Gelijke kansen in het onderwijs

Brede brugklas? Overtuig de hoogopgeleide ouders maar eens. ‘Zij zijn het conservatiefst’

Les op Academie Tien in Utrecht, een school voor tien tot achttienjarigen van alle niveaus. Beeld Werry Crone
Les op Academie Tien in Utrecht, een school voor tien tot achttienjarigen van alle niveaus.Beeld Werry Crone

De driejarige brede brugklas? Scholen bedenken aantrekkelijke leerpaden om leerlingen te motiveren, maar overtuig de ouder maar eens. Rector Albert Wijnsma: ‘De progressiefste ouders maken de conservatiefste schoolkeuzes.’

Wie is er bang voor kansengelijkheid in het onderwijs? “Hoe breder je uitzoomt op kansen voor alle kinderen en op meer onderling contact tussen bevolkingsgroepen, hoe meer iedereen natuurlijk vóór is”, zegt de Groningse adjunct- hoogleraar onderwijswetenschappen Hanke Korpershoek naar aanleiding van het vrij radicale advies dat de Onderwijsraad vorige week aan het kabinet gaf om op alle scholen een driejarige brugklas in te voeren. “De problemen ontstaan pas als je het concreet maakt.”

Neem Hannah, een Haarlemse achtstegroeper en havo-kandidaat die deze week samen met haar moeder aan Trouw vertelde hoe teleurgesteld ze was dat ze uitgeloot was buiten haar top-5 van favoriete scholen, en nu naar een brede scholengemeenschap moet. Dit Coornhert Lyceum had als een van de weinige Haarlemse scholen nog plek: het biedt onderwijs van vmbo tot gymnasium, maar het zijn vooral de vmbo’ers die er toestromen.

De populariteit van ‘smalle’, categorale scholen ten opzichte van brede scholengemeenschappen is een trend die door heel Nederland zichtbaar is, vooral in de grote steden. Uit Amsterdams onderzoek blijkt dat ouders van vwo-kandidaten graag voor categorale gymnasia of vwo’s willen kunnen kiezen, en ouders van vmbo-t’ers (het hoogste vmbo-niveau, gelijk aan mavo) graag voor een categoraal vmbo. De categorale scholen waren overigens bij ouders in de ‘rijke’ stadsdelen Centrum en Zuid weer een stuk populairder dan bij ouders in Nieuw-West.

Volgens de laatste cijfers van de Onderwijsraad gaat nu slechts 20 procent van de eersteklassers naar een schoollocatie waar vmbo, havo en vwo samen zitten. In Noord-Holland, Utrecht en Noord-Brabant biedt maar 10 procent van de middelbare scholen alle schoolsoorten op een vestiging aan. In Groningen, Overijssel en Zeeland is dit percentage hoger, maar nog altijd slechts 30 procent. Overigens worden op deze locaties dan vaak geen brugklassen aangeboden waar iedereen bij elkaar zit: afzonderlijke vmbo/havo-klassen en havo/vwo-klassen zijn de norm.

Niet in balans

Vraag en aanbod is binnen het onderwijs op veel plaatsen in Nederland niet helemaal in balans. Loting is in steden als Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Breda, Groningen, Den Bosch, Rotterdam en Haarlem en in streken als ’t Gooi, Kennemerland of Stichtse Vecht al jaren aan de orde. In de ene stad kunnen leerlingen soms niet eens op een van hun vijf favoriete scholen terecht, elders zijn het slechts een handjevol scholen die achtstegroepers uitloten. Steden doen er alles aan om de loting te minimaliseren, maar in Amsterdam en Haarlem liep het aantal teleurgestelde gezinnen dit jaar toch weer op.

Het is lastig om de keuzes beter te spreiden: in een land als Nederland met een grote mate van onderwijsvrijheid, is vrije schoolkeuze ieders goed recht op basis van artikel 23 van de Grondwet. Hoe zou het uitpakken als middelbare scholen straks van hogerhand wordt opgedragen voor alle leerlingen een driejarige, gezamenlijke brugklas in te richten? Kan dat zomaar? Is er dan voor ouders en leerlingen nog wel genoeg te kiezen?

Les op Academie Tien in Utrecht, een school voor 10- tot 18-jarigen van alle niveaus. Beeld Werry Crone
Les op Academie Tien in Utrecht, een school voor 10- tot 18-jarigen van alle niveaus.Beeld Werry Crone

Hoogleraar Korpershoek heeft twijfels of scholen gedwongen kunnen worden om over te schakelen op een driejarige brede brugklas. “Als je dat als overheid wil, moet je goed bedenken welk doel er bereikt moet worden. Kansengelijkheid en meer sociale interactie zijn grote maatschappelijke doelen, en we hebben er veel voor over om die te halen. Als nu echt empirisch vaststaat dat dit kan door de drie schoolniveaus samen te voegen, dan moet je er als ­samenleving misschien inderdaad voor kiezen. Maar ik betwijfel of dat in dit geval ook zo is. Kinderen zitten misschien langer bij elkaar in de klas, maar zullen ze ook echt bevriend raken? Ze weten nu ook precies uit welke wijk iemand komt, dat blijf je houden.”

Zolang de claim op succes niet onomstotelijk vaststaat, kun je het doel van integratie en gelijke kansen als overheid nog steeds wel stimuleren. Maar hoe scholen dat doel dan willen bereiken, dat mogen ze zelf bepalen, zegt Korpershoek, die nog even het rapport van de onderwijscommissie-Dijsselbloem uit 2008 memoreert waarin de overheid werd opgeroepen om uiterst terughoudend te zijn om zich in te laten met hoe scholen hun onderwijs inrichten. “Scholen hebben hun eigen pedagogisch-didactische visie. Op basis daarvan maken ze keuzes. Als overheid kun je er beter op aansturen dat bijvoorbeeld op iedere school een eenjarige brugklas bestaat. Of dat scholen die de niveaus toch liever afbakenen, makkelijker leerlingen omhoog of omlaag laten stromen.”

Scholen zullen in hun beleid niet ongevoelig zijn voor de wens van ouders. “In een grote stad als Amsterdam met veel schoolaanbod en een uiteenlopend publiek, zie je de marktwerking op het scherp van de snede”, zegt rector Martijn Meerhoff van het ALASCA, een school die havo- en vwo-leerlingen in ieder geval de eerste drie, maar het liefst vijf jaar samen in de klas houdt. “Als zich niet voldoende leerlingen voor je school inschrijven, houdt het allemaal op.”

Enorm dilemma

Het al of niet toevoegen van het vmbo aan de school is een groot dilemma voor ALASCA. “Wij voelen een maatschappelijke opdracht en willen doen wat goed is voor de stad. We zien ook de trend richting categoralisering en die pakt niet voor alle leerlingen goed uit. Het is een enorm dilemma: moeten we het bij twee ­niveaus houden of juist een brede school worden? In dat laatste geval bedienen we een bredere groep, maar zal er ook een groep leerlingen en ouders zijn die niet meer voor onze school zal kiezen, terwijl ze wel heel goed bij ons passen. Dat dilemma is een logische uitkomst van het systeem van vrije schoolkeuze en onderwijsvrijheid.”

Op Academie Tien in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn voert rector ­Albert Wijnsma ‘de moeilijkste gesprekken’ met hoogopgeleide ouders uit rijkere gemeenten als Maarssen. “We hebben hier kinderen uit christelijke vissersdorpen en uit de wijken Kanaleneiland en Overvecht, maar de ouders die GroenLinks stemmen, maken de conservatiefste keuzes”, zegt hij. Sinds Wijnsma de Mavo Tien drie jaar geleden uitbouwde tot een brede scholengemeenschap met alle niveaus voor kinderen van 10 tot 18 jaar, heeft hij vooral van deze ouders vertrouwen moeten winnen. “Ze zoeken zekerheid, en iets wat aansluit bij de school waar ze zelf op gezeten hebben.” Toch vindt Wijnsma niet dat al deze ouders een brede brugklas maar door de strot geduwd moet worden. “Je moet ze er als school van weten te overtuigen.”

“Ouders komen hier met de vraag: mijn kind hoeft niet hogerop geholpen te worden naar vwo-niveau, dat heeft hij al. Ze willen geen concessies doen in de prestaties. Dan zeg ik: mooi, dan behoort hij tot de besten van de klas, en dan kan hij hier nog heel veel leren, zoals verantwoordelijkheidsgevoel. Wij delen onze klassen zo in dat er precies evenveel kinderen van ieder niveau bij elkaar zitten, en werken vanuit ‘grote vragen’. Zo proberen wij vanuit verwondering over een vraag als ‘Waarom geloven wij in goden?’ zoveel gretigheid voor een onderwerp op te roepen dat leerlingen zich op de stof storten en ieder daar op eigen niveau een bepaalde diepgang in kan aanbrengen. Daar hebben wij hele strakke modules voor, en een goed lerarenteam dat afkomstig is van onze eigen lerarenopleiding. Als je dat verhaal niet aanspreekt, dan schrijf je je kind hier niet in. Liever heb ik minder leerlingen, dan dat ik mijn verhaal moet aanpassen.”

Een onderzoek dat altijd als een steentje in de schoen van de brede brugklas is blijven zitten, is er een van het Centraal Planbureau uit 2011 dat vaststelde dat vwo-leerlingen die een paar jaar in een brugklas met havo- en vmbo-leerlingen zaten, minder goede resultaten haalden en minder vaak naar de universiteit gingen, dan vwo’ers die meteen naar een athenaeum of gymnasium gingen. Inmiddels wordt dat onderzoek ook weer door heel veel ander onderzoek tegengesproken, maar of de brede brugklas echt uitdagend genoeg is voor de slimme leerlingen hangt wel helemaal af van wat een docent hen kan bieden.

Theezakjesmodel

In de klassen met havo- en vwo-leerlingen op ALASCA geven ze onderwijs volgens het ‘theezakjesmodel’: alle leerlingen kunnen ieder vak op hun eigen ‘sterkte’ volgen. Meerhoff: “Je kiest bij het begin van het vak voor een niveau basis, gevorderd of expert. Gaandeweg kun je dat nog bijsturen. Voor de leerlingen die nog meer aankunnen is het het hoogste niveau ‘excellent’, dan krijg je echt behoorlijk veel extra werk. Als jonge school leveren we dit jaar onze eerste eindexamenkandidaten af. Het kan straks zijn dat ze met een havo-diploma de school verlaten terwijl ze ook een aantal vakken op vwo-niveau hebben afgerond.”

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de beste leerlingen van de klas vanuit een gemengde brugklas heel goed voldoende uitgedaagd kunnen worden door ze in zo’n ‘excellentieklas’ te laten plaatsnemen als bij ALASCA. Het werkt stimulerend als deze leerlingen enkele vrije uren per week krijgen om zelfstandig aan hun projecten te werken. Juist het benadrukken dat ze tot het groepje ‘excellente’ leerlingen horen, kan leerlingen extra motiveren.

Faalervaringen

Vmbo-niveau is nog niet zo makkelijk toe te voegen aan het havo-vwo-model, zegt Meerhoff. “Bij havo en vwo maak je in het onderwijs dezelfde keuzes, alleen op een lichter en zwaarder niveau. Vmbo-onderwijs is veel praktischer, loopt soms al vooruit op sectoren waarvoor leerlingen belangstelling hebben. Bovendien moet je er om pedagogische redenen rekening mee houden dat je leerlingen niet demotiveert door faalervaringen. Je kunt uitglijden als je van leerlingen te veel verlangt. Kortom, je moet als schoolleiding echt over heel veel inzicht in de curricula van zowel het vmbo, als van havo en vwo beschikken om het op een goede manier samen te voegen.”

Het beeld uit het CPB-rapport dat Nederland beter is in het onderwijs aan de moeilijk lerende kinderen dan aan het stimuleren van de beste leerlingen, klopt volgens Korpershoek op zich over de hele linie wel. “Maar ik vind ook dat de media daar wel eens een te negatief beeld van schetsen. Een goede docent heeft een relatie met al zijn leerlingen, en weet die ook te geven wat ze nodig hebben.”

Toch zullen er altijd groepen blijven waarvan ouders terecht zeggen dat die niet op hun plek zijn in een brede brugklas, zegt Korpershoek. “Dat zijn de leerlingen aan de randen, op het vmbo-beroepsbegeleidende leerwegniveau, voor wie iedere klassikale instructie mogelijk te theoretisch is, en zo’n 10 procent van de leerlingen op het hoogste niveau.” Ook Wijnsma geeft toe: “Wie een IQ heeft van meer dan 140, de hoogbegaafde, kan inderdaad beter naar een categorale school.”

Lees ook:

Hannah uit Haarlem grijpt naast haar favoriete middelbare school: ‘Het is keihard’

In Haarlem ervaren kinderen hoe moeilijk het is om op hun favoriete middelbare school te komen. Liefst 34 leerlingen werden uitgeloot. ‘In één keer stapt je dochter de volwassen wereld in.’

Deze Zwolse school past het toekomstplan van de Onderwijsraad al jaren toe

Het moet helemaal anders bij de overstap van het basis- naar het voortgezet onderwijs, vindt de Onderwijsraad. De Zwolse ‘tienerschool’ brengt dat al in de praktijk.

Onderwijsraad: Het schooladvies in groep 8 verdwijnt, een 3- jarige brugklas voor alle leerlingen

De Onderwijsraad doet een vergaand voorstel voor latere selectie om de kansenongelijkheid in het onderwijs aan te pakken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden