null Beeld
Beeld

ColumnOnderwijs

Door eindeloos gesteggel bij gemeenten krijgen leerlingen niet de hulp die ze nodig hebben

Sofie van de Waart - Govaert

De metaforische Berlijnse Muur waar ik regelmatig mee te maken heb, is geen symbool van acute oorlogsdreiging, maar veroorzaakt wel veel leed. Het gaat namelijk om de belachelijke vraag: komt de hulpvraag vanuit de zorg of het onderwijs? Stel, u bent een juf en er zit een leerling in uw klas waar u hulp bij nodig heeft. Dat kan onderwijsgerelateerd zijn, zoals moeite met lezen. Dan is de school verantwoordelijk voor deze hulp. Een paar bijlessen, een dyslexieaanvraag, dat regelt school. De middelen daarvoor komen uit het budget voor Passend Onderwijs, de wet die ervoor had moeten zorgen dat leerlingen minder snel naar het speciaal onderwijs uitstromen.

Maar stel dat de hulpvraag niet onderwijsgerelateerd is. Bijvoorbeeld: het kind uit uw klas heeft weer geen lunch bij zich, en u vermoedt armoede in het gezin. Dan is het een hulpvraag vanuit zorg, en dat valt onder de gemeente. Dan schakelt u, samen met ouders, de gemeente in en probeert u via het jeugdloket hulp te regelen. Dan komt er bijvoorbeeld een maatschappelijk werker in beeld. Lijkt goed geregeld. Maar helaas. Want in de praktijk zijn er vele hulpvragen waarbij het verschil tussen onderwijs en zorg helemaal niet zo duidelijk is, en dan begint bij sommige gemeentes de ellende.

Elke week bellen

Als school heb je geprobeerd de leerling te helpen met etiketloze hulpvragen, bijvoorbeeld sociale problemen met het maken van vrienden. Als het schoolbudget niet toereikend is, en de vraag complex, ga je dus naar de gemeente voor extra budget. Dat deed ik vorig jaar. De reactie van het jeugdloket, twee maanden nadat de hulpaanvraag mondeling én schriftelijk was ingediend en nadat ik vrijwel elke week gebeld had: “We willen nogmaals overleggen in het Multidisciplinair Overleg of moeite met sociaal contact onder zorg of onderwijs valt. Pas dan kunnen we beslissen of de gemeente er verantwoordelijk voor is of toch de school.”

Ik ben in het totaal ruim negen maanden aan het steggelen geweest met diverse ambtenaren van het jeugdloket. “We willen graag tóch nog een observatie van het Samenwerkingsverband zodat we zeker weten dat de aanvraag zorg betreft.” Daarna: “Om de aanvraag rond te maken is er ook nog een Ontwikkel Perspectief nodig om de beginsituatie van de hulpvraag te analyseren.” En zo verder en zo door, terwijl de maanden wegtikten onder nodeloze documenten en dure vergaderingen. Lange maanden waarin deze leerling niet de hulp, van in totaal een paar duizend euro, kreeg die hij nodig had.

Afgelopen week was ik in Zutphen op bezoek bij Walhallab, de fantastische creatieve werkplaats waar leerlingen die uit het schoolsysteem zijn gevallen op adem kunnen komen. Inderdaad, een voorziening tussen zorg en onderwijs in. Ik vroeg aan de begeleiders hoe lang het duurt voordat een leerling hier kan starten, nadat die zich met zijn of haar ouders meldt. “De volgende dag. Het geld regelen we daarna wel met de gemeente, dat komt altijd goed.”

Onderwijscolumnist Sofie van de Waart- Govaert was acht jaar juf op verschillende basisscholen. Daarna is ze leerlingen individueel gaan begeleiden, onderwijsadviseur geworden en hoogbegaafdenspecialist. Ze woont en werkt in Noord-Brabant. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden