Nieuws Promovendi

De RUG spreekt van een groot succes, maar de onvrede over beurspromovendi neemt alleen maar toe

Beeld Maus Bullhorst

Morrend verlengt de minister van onderwijs het experiment met studentpromovendi. Kamerleden en wetenschappers zijn ontstemd omdat de arbeidsrechtspositie van de onderzoekers wordt ondermijnd. Maar de Rijksuniversiteit Groningen spreekt van een groot succes. Waarom ligt dit zo gevoelig?

Het is een bijzondere constructie: studenten geneeskunde kunnen in Groningen tijdens hun master al beginnen met hun promotie. Dat is fijn omdat je als onderzoeker dan al snel de academische wereld betreedt. Het is ook handig, want met een promotie op zak maakt een afgestudeerde geneeskundestudent meer kans op een baan.

Lou de Leij van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) spreekt van een “uniek programma in Nederland”. Mocht een student geïnteresseerd zijn in zo’n traject dan wordt de geneeskunde-master opgerekt van drie naar vijf jaar. Daarin wissel je co-schappen af met onderzoek waardoor je na vijf jaar én dokter bent én gepromoveerd.

Maar er is iets geks aan de hand met de arbeidsrechtspositie van deze groep onderzoekers. Voor 2016 werden zij bestempeld als medewerker. Feitelijk kwam het erop neer dat ze als werknemer in dienst waren van de universiteit gedurende de twee jaar van hun onderzoek. Dat bracht allerlei voordelen met zich mee: ze hadden recht op pensioenopbouw, een dertiende maand, vakantiegeld en ga zo maar door. Ook kregen ze de kans om naast hun onderzoek onderwijs te geven.

In 2016 veranderde deze medewerker ineens in een studentpromovendus, terwijl de werkzaamheden en sollicitatieprocedure niet veranderden. Ineens waren de onderzoekers verkapte zelfstandigen die bovendien hun uren niet meer mochten spreiden, waardoor ze geen extra werkzaamheden meer konden verrichten. De verandering had alles te maken met een nieuw experiment, geïntroduceerd door voormalig minister van onderwijs Jet Bussemaker.

Experiment

Universiteiten konden een aanvraag indienen om te experimenteren met studentpromovendi. Het idee daarachter: het aantal promoties in Nederland verhogen, en promovendi beter voorbereiden op de arbeidsmarkt. Het voordeel voor universiteiten: studentpromovendi zijn goedkoper dan hun collega’s in vaste dienst.

Een studentpromovendus krijgt gedurende vier jaar een beurs van zo’n 1800 euro netto per maand. Dat is ook het beginsalaris van een promotie-onderzoeker in loondienst, maar die valt onder een cao waardoor het salaris ieder jaar stijgt. De beurspromovendi bouwen bovendien geen pensioen op. Er zijn meer verschillen: studentpromovendi mogen het onderwerp van hun onderzoek zelf kiezen, de begeleiding zou losser zijn en ze hoeven geen onderwijs te geven.

De RUG was bijzonder geïnteresseerd en meldde zich direct aan, ook de Rotterdamse Erasmus-universiteit nam 15 studentpromovendi aan. Dat andere universiteiten dat voorbeeld niet volgden, komt volgens De Leij omdat de voorwaarden voor de aanvraag nogal ingewikkeld waren. Maar veel universiteiten gaven bij het begin al aan niet geïnteresseerd te zijn in het experiment.

“Meer universiteiten zouden studentpromovendi moeten aantrekken, want Nederland doet het in vergelijking met andere landen heel slecht als het gaat om het aantal promovendi in verhouding tot de beroepsbevolking”, zegt De Leij, de aanjager van het studentpromovendi-programma in Groningen. Hij erkent dat het aantal promovendi in Nederland sinds 2000 is verdubbeld. “Maar in kennisintensieve landen zoals China gaat die groei nog veel sneller. We kunnen niet achterblijven.” 

De RUG kreeg van het ministerie toestemming om 850 studentpromovendi aan te trekken. En die plekken waren volgens De Leij binnen no time gevuld. Ook de medische promovendi vielen vanaf 2016 onder het experiment. “Voor die tijd hadden we de mogelijkheid simpelweg niet. Nu wel en het was logisch dat zij hierbij aansloten omdat het onderzoek deels valt binnen de master.”

De geneeskunde-onderzoekers reageerden woedend over die verslechtering van loon en andere arbeidsvoorwaarden. De eerste twee lichtingen maakten bezwaar, de universiteit gaf toe en gaf een compensatie van 8000 euro per persoon. Het was eenmalig, want de volgende twee rondes werd die vergoeding niet toegekend en moesten de onderzoekers het stellen met de beurs.

Benadeeld

Toen gebeurde er iets geks. Omdat het quotum van 850 student-promovendi begin dit jaar vol was, kreeg de volgende lichting geneeskunde-onderzoekers weer een aanstelling als medewerker met alle rechten die daarbij horen. De medische onderzoekers die als promotiestudent zijn aangenomen, voelen zich nu benadeeld: 57 van hen eisen een arbeidscontract en zijn daarover in onderhandeling met de RUG en het Universitair Medisch Centrum Groningen. 

De Leij: “We konden niets, ons quotum was vol. Laat ze een klacht indienen bij de minister, want die had de tussenevaluatie eerder moeten uitvoeren. Het was plezierig geweest als ze haar besluit om een tweede ronde open te stellen, eerder had genomen.”

Onderwijsminister Ingrid van Engelshoven kondigde eind vorige week aan het experiment een nieuwe kans te geven en opende een tweede ronde voor het aanstellen van promotiestudenten. Universiteiten kunnen daarop intekenen, de RUG wil alvast 800 extra promotiestudenten.

Die tweede ronde had eigenlijk al een jaar eerder moeten plaatshebben, blijkt uit de afspraken van Bussemaker. Maar Van Engelshoven heeft vanaf het begin haar twijfels gehad over het experiment. Ze noemt de geringe interesse als belangrijkste reden. Haar D66-achtergrond speelt daarbij ongetwijfeld een rol.

‘Stoppen’

“Wij hebben dit experiment nooit gewild”, reageert D66-Kamerlid Paul van Meenen. “Het moet stoppen. Het is een merkwaardige manier om met de rechtspositie van wetenschappelijk personeel om te gaan. Studentpromovendi zijn studenten met een uitkering, terwijl zij aan het eind van hun promotie aan dezelfde voorwaarden moeten voldoen als alle andere promovendi.”

Van Engelshoven ging overstag na vragen van CDA-Kamerlid Harry van der Molen, gevolgd door een motie die gesteund werd door een Kamermeerderheid. Van der Molen: “Ik vond het vreemd dat de minister het experiment al voortijdig wilde beëindigen, terwijl we nog niet eens een tussenevaluatie hadden gezien. Die evaluatie ligt er nu en die is positief, met een paar kanttekeningen (zie kader).”

Van der Molen zegt dat hij de rechtspositie van studentpromovendi kritisch wil volgen. “Want je wilt geen systeem hebben van zo min mogelijk rechten. Mocht dit experiment doorgaan dan moeten we kijken hoe we dit netjes regelen.” In 2021 volgt de eindevaluatie.

Dat vinden ook de medische onderzoekers in Groningen. Zij voelen zich miskend door de universiteit, maar de casus is volgens De Leij uniek en niet representatief voor de rest van de groep. Toch legt die wel een aantal algemene bezwaren bloot van kritische wetenschappers en politici.

Grotere vrijheid

Bijvoorbeeld over de veronderstelde grotere vrijheid van de promotiestudenten:  “In Groningen worden zij betaald uit het eigen vermogen en werknemerpromovendi uit vastomlijnde, extern gefinancierde onderzoeksprojecten. Dat zou de studentpromovendi meer vrijheid geven bij het kiezen van een onderwerp. Maar dat valt niet te meten”, reageert Anne de Vries van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN).

Wim van Saarloos, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), is het hier deels mee eens: “Sommige geesteswetenschappers kiezen echt hun eigen onderwerp en maken van een promotie hun levenswerk, terwijl de bèta’s ingebed zijn in een onderzoeksgroep met specifieke expertise en apparatuur.”

Bovendien is het volgens Van Saarloos onduidelijk wat een lossere relatie met de begeleider inhoudt. “Goede promovendi nemen na anderhalf jaar het voortouw en beslissen mee hoe ze de rest van het onderzoek vormgeven, of het nu studentpromovendi zijn of niet.”

Maar volgens De Leij heeft die lossere relatie wel degelijk voordelen. “Ik heb hier al een paar keer studentpromovendi aan de deur gehad die van begeleider wilden switchen. Dat kan.”

Loondienst

De president van de KNAW heeft ook een sterke principiële voorkeur voor onderzoekers in loondienst: “Ik heb in de Verenigde Staten gewerkt waar hoogleraren geld krijgen om promovendi te betalen. Je bent in zo’n systeem al snel ontzettend afhankelijk van een hoogleraar. Ik heb dat fout zien gaan. In Nederland is het beter geregeld door promovendi in dienst te nemen, omdat beide partijen, hoogleraar en promovendus, een bepaalde commitment met elkaar aangaan. Ook het feit dat promovendi recht hebben op bijvoorbeeld zwangerschapsverlof vind ik heel goed.”

Terug naar het belangrijkste argument van De Leij voor studentpromovendi: dat Nederland meer promotie-onderzoekers nodig heeft. Belangenbehartiger van promovendi PNN bestrijdt dit: “Nederland staat al sinds 2011 in de top-5 van EU-landen met de meeste gepromoveerden onder 25-34 jarigen”, zegt De Vries. 

Van Saarloos vult aan: “Onder medici en gamma’s zijn de promoties in Nederland de afgelopen jaren spectaculair gestegen.” Bovendien vraagt hij zich af of kwantiteit in dit geval beter is dan kwaliteit. “Kijk liever naar het promotierendement. Op sommige universiteiten rondt slechts 70 procent van de promovendi zijn of haar onderzoek af. De rest stopt voortijdig. Het is beter om daarop te sturen, dan studentpromovendi in dienst te nemen.” 

De Rijksuniversiteit Groningen zag met de komst van de studentpromovendi het aantal onderzoekers over de hele linie stijgen. Maar dat gaat wel ten koste van de collega’s die in dienst zijn. Pas op voor verdringing, waarschuwde de minister in haar Kamerbrief. Volgens Lou de Leij is dat niet aan de hand. “Voor ons is het inzetten op studentpromovendi altijd al een bewuste beleidskeuze geweest.”   

Kritiek op onderzoek

Om een goed beeld te krijgen van het experiment met promotiestudenten, liet het ministerie van onderwijs een tussenevaluatie uitvoeren door het onderzoeksbureau Cheps. De uitkomst bleek positief. Maar er klinkt kritiek.

Het Promovendi Netwerk Nederland heeft gisteren een interne mailwisseling naar buiten gebracht waaruit blijkt dat de evaluatie gestuurd lijkt door de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Zo zouden er interviews zijn gehouden met het personeel van de RUG die uitgenodigd en grotendeels geselecteerd zijn door een hooggeplaatste RUG-functionaris. Ook zouden ze zijn aangespoord bij te dragen aan een positieve tussenevaluatie.

Rechtenprofessor Rob van Gestel van de Tilburg University vult aan: “Cheps baseert zich qua onderzoeksgegevens goeddeels op enquêtes die door belanghebbende partijen zelf zijn uitgevoerd. Men beweert daarop een kritische toets te hebben losgelaten, maar nergens wordt duidelijk hoe men gekeken heeft naar de onafhankelijkheid, onpartijdigheid en betrouwbaarheid van het door de universiteit zelf uitgevoerde onderzoek.”

 GroenLinks-Kamerlid Niels van den Berge is geschrokken van deze bevindingen. “De signalen zijn dusdanig serieus dat ik de minister vraag tot op de bodem uit te zoeken wat er mis is gegaan, en een second opinion laat uitvoeren.”

Maar Lou de Leij van de RUG zegt dat de aantijging niet klopt. “Cheps heeft duidelijk aangegeven met wie zij allemaal wilden praten, dit was hun selectie, niet de mijne. Mijn bijdrage daarbij is dat ik Cheos met deze mensen in contact heb gebracht.”

Lees ook:  

Universiteit Groningen is niet eerlijk over onderzoek studentpromovendi

De Rijksuniversiteit Groningen (RuG) houdt informatie over studentpromovendi achter de hand. Heel kwalijk, zegt het Promovendi Netwerk Nederland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden