt en hoeveel geld er ook komt voor ­effectieve programma’s, zonder genoeg collega’s dichten we de kloof niet.”

Lees ook:

Een ‘menukaart’ van onderwijsplannen moet geen vrijbrief worden voor lukraak besteden

Hoe eerder de aangekondigde miljardensteun in het klaslokaal terecht komt, hoe beter. Maar kunnen scholen al bepalen wat effectieve plannen zijn en het geld goed besteden?

‘Al op de basisschool beginnen Nederlanders in hokjes te denken’

Nederland heeft een vrije, bruisende onderwijscultuur, stelde Tijana Prokic-Breuer vast als Oeso-onderzoekster. Die vrijheid leidt ook tot segregatie, ervoer zij zelf als Servische vluchteling en later als moeder van expat-kinderen.

Kabinet vraagt met steunpakket visie bij scholen

Met een enorm financieel noodpakket legt het kabinet de bal terug bij scholen. Kritiek op onzichtbare ministers past niet meer: scholen hebben nu ruimte het onderwijs te verbeteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden