null

SerieHoger en Hoger

Competitiedrang op universiteit loopt uit de hand: ‘Studenten zijn burnt-out en depressief’

Beeld Idris van Heffen

Een universitaire opleiding opent deuren die voor anderen gesloten blijven. Maar heel wat studenten betalen voor dat privilege een hoge prijs.

Joost van Egmond

“Studenten zijn moe, kapot, burnt-out en depressief.” De zaal is stil, er worden wat blikken van herkenning uitgewisseld. “De ene maatschappelijke crisis volgt de andere op en de toekomstperspectieven staan op losse schroeven. Dat is eng. Tegelijkertijd drukt de studie steeds zwaarder en moet alles nog sneller, beter, efficiënter en meer meetbaar. Die prestatiedruk maakt monddood en verlamt.”

Met deze voordracht bij studentenvereniging Minerva in Leiden wil oud-voorzitter Lucia Aerden een gesprek op gang brengen. Dat lukt. Een student staat op om te vertellen over zijn paniekaanvallen, na afloop wordt ze omringd door mensen die willen doorpraten.

“Studenten hebben geen voorbeeld dat kwetsbaar zijn kan of mag”, zegt Aerden achteraf. “Ik wilde dat nu bewust anders doen. Want je geeft mensen toestemming om kwetsbaar te zijn door het zelf te zijn.”

Aerden ziet studenten worstelen, vooral de lichting direct na haar die in de studententijd ook nog eens werd geconfronteerd met de coronamaatregelen. “Studenten voelen zich niet veilig om zich uit te spreken over mentale en emotionele worstelingen.” Een toespraak als deze kan een deukje maken, hoopt ze. “Want iedere keer dat iemand zich uitspreekt ben je iets minder alleen.”

Ook Anita Kraak valt stil als ze de analyse hoort. De expert bij het Nederlands Jeugdinstituut wist dat de studiedruk hoog is, daar vraagt ze juist aandacht voor. Maar dit komt binnen. Dan: “Wat een ratrace.” Het bevestigt het beeld dat Kraak al eerder kreeg: prestatiedruk zit in het drinkwater van onze samenleving.

Wanneer ben je goed genoeg?

Dat heel wat studenten bovenaan de statusladder mentale problemen hebben is duidelijk. Onderzoek na onderzoek wijst het uit. Maar het zijn juist de anekdotes die het gesprek op gang brengen. Frederiek Voskens tekende er heel wat op. Ze verwerkte ze in de theatervoorstelling Time Out, die de afgelopen jaren door het land reisde. “Ik hoor nog steeds soms dingen die erger zijn dan ik al wist. Zoals de moeder die zei: ‘Ik heb je niet gebaard om achterin de bus te zitten’.”

Een rode draad is ook bij haar voorstellingen de herkenning bij studenten, en vervolgens de verbazing, vertelt ze. “‘Als ik dit probleem heb, als iedereen het heeft, waarom hebben we het er dan nooit over?”

Dat is nu wel aan het kantelen. Het taboe gaat eraf, prestatiedruk is onderwerp van gesprek. De vele onderzoeken naar mentale gezondheid hebben daarbij wel geholpen, ook de duidelijke gevolgen van de coronamaatregelen hebben gezorgd dat niemand meer om het mentaal welzijn van studenten heen kan. Het initiatief Lieve Mark, vernoemd naar premier Mark Rutte, deed veel om die problemen op de kaart te zetten, en mengt zich nu nadrukkelijk in de discussie over prestatiedruk. Want corona heeft een thema blootgelegd, maar de problemen die erachter liggen zijn structureel, zegt initiatiefnemer Martijn Janse.

De korte versie van wat er mis is, is een uit de hand gelopen competitiedrang. “De norm is weg. We zijn beland in een echokamer waarin je elkaar steeds gekker maakt. Wie zegt op een gegeven moment nog tegen jou: het is nu goed genoeg’?”

Janse studeerde de afgelopen jaren en zag met stijgende verbazing de druk die studenten voelen om aan een norm te voldoen. Die kan verbijsterend precies gedefinieerd zijn. “Dan wordt er voor rechtenstudenten bijvoorbeeld een lezing aangeboden onder de titel ‘Opties buiten de Zuidas’. De norm van wat succes is, is heel duidelijk en die norm wordt binnen zo’n cultuur ook steeds dwingender. Dat leidt tot een heel eenzijdig en onjuist beeld van succes onder studenten.”

Janse kan weinig met de gangbare reactie van oudere generaties dat studenten ‘het zichzelf aandoen’. “De filosofie is steeds dat jij je eigen welzijn in de hand hebt. Als jij maar yoga gaat doen, dan kan de maatschappij van alles van je blijven vragen. Dat is gewoon niet waar. Ik vraag me af of ouders wel beseffen wat hun invloed is. Je kunt je kind wel zeggen dat ze hun geluk moeten volgen, maar als uit je gedrag als ouder iets anders blijkt, dan zien ze dat. Kinderen zien die maatschappelijke norm en volgen hem.”

Het houdt ook na het behalen van dat felbegeerde diploma niet op. Janse: “Ik hoor in mijn omgeving de meest bizarre sollicitatieprocedures: vijf rondes, cijferlijsten inleveren tot de middelbare school aan terug, assessments in analytische vaardigheden. Waar zijn we mee bezig? Moet iemand met bijvoorbeeld een masterdiploma theoretische natuurkunde nou in testen aantonen dat die analytische vaardigheden bezit! Wanneer is het genoeg? Iedereen heeft een verantwoordelijkheid om die norm terug te brengen. De overheid, werkgevers, universiteiten en ouders.”

De balans is weg

Het probleem zit inderdaad, in Kraaks woorden, in het drinkwater van de maatschappij. Het enige wat jongeren doen is dat water drinken. “We zijn als samenleving niet de gebalanceerde omgeving om in op te groeien die we zeggen dat we willen zijn”, concludeert ze. “Het is echt heel gek dat we tegen beter weten in zeggen dat geluk maakbaar is. We zien elke dag om ons heen dat dat niet zo is.”

In een maakbare samenleving is er voor alles een oplossing. Als je die niet vindt, is dat jouw probleem. “We zijn tegenslag gaan problematiseren. Je mag best eens ongelukkig zijn. Je hoeft niet in alles even goed te zijn als anderen. Daarin kun je elkaar juist versterken, ieder met zijn kwaliteiten. Niet alles hoeft direct opgelost te worden. Dat wordt nu wel als verwachting bij die jongeren gelegd, waardoor ze onder druk komen om dat ook weer te repareren. Als we ons daar als samenleving niet bewust van zijn, blijven we onderdeel van het probleem.”

Nog erger wordt het doordat we zo sterk de nadruk leggen op cognitieve vaardigheden. “Die kun je goed meten en dat is aantrekkelijk”, zegt Kraak. Maar het gaat niet alleen om de cognitieve ontwikkeling, maar ook om je persoonlijke ontwikkeling en je ontwikkeling als burger, hoe verhoud je je tot de maatschappij. De pedagoog Gert Biesta noemt dat kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. Daar moet balans in zijn en die balans is zoek. Onze waardering voor excelleren is heel eenzijdig, en daar doen we jongeren vreselijk tekort mee.”

De prestatiedruk van de een is de onderwaardering van een ander

Je ziet die onbalans overal terug. Vooral in hbo en wo noemen studenten het prestatiedruk, maar Kraak denkt dat hetzelfde fenomeen speelt in de onderwaardering die mbo-studenten ervaren. “Hun grootste kwaliteit is misschien niet die cognitieve ontwikkeling, ze zijn sterker op die andere kwaliteiten. Maar die kwaliteiten worden onvoldoende gezien. Het gaat over hetzelfde maatschappelijke patroon maar manifesteert zich anders. Vinden jongeren elkaar hier nog in? De toenemende tweedeling in de samenleving baart wat dat betreft zorgen.”

Want dit is een opmerkelijk gegeven dat naar voren komt uit onderzoek: de studiedruk die studenten ervaren neemt toe met het opleidingsniveau. Voor zogenoemde ‘stapelaars’, die het hele onderwijsgebouw doorlopen, is dat een simpel gegeven. Ze vinden hbo vaak pittiger dan mbo, en de universitaire master de zwaarste opleiding van de drie. Maar mensen met vergelijkingsmateriaal zijn hier de uitzondering, veruit de meeste van de studenten in het wo komen rechtstreeks van het vwo en weten niet hoe zwaar andere opleidingen zijn. De druk die zij ervaren is niet direct gekoppeld aan de zwaarte van de opleiding zelf.

Kraak ziet daarin een patroon: “Jongeren die hoogopgeleid zijn komen relatief vaker uit gezinnen waar de ouders dat ook zijn. Die hebben vaak een groter netwerk, ze zijn mondiger om het op school voor je op te nemen. Ze weten beter de weg in het oerwoud van professionele hulp en hebben ook het geld om dat eventueel zelf te betalen. Er is niks mis mee om veel bezig te zijn met de ontwikkeling van je kind. Maar het maakt wel dat deze jongeren sneller dan anderen ondersteuning krijgen. De keerzijde daarvan is dat ze kunnen gaan denken ‘schijnbaar ben ik niet goed genoeg’.”

Ruimte om eens op je bek te gaan

Voskens heeft met Time Out en de vele gesprekken met studenten die dat opleverde, een uitgesproken visie neergezet op het fenomeen: “Ze mogen niet meer gewoon eens op hun bek gaan. Daar is geen ruimte voor.” Een opvatting die vanaf het podium van harte werd ondersteund door de bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam.

Ook buiten het podium is dat een geluid dat steeds luider klinkt, tot aan het kabinet aan toe. Staatssecretaris Maarten van Ooijen heeft het over de acceptatie van imperfecties, minister Robbert Dijkgraaf roept op tot ademruimte en wil dat studenten buiten de lijntjes kunnen kleuren om hun eigen pad te vinden.

“De boodschap komt aan”, merkt Voskens. “Als de minister hier zijn missie van maakt, dan gebeurt er echt wel iets goeds. Ik denk alleen wel dat het een heel pittige klus wordt om dit te veranderen, want dit meten en presteren is ingesleten in de samenleving. Het gaat nu heel erg om de bewustwording. Maar we moeten het lef hebben om het systeem om te gooien. En dat wordt een hele klus.”

Om dat te bereiken is dus iedereen nodig, denkt ook Voskens, ook ouders. “Ik heb het altijd jammer gevonden dat ik die nooit zag bij de voorstellingen.” In die voorstellingen, een aaneenschakeling van confronterende scènes, speelde ze zelf geregeld de controlerende moeder. “Ik zie ons ouders allemaal wel een beetje hetzelfde doen. We roepen wel dat we willen dat ze gelukkig worden, maar dat is iets anders dan wat we laten zien. Ik merkte het bijvoorbeeld op de diploma-uitreiking van mijn oudste. Gingen we allemaal klappen voor de leerlingen die cum laude waren geslaagd, maar bij de andere geslaagden bleven we stil. Ik ook. We werken hier allemaal aan mee.”

Het is geen natuurfenomeen

Janse is blij dat de analyse zo breed gedeeld wordt. “We moeten het hierover hebben, maar wat ook nodig is, is actie.” Hij kan een flinke lijst concrete punten noemen die de prestatiedruk op dit moment verzwaren: het bindend studieadvies dat studenten krijgen, de studieschuld, de nog steeds groeiende flexmarkt ten koste van vaste banen, het doorstromingsmodel in het onderwijs. “We doen alsof dat natuurfenomenen zijn, maar we hebben het zelf in de hand. We kunnen dit veranderen.”

Al die onzekerheid vreet aan studenten, en het komt bovenop alle maatschappelijke uitdagingen die zij al op hun schouders voelen, ziet Janse. Met alle crises die studenten op zich af zien komen, van de woningmarkt tot het klimaat, is het competitiemodel echt niet meer houdbaar, denkt hij. “Basisbehoeften zijn een schaars goed geworden, dat zet jongeren in overdrive om die voor zichzelf toch veilig te stellen. Zo wordt het ieder voor zich en God voor ons allen. Als je studenten duidelijkheid biedt wanneer het goed genoeg is, dan houden ze ook over om iets aan een ander te geven.”

Hoger en hoger

Studenten in Nederland leren verder door dan ooit. Waarom doen ze dat? En wat is het effect op henzelf en de maatschappij? Dit is het voorlopig laatste artikel uit een reeks over doorstudeerdruk in het mbo, hbo en wo. Alle afleveringen zijn na te lezen op trouw.nl/hogerenhoger.

Lees ook:

Hoger en hoger

Studenten in Nederland leren verder door dan ooit. Waarom doen ze dat? En wat is het effect op henzelf en de maatschappij? Dit is het voorlopig laatste artikel uit een reeks over doorstudeerdruk in het mbo, hbo en wo. Alle afleveringen zijn na te lezen op trouw.nl/hogerenhoger.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden