Vrouwelijke hoogleraren

Aandeel vrouwelijke hoogleraren groeit opnieuw licht

Hoogleraren bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit van Wageningen in 2018.  Beeld ANP
Hoogleraren bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit van Wageningen in 2018.Beeld ANP

Het percentage vrouwelijke hoogleraren is met 1,1 procent gegroeid. In dit tempo duurt het nog tot 2041 tot de man-vrouwverhouding is rechtgetrokken.

Bijna een kwart (24,2 procent) van de hoogleraren bij universiteiten is inmiddels vrouw, toont de jaarlijkse monitor van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH). Bij twaalf van de veertien universiteiten was er een stijging te zien, bij de Universiteit Leiden en de Universiteit van Amsterdam nam het percentage licht af.

De Open Universiteit telt de meeste vrouwelijke hoogleraren (39,9 procent), gevolgd door Maastricht University (30,1 procent) en de Radboud Universiteit (29,6 procent). Hekkensluiters zijn de TU Delft (16,9 procent) en de TU Eindhoven (18,3 procent). Desondanks was de groei in Eindhoven opmerkelijk: daar steeg het percentage vrouwelijke hoogleraren in één jaar met 2,9 procentpunt.

In 2015 maakten de universiteiten streefcijfers bekend over hoeveel procent vrouwelijke hoogleraren er in 2020 aan hun universiteit werkzaam zouden moeten zijn. Zoals het nu lijkt hebben acht universiteiten dat streven gehaald. Zes universiteiten lukt dat (nog) niet.

Op verzoek van het LNVH zijn er nieuwe streefcijfers vastgelegd voor 2025. Gemiddeld genomen moet dan 31,2 procent van hoogleraren bij de universiteit vrouw zijn, al verschilt dat per universiteit. Zijn deze nieuwe cijfers ambitieus genoeg? “De universiteiten plaatsen een mooie stip op de horizon, maar zetten ze in op een realistische, voorzichtige groei en niet op een bijzondere versnelling”, stelt woordvoerder Lidwien Poorthuis. “Maar voorzichtig is niet per se erg. Belangrijk is dat er naast de groei van hoogleraren ook een cultuurverandering komt, anders raken we de vrouwen ook weer kwijt.”

Opvallend is dat aan het begin van een wetenschappelijke carrière het verschil tussen mannen en vrouwen niet heel groot is: bij de promovendi is 43,6 procent vrouw. Bij de universitair docenten is dat 41,9 procent. Oftewel, hoe hoger op de carrièreladder, hoe minder vrouwen er te vinden zijn. Hoe kan dit? Het is voor mannen én vrouwen moeilijk hoogleraar te worden gezien de grote concurrentie, zegt Poorthuis. “Alleen zie je dat de route omhoog vrij conservatief is: kinderen krijgen past daar bijvoorbeeld ook nog altijd lastig in. Zo trekken vrouwen hogerop alsnog aan het kortste eind.”

Moet er een quotum komen, zoals in de top van het bedrijfsleven straks gaat gebeuren? Liever niet, stelt Poorthuis.  “We willen het liever gelijktrekken via de reguliere weg. Blijkt het probleem alsnog hardnekkig, dan zijn tijdelijke, gerichte quota wellicht een oplossing, zoals bij specifieke faculteiten of vakgebieden als economie, waar vrouwelijke hoogleraren nog altijd flink in de minderheid zijn.”

Lees ook:

Er zijn meer vrouwelijke hoogleraren, maar hun salaris blijft lager

Het aantal vrouwelijke hoogleraren aan Nederlandse universiteiten steeg nog nooit zo hard. Momenteel is bijna een kwart van alle professoren vrouw. Dat blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2019

Na jaren debatteren is het vrouwenquotum er opeens

‘Geen vrouw, dan ook geen man erin’, is het nieuwe adagium voor de raden van toezicht. Een vrijwillig streefcijfer van 30 procent vrouwen aan de top werkte niet, daarom wordt het nu verplicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden