-

Hans Masselink

Het bed is doorgelegen, de nachtrust was niet optimaal. Je moet er wat voor over hebben, niet iedere dag slaap je in het bed van William H. Singer jr, de Amerikaanse kunstverzamelaar en schilder, en zoon van een puissant rijke staalbaron uit Pittsburgh. Hier vanuit dit ledikant in Singerheimen (vroeger Dalheim), het onderkomen van William en zijn vrouw Anna, in het Noorse plaatsje Olden, probeer je je voor te stellen hoe deze Singer leefde, hoe hij zich liet inspireren door deze omgeving, dit dal dat hij bestempelde als zijn eigen kathedraal, waar het goddelijke en de natuur zich verenigen.

Alles in Singerheimen lijkt nog op z’n ouwe plaats te staan. Het huis met zijn 101 deuren ruikt wat muffig, motteballerig. Weinig is veranderd in al die jaren. Het wankele gele nachtkastje naast het bed is hetzelfde, het lampje met z’n ouderwetse stekker staat er nog, de rieten stoel is herkenbaar van de schilderijen. Een van zijn mindere werken, foto’s van Billy en zijn geliefde hangen aan de muur. Anna's slaapkamer is enkele deuren verderop. In een la ligt nog een Time van 19 juli 1947. Binnenin een foto van kinderen uit Nagasaki, hun gezichtjes zijn gezwollen, op de cover Evita Peron.

William Singer (1868-1943) leefde niet meer in dat jaar 1949. Anna zelf zal het Amerikaanse blad er hebben laten slingeren. William Singer was verknocht aan deze kamer, met zijn erker en van daaruit uitzicht op de omgeving en op de slaapvertrekken van het personeel (mannen en vrouwen ieder hun eigen ingang). Hij was gek op dit huis met zijn vele vertrekken , op de stallen, het koetshuis en bovenal zijn atelier met hoge ramen op het noorden. Een mausoleumpje is erbij gebouwd, de lichamen van het kinderloze paar liggen er opgebaard.

Singer, rijk als hij was, kon het zich veroorloven zijn leven naar believen in te richten. Hij ontvluchtte het beklemmende zakenmilieu in het door rook en roet besmeurde Pittsburgh, ging het vak van schilder beoefenen en mooie spullen verzamelen. Hij trouwde in 1895 met Anna, een meisje uit Hagerstown (Maryland), en ontmoette in die tijd in de VS ook de Noorse kunstenaar Martin Borgord. Het drietal werd onafscheidelijk. Ze togen met elkaar naar Europa waar het ’allemaal’ gebeurde op kunstgebied.

William Singer schilderde verdienstelijk en nam in Parijs wat lessen aan de Académie Julian. Maar het milieu van vrijgevochten kunstenaars beviel hem niet zo. Dat bohemienachtige gedoe, daar moest hij niet zoveel van hebben. Wel was hij onder de indruk van Claude Monet en Camille Pisarro. Hij ging naar het Nederland, raakte er geïnspireerd door de Haagse School, de gebroeders Maris, Israëls en Anton Mauve. Het schilderen van landschappen, de natuur zoals hij in werkelijkheid is, dat is wat hij wilde. In het Gooise Laren, waar een kolonie van kunstenaars zich bezig hield met het schilderen van boerenhuisjes, heidelandschappen en schaapskuddes, trof hij wat hij zocht.

Maar William wilde meer. Hartsvriend Martin Borgord had in 1903 William en Anna al meegenomen naar zijn Noorwegen. William was daar diep onder de indruk geraakt van de pure natuur. „Anna, I have found my country”, zei hij. Maar het landschap was nog te overheersend, te woest soms. William kon het niet vatten in zijn doeken. Maar de gedachten aan Noorwegen lieten hem niet los. Dat land met zijn fjorden, bergen, rivieren, watervallen, voortdurend veranderende kleuren, zuivere lucht werd in feite zijn echte grote liefde. Singer pendelde in zijn leven zo’n beetje tussen de VS, Laren en Noorwegen. Amerika was de oude thuisbasis, in Laren waren veel vrienden, en in Noorwegen was de ware natuur.

Rondlopend in Olden is Williams liefde voor de plek meer dan goed te begrijpen. Het uitzicht vanuit Singerheimen naar de rechter kant is lieflijk, het landschap is glooiend, de bergen lopen in mooie lijnen in elkaar over, het water van de Njordford glinstert, een dampende stoomboot heeft er net zijn passagiers afgeworpen. Aan de linker kant is de ruigte, ruwe bergtoppen met sneeuw. De wolken werpen hun schaduwen op de bomen. Het levert een bewegend schouwspel op, een levend schilderij. Het geluid in het dal draagt ver, geloei van koeien, mensenstemmen, het geruis van de wilde rivier, een auto in de verte, het is allemaal te horen. De lucht is zuiver, het licht is scherp, de ogen moeten toegeknepen worden, het water van de rivieren en de meren heeft een vreemde blauwe kleur, tegen turquoise aan.

Singer kwam hier per boot aan, liet zich met koetsen en later auto’s vervoeren naar zijn huis. De huidige bezoeker zal er vooral per auto heengaan, vijf/zes uur rijden vanaf het zuiderlijker Bergen. Singerheimen met zijn negen gebouwen is een bezoek waard en biedt aan groepen bed and breakfast, wellicht het bed van William of Anna.

Rondlopend in het Singermuseum in het Noord-Hollandse Laren – de Singers waren de grondlegger van dit museum en woonden er een tijd –, waar komend weekeinde de tentoonstelling ’American Impressionist’ over Singers schilderwerk begint, valt op hoe begeesterd William was door die Noorse landschappen. Dezelfde bergketens in verschillende gedaantes, in de winternacht, in de sneeuw, in het kleurige voorjaar, met opkomende mist. Het bezoek aan Olden heeft er ongetwijfeld toe bijgedragen, dat juist deze doeken (bijna vierkant van vorm) het meeste indruk maken op deze expositie.

William Singer heeft er ziel en zaligheid ingelegd. Hij was een goede schilder, meer niet, niet van het niveau van een Monet of Pisarro. Hij worstelde met zijn doeken, het een is beter geslaagd dan het andere. Ze zijn wat traditioneel van aard, zoals Singer zelf ook een traditionele man was met een conservatieve smaak. Hij bleef altijd zijn milieu trouw, leefde een rijk leven, liet zich omringen door bedienden die zich ook nog eens volgens allerlei regels moesten gedragen. In Singerheimen droeg het veertienkoppige personeel bijvoorbeeld uniformen, zwart/wit bij het diner, blauw/wit bij het ontbijt.

Verwacht van Singer geen wilde abstractheid, hij was allerminst grensverleggend. Hij had het ook niet zo op schilders als Picasso en Mondriaan. De moderne schilder had volgens Singer alle lessen uit de kunstgeschiedenis vergeten. Eind jaren twintig schreef hij eens aan een vriend dat de zogenaamde moderne kunst over de hele wereld achteruitgaat. ’Thank God’, voegde hij er aan toe.

Singer zag kunst als ’de religie van de schoonheid’. Die schoonheid, vooral van de natuur probeerde hij uit te drukken, op impressionistische wijze. Singers schilderwerken waren in zijn tijd zeker gewild, op zo’n 200 tentoonstellingen in plaatsen als New York, Londen, Parijs en Amsterdam werden zij tentoongesteld. Over zijn eigen werk was hij niet altijd even tevreden. Hij heeft zeker 146 van zijn schilderijen vernietigd.

William Singer trok er als het weer mee zat met zijn schildersezel op uit om de natuur vast te leggen. En die aanwezigheid van de allesoverheersende natuur, het vastleggen van wat hij zag was als het ware een religieuze belevenis. „Ik houd van de natuur, ik houd van het landschap omdat het zo oprecht is”, zei hij. Die natuur maakte geen lawaai, maar bracht slechts harmonie. En ’alle natuur openbaart God, natuur is God, de immanente God, de enig mogelijke God’. Er was maar één leermeester, en dat was de natuur. William Singer was geen kerkganger, geen praktiserend gelovige, maar hij zag de natuur als zijn ultieme inspiratiebron, als pure geestverrijking. Vandaar ook dat hij het dal van Olden betitelde als zijn eigen kathedraal, de kerk waar hij zijn religie vond. „Mijn diepe liefde voor eenzaamheid en stilte, voor bergen, rivieren en undefiled natuur, heeft Noorwegen zijn grote aantrekkingskracht gegeven, en vooral in de winter als er alom zuiverheid, mysterie en vrede heerst.” In dit Noorwegen vond hij zijn liefde, de eenzaamheid waar hij zo van hield, de stilte. En soms ook de treurigheid, zoals is te zien in zijn schilderijen van eenzame wat hangende berken. In vrijwel alles werd hij door zijn trouwe maatje Anna gesteund. Soms stelde ze zelfs haar rug als schildersezel beschikbaar. Alles wat over haar William geschreven werd deed ze in plakboeken. Ze was zijn allergrootste fan. En dan waren er die hechte vriendschappen zoals met Martin Borgord en met de schilder Jaap Dooyewaard die in Olden kwam wonen, die zijn slaapkamer in Dalheim in dezelfde gang had als het echtpaar. Een filmscenarioschrijver zou zijn fantasieën kunnen botvieren op de driehoeksverhoudingen in huize Dalheim. Soms werd het Anna wel eens te veel al die natuur en stilte in Olden, verlangde ze terug naar Laren, de gezelligheid van hotel Hamdorff, de huisconcerten, de gesprekken met de Gooise vriendinnen. Maar William wilde liever zoveel mogelijk in Olden blijven. Anna bleef hem trouw tot aan zijn dood op 29 december 1943. Haar verdriet was groot. En na zijn dood wilde ze eigenlijk nog maar een ding. De uitzonderlijke kunstverzameling van William moest onder de aandacht worden gebracht. En ook de schilderwerken die door William zelf waren gemaakt zouden onder ogen van een zo groot mogelijk publiek moeten komen. Anna zal blij zijn geweest met de uitgebreide tentoonstelling van de werken van haar ’Billy’ die nu in het Larense Singermuseum hangen. Eindelijk de erkenning die hij volgens haar verdiende.

BOX

Tentoonstelling: American Impressionist, William H. Singer jr. 1868-1943. Tot 7 december 2008. in Singer Laren. Openingstijden dinsdag t/m zondag 11-17 uur. Boek bij tentoonstelling met zelfde titel door Helen Schretlen. Uitgeverij Waanders. Prijs: .... euro. Van dezelfde auteur en uitgever Loving Art, de William & Anna Singercollectie. Prijs...Meer info over Singerheimen in Noorwegen: www.singerheimen.no

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden