Demissionair minister van Onderwijs Arie Slob.

InterviewArie Slob

Demissionair minister Arie Slob : ‘De effecten van corona zullen lang voelbaar blijven, er zal schade zijn’

Demissionair minister van Onderwijs Arie Slob.Beeld Werry Crone

Minister van onderwijs Arie Slob is inmiddels net als de rest van het kabinet demissionair. Hij krijgt soms het verwijt in coronatijden onzichtbaar te zijn. ‘Er is nu in persconferenties wel meer aandacht voor onderwijs.’

Maandag gaan op alle scholen in Nederland de deuren gewoon weer open om kwetsbare leerlingen, praktijkleerlingen, eindexamenkandidaten of kinderen van ouders met cruciale beroepen op te vangen. Ook nu de angst voor de ‘Britse variant’ van het coronavirus groot is en er strengere maatregelen getroffen worden om mensen van elkaar te scheiden. Arie Slob (ChristenUnie, 1961) is er blij om dat deze kinderen nog steeds tot de uitzonderingsgevallen behoren die wel naar school kunnen. “Als minister van onderwijs sta ik voor mijn sector. Zolang het OMT zegt dat het verantwoord is, zal ik voor deze leerlingen pleiten.”

Maar hoe blij zijn scholen daar eigenlijk mee? Voor een school als het deze week door Trouw gevolgde Frits Philips Lyceum-mavo in Eindhoven betekent dat dat er komende week toch weer 326 leerlingen en 50 medewerkers in het schoolgebouw zullen rondlopen. Rector Rob Schuurmans kan dat maar moeilijk rijmen, vertelde hij, met de zorgen om de Britse variant van het coronavirus en de noodzaak om mogelijk loodzware maatregelen als een avondklok in te voeren. Moeten de scholen nu toch niet alsnog helemaal dicht?

“Het is natuurlijk een hele moeilijke afweging”, zegt Slob. “Voor iedereen is fysiek onderwijs beter, maar tegelijk is de veiligheid van dat fysieke onderwijs onzeker geworden door de dreiging van die nieuwe variant van het virus. We moeten hierin het Outbreak Management Team (OMT) volgen, dat zegt: de scholen volledig openen, kan niet. Misschien dat het primair onderwijs eerder open kan, maar dat is mede afhankelijk van meer informatie uit Lansingerland, waar we snel de eerste resultaten van verwachten.

“Het OMT vindt het wel veilig om uitzonderingen te maken voor onder meer praktijkonderwijs, kwetsbare leerlingen, examenkandidaten en kinderen van ouders met cruciale beroepen. Op middelbare scholen komt daar de nieuwe restrictie van 1,5 meter afstand bij. Als we dit in acht nemen, is beperkt fysiek onderwijs mogelijk. Natuurlijk snap ik de spanningen. Ik heb de afgelopen maanden gemerkt dat die aan twee kanten zitten: als de scholen open zijn, vragen mensen mij: moeten ze niet dicht? En nu ze dicht zijn, hoor je vooral: kijk eens wat dit doet met de kinderen. Daar moeten we op een verantwoorde manier onze weg in vinden. Dat is niet eenvoudig, maar medische adviezen zijn hierin leidend.”

In een leeg ministerie

Van de 26 etages die het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen telt, zijn er vanwege de lockdown maar zo’n drie in gebruik. De entree, het restaurant, de liften en afdelingen zijn uitgestorven. Op de etage waar Slob werkt, zijn de lichten in de meeste kamers uit en werken slechts enkele ambtenaren. “Maar vergis je niet”, zegt de minister, “misschien denken sommige mensen dat we hier op onze handen zitten, maar er wordt hier en thuis keihard gewerkt. 24 uur per dag, zeven dagen in de week. We doen er alles aan om de achterstanden die dreigen te ontstaan, te voorkomen of in ieder geval te beperken.”

Slob krijgt nogal eens het verwijt onzichtbaar te zijn. Op de persconferenties van premier Rutte werden dit voorjaar de schoolsluitingen met één zin afgedaan. Een groot contrast met de brede aandacht die besteed werd aan bijvoorbeeld de steunpakketten voor bedrijven, waarvoor de betrokken ministers aparte persconferenties gaven. Maar Slob ziet dat niet zo: “Dat waren noodpakketten waar miljarden mee gemoeid zijn, zulke regelingen moet je uitleggen”.

Vindt het kabinet de economie niet belangrijker dan het onderwijs? Schoolsluiting had misschien wel voorkomen kunnen worden als we de winkelstraten eerder op slot hadden gedaan.

“Dat is speculeren. Ik weet wel dat in landen die eerder in lockdown gingen, het virus zich toch weer verspreid heeft. Er zijn in Nederland ondanks dat we mensen vroegen thuis te werken, toch te veel vervoersbewegingen geweest. De besmettingsgraad ging omhoog, de druk op ziekenhuizen nam toe. Ik heb er buikpijn van gehad, maar het kon in december niet anders dan de scholen dicht te doen.”

Ook de basisscholen? Dat kwam voor iedereen als een volslagen verrassing.

“Die zondag voor de kerstvakantie schetsten in het Catshuis Jaap van Dissel van het RIVM en Ernst Kuipers namens de ziekenhuizen zo’n ernstig beeld van de besmettingsgraad, dat we echt over de rand dreigden te gaan. Hoewel ik altijd iemand ben die naar de andere kant gaat hangen als het gaat om sluiting van scholen, had ik toen geen twijfel meer. We moesten nu zwaar ingrijpen, al heb ik er geen woorden voor om mijn gevoelens te beschrijven hoe erg ik dat vind. Al die leerlingen, al die docenten en die ouders die nu onder zulke zware omstandigheden moeten leren en werken. Ik heb wel voor de uitzondering voor kwetsbare kinderen kunnen zorgen, en die staat nog steeds. ”

Toch voelden schoolleiders, docenten, ouders en leerlingen zich door de weinige aandacht in de persconferenties voor onderwijs dikwijls in de steek gelaten. Er moest soms razendsnel geschakeld worden, maar hoe? Had die informatie niet wat royaler kunnen zijn?

“De persconferenties worden door de minister-president en minister van volksgezondheid gegeven. Zij hebben keuzes gemaakt op basis van besluiten die worden genomen. Nu er meer over onderwijs in de besluiten en OMT-adviezen zit, is de aandacht voor onderwijs logischerwijs toegenomen.

“Daar hebben wij ook wel om gevraagd. Het is in het onderwijs daarnaast belangrijk dat de vertegenwoordigers van scholen, leraren, ouders en leerlingen op tijd hun informatie krijgen. Ik spreek daarom veel met de mensen in het veld, want uiteindelijk zijn zij het die het werk moeten doen.

“Maar het is de afgelopen maanden soms inderdaad snel gegaan. Pas als het besluit er is, kunnen wij communiceren en dan moet er snel geschakeld worden. Zo hoorden de middelbare scholen afgelopen dinsdagavond pas dat er woensdag al 1,5 meter afstand gehouden moest worden. Natuurlijk begrijpen wij dat zoiets meer tijd nodig heeft om te organiseren. We vragen niet het onmogelijke. Ik heb er respect voor hoe scholen dat opvangen.”

Deze week vroegen de onderwijswethouders van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht om een nationaal actieplan voor de jeugd omdat zij enorme onderwijsachterstanden op zich af zien komen. Was zo’n oproep nodig?

“Logischerwijs waren wij daar ook al mee bezig. We hebben de afgelopen maanden al zo’n 800 miljoen euro beschikbaar gesteld voor gemeenten en scholen om computers te regelen, extra lestijd in te richten, zomer-scholen te houden of extra personeel in te huren om docenten te ondersteunen.

“In de tweede golf weten scholen deze steun al veel beter te vinden dan in het voorjaar, en zij vertellen mij er dankbaar gebruik van te maken. We hebben ook leerlingen die we eerst kwijt waren, nu sneller bij het onderwijs kunnen betrekken. Ook in het afstandsonderwijs hebben Nederlandse scholen enorme sprongen gemaakt: ik sprak gisteren nog een school waar de leerlingen in maart nog papieren opdrachten meekregen. Nu zijn ze helemaal digitaal ingeregeld. En dan hebben we het nu alleen nog over de aanpak voor de korte termijn.”

Want wat doet u dan voor de achterstanden op lange termijn?

“De effecten van corona zullen lang voelbaar blijven. Er zal schade zijn. Dat er achterstanden optreden kunnen we, hoe hard we er ook voor werken, niet voorkomen. Daarom moeten we ons richten op waar langjarig schade optreedt als we niets doen. We hebben de Vrije Universiteit gevraagd om voor ons precies in kaart te brengen waar de grote knelpunten zitten. In maart is dat onderzoek klaar, en kunnen we doorrekeningen maken zodat we ook in financiële zin weten wat nodig is. Dat is belangrijk richting voorjaarsnota en voor een nieuw kabinet.”

Waar zullen de belangrijkste hiaten in het onderwijs ontstaan, denkt u?

“De VU zal gaan kijken naar bijvoorbeeld de voorschoolse opvang. Die liep al niet goed. Nu zullen er kinderen op basisscholen gaan instromen over wie er sowieso al zorgen waren, maar die alleen maar groter geworden zijn. Wij willen weten wat er gericht moet gebeuren, en hoeveel geld daarvoor nodig is. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld groep 3, waar kinderen leren lezen en schrijven. Of voor de jaren waarin je overgang naar de middelbare school wordt bepaald: groep 7 en 8. En dan moet je natuurlijk kijken hoe die kinderen in het voortgezet onderwijs terechtkomen en of dat het juiste niveau is, en hoe de voorbereiding op het eindexamen verloopt. Binnen enkele weken moet dit in kaart zijn gebracht: waar zitten de grootste achterstanden? Wat zijn de beste interventies daarop? We gaan dus niet wachten tot corona voorbij is.”

Voor de onderwijssector is dit heel belangrijk, maar de jeugd heeft meer nodig: ook hun welzijn is ernstig in het geding. Wat doet u daarvoor?

“We hebben een Catshuis-sessie over het welzijn van de jeugd gehad met Kim Putters van het Sociaal en Cultureel Planbureau, burgemeester Halsema van Amsterdam en pedagoog Mischa de Winter. Kabinetsbreed is hier aandacht voor, en er worden ook politieke besluiten over genomen door bijvoorbeeld de staatssecretaris van volksgezondheid. Vanuit het ministerie van onderwijs is de noodopvang de belangrijkste maatregel voor het welzijn van jongeren. Leraren en leerlingbegeleiders proberen zo goed mogelijk contact te houden met de kinderen. Kinderen worden opgespoord als ze onder de radar verdwijnen.”

De maatschappelijke schade werd deze week door de hoofdeconoom van ING grofweg geraamd op 10 miljard euro per gemiste lesweek. Gaan dit soort bedragen ook rond op uw ministerie?

“Ik denk dat zij de maatschappelijke schade bij zulke bedragen waarschijnlijk veel breder opvat dan waar wij het bij het ministerie van ocw over hebben. Ik ben bezig met het in positie brengen van docenten en schoolleiders om hun werk te doen en achterstanden weg te werken.”

Het Frits Philips Lyceum-mavo in Eindhoven is een van die scholen die tegen het centraal schriftelijk eindexamen opziet. In de voorbereiding gaat veel tijd zitten, die er eigenlijk niet is. Waarom schrapt u dat eindexamen niet net zoals vorig jaar?

“Het besluit om toch een centraal eindexamen te houden is in goed overleg met alle betrokkenen, scholen, docenten, leerlingen, ouders en vervolgonderwijs genomen. We kunnen dit jaar werken met flexibele examenperiodes en een extra herkansing. Bovendien kunnen de leraren zelf invloed uitoefenen op de normering, zodat kinderen een eerlijk cijfer krijgen dat recht doet aan wat ze kunnen. In de voorjaarsvakantie kijken we weer of het nog haalbaar is. Maar het is niet voor niets dat we deze leerlingen naar school laten gaan. Het is heel belangrijk dat zij met voldoende bagage kunnen doorstromen naar het vervolgonderwijs.”

Maar door ‘normale’ eisen te stellen aan een schooljaar dat niet normaal is, legt u het onderwijs wel een extra last op...

“Ik heb er veel in geïnvesteerd om in het onderwijsveld samen op te trekken. Ik ben eindverantwoordelijk voor bijvoorbeeld het besluit over het eindexamen, maar dat is in goed overleg gedaan. We moeten het met elkaar doen, en dat is lastig zat. Er zijn 250.000 leraren en die kunnen we niet allemaal spreken. Toch ben ik content over hoe het gaat.”

Hoelang gaat het allemaal nog duren, denkt u?

“Het is iedere keer afhankelijk van het virus en de adviezen van het OMT. In enkele weken kan er veel gebeuren. Het vervelende is dat door de nieuwe mutant er nu meer verandert in negatieve dan in positieve zin. Als het OMT beslist dat de 1,5 meterregel op middelbare scholen gehandhaafd blijft, dan kan dagelijks maar een kwart van de leerlingen naar school. Hopelijk gaat dit niet voor basisscholen gelden, maar daarvoor wachten we op het onderzoek uit Lansingerland. Het wordt weer een spannend weekend.”

“Ik zie wel een lichtpuntje in de sneltests waar we de komende weken mee gaan experimenteren op 15 tot 25 middelbare scholen. Op sommige scholen leggen we teststraten aan, anders gebeurt het bij de GGD. Dit moet vervolgens heel snel op alle scholen uitgerold worden. Ook bekijken we of we leerkrachten op basisscholen gaan sneltesten. Dan zal het allemaal veiliger kunnen worden.”

Lees ook:

Rector Rob Schuurmans wil niets liever dan dat de scholen weer open kunnen: ‘Waar is Arie Slob?’

Het is opnieuw een moeilijk schooljaar. Trouw volgt deze week de dilemma’s van een school in lockdown, het Eindhovense Frits Philips lyceum-mavo. Rector Rob Schuurmans: ‘De ziel is uit de school.’

Kijk naar de overvolle winkelstraten, niet naar de scholen

Redactioneel commentaar: Nu de daling van het aantal besmettingen stagneert, komt het sluiten van de scholen opnieuw ter sprake.

Onderwijswethouders: ‘Alleen een landelijk actieplan kan groeiende kansenongelijkheid bestrijden’

De kansenongelijkheid tussen kinderen wordt door de coronamaatregelen zo ernstig versterkt, dat de onderwijswethouders van de vier grootste Nederlandse steden Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag minister Slob oproepen tot een nationaal actieplan voor de jeugd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden