Yunascan (r) uit de serie Klassen, met zijn vriendjes.

EssayOnderwijs

De serie ‘Klassen’ laat zien: als we niets doen wordt het verschil tussen winst en verlies nog groter

Yunascan (r) uit de serie Klassen, met zijn vriendjes.Beeld Human

De documentaire Klassen legt bloot wat iedereen in het onderwijs allang weet: het milieu waar een kind uit komt bepaalt zijn toekomst. Het kan anders, weet docent Gerwin van der Werf uit ervaring van zijn werk op een internationale school. Daar selecteren ze later, en dat bevordert gelijke kansen.

Ik zeg het maar eerlijk, ik kijk naar de documentaire Klassen van Human als naar een spannende Netflix-serie. Hoe gaat het deze week met Anyssa, dat vrolijke maar eenzame meisje dat voor haar opa moet zorgen? En de hartveroverende Yunuscan, die thuis geen Nederlands spreekt en een flinke taalachterstand moet wegwerken om naar de havo te kunnen? In welke nesten heeft de onpeilbare Gianny zich nu weer gewerkt en hoe zal die aardige maar machteloze mentor Thijs daarop reageren?

Ester Gould en Sarah Sylbing filmden een jaar lang kinderen, ouders, leerkrachten en bestuurders van enkele scholen in Amsterdam-Noord, dat een mengelmoes van arme en rijke buurten is geworden. De serie gaat over de kansenongelijkheid in ons onderwijs, maar het zijn vooral de verhalen van de kinderen die je raken. Ach, mijn hart brak toen Anyssa haar zwaarlijvige grootmoeder in een rolstoel het ziekenhuis uit moest duwen (waar was moeder?) en toen Gianny verdorie toch weer in de fout ging, terwijl het net begon te lopen op zijn nieuwe school (waar waren vader en moeder?).

Zo kon het gebeuren dat ik zat te juichen voor de televisie toen Anyssa haar havo-advies kreeg. Ik kon het kind wel knuffelen, en de opa erbij, hoera, en toen besefte ik hoe diep dit probleem zit: ben ik nou een overwinning aan het vieren? Een overwinning op het kansarme milieu waar het kind in zit? Hoera, geen vmbo-advies, want ja, dat was vast en zeker de doodsklap geworden voor Anyssa’s toekomst…

Klassen Beeld Jean Counet
KlassenBeeld Jean Counet

Op een basisschool met kinderen van rijke en hippe ouders zat een meisje te huilen omdat ze een havo-advies had gekregen, in een klas vol toekomstige vwo’ers die behoorlijk betweterig overkwamen (‘hoeveel tienen heb jij?’). De meester troostte haar: niet iedereen is Einstein, sommige mensen zijn weer goed in taarten bakken. Oei, ja, met zulke goede bedoelingen heb je geen kwade opzet meer nodig.

Ik zag hoe een kind door een even goed bedoelende juf gefeliciteerd werd met haar vwo-advies. Is dat niet net zoiets als iemand feliciteren met een grote schoenmaat? Leerkrachten belijden dat een schooladvies moet passen bij het kind en dat het beslist niet over winnen of verliezen gaat. Ouders beamen het vroom, maar ondertussen is het duidelijk dat Einstein wint en de taarten-bakker niet. Ik denk beschaamd dat de meelevende televisiekijker in mij niet hoera zou hebben geroepen als Anyssa een vmbo-advies had gekregen, ook niet als dat beter bij haar niveau had gepast.

The prison of low expectations

Kortom, hoe Netflix-waardig de serie ook is, om de boodschap van Klassen heen kijken is niet mogelijk. Die boodschap is helder, in een strak narratief gegoten en klinkt in haast ieder shot mee: het milieu waar een kind uit komt bepaalt de toekomst. En die toekomst wordt bepaald op jonge leeftijd, in groep 8, als de kinderen tien of elf jaar oud zijn. Op die stelling is best wat af te dingen. Je zou op grond van Klassen ook kunnen beweren dat in Nederland ieder kind, ondanks alles, kansen krijgt.

Hoe dan ook, één ding is volkomen duidelijk: wij verbinden succes aan het soort opleiding dat een kind volgt. En hoe ‘lager’ die opleiding, hoe minder verwachtingen. Er zijn blijkbaar kinderen van wie iedereen hoge verwachtingen heeft (de 15-jarige gymnasiast Evy kan daar niet goed mee omgaan) en er zijn kinderen die ook lief zijn, maar van wie weinig verwacht wordt. Die laatsten gaan naar het vmbo, the prison of low expectations; we zeggen tegen hen dat dat bij ze past en dat het óók een hele fijne opleiding is. De eersten gaan bij voorkeur naar een categoraal gymnasium, waar iedereen Einstein is, of Cicero natuurlijk of wie dan ook, maar die taarten, die bakken ze maar ergens anders.

Anyssa uit de serie Klassen. Beeld Jean Counet
Anyssa uit de serie Klassen.Beeld Jean Counet

Toen ik begon als muziekdocent werkte ik één jaar op een vmbo-school in Den Haag. Het was maar een dag in de week, maar ik lag er wel twee nachten wakker van. Hoe heftig ook, het stond als een huis op mijn cv, daarna kon ik overal terecht, de tekst die ik hoorde van schoolleiders op het havo/vwo: ‘als je het daar redt, dan red je het bij ons zeker!’.

De werkelijkheid was in mijn ogen anders: ik vond niet dat ik het daar gered had. Ik zie nog voor me hoe Mick uit de tweede klas, die beweerde dat hij niet kon lezen en schrijven, de klas in kwam, stuiterend met een basketbal, hoe Kevin ineens met een keyboard voor het raam stond, triomfantelijk grijnzend tussen de jeneverbesstruiken. Verder zaten er nog vijfentwintig andere kinderen in die klas, geen Einsteins maar wel kinderen die dingen hoopten en verwachtten.

Ik was (nog) geen goede docent, ik was te veel met mezelf bezig en had geen oog voor deze kinderen, ik had geen idee hoe ze dachten, met welke ideeën over zichzelf ze rondliepen of wat ze zouden willen leren. Ik was aan het overleven, net als zij.

Mateloze bewondering had ik voor de leraren daar, die anders dan ik wel zagen wat de noden van die kinderen waren, die verwachtingen van ze hadden en die verwachtingen uitspraken. Verwachting nummer een tot en met vier: op school komen, spullen bij je hebben, zorgen dat je iets gegeten hebt, water drinken en geen Red Bull. Met andere woorden: zorgen dat je klaar bent om te leren. Het was een begin.

Beeld uit de serie Klassen. Beeld Jean Counet
Beeld uit de serie Klassen.Beeld Jean Counet

De school waar ik daarna ging werken was een havo/vwo-school. Er liepen niet direct types als Kevin en Mick rond, maar voor het overige waren de kinderen slechts op één punt wezenlijk anders: hun ouders waren rijk. Ik ontdekte wat we allemaal allang weten en wat Klassen weer eens pijnlijk laat zien: we halen op jonge leeftijd groepen kinderen uit elkaar die elkaar nooit meer zullen ontmoeten. Die groepen lopen langs de lijnen van sociale klassen.

Vmbo-t tot vwo in één klas

Dat het anders kan weet ik inmiddels uit ervaring. Nu werk ik op een internationale school, de helft van de kinderen is van Nederlandse komaf de andere helft heeft samen meer dan dertig nationaliteiten.

Hun niveau varieert globaal van vmbo-t tot vwo. Ze doen een vijfjarig programma (dat feitelijk in groep 8 begint, maar een kind kan makkelijk instromen) dat het Middle Years Programme (MYP) wordt genoemd. Deze middle years bereiden de leerling voor op verder beroepsonderwijs of op een tweejarig academisch programma dat mijn school ook aanbiedt, het over de hele wereld door universiteiten erkende international baccalaureaat.

De opzet van het programma van de internationale school lijkt op die van het Britse GCSE (middelbareschoolexamen van verschillende niveaus), alleen is het curriculum totaal anders, veel meer gericht op onderzoek, vaardigheden en het kweken van een internationaal bewustzijn. Het voert te ver om er hier dieper op in te gaan.

Waar het hier en nu om gaat is dat leerlingen van alle niveaus tot hun vijftiende of zestiende bij elkaar in de klas zitten. Is dat een probleem? Helemaal niet, niet voor de leerlingen althans. Wel wordt er veel van leerkrachten geëist wat betreft differentiatie. De klassen zijn daarom kleiner.

Worden de studiebollen in hun ambities beknot door de ‘doeners’? Totaal niet. Het bewijs: de Einsteins die het MYP hebben doorlopen, presteren al tientallen jaren goed in het diplomaprogramma van het international baccalaureate. Slagingspercentages zijn bijna altijd 100 procent.

De 13-jarige Gianny in Klassen is ondanks zijn hoge Citoscore door zijn juf naar het vmbo gestuurd. Beeld Jean Counet
De 13-jarige Gianny in Klassen is ondanks zijn hoge Citoscore door zijn juf naar het vmbo gestuurd.Beeld Jean Counet

Maar wat belangrijker is: talloze kinderen met de prognose ‘taartenbakker’ hebben datzelfde diploma gehaald en daarmee hun kansen reusachtig vergroot. Vergelijk dit eens met de moeite die een kind moet doen om van vmbo-t door te stromen naar havo, laat staan naar vwo. Tegen de tijd dat je dat diploma hebt, ben je twintig en de middelbare school meer dan zat.

Iemand die al wat langer meeloopt in het onderwijs zal bij middle years denken aan de middenschool, de nooit van de grond gekomen onderwijsvernieuwing van Jos van Kemenade uit de jaren tachtig. De middenschool werd als mislukt beschouwd, is nooit ingevoerd, maar het wordt tijd dat we er weer serieus naar kijken.

In feite bestaat die middenschool al in Nederland en niet alleen in de wereld van de internationale scholen. Het aantal zogenoemde tienerscholen (leerlingen krijgen tot hun 14de in heterogene groepen les) neemt toe. Denise in Amsterdam is zo’n internationaal georiënteerde middenschool.

Van de radar

Covid-19 heeft bestaande problemen in het onderwijs uitvergroot, ook dat zagen we in de voorlaatste aflevering van Klassen. Kinderen uit arme milieus hebben vaak geen eigen kamer, geen eigen computer, geen goed werkende wifi, geen ouders die kunnen helpen. Vmbo-scholen die veel praktijkvakken geven, kunnen geen online substituut op poten zetten. Leerlingen verdwijnen van de radar.

Als wij niets doen wordt het verschil tussen winst en verlies nog groter, waardoor ook de stress bij kinderen in groep 8 alleen maar toeneemt.

Niemand is tegen meer gelijkheid, nee zeg stel je voor, maar als puntje bij paaltje komt kiezen zelfs de meest idealistische ouders voor ongelijkheid, om de ‘winstkansen’ van hun kind zo groot mogelijk te maken. Het is een treurige, maar ijzeren wet. Anders zouden er geen uitpuilende categorale gymnasia zijn. Er is geen andere conclusie mogelijk dan dat de overheid moet bijsturen, in de richting van invoering van een middenschool met kleinere klassen. Want welke onderwijsvernieuwing je ook bepleit, met klassen van dertig wordt het nooit wat.

Klassen laat zien wat iedereen die in het onderwijs werkt al jaren weet. Nu weet iedereen het. We hebben er gezichten bij van kinderen die we nooit vergeten.

Gerwin van der Werf is schrijver, docent en recensent voor deze krant. Hij werkt aan een roman over een jonge leraar op een vmbo-school, uitgegeven door Atlas Contact.

De laatste aflevering van de documentaire-serie Klassen is maandag 11 januari om 21.30 uur te zien op NPO 1.

Lees ook:

Wie denkt dat we in Nederland allemaal gelijk zijn, moet onmiddellijk Klassen kijken

Mocht iemand denken dat we in Nederland allemaal gelijk zijn, dat iedereen een eerlijke kans krijgt en we niet in een klassenmaatschappij leven, dan moet hij onmiddellijk de documentaireserie Klassen bij omroep Human gaan kijken. Ik zag de eerste aflevering en was meteen genezen van alle illusies.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden