Zwitsers nemen zichzelf onder de loep

Een Zwitserse commissie zal gaan uitpluizen hoeveel geld - en van wie - er nog uit de oorlogsjaren in de Zwitserse kluizen ligt. Maar misschien nog belangrijker zijn de morele vragen. Meer dan ooit wordt Zwitserland ermee geconfronteerd dat het in naam neutraal was, maar dat het tegelijkertijd op grote schaal zaken deed met de nationaal-socialisten. Het 'zelfonderzoek' is ingezet.

Dat regering en banken met hun ongelukkige uitspraken eerst nog fout op fout wisten te stapelen, heeft de zaak geen goed gedaan. De Zwitserse ambassadeur in de VS sprak in een intern stuk van een “oorlog, die Zwitserland aan het binnen- en buitenlandse front moet voeren”. Hij moest opstappen. De minister van economische zaken, Delamuraz, zei in een interview dat hij zich 'gechanteerd' voelde door de internationale druk. Vooral de zinsnede dat “Auschwitz niet in Zwitserland ligt” zette kwaad bloed bij vele kritische Zwitsers. De minister bood, zij het niet volmondig, zijn excuses aan en overleefde een kamerdebat.

Ook de banken hebben zitten klungelen. Een beveiligingsman van de SBG, een van de grote banken, liep naar de de pers met documenten uit de oorlogsperiode. Hij had ze nog maar net gered voor ze de papiervernietiger in zouden gaan. De bank ontkende dat het om belastend materiaal ging, diende een klacht wegens smaad in jegens de employé, om die vervolgens weer in te trekken wegens gebrek aan bewijs.

Domme jongen “Een domme jongen die uit opportunisme heeft gehandeld”, zegt een joodse Zwitser. “Hij had met die stukken naar de SBG-directie moeten stappen, in plaats van naar de pers. Ik weet uit de eerste hand dat het om niet-gevoelige informatie ging. Niet dat de bank dit slim heeft aangepakt, dat geef ik toe. Ik zou een paar jaar hebben gewacht met het vernietigen van die papieren, dan is de storm weer geluwd.” Over de claims van nazaten van joodse rekeninghouders is hij al even laconiek. “Of je hebt papieren, en dan krijg je je geld, of je kunt het niet bewijzen, en dan houdt het op.”

Afgelopen vrijdag verscheen in de Zwitserse dagbladen een pagina-grote advertentie van de vereniging Het Manifest van 21 januari': 'Wij, de ondertekenaars van dit Manifest, Zwitserse mannen en vrouwen en inwoners van dit land, voelen ons door geen enkele joodse organisatie onder druk gezet, maar wel in diskrediet gebracht door het optreden van de Zwitserse banken en de Zwitserse regering.' Zo begint de verklaring die is ondertekend door een kleine tweehonderd schrijvers, acteurs, filmers en wetenschappers. De ondertekenaars willen dat de regering zich distantieert van de uitspraken van minister Delamuraz en optreedt tegen de golf van antisemitisme die volgens het Manifest is veroorzaakt door diens woorden.

In een artikel in de Tages Anzeiger schrijft Adolf Muschg, een gelauwerd literator en één van de ondertekenaars: “We hebben ons er altijd voor verontschuldigd, net als de minister, dat wij iemands gevoelens gekwetst zouden kunnen hebben. Maar nee: we hebben meegewerkt aan het doden van een volk en daaraan verdiend. Dit feit bleven wij, ook toen het niet meer te ontkennen viel, behandelen als voetnoot bij een heldenlegende.”

Dit weekend werd het secretariaat van het Manifest overstelpt met reacties, voor het overgrote deel positief. Het feit dat steeds meer mensen zich aansluiten, onder wie ook leden van de zittende magistratuur, maakt indruk. De handtekening van iemand als Christoph Vitali, die in 1998 is belast met de Zwitserse inzending van de Frankfurter Buchmesse, is veel waard. Ook Gerhart Riegner, de ere vice-voorzitter van het Joodse Wereld Congres in Genève, zegde inmiddels zijn steun toe. Het was Riegner die in 1942 het telegram verstuurde aan Roosevelt, waarin de geallieerden voor het eerst duidelijk konden lezen wat het lot was van de gedeporteerden naar de concentratiekampen.

De initiatiefnemers spreken van de bevrijdende werking die hun oproep heeft gehad. “Je merkt dat mensen opgelucht zijn, dat er nu een stem is voor de mensen die kritiek hebben op de regering. De regering, net als veel conversatieve Zwitsers, verdedigen de banken”, zegt Stefan Keller, een journalist die het initiatief nam voor het Manifest. In 1994 dwong Keller met zijn publikaties de Zwitserse regering tot rehabilitatie van de politieman Paul Grüniger, die tientallen joodse vluchtelingen het land had binnengelaten en vervolgens eerloos werd ontslagen. Het bericht haalde de internationale pers, maar deed in Zwitserland zelf weinig. Het is een teken van de verkrampte manier waarop veel Zwitsers ook nu weer omgaan met de recente beschuldigingen. Keller: “Conservatieve Zwitsers beschouwen ons als nestbevuilers. Diezelfde mensen verdedigen Zwitserland tegen de joodse lobby en worden steeds antisemitischer in hun uitlatingen.”

Dat laatste zou blijken uit de brieven die de joodse organisaties in Zwitserland bereiken en die tegenwoordig met naam en toenaam worden ondertekend.

Keller wil dat de mensen de geschiedenis van Zwitserland opnieuw onder de loep nemen. “Nu het gesprek door links en rechts in alle media gevoerd wordt, is de bereidheid kennelijk groter een eerlijker beeld van de Zwitsere geschiedenis te krijgen.”

Arrogantie Het Manifest spreekt ook van de arrogantie en het cynisme van de Zwitserse banken. Niet zelden werd mensen aan het loket gevraagd om een 'Todesschein', een schriftelijk bewijs van het overlijden van een familielid uit het concentratiekamp. Veel vaker werd het bestaan van een rekening echter ontkend, en stuurde men, onder bescherming van het bankgeheim, de vrager met een kluitje in het riet. Dat er nu een systeem komt waardoor erfgenamen tot op de bodem kunnen uitzoeken of er nog rekeningen zijn en wat erop staat, wordt ook in bankierskringen in Zwitserland positief beoordeeld. Wel is men daar realistisch: de financieel-technische en juridische problemen zijn legio. Het fonds moet natuurlijk openstaan voor iedereen, die nog iets te claimen heeft, niet alleen joden. Ook zal het lastig zijn een rente-percentage vast te stellen. Daarvan hangt af op hoe hoog het totale bedrag geschat wordt. Het lijkt niet aannemelijk dat het fonds ooit de bijna tien miljard gulden zal bevatten, die de rechthebbenden volgens sommigen zouden kunnen claimen.

Niettemin is een belangrijke stap gezet, nu banken en bedrijfsleven het fonds als eerste met zo'n 325 miljoen zullen gaan voeden. Hoeveel belastinggeld er in het fonds zal gaan, moet nog in het parlement besproken worden.

De vrij ingewikkelde vormgeving van het fonds lijkt een gunstige voorwaarde voor het in het reine komen met het verleden, waartoe de Zwitsers nu worden opgeroepen. Het is een proces dat maanden, zelfs jaren gaat duren. De Zwitsers zijn met hun directe democratie gewend aan langzame processen, die pas tot actie leiden als de laatste stem van de laatste burger is geteld. Het Manifest wil daarbij met nieuwe advertenties en bijeenkomsten optreden als de morele waakhond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden