Patrick (15) is geslaagd en tekent zijn cijferlijst op de Openbare Schoolgemeenschap Bijlmer in Amsterdam.

ReportageEindexamens

De coronajaargang heeft zijn schooldiploma ‘driedubbeldik’ verdiend

Patrick (15) is geslaagd en tekent zijn cijferlijst op de Openbare Schoolgemeenschap Bijlmer in Amsterdam. Beeld Patrick Post

Voor alle geslaagde leerlingen mag vandaag de vlag uit. Een sober eerbetoon nu schoolfeest, uitjes en examenreis in het water vallen. Wat doet de coronacrisis met deze lichting? En wat betekent dit voor het centraal examen?

Docent Joanne Inglis deelt blaadjes rond. Het zijn ­cijferlijsten die de leerlingen van haar 4-vmbo mentorklas moeten ondertekenen. Acht leerlingen zitten keurig op afstand van elkaar aan de tafeltjes in haar lokaal Engels. Aan de muur hangen spreuken van Maya Angelou en Art Buchwald, en aan het plafond hangen vrolijk gekleurde slingers. Haar leerlingen zijn allemaal geslaagd.

Het is in maanden niet zo druk geweest in de zonovergoten gangen van de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB). Groepjes leerlingen hangen rond bij de picknicktafels op het schoolplein en in de centrale hal. De grote middelbare school in de Amsterdamse Bijlmer telt alleen al zo’n 350 eindexamenleerlingen, van vmbo tot vwo. Zij komen vandaag allemaal naar school om hun cijferlijst te tekenen en de informatie te controleren voor het diploma dat ze volgende maand zullen ontvangen.

Hoe het voelt om een diploma te krijgen zonder eindexamen te hebben gedaan? “Ik zeg je eerlijk dat ik wel een beetje opgelucht was”, zegt Ischa (16), een jongen met donkere krullen en een vlassige snor. “Ik had kunnen bezwijken onder de examendruk. Ik stond een onvoldoende voor economie en Duits. We kregen het nieuws te horen in de laatste toetsweek. Ik had net een toets voor drama heel slecht gemaakt en dacht eerst: shit! Uiteindelijk hoefde ik niets te herkansen.”

Dat was wel chill

Zijn klasgenoot Patrick (15), zwart haar en bruin trainingspak, is blij dat hij straks bij de Albert Heijn kan beginnen. Ook hij heeft zich af en toe flink verveeld. Inmiddels zijn de basketbaltrainingen weer begonnen. Op de vraag wat hij vindt van het geannuleerde eindexamen haalt hij zijn schouders op. “Dat was wel chill.”

Vandaag is door minister Slob (onderwijs) uitgeroepen tot het officiële ‘vlaggenmoment’ voor geslaagde leerlingen in Nederland. Na een hectische periode vol onduidelijkheid overheerst inmiddels opluchting bij de leerlingen, merkt directeur Maryse Knook. Op 24 maart bepaalde Slob dat de centrale eindexamens vanwege de coronacrisis niet door konden gaan. Na dat nieuws volgde een ‘onvoorstel­bare puzzel’, zegt Knook. “We zaten net in de laatste week van de schoolexamens. Het was een rollercoaster. Echt crisismanagement. In het begin was er zoveel onduidelijkheid. De ene dag denk je: we gaan voor dit plan. De ­volgende dag blijkt dat helemaal niet handig. Het is erg zoeken geweest.”

Na een hoop gesoebat besloot de OSB om ­alle leerlingen op 26 mei te informeren of ze geslaagd zijn of niet. Volgens de zak- en slaagregeling die de overheid voor deze uitzonderlijke situatie bedacht, worden de eindcijfers dit jaar volledig vastgesteld op basis van de schoolexamens, die normaal gesproken voor 50 procent meetellen. Een leerling die zou zijn gezakt op basis van die schoolexamens of nog eindcijfers wil opkrikken, kan deelnemen aan maximaal twee of drie ‘resultaatverbeteringstoetsen’. Die tellen voor 50 procent van het eindcijfer mee – dus net zo zwaar als het centraal examen – tenzij het uiteindelijke cijfer daardoor lager uitvalt.

Deze toetsen organiseert de school op 11 ­juni. Veel zullen het er niet zijn, want op de OSB zijn bijna alle leerlingen al geslaagd, zegt Knook met trots in haar stem. De leerlingen van vmbo basis en vmbo kader hebben nu zelfs hogere eindcijfers dan in eerdere jaren. “Dan kun je de vraag stellen: wat zegt zo’n examen en wat is het waard? Het blijft een moment­opname.”

Dat sommige scholieren zich zorgen maken over de waarde van hun ‘coronadiploma’ is volgens Knook absoluut niet nodig. “Deze leerlingen zijn hun diploma dubbel en dwars waard. Ze hebben er jaren voor gewerkt en kennis opgebouwd. Dat verdwijnt niet ineens door het wegvallen van het eindexamen.”

Onderwijs in de oorlog

Het annuleren van de eindexamens is zeer zeldzaam. Het gebeurde slechts één keer eerder: in 1945. In het laatste schooljaar in oorlogstijd stagneerde het Nederlandse onderwijs door alle gevechten, de Hongerwinter en de ­tewerkstelling van leraren als dwangarbeiders. Op 8 juni 1945 werd bij Koninklijk Besluit bepaald dat leerlingen in de hoogste klassen van de middelbare school hun diploma zouden krijgen zónder eindexamen te doen, aangezien de omstandigheden dat niet toelieten.

Dat het de lichting van 1945 aan bepaalde kennis zou ontbreken, stond buiten kijf. De continuïteit van het onderwijs liet tijdens de oorlog te wensen over. Scholen waren geregeld gesloten, leraren en leerlingen moesten onderduiken of werden weggevoerd. De jongeren zouden die tekorten zelf moeten aanvullen en laten zien dat ze hun diploma waard waren, zo was de gedachte. Bovendien gold als overweging dat “tegenover het tekort aan examenkennis een creditpost kon worden geboekt, te weten de grootere levenservaring”, schreef de Nieuwe Leidsche Courant in 1945.

Het Koninklijk Besluit kon op veel bijval onder de bevolking rekenen. Er klonken ook stemmen die het intellectuele gehalte van de naoorlogse studenten bekritiseerden. Hoog­leraar Victor Koningsberger, bioloog en rector van de Universiteit Utrecht, deed dat in 1947 tijdens een conferentie. Het aantal studenten was na de oorlog weliswaar enorm gestegen, “doch hun intellectuele gehalte (is) gemiddeld veel lager dan vroeger”, zei hij volgens het ­Algemeen Handelsblad van 3 november 1947. Een van de oorzaken was de oorlog: het ‘cadeau geven’ van het einddiploma.

Dergelijke achterstanden zijn volgens ­minister Slob nu niet aan de orde. Hij wil af van het rondzingende woord ‘coronadiploma’, dat hij eerder omschreef als een ‘vals frame’ dat geen recht doet aan de huidige lichting kandidaten. Volgens Slob krijgen middelbare scholieren ook dit jaar een volwaardig diploma dat toegang verleent tot het mbo, hbo of de universiteit. “We weten allemaal dat het eindexamen niet het enige is wat je al die tijd hebt geleerd”, zei hij. “Je hebt je vorming ook gehad in de schoolexamens en de jaren ervoor.”

Aan die schoolexamens rammelt nog wel een hoop

Aan die schoolexamens rammelt nog wel een hoop, oordeelde de onderwijsinspectie eerder dit jaar. Middelbare scholen zijn weliswaar alerter op de examinering geworden sinds het debacle bij VMBO Maastricht in 2018. Toch hebben maar weinig scholen al hun zaakjes op orde, concludeerde de inspectie in een groot onderzoek naar de examens. Op 70 procent van de ruim honderd onderzochte scholen bleken er wettelijke tekortkomingen, en meer dan de helft van de scholen kreeg een herstelopdracht. 

Docent Joanne Inglis in haar mentorklas.Beeld Patrick Post

Toch lijkt het wegvallen van de centrale examens voor het slagingspercentage en de ­resultaten weinig uit te maken. Scholieren­organisatie Laks deed een peiling onder 30.000 eindexamenkandidaten, van wie 92 procent liet weten al geslaagd te zijn. Dat komt overeen met het percentage geslaagden van vorig jaar. Bovendien verschillen de gemiddelde cijfers voor de schoolexamens nauwelijks van die van de centrale eindexamens, blijkt uit de examenmonitor. Wel blijkt uit onderzoek dat jongens over het algemeen schoolexamens slechter maken dan meisjes. Jongens maken vaak een eindsprint en krikken hun cijfers bij de eindexamens op.

Behalve jongens zijn er meer leerlingen voor wie het geannuleerde eindexamen nadelig kan uitpakken, zegt Claudy Oomen, onderwijskundige aan de Universiteit Utrecht. Gymnasia maken de schoolexamens relatief moeilijk om hun leerlingen uit te dagen. Deze leerlingen halen hun eindcijfer vaak op met het ­relatief makkelijke eindexamen. Die mogelijkheid valt nu weg.

“Als je bij gymnasia een analyse zou doen van de afgelopen tien jaar, dan zie je waarschijnlijk dat leerlingen structureel lager scoren op de schoolexamens dan op de centrale examens”, zegt Oomen. “Deze leerlingen kunnen natuurlijk herkansingen en resultaatverbeteringstoetsen doen, maar het is toch anders dan bij het echte eindexamen. Scholen maken de schoolexamens lekker moeilijk om leerlingen uit te dagen. Als ze dat aankunnen, is het prima. Zo’n school wordt nu eigenlijk gestraft voor iets wat ze goed doen.”

De school wilde de eindcijfers met ruim een halve punt verhogen 

Het Johan van Oldenbarnevelt Gymnasium (JvO) in Amersfoort wilde om die reden aanvankelijk de eindcijfers van alle examenleerlingen met ruim een halve punt verhogen om de cijfers ‘representatief’ te maken. Leerlingen van het JvO scoren volgens de school doorgaans zo goed op het centraal examen dat het oneerlijk zou zijn dat ze daar nu niet van kunnen profiteren.

Op eigen houtje nieuwe normen creëren is echter niet de bedoeling, zegt een woordvoerder van de onderwijsinspectie. De school heeft er uiteindelijk van af moeten zien. “De nieuwe richtlijnen bieden scholen ruimte om zelf dingen te bepalen, maar die zijn hiervoor niet bedoeld. Voor zover ik weet, is dit ook de enige school die dit wilde.”

De keerzijde is er natuurlijk ook: er zijn leerlingen geslaagd die anders zouden zijn ­gezakt, zegt Oomen. “Zij hebben geluk. Maar in het vervolgonderwijs gaan ze er misschien iets van merken. Het is goed om deze lichting straks extra in de gaten te houden.”

De leerlingen in 4-vmbo van de OSB zijn vooral blij dat het jaar erop zit, aldus een groepje vriendinnen dat na het ondertekenen van de cijferlijsten bij elkaar is gaan zitten. “Er valt een hoop stress van me af”, zegt Sue-Ellen (15), een meisje met zwart kroeshaar en een grijze trui. “Na de zomer ga ik naar het mbo om hrm te doen (personeelszaken, red.).” In de lange vrije weken probeerde ze af te vallen en een baantje te zoeken. Beide missies zijn nog niet volbracht, zegt ze lachend.

Eindelijk weer achter de kassa bij de Vomar

Haar vriendin Opheli (15), een meisje met lange zwarte vlechten en een beugel, heeft een bijbaan achter de kassa bij de Vomar. Zij is blij dat ze nu meer kan werken. Verder heeft ze zich de afgelopen maanden vooral vermaakt met TikTok, een populaire app waarop jongeren korte filmpjes van zichzelf delen, terwijl ze dansen of playbacken.

En met het inhalen van gymopdrachten, een vak waar bijna de hele klas volgens de meisjes een onvoldoende voor staat. Opheli pakt haar telefoon en laat een filmpje zien waarin ze liggend op de grond een gymschoen op haar voet balanceert terwijl ze ronddraait. De andere meiden barsten in lachen uit. “Dit was zo’n rare opdracht! We kregen zeven of acht van zulke challenges. O mijn god. Eerst dacht ik: zal ik die schoen vastplakken aan mijn voet? Maar toen heb ik het gewoon echt gedaan. Ik was kapot trots op mezelf.”

De coronacrisis heeft nieuwe dingen in ze naar boven gehaald, constateren de vriendinnen. Zo heeft Demelsia (16) tot haar eigen verbazing een Engels boek gelezen. Evelyn (16) vertelt dat ze meer tijd heeft gehad om na te denken. “Ik weet nog niet wat ik wil. Ga ik havo of mbo doen? I’m so confused! Soms denk ik: nog een jaar naar school, kan ik dat aan? Ik heb de havo-houding niet. Ik wil dermatoloog worden, maar dan moet je heel lang studeren. Misschien ga ik eerst een mbo zorg doen.”

In de groepsapp van de klas liepen de gemoederen de afgelopen maanden soms hoog op, merkte mentor en docent Engels Joanne Inglis. Zo was er een felle discussie over de ­verkiezingen in Suriname en het gedrag van Surinamers. “Wij zijn allemaal Surinaams”, zegt Opheli, wijzend naar zichzelf en haar vriendinnen. “Ik vind Surinamers onbeschoft en dom. Ik merk het aan hun gedrag in de ­supermarkt. Ze schreeuwen tegen me. Maar anderen vinden dat niet. Daar maken we ruzie over.”

Rond maart werd iedereen iets pissiger op elkaar, zegt Inglis. “Rond die tijd liepen de spanningen op. Er was veel onzekerheid. Leerlingen dachten: shit, het is bijna klaar. Ze kregen allemaal ruzietjes door de stress en het begin van het onbekende. Dat drama is stiekem soms best leuk.” Dat haar mentorleerlingen dit jaar geen eindexamen hebben gedaan, maakt onder de streep weinig uit, denkt Inglis. “Deze klas zit cognitief prima in elkaar. Ze zijn erg druk en hadden eerst allemaal spookbeelden in hun hoofd. Maar nu is dit alweer het nieuwe normaal.”

Hoe zinnig is het eindexamen eigenlijk?

Rest de vraag: hoe zinnig is het eindexamen eigenlijk, nu leerlingen best zonder blijken te kunnen en minister Slob benadrukt dat deze diploma’s net zo waardevol zijn als anders? De VO-raad van middelbare scholen uit al langer kritiek op de beladen centrale examens, die na vier tot zes jaar ploeteren de helft van het eindcijfer bepalen.

Toch is onderwijskundige Oomen voorlopig geen voorstander van afschaffen. “Ja, de centrale examens kunnen soms beter. Maar het is een onafhankelijke norm die iets zegt over de kwaliteit van studenten. Dankzij de eindexamens weten we bij vervolgstudies van studenten waar ze zitten qua ­niveau.”

Evelyn tekent haar cijferlijst. Beeld Patrick Post

Voorzitter Paul Rosenmöller van de VO-raad wil de centrale examens om dezelfde reden niet helemaal in de ban doen. Maar het is hoog tijd om te kijken hoe het anders kan, vindt hij. “Je ziet dat de eindexamens het onderwijs sturen. Dat is niet de bedoeling. Je zou juist willen dat toetsen en examens in het teken staan van onderwijsontwikkelingen. Toetsen in het onderwijs is onvermijdelijk, maar het huidige examen legt grote druk op leerlingen. Je kunt je afvragen hoe wenselijk dat is.”

Het zou best anders kunnen, denkt Rosenmöller. Je kunt de druk van dat ene, bepalende moment afhalen door meerdere examenmomenten in het laatste schooljaar in te plannen, bijvoorbeeld in november en mei. Een andere optie is een uitgekleed eindexamen met enkel kernvakken als Nederlands, Engels en wiskunde. De rest van de vakken wordt afgerond met een schoolexamen, zoals nu al geldt voor bijvoorbeeld beeldende vorming en muziek. Een derde optie is het veranderen van de wegingsfactor. Bijvoorbeeld door het centraal examen niet voor de helft mee te laten tellen, maar voor 40 of 30 procent.

De coronacrisis is volgens Rosenmöller een uitgelezen springplank om deze discussie te voeren. “Dat veel leerlingen opgelucht zijn, onderstreept ons punt van die grote druk. Het is een interessante tijd. Er is natuurlijk geen vergelijkingsgroep, maar het is heel interessant om te volgen hoe het verdergaat met deze lichting. Er zijn genoeg mensen die voorspellen dat ze op hun pootjes terecht zullen komen. Dat moeten we gaan zien.”

Eén ding is duidelijk: deze examenlichting vertoont geen enkele overeenkomst met die van 1945, benadrukt hij. De leerlingen hebben hun hele schooltijd onderwijs gevolgd, netjes alle schoolexamens afgerond en ontvangen straks een volwaardig diploma. Hijs de vlag en heb vertrouwen in de toekomst, adviseert hij de geslaagden. “Dit diploma hebben jullie driedubbeldik verdiend.”

Lees ook:

De opvoedvraag: Hoe help je je puber met dit verlies?

Geen stress om het eindexamen, maar ook geen feestjes, bijbaantje of vakantie met vrienden. Ouders maken zich zorgen nu hun kind niks in het vooruitzicht heeft. Wat te doen? Opvoedcoach Tea Adema en psycholoog Sarah Middelbos bieden soelaas. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden