Afstandsonderwijs

De groeiende greep van big tech op het digitale onderwijs

Beeld Studio Vonq

Door de lockdown kwamen 1,6 miljard leerlingen wereldwijd thuis te zitten. Dat gaf een impuls aan de investeringen in digitaal onderwijs, maar wie profiteren daarvan?

Er dreigt een catastrofe als het onderwijs aan kinderen wereldwijd niet snel hervat wordt, waarschuwde VN-secretaris-generaal António Guterres deze week bij de lancering van de campagne Save our Future. Nog steeds zitten ruim een miljard leerlingen thuis ten gevolge van de lockdown wegens de Covid-19-pandemie. In maart kon 90 procent van de wereldwijde leerlingenpopulatie – zo’n 1,6 miljard  leerlingen – niet naar school.

Lang niet alle leerlingen konden thuisonderwijs krijgen. Honderden miljoenen kinderen zijn thuis verstoken van smartphones of computers om lessen op te volgen, zelfs een tv of radio is niet overal aanwezig. Unicef schat dat 364 miljoen jongeren tussen 15 en 24 jaar geen internet hebben om deel te nemen aan de lessen. Op 800.000 scholen in de wereld is volgens Unicef ook helemaal geen internetaansluiting. “De wereld wordt geconfronteerd met onhoudbare ongelijkheid. We hebben onderwijs, de grote gelijkmaker, nu meer nodig dan ooit”, aldus Guterres tegen persbureau Reuters. 

“Landen willen niet dat een pandemie het onderwijs nog eens zo zal verlammen”, zegt Hiral Patel, hoofd duurzame investeringen bij Barclays bank, vanuit Londen. “In het Verenigd Koninkrijk hadden 700.000 kinderen geen internetverbinding. Er wordt daar nu gewerkt aan een wet om breedband en wifi goedkoper te maken voor lage inkomens.” In Nederland stelde minister Slob hiervoor een budget van 2,5 miljoen euro beschikbaar, wat niet genoeg was voor de 18.000 leerlingen die een verzoek hiervoor indienden. In de Verenigde Staten zitten 15 tot 16 miljoen leerlingen zonder internet of apparatuur.

Maar lang niet alle landen hebben de middelen om de digitale kloof in het onderwijs te dichten. Ngo’s en bedrijven zijn al in dat gat gesprongen. De Wereldbank trok bijvoorbeeld 500 miljoen dollar uit om 335 miljoen kinderen in 67 landen van apparatuur te voorzien. Unicef werkte samen met de universiteit van Cambridge en Microsoft om een online onderwijsplatform voor vluchtelingenkinderen te ontwikkelen dat nu ook in Jordanië, Oekraïne, Oost-Timor en Kosovo wordt toegepast. 

Edutech-bedrijven

En natuurlijk was de crisis in het wereldwijde onderwijs nog veel groter geweest als de grote techbedrijven er niet waren geweest. Het gebruik van Microsoft-software als Teams en Zoom, Google Classroom, maar ook de leerprogramma’s voor basis- en middelbaar van het Indiase miljardenbedrijf Byju’s of het Chinese Yuanfudao hebben een hoge vlucht genomen. Byju’s bereik steeg ineens met 200 procent, maar van de 57 miljoen deelnemers betalen er maar 3,5 miljoen. Bij Microsoft steeg het gebruik van de platforms van 500 miljoen in februari naar een 900 miljoen nu, bijna een verdubbeling.

De ‘edutechs’ hebben de afgelopen maanden hun producten gratis ter beschikking gesteld aan de wereld, al was dat niet zonder eigenbelang. De data van al deze leerlingen zijn precies wat ze nodig hebben om hun producten te perfectioneren. Google en Microsoft leveren platforms om online samen te komen, filmpjes te plaatsen en agenda’s en opdrachten achter te laten. Maar je hebt ook ‘intelligente’ apps en programma’s, die volgen hoe snel je vragen beantwoordt, of je ze snapt of dat je nog meer instructie nodig hebt, en welke uitleg dan precies vereist is. Hoe meer van zulke data je opslaat, hoe eerder een bedrijf van een bepaald type leerling vooraf kan vaststellen of hij voor een cursus gaat slagen of hoe lang hij erover zal doen, maar ook op welk moment van de dag je de lesstof aan dit type persoon het beste kunt aanbieden en welke prikkels iemand in zijn omgeving nodig heeft om zich goed te kunnen concentreren. 

Hoe beter de producten, hoe waardevoller het bedrijf. Maar bij Barclays zien ze ook de druk toenemen op bedrijven om hun maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen. De grote vraag voor de analisten van de bank is of al die nieuwe gebruikers straks ook blijven ‘kleven’ als de prijzen weer normaal worden. “Wij kunnen ons voorstellen dat deze edutechs hun tarieven uiteindelijk gaan verlagen”, zegt Patel. “We denken dat de scholen veel platforms en apps wel zullen willen blijven gebruiken, maar het is de vraag of ook individuele consumenten er anders mee door zullen gaan. Daarbij moeten ze ook geloofwaardiger worden op het gebied van cybersecurity en privacy.”

Veiligheid

Gezinnen aan huis en leerlingen op scholen werken op veel minder goed beveiligde netwerken dan werknemers. De verleiding om ook van Google of Microsoft gebruik te gaan maken is toegenomen. “De technologie werkt in de regel zeer gebruiksvriendelijk, de systemen zijn stabiel - de verbinding wordt niet om de haverklap verbroken. 

Maar de afhankelijkheid brengt ook risico’s met zich mee”, zegt Remco Pijpers, strategisch adviseur van Kennisnet en mede-auteur van de publicatie ’Waarden Wegen. Een ethisch perspectief op digitalisering in het onderwijs’. “Er worden steeds meer data van leerlingen en studenten verzameld. Zicht op de algoritmen die schuilgaan achter commerciële onderwijstechnologie hebben scholen niet of nauwelijks.

De zorgen hierover zijn de afgelopen maanden ook toegenomen. Pijpers: “Nu scholen steeds meer met digitale middelen werken, verandert de mix van aanbieders op de onderwijsmarkt. Maakten eerst vooral Nederlandse uitgevers de dienst uit, nu hebben grote Amerikaanse bedrijven als Microsoft en Google een belangrijk aandeel gekregen. In het algemeen komen er steeds minder spelers, en de bedrijven die overblijven, nemen in omvang toe”. 

Edutechs mogen de data van leerlingen binnen hun systemen wel gebruiken voor ontwikkeling, maar ze mogen die niet koppelen aan de namen van de leerlingen die er gebruik van maken. Alles gaat dus geanonimiseerd en in principe gebruiken Google en Microsoft hun onderwijsplatforms ook niet om er advertenties aan te verbinden. Indirect gebeurt dat overigens toch als leraren YouTube-filmpjes gebruiken, die eigendom zijn van Google.

Een weloverwogen stap opzij

“Bedrijven kunnen uit de onderwijsdata van leerlingen heel veel leren. Die kennis is veel geld waard”, zegt Pijpers. “Op basis van die kennis kunnen bedrijven weer nieuwe, op de school toegesneden technologie aanbieden.  Als ik iemand opnieuw hoor zeggen dat het onderwijs een ‘groeimarkt’ is voor technologie maar dat er nog steeds meer ‘disruptie’ nodig is, dan ben ik juist op mijn hoede. Doordacht digitaliseren vraagt vooral om eerst een weloverwogen stap opzij, met meer aandacht voor publieke waarden.”

Bied als school alleen maar eens weerstand tegen het aanbod van grote edutechs. “De nadelen blijken vaak pas later”, zegt Pijpers. “Des te belangrijker dat scholen collectief optrekken en tegenkracht bieden.” Ze bundelen hun krachten via Sivon, een coöperatie die namens scholen onderhandelt met digitale aanbieders van onderwijsmateriaal. “Kernwoord hierbij is publieke regie. Het onderwijs moet – vertrekkend vanuit waarden en onderwijsdoelen – helder maken wat het verwacht van aanbieders van onderwijstechnologie. Als technologie niet past bij waarden, dan moet je samen stevig genoeg staan om hier verandering in aan te brengen.” 

Patel van Barclays denkt dat die gesprekken zin hebben, want bedrijven hebben er ook belang bij om goede afspraken te maken: “Zeker op het gebied van onderwijs, maar bijvoorbeeld ook op het gebied van gezondheidszorg, zijn er veel belanghebbenden bij betrokken: scholen, leerlingen, ouders, gemeenten, hulpverleners. Omdat deze markten zo complex zijn, hebben er ook nog steeds geen echt grote disrupties plaatsgevonden. Een goede onderlinge relatie met de afnemers is voor de bedrijven heel belangrijk om te groeien.”

Luxegoed

De snelle groei van het gebruik van digitaal onderwijs kan betekenen dat onderlinge verschillen snel toenemen, erkent Pijpers. Ook in Nederland. “Veel kinderen hebben onderwijs moeten volgen onder erbarmelijke omstandigheden, dat ging vaak niet. Huishoudens hadden slechte verbindingen of moesten met het hele gezin op een apparaat.” En ook als ze wel toegang hebben, dan blijkt dat lager geschoolden en leerlingen met een migratieachtergrond minder profijt hebben van onderwijstechnologie. Kennisnet rapporteerde in maart in de Monitor Digitale Geletterdheid dat vmbo’ers ook snel minder groeien in digitale geletterdheid dan havo/vwo-leerlingen. De leerlingen scoorden wel allemaal goed op ‘het delen van persoonlijke informatie’ en ‘het vinden van communities’, maar als het om het herkennen van betrouwbare informatie ging, of het inzetten van ict voor probleemoplossingen, dan haakten de vmbo’ers minder goed aan. 

Barclays ziet ook dat geavanceerd digitaal onderwijs het imago heeft van een luxegoed voor rijke landen. Een van de lonkende toekomstbeelden is dat onderwijstechnologie veel meer uit leerlingen weet te halen dan een traditionele school. Het is een typische gedachte voor sterk ontwikkelde economieën met veel hoogopgeleiden die verder willen groeien, niet voor landen waar de meest basale vormen van rekenen en taal nog de eerste behoefte vormen. Patel: “Maar dat is nu wel aan het veranderen.  De modellen moeten worden aangepast zodat de systemen inclusiever worden. Die druk op overheden en bedrijven hieromtrent wordt steeds groter.”

Wie gaan er uiteindelijk profiteren: de edutechs, de leerlingen in rijke landen wiens persoonlijke leerproces geoptimaliseerd kan worden door optimale technologie, of de leerlingen die thuis zitten en gewoon door willen met een basaal lesprogramma? Als overheden gaan investeren in de digitale kloof, dan biedt dat voor veel arme leerlingen natuurlijk kansen, maar voor de bedrijven ook, analyseert Barclays. Volgens Hiral Patel is pas 5 procent van de onderwijsmarkt gedigitaliseerd, dus er valt nog een wereld te winnen.

Het meest optimistisch zijn misschien wel de investeerders. Volgens de onderwijsinnovatiesite HolonIQ werd er in het eerste half jaar van 2020 door durfkapitalisten al 4,5 miljard dollar geïnvesteerd in vooral Chinese, maar ook Amerikaanse onderwijstechnologie. Een recordinvestering door durfkapitalisten in 2020 wordt door HolonIQ niet uitgesloten.

Lees ook:

De crisis vergroot het verschil tussen arm en rijk, zeggen hoogleraren - tenzij wordt ingegrepen

Er is een wijdverbreid idee dat grote schokken in de samenleving sociale ongelijkheid verkleint. Maar dat klopt niet, nu dus ook niet, zeggen twee vooraanstaande wetenschappers. Tenzij de overheid ingrijpt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden