Interview Onderwijs

‘De overheid moet weekendscholen juist stimuleren’

Vluchtelingenkinderen krijgen Arabische les op een weekendschool in Rotterdam. Beeld Hollandse Hoogte / Marcel van den Bergh

De overheid moet meer doen om onderwijs in de moedertaal van kinderen met een migratieachtergrond te ondersteunen, stelt Erik Visser in zijn afstudeeronderzoek aan de UvA. ‘De politiek laat zich leiden door sentimenten in plaats van feiten.’

Er is sprake van ‘nodeloze weerstand’ die meer kwaad dan goed doet. Dat concludeert Erik Visser in zijn scriptie over thuistaalonderwijs (waarbij kinderen les krijgen in en over hun moedertaal), die hij schreef voor de master Nederlands als tweede taal aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn advies: de overheid moet dit onderwijs weer stimuleren én controleren. 

Uit wetenschappelijke studies blijkt al jaren dat onderwijs in de moedertaal het leren van een tweede taal niet belemmert, maar er juist een positieve invloed op heeft. Hoe beter een kind is in de eerste taal, hoe beter het zich een tweede taal eigen kan maken. Dat zou er zelfs voor pleiten om jonge kinderen met een migratieachtergrond eerst les te geven in de eigen taal, totdat die ver genoeg ontwikkeld is om er een tweede taal (in dit geval Nederlands) aan toe te voegen.

Toch besloot de overheid in 2004 de stekker uit het thuistaalonderwijs – beter bekend als weekendscholen – te trekken. Sinds de komst van gastarbeiders in de jaren zestig betaalde en reguleerde de overheid deze scholing aanvankelijk om de onderwijskansen van deze kinderen te bevorderen. Maar de aanslagen van 11 september en de moord op Theo van Gogh brachten een kentering teweeg, schrijft Visser. De kritiek op groepen met een migratieachtergrond en hun integratie in de samenleving nam toe, en daarmee ook de kritiek op weekendscholen. 

Dichte deur

De focus moest liggen op Nederlands leren, zo luidde de gedachte, en niet op de eigen taal. Sindsdien betaalt en reguleert de overheid dit onderwijs niet langer. Het geld komt nu van buitenlandse ambassades, migrantenorganisaties en ouders zelf. Het onderwijs staat los van het reguliere basisonderwijs. Het is niet mogelijk om de weekendscholen te verbieden. Toezicht door de onderwijsinspectie ontbreekt, omdat de scholen niet door de overheid betaald worden.

Die situatie is niet wenselijk, zegt Visser, die het thuistaalonderwijs in Amsterdam in kaart bracht. De stad telt 34 scholen die in 21 talen lesgeven. Het merendeel geeft Mandarijn Chinees, gevolgd door Arabisch en Spaans. Een klasje telt gemiddeld dertien leerlingen. De verschillen tussen de scholen zijn groot, constateert Visser, en de relaties met het reguliere basisonderwijs zijn slecht. Weekendscholen zoeken wel samenwerking, maar stuiten geregeld op een dichte deur. Zo sprak Visser een Turkse docent die zijn lessen zo seculier mogelijk wil houden. Hij zocht een gebouw van een bestaande basisschool om zijn lessen in te geven maar dat vond dat niet. Noodgedwongen geeft hij nu les in moskeeën. 

“Het klimaat in Nederland is naar rechts geslagen”, zegt Visser. “Het is toch een wat links idee om allochtonen onderwijs te bieden in hun eigen taal. De politiek wil dat niet en laat zich leiden door sentimenten in de samenleving, die op angst zijn gebaseerd. Ze kijken te weinig naar de feiten en de wetenschap, die alleen maar positieve effecten laten zien.”

De overheid zou weer een actievere rol moeten spelen in het financieren en stimuleren van weekendscholen, stelt Visser, net als voor 2004. Hij pleit er niet per se voor om dit onderwijs weer in het reguliere basisonderwijs onder te brengen, zoals ooit het geval was. Maar de overheid kan wel een brug slaan tussen die twee en toezicht houden op de kwaliteit. “Het zou goed zijn als de politiek dit onderwijs landelijk in kaart zou brengen. Hoe meer informatie je hebt, hoe beter je beslissingen kunt nemen.”

Lees ook:
Erdogans weekendscholen: onschuldig onderwijs of dekmantel?

De Turkse president Erdogan heeft aangekondigd in het buitenland een netwerk van Turkse weekendscholen te willen uitrollen. Formeel is er weinig tegen dat initiatief in te brengen, schrijft columnist Ger Groot. Maar feitelijk verdient het enige argwaan. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden