Zwevende hoofden hebben we. Choreografe Anouk van Dijk brengt onsdansend in contact met de rest van ons lichaam.

Anouk van Dijk heeft haar dansers, slechts een paar dagen voor depremière van haar nieuwe choreografie 'HEADS', toch een weekend vrijgegeven. "Dans is als topsport", zegt de choreografe. "Als er een zwareprestatie moet worden geleverd, is rust nemen even belangrijk als trainen."

Het bewegingsmateriaal voor 'HEADS' is weliswaar 'af', er moet nog watgemorreld worden aan de 'kijksleutel' waarmee het materiaal vaninhoudelijke contouren wordt voorzien. Want: "Dans is niet alleen eenkwestie van zien, maar ook van 'voelen'."

Dat 'voelen' is belangrijk voor een choreografe die zich in haar werkricht op de wijze waarop de mens zich in deze wereld staande houdt. VanDijk: "Mijn taak als dansmaker is te laten zien hoe de wereld onsbeïnvloedt. Wat je ziet is meestal niet zoals het is."

Anouk van Dijk (1965) danste na haar afstuderen aan de RotterdamseDansacademie bij de Rotterdamse Dansgroep en Amanda Miller's Pretty UglyDance Company. Vanaf 1996 concentreerde zij zich op eigen choreografieën,een internationale doorbraak volgde met 'Nothing Hurts' dat werdgeselecteerd voor het Berlijnse Theatertreffen. Naast de creatie vaninmiddels bijna veertig choreografieën, ontwikkelde Van Dijk haar'countertechniek', een methode waardoor dansers vliegensvlug vanbewegingsrichting kunnen veranderen.

Na jaren van netwerken, projectsubsidies en keihard staan voor haareigen danstaal, werd Van Dijk vanaf dit jaar opgenomen in het kunstenplan."Ze konden niet meer om me heen", lacht ze. "Wat ik in deze periode wilbereiken? Ik wil voorstellingen maken waarbij het publiek kan meeleven inintense avonturen, iets waar je als publiek graag voor wilt terugkomen."

De nieuwe avondvullende productie 'HEADS' is het vervolg op Van Dijksproductie 'STAU' uit 2004, dat inderdaad als een van de meest meeslependetheaterervaringen van afgelopen seizoen kan worden beschouwd. In 'STAU'dansen haar dansers, gekaderd op een klein vierkant dansvlak, 'op de huid'van het publiek: het zweet is te ruiken, de ademhaling te horen en deinspanning te voelen.

"Ik had nooit gedacht dat het publiek zo heftig op deze directe fysiekenabijheid zou reageren. Sommigen kwamen na afloop naar me toe om geschoktte vertellen dat ze hun lichaam weer hadden 'herontdekt'. Ze waren er door'STAU' achtergekomen dat ze in de ratrace van hun dagelijks bestaan hetcontact met hun lichaam waren verloren. De constante informatiestroom dieover je heen komt, de onontwarbare wirwar van werk, gezin en sociale bandendie moeten worden onderhouden: het werd mij door al die reacties duidelijkdat mensen steeds meer als 'zwevende hoofden' door het leven gaan."

'HEADS' begint met een zware fysieke uitputtingsslag voor de dansers.Met toenemend toerental stuwen zij hun hartslag op. Van Dijk: "De hartslagwordt in 'HEADS' gebruikt om de kern te bereiken, het hoofd te legen, demaatschappelijke stress voorbij. De problemen die gepaard gaan met hetmoderne leven zijn in principe altijd terug te voeren op het hart, ofwelde altijd aanwezige innerlijke drijfveren van waaruit we onbewust handelen.'Ben ik dit alles wel waard?', of 'Houdt men wel van mij?'. Als de danserseenmaal tot deze kern zijn doorgedrongen, focust 'HEADS' op de relatie methet publiek. We associëren hierbij op dromen, als poëtische schakeltussen het hoofd en het hart."

Zoals dromen in 'HEADS' de routeplanner vormen voor wezenlijk contactmet het publiek, zo beschouwt Van Dijk het choreograferen als een bijuitstek irrationeel proces. "Als ik mijn werk terugzie denk ik vaak:'verdomd, dát is wat mij bezighoudt'. Indirect vertelt mijn dans iets overwat ik zelf niet kan benoemen." Van Dijks 'countertechniek', waarmee zijzich als dansdidacticus internationaal in de kijker wist te spelen, plaatstdat 'onnoembare' in een concreet lichamelijk kader.

"Dansers moeten in mijn techniek hun vertrouwde lichamelijke notieopgeven, wat tot een veel rijkere lichamelijke differentiatie leidt. In demoderne dans gebruik je een bepaald 'centrum' van waaruit je beweegt om inbalans te blijven. Mijn techniek gaat uit van precies hettegenovergestelde: je laat juist los, maar vanuit tegengestelde richtingen.Je voeten bewegen naar beneden en je knieschijven bewegen omhoog. Hetresultaat is een veel 'lichtere' balans die de danser in staat stelt veelsneller te bewegen."

In Nederland toont men weinig ambitie om tot nieuwe bewegingsmethodente komen, in de Verenigde Staten is dat wel anders. Haar countertechniek,samen met het danssucces 'STAU', resulteerde afgelopen zomer in eenuitnodiging van het American Dance Festival, waar Anouk van Dijk als eenvan drie internationale choreografen werd geselecteerd voor het maken vaneen gastvoorstelling. Fantastisch vond ze het om in het land van pioniersals Martha Graham en Merce Cunningham haar methode te kunnen toetsen. "Ikvind het elke keer weer een enorm voorrecht om wat ik voel fysiek te mogenuitdrukken."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden