ReportageROC

De lockdown laat bij mbo’ers de meeste littekens achter

De stage gaat niet door, maar bij Interior Architects in Groningen werken mbo’ers wel samen aan de reparatie van een sloep.  Beeld Kees van de Veen
De stage gaat niet door, maar bij Interior Architects in Groningen werken mbo’ers wel samen aan de reparatie van een sloep.Beeld Kees van de Veen

Leerachterstanden, stagetekorten en gebrek aan sociale interactie: voor het mbo is dit coronajaar een ramp, met name voor de kwetsbare studenten. De vrees is dat de achterstanden tijdens de tweede lockdown toenemen.

In een loods net buiten de stad Groningen is een grote stalen sloep in een hoek omhoog getakeld. De gelaste platen op de buitenkant zien er nog onafgewerkt uit. Rondom de boot zijn een stuk of zes jongeren aan het werk. Het zijn mbo-studenten van het Alfa-college, een ROC voor Noord- en Oost-Nederland.

“Prachtig”, vindt Sander Penninkhof (20) de sloep. Hij is vierdejaars student engineering. “Ik heb zelf ook een bootje. Top dat we zo weer iets leren in de praktijk.” Samen met zijn klasgenoten heeft hij net een houten steiger in elkaar gezet, zodat ze gemakkelijk de boot in en uit kunnen klimmen. “Iets naar links”, roept een van hen, als ze met zijn vieren over kabels heen het gevaarte richting de sloep verplaatsen. Het samenwerken gaat soepel, terwijl de studenten elkaar niet goed kennen, want ze zijn afkomstig van verschillende studies: de opleiding tot meubelmaker en de opleiding tot technicus engineering, waar studenten elektrotechnische producten leren ontwerpen en maken.

Leerachterstanden wegwerken

De boot is een idee van het Groningse Alfa-college om de leerachterstanden bij de studenten weg te werken. Dat is nodig, want de coronacrisis zorgt in het hele onderwijs voor lesuitval. Uit cijfers van het Nederlands Jeugd Instituut blijkt dat een kwart van de scholen tussen de zomervakantie en de herfstvakantie gedwongen leerlingen naar huis moest sturen wegens corona gerelateerde problemen, zoals het wachten op een testuitslag of een quarantaineperiode.

Harde cijfers ontbreken, maar de signalen over leerachterstanden zijn zorgwekkend. Veel praktijklessen, de kern van het mbo, konden het afgelopen jaar niet doorgaan. Tijdens deze tweede lockdown zijn praktijklessen wel mogelijk op school, maar daar profiteert een beperkte groep van door de anderhalvemeterregel. Tot slot kampt het mbo, anders dan het hoger onderwijs, met enorme stagetekorten. Niet voor niets luidde de MBO Raad in oktober de noodklok.

Er is geen mbo-instelling die niet met een vorm van achterstand kampt, denkt docent elektrotechniek Robin van den Broeke van het Alfa-college. Op het Alfa-college wordt sinds de tweede lockdown nog maar 20 procent van de normale lessen gegeven. De tweedejaars studenten meubelmaker hebben helemaal geen praktijklessen, maar volgen twee dagen in de week een stage of werken aan de boot. De angst bestaat dat de leerachterstanden de komende tijd alleen maar toenemen.

null Beeld Kees van de Veen
Beeld Kees van de Veen

Ingewikkelde machines

Of met de woorden van Ruben Staal (21): “Natuurlijk hebben we achterstanden. Fysiek leer je nu eenmaal het meest.” Hij zit in zijn examenjaar van de opleiding engineering. Vriend en klasgenoot Sander Penninkhof vult aan: “Het is thuis moeilijker om de lesstof goed op te nemen. Ons derde jaar was voornamelijk thuis en we kregen de theorie online. Dat was lastiger concentreren. Als ik nu ingewikkelde machines moet bedienen, moet ik er een boek bij pakken hoe het ook alweer moet.” Het project met de boot spreekt hen beiden aan. Ruben: “Het is een kwestie van veel meten en zelf nadenken. Dat is heel leuk.”

De problemen in het mbo blijken vooral uit de gesprekken. Dat er zo weinig cijfers zijn, vindt ook socioloog Thijs Bol gek. Hij onderzoekt ongelijkheid in het onderwijs. “We weten heel veel van het voortgezet onderwijs en het basisonderwijs. Daar zijn onderzoeken gedaan en weten we van peilingen wat er speelt. Van het mbo weten we relatief weinig. Het is altijd een beetje het ondergeschoven kindje. En dat is raar, want het mbo is heel groot.”

Bol: “Mijn verwachting is dat de coronacrisis voor mbo-studenten uiteindelijk veel schadelijker voor de leerprestaties is dan in het hoger onderwijs. Online onderwijs op de universiteiten werkt nog aardig. Daar moet je boeken lezen en volg je hoorcolleges, die over het algemeen geschikt zijn om online te geven. Maar doordat de economie op slot zit is ook de belangrijkste route voor mbo’ers die werken en leren, geblokkeerd. Ook voor de andere mbo’ers is het lastig, doordat veel stagebedrijven zijn weggevallen.”

Kwetsbare studenten

Een ander knelpunt is dat het mbo veel kwetsbare studenten telt, met name op de eerste twee niveaus. Op niveau één, of de entree-opleiding, komen studenten terecht die geen middelbareschooldiploma hebben. Op niveau twee volg je een basisberoepsopleiding, waarmee studenten bijvoorbeeld als receptionist of timmerman aan de slag kunnen.

“Op niveau drie en vier weten de studenten wel wat ze moeten doen”, zegt Van den Broeke. “En als ze ergens tegenaan lopen, nemen ze contact op. Maar bij de eerste twee niveaus komt het regelmatig voor dat studenten niet online verschijnen. Dan moet je echt even bellen of een berichtje sturen met: wat ben je aan het doen, waar was je? Tijdens de eerste lockdown was het soms echt touwtrekken om de studenten bij de les te houden.”

Van den Broeke schat dat hij zo’n 20 tot 25 procent van zijn studenten buiten beeld zag raken, al dan niet tijdelijk. “Dat zijn de studenten die een onveilige thuissituatie of leerproblematieken hebben, of studenten met ouders die alleen maar werken. Als ze het helemaal alleen moeten doen is dat vaak lastig, en gaan ze bijvoorbeeld gamen.”

null Beeld Kees van de Veen
Beeld Kees van de Veen

Sociale binding

Volgens opleidingsmanager Sander Kalsbeek vallen op het Alfa College (13.000 studenten) eigenlijk alle studenten op niveau één onder de noemer kwetsbaar. “Op dat niveau heb je geen middelbareschooldiploma. Dan is er wel iets aan de hand in je leven.” Dat kan bijvoorbeeld te maken hebben met een onveilige thuissituatie, gedrags- of financiële problemen. Ook zijn sommige studenten de Nederlandse taal onvoldoende machtig. Ongeveer de helft van niveau twee kan volgens Kalsbeek kwetsbaar worden genoemd. Mario Arends, regiodirecteur bij het Alfacollege, schat dat zo’n 5 tot 10 procent van de drieduizend studenten van het techniekcollege fikse problemen heeft.

De MBO Raad kan niet zeggen hoeveel kwetsbare studenten het mbo in totaal telt. Maar mochten de schattingen van Alfa-college ook voor andere mbo-scholen gelden, dan zijn er nogal wat studenten kwetsbaar: er studeren ruim 13.000 studenten op niveau één en zo’n 80.000 studenten op niveau twee.

Op het mbo, met name op de eerste twee niveaus, is het vaak de sociale binding die studenten naar school drijft. “Op de universiteiten en hogescholen redden studenten zich zelfstandig, maar op het mbo komt de motivatie vaak voort uit de relatie met de docent”, zegt regiodirecteur Arends. Met andere woorden: een grote groep mbo-studenten gaat niet voor zichzelf naar school, maar voor de docenten, medestudenten of voor de structuur en veiligheid die een school kan bieden.

Dat zegt ook docent Van den Broeke. “Die binding is zó essentieel, dat je ze als docent ziet, dat je met ze bezig bent en dat studenten bij je terechtkunnen. Je zag in de eerste lockdown dat bijvoorbeeld de anderstalige studenten, voor wie Nederlands niet de moedertaal is, heel voortvarend van start gingen. Maar veel leerlingen bleken geen laptop te hebben, of hadden geen internet. Dan volgden ze de lessen via de mobiele data op hun telefoon, tot hun bundel leeg was.”

null Beeld Kees van de Veen
Beeld Kees van de Veen

Grote stap

Dat betekent overigens niet dat het de andere niveaus gemakkelijk afgaat. Met name aan het begin van de coronacrisis maakte Juliette Luzac (21), tweedejaars student meubelmaker op niveau vier, zich zorgen. “Meubelmaker worden zonder praktijk is erg lastig. Ook zijn school en stage twee verschillende dingen: op school leer je hoe het moet, op stage breng je het in de praktijk. Toch vind ik dat ik niet helemaal mag klagen. Ik heb huisgenoten in het hbo, die hangen de hele dag op de bank voor hun laptop.”

Klasgenoot Jan Doornbos (22), die na twee hbo-opleidingen specifiek voor het mbo koos: “Door het thuis studeren is de opleiding minder aantrekkelijk, de motivatie minder groot. Als ik eenmaal thuis bezig ben met school gaat het wel, maar de stap om aan de slag te gaan is groot.”

Juliette kijkt met angst naar de toekomst als de lockdown nog langer duurt. “Hoe kan ik straks goed solliciteren?”, vraagt ze zich af. Die zorgen komen niet uit de lucht vallen: aan het eind van de eerste coronagolf hadden 10.000 minder jongeren een baan ten opzichte van een jaar eerder, blijkt uit onderzoek van SEO Economisch Onderzoek en het Verwey-Jonker Instituut. De hardste klappen vielen in de beroepsopleidingen van het mbo, jongeren zonder opleiding en uitvallers daargelaten.

Juliette: “Ik heb maar half onderwijs gehad, bepaalde dingen, zoals hoe je met hardhout moet werken, heb ik niet geleerd. Deze details mis je nu. Ook dat we weinig vragen kunnen stellen maakt dat het verdiepende deel nu wordt overgeslagen. Ik kan me voorstellen dat werkgevers straks voor iemand gaan die deze ervaringen wel heeft.”

Dat beaamt docent elektrotechniek Robin van den Broeke. “Het is nu vooral: hoe kunnen we studenten voldoende meegeven om het te redden op de arbeidsmarkt en ze zo snel mogelijk naar een diploma begeleiden?” Regiodirecteur Marion Arends: “Ik vind dat we doen wat we kunnen. Alleen ben ik soms wel bezorgd over het geringe aantal lessen die zo klungelig via een scherm worden gegeven.”

De angst voor meer achterstanden groeit, ook met het oog op de verlenging van de maatregelen. “De ongelijkheid neemt toe”, zegt socioloog Bol. “Studenten lopen meer vertraging op in het mbo dan in het wo. Bovendien hebben ze minder geleerd. Natuurlijk, iedereen loopt nu littekens op. Maar niet iedereen hoeft hetzelfde stapje terug te doen. Het is een grotere stap naar achteren voor het mbo dan voor het hbo en wo. Dat is het probleem: de littekens in het mbo zijn beduidend forser.”

Lees ook:

Kwart van de eerstejaars mbo-studenten bang voor studievertraging

Een enquête onder 2500 mbo’ers toont de zorgen die studenten hebben over of ze kunnen afstuderen.

Onderwijs aan vluchtelingenkinderen: ‘Het Nederlands was weer helemaal weggezakt’

Op basisschool Kienderwijs in Hoogeveen gaat het onderwijs aan asielzoekerskinderen gewoon door. Niet zonder risico, want vanwege taalbarrières is hier eerder fysiek contact.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden