ColumnErik Ex

Een extra vak nemen is populair onder leerlingen, maar zou dat niet moeten zijn

Naar school gaan is voor mijn leerlingen een half negen tot vijf-baan. Zowel op donderdag als vrijdag geef ik een vijfde klas les tot vijf uur. Een aantal leerlingen zit nóg een dag tot zo laat op school. Zij zijn het eerste uur begonnen en hebben veelal geen tussenuren. En dan hebben we hun huiswerk nog niet meegerekend. Een paar leerlingen meldt zich iedere week voor deze lessen af, ze krijgen het niet gecombineerd met sport of muziekles en in sommige gevallen zelfs het avondeten.

Deze situatie is geen foutje van de roostermaker of een onfortuinlijke speling van het lot. De meerderheid van mijn leerlingen neemt extra vakken in hun pakket. Of het nu komt door (onbewuste) druk van ouders, klasgenoten, de maatschappij of omdat ze vanuit zichzelf gemotiveerd zijn, de leerling van tegenwoordig kiest ervoor alle mogelijkheden open te houden.

Dit gebeurt niet alleen op het reservaat dat we gymnasium noemen, maar overal in onderwijsland. Scholen zijn in de loop der tijd steeds meer verschillende vakken en keuzetrajecten gaan aanbieden. Leerlingen raken zo gemotiveerd en het geeft ieder kind de kans een eigen pad te volgen.

Net als sneeuwvlokjes hebben leerlingen vooral veel overeenkomsten

Elke ouder vindt zijn of haar kind een uniek sneeuwvlokje. Zij geven dat hun kinderen, misschien onbewust, mee. Het klopt natuurlijk: elke leerling is anders. Scholen die zeggen ‘recht te doen aan verschillen’ zijn dan ook populair. Maar, net zoals sneeuwvlokjes hebben leerlingen vooral veel overeenkomsten. Wie er wat mee wil bereiken kan zich beter focussen op de overeenkomsten dan op de verschillen, stellen David Dideau en Nick Rose, auteurs van het boek ‘Psychologie in de klas’.

Steeds meer onderzoek wijst erop dat motivatie voor een vak komt als leerlingen basisvaardigheden beheersen en ervan overtuigd zijn meer te kunnen leren. Motivatie komt dus niet vóór het leren, maar erna. Het werkt dus beter een klein aantal vakken goed aan te bieden dan een groot aantal vakken oppervlakkig.

De curricula van hoog presterende onderwijslanden als Finland, Estland, Japan en Singapore focussen juist op minder vakken en gaan verder de diepte in. Leerlingen gaan daar veel minder uren naar school, maar ze lijken er meer te leren. Zo houden leerlingen vrije tijd over om echt vrije keuzes te maken. Ook krijgen ze basisvaardigheden zoals taal en rekenen beter onder de knie. In plaats van leerlingen zich bezig te laten houden met eigen leerbehoeften formuleren, zou onderwijs de leerlingen naar de wereld buiten hen moeten richten, stelt hoogleraar pedagogiek Gert Biesta.

Als ons onderwijs een stevige gemeenschappelijke basis en gelijke kansen voor ieder kind tot doel heeft, is het adagium less is more. Laten we die nine to five bewaren voor ná de middelbare school.

Erik Ex

Erik Ex (1987) is leraar geschiedenis op het Cygnus Gymnasium in Amsterdam en werkt voor Schoolinfo, dat zich bezighoudt met onderwijsinnovatie. Hij schrijft elke twee weken een column. Lees zijn eerdere bijdragen hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden