Voor de klas op de reformatorische Johannes Calvijnschool in Amersfoort.

Nieuws Onderwijs

Bijzonder onderwijs maakt oververhitte discussie los

Voor de klas op de reformatorische Johannes Calvijnschool in Amersfoort. Beeld Werry Crone

Terwijl Nederland in rap tempo seculariseert, geeft zeventig procent van de scholen nog altijd een vorm van bijzonder onderwijs. Voor wie doen we dat eigenlijk nog?

Hij gaf de helft van zijn mantel aan een bedelaar en werd later bisschop van Tours. Hoeveel leerlingen van de katholieke school Sint Martinus zouden nog weten dat dit slaat op hun naamgever, de heilige naar wie ook het lichtjesfeest op 11 november is vernoemd?

Niet veel, vermoedt Victor Bulthuis uit het Gelderse plaatsje Herveld. Als parochiepriester ziet hij katholieke scholen al jaren worstelen met hun katholieke identiteit, tot naamsveranderingen aan toe: door de sterke toename van het aantal niet gelovige leerlingen en docenten wilde het Sint Martinus haar naam aanvankelijk verkorten tot ‘Martinus’.

Zijden draadje

“De band tussen school en kerk hangt aan een zijden draadje”, zegt Bulthuis. Hoewel katholieke en protestantse scholen samen zo’n zestig procent van het onderwijs in Nederland uitmaken, is een groot deel van hun leerlingen en leraren niet meer gelovig. “Dat pastores nauwelijks nog scholen bezoeken heeft te maken met de prioriteiten die veel katholieke scholen stellen. Hun identiteit geven zij het liefst zelf vorm en zien het niet meer als taak om kinderen binnen te leiden in het kerkelijk leven, wat overigens terecht is: dat is de taak van de parochie. Maar het gevolg is dat school en kerk elkaar steeds moeilijker vinden. Soms worden we zelfs buiten de deur gehouden.”

Nu er twee islamitische scholen voor ophef zorgen - het Haga Lyceum en een nog op te richten school in Naaldwijk - laait de discussie over bijzonder onderwijs weer in alle hevigheid op. Tegenstanders vinden het niet meer van deze tijd dat de overheid betaalt voor religieus onderwijs en zijn bang voor segregatie. Voorstanders vinden het belangrijk dat ouders zelf een school kunnen kiezen die bij hun opvattingen past, en vinden het onwenselijk dat de staat het onderwijs volledig naar zich toetrekt.

1917: Artikel 23 in de grondwet

De vrijheid van onderwijs werd in 1917 vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, na een strijd tussen de protestanten en katholieken enerzijds, en de liberalen en socialisten anderzijds. Partijen spraken af dat zowel het openbaar als bijzonder onderwijs overheidsgeld krijgt. Het openbaar onderwijs moet toegankelijk zijn voor iedereen, het bijzonder onderwijs mag leerlingen en leerkrachten selecteren. Zo’n dertig procent van de scholen is openbaar, de rest is ‘bijzonder’. Zestig procent is katholieke of protestant. Ongeveer acht procent is islamitisch of Joods, maar ook Montessori-, antroposofisch of Dalton.

Die welles-nietes discussie gaat voorbij aan de genuanceerde kern van de zaak, zegt Gerdien Bertram-Troost, onderzoeker levensbeschouwelijke vorming aan de Vrije Universiteit. Het bijzonder onderwijs is in de praktijk lang niet meer zo religieus als vroeger, en vrijwel alle protestantse en katholieke scholen zijn voor iedereen toegankelijk. “Slechts drie tot vijf procent van het bijzonder onderwijs, waaronder de reformatorische en gereformeerde scholen, selecteert aan de poort en heeft daardoor een relatief homogene groep leerlingen en docenten”, zegt Bertram-Troost. “Zij vormen een minderheid, maar ook daar moet plek voor zijn in onze liberale democratie. De relevante vraag is niet of we het bijzonder onderwijs af moeten schaffen, maar welke rol religie en levensbeschouwing in het onderwijs moeten spelen. Die vraag geldt zowel voor het openbaar als het bijzonder onderwijs.”

Er zijn twee bewegingen gaande, ziet Bertram-Troost. Enerzijds springen veel katholieke en protestantse scholen losser om met hun religieuze signatuur doordat ze minder gelovige leerlingen hebben. Aan de andere kant legt een klein aantal scholen juist méér nadruk op religie. “Dat komt mogelijk ook door de secularisering: ze hechten daar juist meer waarde aan tegen de stroom in.”

Grote behoefte

Het bijzonder onderwijs voorziet ondanks de secularisering nog steeds in een grote behoefte, zegt Toke Elshof, theoloog aan de Tilburg University. Zij onderzocht de verwachtingen van ouders met kinderen op een katholieke basisschool. “Hun wensen hangen samen met twee maatschappelijke tendensen: de toegenomen religieuze diversiteit, en de afgenomen religieuze geletterdheid onder de generatie van jonge opvoedende ouders.”

Ouders verwachten dat de katholieke school een lesaanbod aanreikt dat hun kinderen op een open manier met de katholieke en christelijke godsdienst laat kennismaken, maar ook met andere religies en levensbeschouwingen, zegt Elshof. “Ze beschouwen het meestal als een voordeel dat katholieke scholen ook open staan voor kinderen met een religieus diverse achtergrond, zodat kinderen al spelend en lerend tot onderling begrip en waardering komen.”

Ook priester Victor Bulthuis denkt dat kennis van religie voor alle kinderen van waarde blijft, ongeacht de secularisatie of hun eigen opvoeding. “De tijd dat de pastoor in de klas langskwam voor catechese of gezinsvieringen is voorgoed voorbij. Maar in mijn contact met kinderen merk ik steeds opnieuw dat je kinderen raakt met Bijbelse verhalen. In het geloof zitten waarden in die we allemáál onderschrijven. Net als in de legende van Sint Maarten: dat je omziet naar een ander.”

Lees ook:

‘Islamitisch onderwijs kan integratie juist bevorderen’

Het wantrouwen jegens islamitisch onderwijs is volkomen onterecht, vindt Marietje Beemsterboer, onderzoeker religieuze identiteit. “Islamitische scholen hebben juist een brugfunctie.” 

Is de vrijheid van onderwijs nog wel van deze tijd?

In Nederland profiteren scholen van een bijzonder fenomeen: een verregaande vrijheid van onderwijs. Nu het islamitische Cornelius Haga Lyceum onder vuur ligt, laait de discussie hierover weer op. Is die vrijheid nog wel houdbaar?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden