Zwitserse grondstoffenhandel is een 'tikkende tijdbom'

Het stadje Zug is de spil in een wereldwijde industrie

ZUG - Bij het hoofdkantoor van Glencore Xstrata in het Zwitserse Baar is het één grote bouwput. Opgebroken trottoirs, bouwmachines, mannen met drilboren. Naast het witte kantoor van de grootste grondstoffenhandelaar ter wereld worden nieuwe flats uit de grond gestampt, aan de andere kant verrijzen glanzende kantoorpanden. De oude fabriekshal aan de overkant herinnert aan de machine-industrie waarmee men in dit belastingparadijs ooit zijn brood verdiende. Iets verder liggen de groene heuvels met vakwerkhuizen, het traditionele beeld van Zwitserland.

In dit decor wordt een groot deel van de wereldhandel in grondstoffen afgewikkeld. Zeshonderd man werken hier in Baar, en zestigduizend werknemers heeft Glencore Xstrata wereldwijd op de loonlijst staan. De omzet van vorig jaar bedroeg 240 miljard dollar, met de handel in olie, zink, koper en andere mineralen. Glencore is de enige grondstoffenfirma die aan de beurs genoteerd is, sinds de fusie met Xstrata in 2011.

In de hoofdstraat van Zug, een paar kilometer verderop, wordt in een kleurloos flatgebouw de helft van alle koffie ter wereld ingekocht en doorverkocht. Een aantrekkelijk fiscaal klimaat verleidt steeds meer bedrijven om zich in Zwitserland te vestigen. Maar hun producten zullen de Zwitserse bodem nooit raken. Tijdens de winning en het transport over de wereldzeeën zijn de ladingen al talloze keren van eigenaar verwisseld langs een complexe draaischijf die moeilijk is te doorgronden. Rond de vijfhonderd van dergelijke handelsfirma's zijn er inmiddels in Zwitserland. Ze regelen hun business in grondstoffen achter naamloze gevels in Zug en Genève.

Jarenlang kraaide daar geen haan naar. Kanton Zug werd steeds rijker, en de bouw-boom houdt maar aan. Maar terwijl het bankgeheim zo goed als verdwenen is, dreigt nu de grondstoffenhandel de nieuwe hypotheek voor Zwitserland te worden. "Ik heb het gevoel dat we op een tikkende tijdbom zitten", zegt de Zwitserse oud-senator Dick Marty. Grondstoffenfirma's opereren in landen met zwakke of niet-functionerende regeringen. Elites verrijken zich door de bodemschatten van hun land te verkopen. Bouwarbeiders worden uitgebuit, mijnwerkers sterven en mensenrechten worden in deze handel met voeten getreden.

Belangrijke motor achter de kritiek zijn organisaties als de Verklaring van Bern, die vorig jaar een onderzoek publiceerde waarin staat dat de grondstoffenhandel 'het gevaarlijkste zaakje van Zwitserland' is. Lokale politieke partijen in Zug vechten al jaren tegen de grondstoffengiganten die het karakter van het kleine stadje totaal hebben veranderd. "De rijkdom van Zug rust op bloedgeld", zegt Jolanda Spiess, vicevoorzitter van de Groene Partij in Zug, "en dat wil ik niet op mijn geweten hebben". Maar de minderheidspartij in het kantonsparlement heeft tot nu toe weinig kunnen uitrichten.

Terwijl Amerika met de zogeheten Dodd-Frankwet de handel in grondstoffen en derivaten aan banden legde en de EU haar wetgeving aanscherpte, publiceerde de Zwitserse regering vorig jaar een flauw rapport over de grondstoffenhandel. Het probleem van corruptie en schending van mensenrechten wordt erkend, en daarmee de mogelijke reputatieschade voor Zwitserland. Maar volgens de regering is de verantwoordelijkheid van moederbedrijven zoals Glencore, Vitol en Trafigura voor hun dochters in ontwikkelingslanden beperkt. Zwitserland wacht de ontwikkelingen af, net als het land bij het bankgeheim jarenlang heeft gedaan. Uiteindelijk werd het land door toenemende internationale druk gedwongen tot het verstrekken van bankgegevens aan de buitenlandse fiscus.

Mark Pieth, een autoriteit op het gebied van corruptiebestrijding, noemt de afwachtende houding van Zwitserland een gemiste kans. Volgens de hoogleraar moet Zwitserland een internationale grondstoffen-taskforce oprichten en er samen met Engeland en Amerika op aandringen dat ook concurrenten als Doebai en Singapore daaraan mee doen. Non-gouvernementele organisaties hebben de belastingoptimalisatie van ondernemingen al lang hoog op de agenda. Het wordt steeds lastiger voor moederbedrijven te doen alsof ze niets weten van de wijze waarop ze geld verdienen.

Ondertussen kijkt het buitenland met scheve ogen naar het economische succes van Zwitserland. Dat kan niet lang goed gaan, zegt Pieth, vroeg of laat zal de Zwitserse grondstoffenhandel het volgende doelwit worden.

Groter dan de toeristenbranche
Sinds de eeuwwisseling heeft Zwitserland zich tot een van de grootste handelsplatformen voor grondstoffen ter wereld ontwikkeld. Na de beursval van 2002 zochten handelaren een alternatief voor aandelen. Als gevolg daarvan explodeerde de grondstoffenhandel. De hele keten van winning, logistiek en doorverkoop van olie, zink, koper of goud wordt vanuit Zwitserland bestierd. De helft van alle koffie ter wereld wordt in Zug omgeslagen. In 2011 was het volume van de grondstoffenhandel al vijftien keer zo groot als in 2001. Zes van de tien bedrijven met de grootste omzet van het land zijn grondstoffenfirma's als Glencore, Vitol en Trafigura. De grofweg 500 firma's met 10.000 medewerkers zijn goed voor circa 3,5 procent van het bnp. De grondstoffenbranche is daarmee groter dan de toeristische industrie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden