De afgetreden AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen in haar huis in Diemen.

Interview Liesbeth Verheggen

Afgetreden AOb-voorzitter: Ik had mijn rug rechter moeten houden

De afgetreden AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen in haar huis in Diemen. Beeld Patrick Post

AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen haalde zich de woede van veel leraren op de hals door de onderwijsstaking van vorige week af te blazen. Ze trok haar conclusies, trad af en doet nu in Trouw haar verhaal. ‘Dit doet verschrikkelijk veel pijn.’

Het is de simpelste vraag waardoor ze aan het eind van het gesprek plotseling volschiet. “Ik ga toch even janken hoor”, zegt Liesbeth Verheggen (63) verontschuldigend als de verslaggever vraagt hoe het nu met haar gaat. Ze zucht diep en herpakt zich snel. “Weet je, ik had het bij de AOb ontzettend naar mijn zin. Ik vind dit heel erg.”

De storm rond haar abrupte aftreden is nog nauwelijks gaan liggen. Verheggen heeft zoveel bloemen gekregen dat er overal vazen op haar woonkamervloer in Diemen staan. Met bloemen en kaartjes wil ze trouwens niet op de foto, zegt ze stellig. En ook niet met de blote voeten waarop ze op deze koude herfstdag door de kamer loopt.

Het typeert Verheggen: geen fratsen, geen blad voor de mond. Na meer dan een half leven bij de vakbond valt het afscheid haar zwaar. Haar eerste ‘actievergadering’ woonde ze als student in Amsterdam bij rond 1980. “Dat was fantastisch. Het was de tijd van de eerste staking in het onderwijs. Onno Bosma was voorzitter en zat met zijn voeten op een stoelleuning met de zaal te bedenken hoe het met de acties verder moest. Aan het eind van die bijeenkomst had ik het lef om te roepen: hebben jullie ook aan de studenten gedacht? Ik werd bij mijn kladden gepakt. Dat was de start van mijn leven bij de vakbond.”

Ze begon als vrijwilliger bij de Amsterdamse afdeling. Eerst naast haar studie en later naast haar werk bij een basisschool in de Kinkerbuurt, toen nog een arbeiderswijk waar ze haar leerlingen soms in de kroeg naast hun vader aantrof (en vervolgens naar huis bracht). Na elf jaar verruilde ze het klaslokaal voor het vakbondskantoor, waar haar inspanningen in 2015 werden beloond met het voorzitterschap.

Het leek de kroon op haar carrière, die ze tot haar pensioen hoopte te dragen. Het liep anders. Ruim veertig jaar later wordt Verheggen opnieuw in haar kladden gegrepen – nu in figuurlijke zin. Leraren vallen massaal over haar heen als ze begin november de geplande staking afblaast, nadat ze in allerijl een convenant van 460 miljoen euro voor het onderwijs tekent. Het meeste daarvan is incidenteel.

Wat doet het kabinet?

Het kabinet trekt 460 miljoen extra uit voor het basis- en voortgezet onderwijs. Minister Arie Slob (onderwijs) tekende daarover op 1 november, met de vakbonden en de werkgevers in het basis- en voortgezet onderwijs, onverwacht een akkoord. Dat gebeurde vlak voordat er in het onderwijs zou worden gestaakt.

De bonden hadden om structureel 423 miljoen euro gevraagd. Maar het grootste deel van de 460 miljoen is eenmalig geld. Slechts 16,5 miljoen is structureel. Schoolbesturen kunnen het dus niet gebruiken om de salarissen te verhogen. Alleen voor de leraren in het voortgezet speciaal onderwijs komt er een loonsverbetering.

Verheggen is buiten haar boekje gegaan door haar achterban te negeren, vinden docenten, die alsnog willen staken voor structureel geld. Er volgt een crisisweekend waarin ze ‘haar conclusies trekt’. Ze treedt af.

Haar besluit om de staking af te lasten had niet ‘met stoom en kokend water’ op een vrijdagmiddag genomen mogen worden, schrijft Verheggen in een verklaring. ‘Deze termijn was te kort voor het afblazen van een staking waarbij zoveel ongenoegen over het jarenlange opgebouwde lerarentekort en de hoge werkdruk tot uiting moest komen.’

Werd u gedwongen om af te treden?

“Fijn dat je het vraagt. Het antwoord is nee. Ik kwam in de loop van zaterdag, toen de hele storm losbrak nadat ik had besloten om die handtekening te zetten en de staking af te blazen, tot de conclusie: dit had ik niet moeten doen. Ik had mijn rug rechter moeten houden. Het was voor mij geen vraag meer of ik kon blijven. Ik heb zelf mijn conclusies getrokken. Daar heb ik geen seconde aan getwijfeld. Maar het doet verschrikkelijk veel pijn.”

Hoe heeft u zo’n verkeerde inschatting kunnen maken?

“Ik voelde me onder druk gezet. Dat zeg ik niet als excuus, maar wel als verklaring. Met de bonden en raden hebben we voor de zomer een noodpakket aan Den Haag gevraagd van 423,5 miljoen euro. Minister Slob zei maandenlang: er komt geen cent bij, dat kun je op je buik schrijven. Pas op donderdag 31 oktober om half acht ’s avonds hadden we een eerste gesprek met de minister over de onderuitputting (een deel van de begroting dat mogelijk toch benut kan worden, red.). Daar hoorden wij voor het éérst aan welke bedragen het kabinet zat te denken: 440 miljoen euro. Als je op donderdagavond hoort welke bedragen er eventueel beschikbaar zijn, en op vrijdag moet je een akkoord sluiten, dan ben je dus absoluut niet in de gelegenheid gesteld om je achterban te raadplegen. Mijn vertaling is achteraf: er moest zo snel mogelijk een akkoord komen om te zorgen dat de staking niet doorging. Al heeft Slob dat nooit met zoveel woorden gezegd.”

U was toch niet verplicht om dat akkoord te tekenen?

“Dat klopt. Achteraf gezien had ik het ook niet moeten doen. Maar toen die 460 miljoen op tafel kwam, merkte ik aan de collega’s om me heen (de andere bonden en werkgevers, red.) dat het draagvlak om te strijden voor structureel geld totaal was weggevallen. Ik zei nog: jongens, hoe kan het dat we hier binnen 24 uur een akkoord proberen te sluiten zonder daar met onze achterban over te praten? Maar als AOb stond ik alleen. Ik stond letterlijk helemaal alleen. Ik was bang dat we buitenspel zouden komen te staan.”

Dat verwijt – buitenspel staan – kreeg u vaker. Bijvoorbeeld toen u vorig jaar niet wilde aanschuiven bij de landelijke gesprekken over het lerarentekort.

“Nee, daar zaten wij niet bij. De druk op de AOb is al opgevoerd vanaf vorig jaar december, toen die zogenoemde landelijke tafel lerarentekort werd ingericht. Ik kan je vertellen dat ik wekelijks door collega’s, bonden, voorzitters van raden en Kamerleden ben weggezet als een voorzitter die haar verantwoordelijk niet neemt door niet aan die tafel te zitten. Dat vind ik zo onterecht.”

Waarom?

“Die lerarentafel is voor de bühne. Het wordt neergezet als dé oplossing voor het lerarentekort. Aan die pr doe ik niet mee. Een landelijke tafel met voorzitters van organisaties die niets klaarspelen – ik zeg het heel scherp – daar hebben wij niets te zoeken. Ik wilde niet aanschuiven als er intussen niet naar manieren wordt gezocht om structureel in onderwijs te investeren. Dat heb ik vanaf het begin gezegd.”

“Bovendien: je ziet dat die tafel niet wérkt. De vier grote steden zijn onlangs bij Slob geweest om te praten over het lerarentekort. Wat staat er vervolgens op de site van de PO-Raad (de organisatie van basisschoolbesturen, red.)? Die roept de Tweede Kamer op om met het ministerie van onderwijs ‘onorthodoxe maatregelen’ te nemen om het tekort op te lossen. Daar was die tafel toch voor!? CNV onderwijs doet precies hetzelfde. Dan denk ik: jongens, jullie zitten zelf om de tafel met alle partijen die er iets aan kunnen doen. Overheid, opleidingen, werknemers, werkgevers… Pak die rol! Maar ik heb niets gezien, behalve dat nu op de site van het ministerie staat hoe je in het onderwijs kunt komen te werken. Ik ben daar fel op.”

U kreeg zelf ook kritiek. U zou niet goed naar uw achterban luisteren. Heeft die onvrede de opkomst van bonden als Leraren in Actie en PO in Actie in de hand gewerkt? Veel leraren voelen zich niet meer goed door de traditionele AOb vertegenwoordigd.

“Weet je, daar ga ik toch iets anders van zeggen. Het zijn veel dubbellidmaatschappen, en de AOb groeit nog steeds. Blijkbaar doen we ook iets goed. Het probleem zit in de vraag: laten we de stem van de leraar in onze besluitvorming voldoende doorklinken? Ik denk dat dat nu een probleem is van de hele publieke sector: hoe krijg je als vakbond de positie dat je tijd en ruimte kunt claimen om je achterban mee te nemen in het proces waarin je zit? Dat is precies waar het de afgelopen periode fout is gegaan.”

Dat meenemen van de achterban is toch uw eigen verantwoordelijkheid?

“Ja. Daarom ben ik ook afgetreden. Dat heb ik niet goed gedaan. Als vakbond moeten we de directe zeggenschap van leden beter vormgeven. Dus voorafgaand aan besluitvorming mensen in staat stellen om zich uit te spreken en actief te zijn. Maar de politieke druk is een groot probleem. Als de overheid verantwoordelijkheid en autonomie geeft aan het maatschappelijk middenveld, zoals bij decentralisatie gebeurt, vind ik dat ze ook de voorwaarden moet scheppen zodat iedereen zijn rol kán pakken. Ze had het ons nooit mogen aandoen om ons op donderdag bij elkaar te zetten om binnen 24 uur een akkoord te forceren. Dat kan niet. Zo graaft de polder zijn eigen graf.”

Is dat niet wat overdreven?

“Nee. Doordat Den Haag de serieuze problematiek in het onderwijs niet onderkent, creëren ze het failliet van de polder. Slob heeft zijn politieke belangen boven het belang van de sector gesteld. Hij had blijkbaar iets nodig om bij het bespreken van de begroting te kunnen zeggen: kijk, ik heb het gevonden. Hij kocht rust voor de resterende kabinetsperiode. Ik vind echt dat hij buiten de lijntjes moet gaan kleuren. Kom nou eens op voor de mensen en durf tegen collega’s in het kabinet te zeggen: dit kan zo niet langer.”

Heeft u nog vertrouwen in de toekomst van het onderwijs?

“Toch wel. Er ligt een goede bodem om verder op te bouwen. Er is iets losgekomen in dit land. Het lerarentekort staat nu echt op de kaart. Het feit dat premier Rutte ons uitnodigde in het torentje, laat zien dat het doordringt dat het lerarentekort een groot maatschappelijk probleem is. Geen enkele partij kan het maken om onderwijs straks niet prominent in haar verkiezingsprogramma op te nemen.”

Over het lerarentekort gesproken: u heeft nu uw handen vrij. Gaat u zelf weer voor de klas?

Ze stamelt even, overvallen door de vraag. “O, dat weet ik nog niet. Onderwijs zit te dicht op mijn ziel om het los te laten. Ik vind het gek om te denken dat je na dertig jaar zomaar weer voor de klas kunt zonder bijscholing. Maar ik sluit absoluut niet uit dat ik weer iets met onderwijs ga doen. Misschien word ik leesmoeder bij mijn kleinzoon. Ik moest laatst ergens in een klas op de foto en binnen tien minuten had ik het overgenomen. Dat zit er nog altijd in. Ik vind het heerlijk.”

Lees ook:

Onderwijsbonden verslikken zich in woedende leraren

De grote vakbonden besloten tóch te staken, na negatieve reacties van leraren op het akkoord. Die zagen ze niet aankomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden