Promoveren

Driekwart beurspromovendi wil liever geen beurs maar een salaris

Een promovendus verdedigt zijn onderzoek online aan de TU Eindhoven.Beeld Hollandse Hoogte / Bart van Overbeeke Fotografie

In vergelijking met hun collega’s in loondienst krijgen beurspromovendi een stuk minder betaald – voor hetzelfde werk. Geen wonder dat maar liefst 75 procent liever werknemer zou willen zijn, zoals uit een enquête blijkt.

Geen vakantiegeld, onduidelijke voorlichting en een relatief gering inkomen: beurspromovendi zijn negatief over hun status aan de universiteit. Het Promotie Netwerk Nederland (PNN) bevroeg 225 van hen over hun ervaringen en concludeerde dat slechts 8,8 procent zou kiezen voor een positie als beurspromovendus. 

In 2016 gaf toenmalig onderwijsminister Jet Bussemaker groen licht om een experiment te starten om een ander type promovendus te introduceren: de beurspromovendus. Die zou, zoals de naam al doet vermoeden, niet in loondienst zijn van de universiteit, maar een beurs ontvangen. 

Beurspromovendi zouden geen pensioen of dertiende maand ontvangen en hun inkomen zou een stuk lager zijn dan die van hun collega’s in loondienst. Wel zouden zij meer vrijheid hebben om onderzoek te verrichten en hoefden ze niet verplicht onderwijs te geven. Bovendien is een beurspromovendus een stuk goedkoper, waardoor er meer promovendi konden worden aangenomen. 

Gebrek aan enthousiasme

Ondanks die voordelen was het enthousiasme niet groot. Veel universiteiten wilden niet aan het experiment meewerken, en ook de Tweede Kamer had kritiek. Uiteindelijk zette alleen de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) het omstreden experiment echt door.

Nu blijkt uit de enquête dat beurspromovendi zelf niet enthousiast zijn over deze constructie. Liever zouden zij in loondienst zijn. De keus om als beurspromovendus aan de slag te gaan wordt vaak uit nood geboren, zo blijkt: een gebrek aan vacatures of een afwijzing voor een baan als promovendus in loondienst is de belangrijkste reden om voor het bursale systeem te kiezen. Of de promovendi wisten domweg niet dat ze als beurspromovendus aan de slag zouden gaan. Meer dan helft van de ondervraagden vindt dat ze niet goed zijn voorgelicht over de voorwaarden en het verschil met werknemerpromovendi.

Het PNN wil dan ook dat het experiment wordt stopgezet. Voorzitter Lucille Mattijssen: “Het biedt geen voordelen voor beurspromovendi, en het is bovendien slecht uitgevoerd. De enige die er baat bij hebben zijn de universiteitsbestuurders, want het is goedkoper.” Mocht de universiteit er wel mee door willen gaan, zorg dan in elk geval dat de voorwaarden duidelijk te vinden zijn, schrijft het netwerk in haar aanbevelingen.

Meer promovendi

De RUG, waar in de eerste ronde van het experiment in 2016 al 850 beurspromovendi startten en die de komende jaren wil uitbreiden met nog 650 plekken, stelt dat deze voorwaarden wel degelijk goed zichtbaar zijn op de site van de RUG. “We hebben dat aangepast naar aanleiding van de kritiek”, zegt decaan Petra Rudolf.

De RUG wijst er nogmaals op dat het experiment juist er voor zorgt dat er meer mensen kunnen promoveren. Rudolf: “Nederland bungelt in vergelijking met andere landen onderaan als je kijkt naar het totale aantal promovendi. De vraag zou moeten zijn: wilt u promotie doen waarbij u gecompenseerd wordt of wilt u helemaal geen promotie doen?”

Jitske Sijbrandij (27), sinds 2017 beurspromovendus bij het UMCG

“Ik heb er niet voor gekozen om beurspromovendus te zijn. Dat wist ik pas toen ik mijn contract onder ogen kreeg. Eerst leek het verschil met een werknemerpromovendus niet zo groot. Er werd uitgelegd dat ik student zou zijn en een nulurencontarct zou krijgen. Pas toen mijn schoonvader zei: ‘ach, je wordt beurspromovendus, wat naar voor je’, ging ik uitzoeken wat het in de praktijk betekent.”

“Nu merk ik het bij kleine dingen, het zijn voortdurende speldenprikjes die je krijgt. Bijvoorbeeld dat het krijgen van een hypotheek heel lastig was, omdat geen enkele hypotheekverstrekker dit systeem kent. Nu betaal ik jaarlijks een half procent meer aan hypotheek, wat niet zo was geweest als ik werknemerpromovendus was geweest.”

Wybrand van der Meulen (26), sinds 2018 beurspromovendus bij de faculteit Rechtsgeleerdheid

“Ik wilde graag promoveren, maar dat betekent niet dat ik per se graag beurspromovendus wilde zijn. Er waren op dat moment geen andere plekken. Dat verschil is belangrijk, ik ken niemand die blij is dat hij of zij beurspromovendus is. Dat de RUG anders beweert, vind ik erg bijzonder. Ik zie geen verschil tussen mijn collega’s die werknemer zijn en ik; zij geven niet meer onderwijs of hebben meer vrijheid dan ik.”

“Voor een student lijkt 1800 euro bovendien veel geld. Maar nu merk ik dat collega’s en vrienden er elk jaar een beetje op vooruit gaan, ook als we hetzelfde werk doen. Ik zou het niet aanraden op deze manier te promoveren. Bovendien vind ik dat ik destijds niet goed ben voorgelicht, en dat is in de afgelopen twee jaar niet verbeterd. Er zijn meerdere gesprekken geweest met de RUG, maar ik zie geen bereidheid om op centraal niveau iets te verbeteren. Ik heb echt het idee dat ik tegen een muur oploop inmiddels.”

Lees ook:

De RUG spreekt van een groot succes, maar de onvrede over beurspromovendi neemt alleen maar toe

Morrend verlengt de minister van onderwijs het experiment met studentpromovendi. Kamerleden en wetenschappers zijn ontstemd omdat de arbeidsrechtspositie van de onderzoekers wordt ondermijnd. Maar de Rijksuniversiteit Groningen spreekt van een groot succes. Waarom ligt dit zo gevoelig?

Beurspromovendi eisen dezelfde rechten als onderzoekers in dienst

Als tweederangs onderzoekers worden ze behandeld, stellen studentpromovendi in een manifest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden