Cornelius Haga Lyceum

De Haga-saga: een reconstructie in vijf bedrijven

Leraren in de gebedsruimte van het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Beeld Jean-Pierre Jans

Als het bestuur van het Cornelius Haga Lyceum niet binnen enkele weken opstapt, trekt minister Slob (onderwijs) de financiering van de school in. Het is de uitzonderlijke escalatie van een juridisch gevecht dat al sinds 2011 voortduurt. Nadert dat nu zijn ontknoping?

Te zijn of niet te zijn? Het is niet alleen de bekendste strofe uit de theatergeschiedenis, maar ook de vraag die het Cornelius Haga Lyceum boven het hoofd hangt. Nadat het schoolbestuur jaren heeft gestreden om een islamitische school in Amsterdam geopend te krijgen, dreigt Den Haag na twee jaar om de geldkraan dicht te draaien als het bestuur niet vertrekt.

Reden voor dat besluit is een vernietigend rapport dat in juli verscheen. Volgens de onderwijsinspectie is er op de school sprake van financieel wanbeheer, een bestuur dat ‘schadelijk handelt’ en een lesprogramma dat niet genoeg aandacht besteedt aan actief burgerschap.

Directeur Söner Atasoy wijst alle kritiek van de hand en spreekt op zijn beurt van een hetze tegen moslims. In een brief aan de gemeente Amsterdam uit 2014 haalt hij in vetgedrukte letters een citaat van Shakespeare aan: ‘Wetteloos zijn zij die hun wil tot hun wet maken’.

De vete tussen de school en de overheid loopt inmiddels zo hoog op, dat die ook in menig ander opzicht theatrale vormen begint aan te nemen. Bij leven en welzijn zou Shakespeare vermoedelijk wel raad weten met de Haga-saga, zoals het conflict inmiddels in de volksmond heet. Als dat een klassiek drama was, belandt het publiek na een lange en grimmige aanloop nu bij de ‘catastrofe’: het deel waarin de opgebouwde spanning tot een ontknoping komt.

Zowel de overheid als het schoolbestuur hebben sinds 2011 alle juridische registers opengetrokken om hun gelijk te halen, blijkt uit de honderden pagina’s interne overheidscommunicatie die Trouw via een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (Wob) heeft verkregen. Dat Den Haag nu lijnrecht tegenover het Haga staat in een gevechtsmodus die Atasoy omschrijft als ‘dirty boxing’, is de escalatie van een jarenlang conflict. Een reconstructie in vijf bedrijven.

1. Expositie
De draaideurconstructie

Hoofdrolspelers zijn de Nederlands-Albanese Söner Atasoy (38) en zijn broer Son Tekin Atasoy (42). Ze groeien op in Den Haag en hebben eerst een eigen bouwbedrijf en een snackbar, om zich later met islamitisch onderwijs bezig te gaan houden.

Het begint allemaal in oktober 2010 met de aanvraag van de Stichting Islamitisch Onderwijs (SIO) voor de oprichting van een nieuwe islamitische middelbare school in Amsterdam. De kiem voor de onvrede is dan eigenlijk al gelegd. De plannen zouden een verkapte doorstart zijn van het Islamitisch College Amsterdam (ICA), een school met dezelfde doelgroep die eerder dat jaar haar deuren moest sluiten. Het aantal leerlingen daalde sterk nadat de inspectie concludeerde dat het onderwijs op de school ‘zeer zwak’ was.

De meerderheid van de SIO was ook betrokken bij het oude islamitische college. ‘Het ligt niet in de rede dat ouders hun kinderen nu wel in groten getale zullen inschrijven op de door SIO te stichten school’, schrijft de gemeente in een brief aan Atasoy. ‘De gemeente acht het van belang een herhaling van deze episode te voorkomen.’

De gemeente beroept zich op een advies van de Onderwijsraad (een belangrijk adviesorgaan van de regering) die vindt dat dit soort draaideurconstructies onwenselijk zijn. Maar de school krijgt in september 2011 wel goedkeuring van het ministerie, wat betekent dat Den Haag de school gaat bekostigen als de gemeente Amsterdam over de brug komt met huisvesting. Er volgt een hoop juridisch getouwtrek over het gebouw en aanvullende eisen van de gemeente over wie er in het bestuur moeten komen, die de gemeente volgens de Onderwijsraad niet mag stellen.

Een docent bekijkt werkstukken van leerlingen van het Cornelis Haga Lyceum. Beeld Jean-Pierre Jans

2. Intrige
De kwestie Khoulani

De verhoudingen komen op scherp te staan als Abdoe Khoulani, een bestuurslid van SIO, in juni 2014 op Facebook de loftrompet steekt over de tereurbeweging IS. ‘Leve ISIS en in shaa Allah op naar Baghdad om dat schorem aldaar te pakken’, schrijft Khoulani.

Dat schiet de gemeente Amsterdam in het verkeerde keelgat. ‘Het college is van oordeel dat dergelijke uitlatingen een schoolbestuurder, minst genomen, niet passen’, schrijft de gemeente aan Atasoy. Dat Khoulani de uitspraak deed op persoonlijke titel, maakt volgens de gemeente niet uit. ‘Gezien de maatschappelijke positie als bestuurslid van SIO kunnen zijn uitlatingen niet los van uw bestuur worden gezien.’ De vraag om huisvesting wordt afgewezen.

Atasoy schrijft op hoge poten een brief aan de gemeente, die hij beticht van ‘moedwillig onprofessioneel handelen’, discriminerend beleid en grove fouten. “Sinds 2011 wachten er meer dan 300 ouders van potentiële leerlingen op de komst van de school en uw afdeling laat hen hardvochtig in de kou. Hoe gaat u dat ooit kunnen verantwoorden?”

De gemeente beklaagt zich ondertussen bij het ministerie over haar beperkte mogelijkheden om de school tegen te houden. ‘De onderwijswetgeving biedt geen ruimte om het risico voor de openbare orde en veiligheid (…) vooraf te betrekken bij de besluitvorming over de bekostiging en huisvesting van een nieuwe school’, schrijft burgemeester Eberhard van der Laan op 1 augustus 2014.

En, zeer opmerkelijk: hij vraagt de AIVD om een ambtsbericht over de bestuurders – een document dat de ontvanger in staat stelt om maatregelen te nemen. Volgens de AIVD is het juridisch niet mogelijk om dat soort informatie in een ambtsbericht te gebruiken. ‘Dit is niet goed’, schrijft Van der Laan aan Den Haag. Hij wil voor de korte termijn overleg over het ‘bruikbaar worden van informatie van de AIVD middels een ambtsbericht’, en voor de lange termijn wil hij overleg ‘om te voorzien in een wettelijke grondslag (…) op basis waarvan wij dit soort verzoeken eerder kunnen afwijzen op grond van de openbare orde en veiligheid’.

Een gotspe, zegt Atasoy daar nu over. “Je kunt toch niet zomaar vragen om de wet te veranderen als iets je niet zint? Is dat een democratische rechtsstaat?”

3. Climax
Sander Dekker zet de hakken in het zand

Atasoy is inmiddels zo gefrustreerd dat hij het hogerop zoekt bij toenmalig staatssecretaris Sander Dekker (onderwijs). In een vertrouwelijke brief vraagt hij in 2014 om een gesprek omdat ‘het probleem escaleert’. SIO wordt ‘met alle middelen tegengewerkt’, schrijft hij. De stichting distantieert zich van de opmerkingen van Khoulani, en wil een vredelievende bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving. Een paar dagen later neemt Khoulani ontslag.

Dekker weigert een gesprek. Hij deelt de ‘ernstige zorgen van de gemeente’ over de openbare orde en veiligheid en vindt dat Atasoy te laat afstand neemt van de uitspraak van Khoulani. Bovendien schrijft Dekker dat de ‘talrijke bestuurswisselingen’, het niet nakomen van een toezegging en de intimidatie van een ambtenaar (in welke zin wordt niet duidelijk, red.) niet tot vertrouwen in het bestuur hebben geleid. Uit interne nota’s valt op te maken dat Dekker alle toelaatbare scenario’s laat verkennen om een stokje te steken voor de school. Zijn conclusie is stellig: ‘Ik zal geen verdere medewerking verlenen aan de totstandkoming van de school’, schrijft hij in een brief op 6 november 2014.

Giftige brieven vliegen vervolgens over en weer. De juridisch adviseur van Atasoy vraagt of Dekker met die conclusie artikel 23 over de vrijheid van onderwijs terzijde schuift. SIO laat het er niet bij zitten en trekt na een hoop juridisch gesteggel aan het langste eind. In 2015 oordeelt de Raad van State dat de gemeente voor huisvesting moet zorgen. Twee jaar later volgt een tweede overwinning voor het bestuur: de Raad van State beslist dat de nieuwe school uiterlijk per 1 augustus 2017 bekostigd moet worden. De school kan dat jaar dan toch beginnen.

4. Catastrofe
Het oordeel van de inspectie

Al gauw na de opening staat de onderwijsinspectie op de stoep. Die schrijft aanvankelijk een vrij positief rapport, maar voordat dat gepubliceerd wordt komt er verontrustend bericht van inlichtingendienst AIVD en terrorismebestrijdingsdienst NCTV. Die waarschuwen burgemeester Femke Halsema dat leerlingen op de school structureel worden beïnvloed ‘door richtinggevende personen’ die banden zouden hebben gehad met de terroristische organisatie het Kaukasus Emiraat.

De inspectie besluit het eerste onderzoek niet te publiceren en er volgt een grondiger onderzoek. In een nieuw rapport zijn de toon en de inhoud compleet anders. Het onderwijsaanbod is onvoldoende, er is sprake van financieel wanbeheer en het handelen van het bestuur is ‘schadelijk voor de school en de leerlingen’.

Vooral het contrast tussen de twee beoordelingen van het burgerschapsonderwijs valt op. In het conceptrapport staat dat het Haga weliswaar meer aandacht kan besteden aan de samenhang in het aanbod voor burgerschapsonderwijs, maar dat het aanbod zelf voldoende is. Volgens het tweede rapport geeft de school ‘onvoldoende invulling’ aan de wettelijke opdracht om actief burgerschap te bevorderen en aan mogelijke risico’s die leerlingen in dat verband lopen. Dat laatste is opmerkelijk, want over de invulling van burgerschapsonderwijs staat inhoudelijk niets in de wet.

Toch is voor minister Slob de maat vol. Hij besluit in juli tot een ‘aanwijzing’, een zeer zeldzame maatregel waarmee hij het bestuur dwingt om op te stappen. “Er stonden zulke harde kwalificaties (in het inspectierapport, red.), ik had geen andere optie dan een aanwijzing sturen”, zei hij in deze krant. “Ik ben een groot voorstander van de vrijheid van onderwijs. Maar ik heb ook de verantwoordelijkheid om, als een school die vrijheid niet goed gebruikt, maatregelen te nemen.”

Boeken in het geschiedenislokaal van het Cornelius Haga Lyceum. Beeld Jean-Pierre Jans

5. Peripetie
De strijd gaat door

Hoe die maatregelen zullen uitpakken, is ongewis. Het schoolbestuur moet zijn werkzaamheden uiterlijk 14 oktober overdragen aan een interim-bestuur, stelt minister Slob. De Amsterdamse onderwijswethouder Marjolein Moorman is het daar volmondig mee eens. “Dit is een frustrerend traject geworden waarin de gekste dingen gebeuren”, zegt zij. “Het is niet in het belang van de kinderen dat Atasoy blijft zitten. We hebben het vertrouwen in hem opgezegd. Ik hoop dat hij opstapt.”

Gebeurt dat niet, dan draait Slob de geldkraan dicht en kan de gemeente het schoolgebouw terugvorderen. Op 11 november dient een rechtszaak waarin het schoolbestuur de rechtmatigheid van het inspectierapport aanvecht.

Eén ding is duidelijk: Atasoy is woedend en wil van geen wijken weten. “Wat mij de afgelopen jaren het meest heeft gestoord, is het machtsmisbruik”, zegt hij. “Het beschermen van minderheden is de ruggegraat van een democratie. Maar dat gebeurt niet. De islam, moslims – het is allemaal eng. Ambtenaren moeten die gevoelens aan de kant kunnen schuiven, maar dat gebeurt niet. Ze nemen telkens onrechtmatige besluiten, en verschuilen zich achter het argument dat ik in beroep kan gaan. Wij zijn zo tegengewerkt. Dat heeft mij nu acht jaar van mijn leven gekost.”

De Nederlandse overheid meet met twee maten als het gaat om onderwijs, vindt hij. Het citaat van Shakespeare vat het voor hem samen: ‘Wetteloos zijn zij die hun wil tot hun wet maken’. “Met alle respect voor het joodse Cheider (de joods-orthodoxe school die onlangs een laatste waarschuwing kreeg van de Onderwijsinspectie red.), maar daar hebben ze gezegd dat de joodse wetten hoger zijn dan die van Nederland. Wat als ik dat zou zeggen over de sharia? Dan komen ze me met bommenwerpers halen.”

Wat hij verder van plan is, wil Atasoy niet zeggen. Maar het is duidelijk dat hij zijn geduld begint te verliezen. “Ik ben geen terrorist. Ik zoek alle kieren en hoeken van de rechtsstaat op. Nu schrijf ik nog brieven. Maar als wij terug gaan pesten zoals de overheid ons pest, dan krijg je ongelukken.”

Het Cornelius Haga Lyceum. Beeld Jean-Pierre Jans

Lees ook:
Hoogleraren: Slob straft het Haga Lyceum te hard

Minister Arie Slob (onderwijs) kiest een te harde lijn richting het Haga Lyceum, zeggen experts onderwijsrecht in reactie op het besluit van Slob om de subsidies aan de school te stoppen als het bestuur aanblijft. Het rapport van de Onderwijsinspectie over de islamitische school dat eerder dit jaar naar buiten kwam, geeft onvoldoende aanleiding voor Slobs besluit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden