Zweten op drie wielen

Beeld tr beeld

Een driewielfiets kan een uitkomst zijn voor mensen met lichamelijke perikelen. Monica Wesseling nam de proef op de som en kwam er gauw achter dat het berijden van zo’n fiets geen sinecure is. Maar geduld is een schone zaak.

Ik spring even op de fiets.’ Simpel, maar hoe onmogelijk kan het wezen. Gebrek aan evenwicht, problemen met armen of benen of andere lichamelijke perikelen doorkruisen dit ‘gespring’ voor velen. Dat is jammer en lang niet altijd nodig. Dankzij slimme techneuten en vooral ook gedreven fietsenmakers bestaat er voor elk probleem wel een oplossing. 

De ultieme is een driewielfiets, al dan niet elektrisch. Natuurlijk, het zal vermoedelijk even schrikken zijn, tijd kosten om het te aanvaarden, maar is die hobbel eenmaal genomen dan lijkt springen een kwestie van even de portemonnee trekken.

Helaas, dat klinkt te simpel. Want waar verkopen ze die fietsen? En kun je het zomaar of moet je het leren? Een onderzoek.

Alle soorten en maten

Eerst maar eens een brochure aangevraagd; een kleurrijk werkje vol blije, kwieke, lachende ouderen en ‘jongeren’. Echt wijs word ik er niet van. Wel geïrriteerd. Vooral van de dame van het bedrijf die om de drie dagen komt informeren of ik een hoogstpersoonlijk advies had gewenst. Ja, maar niet van haar. Maar wacht, er bestaat toch een Fietsersbond? Kunnen zij me niet adviseren?

Ik val met mijn neus in de boter; de bond blijkt geregeld opstapdriewielerdagen te houden en er staat er net een gepland. Op naar Nijmegen, naar een parkeerterrein vol driewielfietsen in alle soorten en maten. Fietsen met twee wielen voor, fietsen met twee wielen achter, ligfietsen, fietsen met grote en met kleine wielen en fietsen voor met z’n tweeën. Fietsen én vrijwilligers. De sfeer is ontspannen, niemand kijkt droevig ook al wordt er flink gestunteld. Vaak letterlijk aan de hand van een vrijwilliger van de Fietsersbond draait iedereen rondjes en worden net aan botsingen vermeden.

Beeld tr beeld

Een van de vrijwilligers ontfermt zich over me en al snel zit ook ik op een fiets. En in de goot. Ik wil naar rechts, de fiets gaat naar links. Ik wil rechtuit, de fiets maakt een slinger. Ik ben stuurloos, voel me onmachtig. Wat gruwelijk is dit driewielfietsen. Wat een farce, die ontspannen oudjes. Ik ben gespannen als een uitgetrokken elastiek en kijk de vrijwilliger wanhopig aan. Hij legt zijn hand op mijn stuur en dankzij stevige correcties lukt het me stapvoets tien meter rechtuit te rijden. “Je hebt het in je”, merkt hij optimistisch op. Leuk bedoeld, maar weer los zit ik na enkele seconden bijna in de bosjes. “Je moet nog wat oefenen. Thuis gewoon elke dag tien minuten op de fiets tot je zelfvertrouwen hebt. We raden ook eigenlijk altijd wel fietslessen aan. Dan krijg je er sneller plezier in. En neem vooral ook de tijd om uit te zoeken welke fiets je wilt.”

’t Mannetje

Weinig optimistisch qua fietsplezier bel ik een paar weken later ’t Mannetje, een van de door de Fietsersbond aangeraden fietszaken, en word uitgenodigd voor een gesprek. De ontvangst is hartelijk, de woorden bemoedigend en na nog een adviesgesprek met de nodige proefrondjes (in een gruwelijk hobbelig Haarlem) besluit ik tot een tweewielachterfiets voor het ‘hoe te fietsen op een driewielfiets-project’.

Eenmaal thuis afgeleverd staart de fiets me aan en ik staar terug, geheel gespeend van dadendrang. Maar dan komt Lex Muskens, een fanatieke, zeventigjarige fietser die iedereen het plezier van ontspannen fietsen gunt. Lex is fietsdocent, een van de vele van de Fietsersbond. Getooid in een geel hesje (“moet dat echt Lex?”) stap ik op. Vijf trappen, tien trappen, twaalf en dan gaat het mis. Het wegdek loopt bol, de fiets helt en uit angst om te vallen gooi ik het stuur naar links. 

“Gewoon mee-hellen. Er kan niets gebeuren”, klinkt het achter me. Lex helpt me terug naar het midden, maar nu is het na vijf trappen alweer gedaan. Een van mijn wielen rijdt over een rioolput. Zo stuntel ik tien minuten door, mag even rusten en nader dan een drempel. Daar gaat het pas echt mis. Ik hel en hel, word overmand door angsten, rem, stap af en besluit dat dit niets voor mij is, de bemoedigende woorden van Lex ten spijt.

“Komt goed hoor. Drempels moet je recht nemen. Doen we morgen gewoon opnieuw. Dan nemen we ook de eerste bochten.” Juist ja. Dat zullen we dan nog weleens zien.

De moed komt terug

De fiets gaat voor het huis, toch maar een nieuwe afspraak gemaakt en doodmoe kruip ik achter een kop thee. De moed komt terug en de dag erop stap ik in mijn eentje op, leg gestrest dertig meter af en weet zowaar een drempel te overwinnen. Geen mens te zien, zo op zondagochtend vroeg, en heel voorzichtig doe ik er nog een. Die gaat echter jammerlijk mis en allesbehalve gerustgesteld ga ik naar huis.

Een lange reeks van lessen volgt. Lessen die, ook al dankzij Lex, steeds gezelliger worden. Ik leer bochten, drempels en putten nemen, haaks een hellingstoep op rijden en zelfs opgebroken straten te trotseren. Niet in één keer. Dezelfde bocht gaat minstens vijf keer om goed het gevoel te krijgen. Mijn zelfvertrouwen neemt toe, ik kan gelukkig ook af en toe om mezelf lachen en ik ga in mijn eentje boodschappen doen, zeven minuten fietsen verderop! Trots bel ik een paar vriendinnen, wetend dat de ultieme test nog moet komen: een van de vele hoge bruggen hier met meteen daarna een links- of rechtsaf. Lex doet het voor, ik doe het na. Denk ik. Beschermd door Lex en mijn gele hesje zwiep ik naar links, naar rechts en roets, de brug af. Nog een keer en nog een keer tot Lex tevreden is en ik kapot.

Beeld tr beeld

De volgende les doen we het weer en weer en langzaam maar heel zeker leer ik fietsen. Technisch dan. Want omgaan met overig verkeer hebben we tot nu toe vermeden. “Dat is het doel natuurlijk, zolang je dat niet kunt ben je voor mij nog een leerling. Fietsen is prachtig voor autonomie en beweging, maar alleen als het veilig kan. Dus ook in de spits en in het donker.”

Geplaagd door doemdenken sputter ik tegen. Ik sputter, maar hij heeft natuurlijk gelijk. Zeker voor werkenden is spitsrijden onontkoombaar. En dus staat Lex de volgende ochtend om acht uur op de stoep. De gele hesjes gaan aan en voor het eerst ben ik daar blij mee. Toch nog steeds gericht op het fietsen zelf zie ik de nodige auto’s, fietsers en brommers finaal over het hoofd, sla af zonder mijn hand uit te steken en stop pardoes. We doen het nog een ochtend en nog een, wagen ons zowaar in het duister en uiteindelijk, na weken van noest oefenen en doorzetten ben ik een ontspannen driewielfietser en niet langer een gevaar op de weg.

Het kan dus; overstappen op een driewielfiets. Hoop voor velen.

Fietsenmakers met een filosofie

Het zijn gedreven mannen, de fietsenmakers van ’t Mannetje in Haarlem. Ze piekeren en knutselen net zo lang tot ze de perfecte fiets hebben. Voor iemand met een beperking. “Wij zijn ervan overtuigd dat vrijwel iedereen met een beperking, hoe ingrijpend ook, (weer) kan fietsen. Weer zelfstandig naar buiten kan gaan. Vrij zijn, de wind door de haren voelen”, aldus Joost Schuit.

Joost Schuit en Steven Boxelaar, twee van de fietsenmakers en beiden revalidatieadviseur van ’t Mannetje, leggen net de laatste hand aan een fiets voor een meervoudig gehandicapt kind. In de werkplaats overleggen drie collega’s over de mogelijkheden om iemand met een verlamd been op de fiets te helpen. Er wordt gezwaaid met schroevendraaiers, er komen vreemdsoortige ijzerwerken tevoorschijn en er wordt naarstig gesleuteld. “Fietsen is meer dan gezond bewegen, het geeft autonomie en vrijheid. Bovendien zorgt de cadans voor de aanmaak van hormonen die gelukkig stemmen. Fietsen maakt blij”, vult Boxelaar zijn collega aan.

Ze gunnen het iedereen en gaan ver. Niets is onmogelijk. Voor iemand zonder armen maakten ze een fiets met complete voetbediening (‘inclusief de claxon’), een man met een kort en onbestuurbaar been kreeg een excentrische crank plus een kuitsteun ‘aangemeten’ en zelfs voor een persoon met een dwarslaesie wisten ze een oplossing te bedenken. “Inclusief een karretje voor zijn hulphond en een houder voor de katheter”, vertelt Schuit niet zonder trots terwijl hij uit een kast een onderdeel pakt.

De mogelijkheden zijn schier onbegrensd, dat is wel duidelijk. De deur gaat open en een man, zeer op leeftijd en in een rolstoel, wordt naar binnen geduwd. Met de nodige hulp gaat hij op een duidelijk aangepaste fiets zitten. Een glimlach verschijnt, de deur gaat weer open en weg is de man. “Twintig jaar niet kunnen fietsen. Kijk. Daar doen we het voor.”

’t Mannetje is natuurlijk niet de enige fietsenmaker die aangepaste fietsen kan verzorgen. Wel een heel goede. Zie: www.tmannetje.nl.

Aanpassingen

De Fietsersbond is er ook voor mensen met een beperking. Op de website is informatie te vinden over mogelijke aanpassingen zoals driewielfietsen. Een persoonlijk advies kan ook. Vorig jaar organiseerde de bond opstapdagen voor driewielfietsen. Of dat er dit jaar weer van komt, is afhankelijk van subsidie. De organisatie heeft een poule van fietsvrijwilligers die - al dan niet tegen een kleine vergoeding - door het hele land lesgeven. Zie: fietsersbond.nl.

Lees ook:

Terug naar de driewieler

Als je niet meer veilig op de fiets kunt zitten, dan laat je je tweewieler gewoon ombouwen tot een driewieler.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden