Zwerver in eigen huis

Het Nederlands Dans Theater viert zijn veertigste verjaardag met Arcimboldo 2000 van Jiri Kylian, de Tsjechische choregraaf die een kwart eeuw de artistieke leiding van het Nederlands Dans Theater in handen had. Eva van Schaik schetst hoe Kylian naar Den Haag kwam, zag en overwon.

Eva van Schaik

Voor een muur van rode vruchten werpt een roomblanke danser een rood appeltje op. Volgens het affiche van Arcimboldo 2000 is hij een exotische vrucht, met kersenrode lippen, trosjes aalbessen aan zijn oren en glimogen als granaatpitten.

Samen met 51 andere vruchten vormt hij het gerecht dat Jiri Kylian offreert in zijn Arcimboldo 2000, als cadeau aan het veertigjarige Nederlands Dans Theater (NDT) en zijn publiek. Zoals vijf jaar geleden verwijst Kylian opnieuw naar de Italiaan Guiseppo Arcimboldo, ceremoniemeester en schilder aan het Habsburgse hof van Rudolf II te Praag. 'Yesterday is history, tomorrow is mystery, but today is a gift. That's why we call it the present', schrijft hij erbij, als tegeltjes-wijsheid.

Tussen het Arcimboldo- en het Kylian-effect bestaat een essentieel onderscheid. De Italiaanse schilder kon zijn surrealistische fruit-karikaturen tegen bederf vernissen. Geen fruitvliegje kon erbij. Een choreograaf en zijn dansers ontberen dat hulpmiddel. Dat verklaart waarom Kylian, inmiddels vijftigplusser en artistiek leider af, zijn zeventig NDT-creaties tot geschiedenis uitroept. Dat klinkt hard, maar juist in de timing, spacing, coloring van zijn danscatering zit nog altijd de geniale Kylian-kneep. Zijn historisch besef wist hij tot de rode draad in zijn oeuvre te maken. Kylians zelfbeeld, of beter, het beeld dat hij van zichzelf als Arcimboldo oproept, voldoet optimaal aan het sfynx-imago waarachter hij zich graag verbergt.

Als artistiek leider was Kylian niet alleen schilder-ceremoniemeester, maar ook de keizer zelve, in het door hem en zijn bouwmeester Carel Birnie gedirigeerde danshof. Drie jaar na de dood van zijn zakelijk leider, in 1995, verwisselde de choreograaf zijn leiderschap voor adviseurschap.

Om hier in zijn eigen beeld te blijven: in de rol van smaakmakers en fijnproevers waren zijn dansers meer dan fruit-folklore. En zij waren beslist niet van gisteren. Ook het mysterie van Kylians 'morgen' is bij het Nederlands Dans Theater minder groot dan gesuggereerd. De programma's en tournees voor de komende jaren zijn goeddeels gepland en Kylians naam ontbreekt niet.

Onder Kylians bewind veroverden de NDT-dansers het lastige predicaat van 's werelds besten. Hun programma's worden als 'het neusje van de zalm in hedendaagse dans' verkocht. Over deze verkoop heeft het gezelschap in zoverre te klagen dat de tournees een te zwaar beroep doen op routine. De vereiste solidariteit in deze roofbouw en de hoog te houden kwaliteit laten steeds minder ruimte voor riskant experiment of spontaan inspelen op actualiteit.

Kylian zelf koos ervoor zich uit dat keurslijf te bevrijden. Maar hoe zich aan de bijnamen te onttrekken die dat keurslijf hem verschaften? Kylian werd de Kosmopoliet, maar ook de Surrealist, de Sfynx, de Skepticus. Toen hij in herfst 1973 in Den Haag arriveerde lag de groep erbij als Gallië ten tijde van Caesar: verdeeld in drie partijen en in de greep van een machtsvacuum. Hij bracht eenheid in het gezelschap, zette het internationale auditiebeleid voort, stuwde het op in theatraal dansexpressionisme en leidde het onder Kylian-vlag naar de toppen van de Olympus, de Fuyihama, Mount Mac Kinley.

Jaap Flier, Hanny Bouman en Hans Knill ontdekten de Praagse balling in Stuttgart, vier jaar na de Praagse lente. Dat was al opmerkelijk, want jarenlang had het NDT over de Atlantische Oceaan gekeken voor nieuwe impulsen. Flier, artistiek leider tegen wil en dank, voelde zich door Kylians verwantschap met Kafka aangesproken en vroeg hem een nieuw ballet te leveren. In Stuttgart vond Flier ook de Duitse danseres Sabine Kupferberg bereid naar Den Haag te komen. Cupido greep in. Haar liefde voor Kylian deed Carel Birnie inzien dat zij alleen voor het NDT te strikken viel als ook haar vriend een jaarcontract kreeg. Wie kon toen vermoeden dat er op de twee balletten die hij dat jaar maakte een kleine zeventig zouden volgen?

Maar niet alleen Cupido liet zich dat zo cruciale seizoen gelden. Diezelfde zomer werd John Cranko, Kylians beminnelijke beschermheer te Stuttgart door een fataal hartinfarct getroffen. In die ontreddering en rouw maar ook uit onzekerheid over Cranko's opvolgers greep Kylian het Haagse aanbod aan. Wist hij veel van de interne conflicten aldaar. Kylian debuteerde met Viewers en Stoolgame, terwijl hij datzelfde jaar bij zijn Duitse achterban ook Einzelganger (solo), Der stomme Orpheus, Der Morgen danach en Terugkeer naar een vreemd land maakte. Kortom, over inspiratie had de ontheemde zwerver met lange sluikharen niet te klagen.

Met Stoolgame, een op het Laatste Avondmaal van Da Vinci gebaseerde dans over een Jezus-figuur die hardvochtig wordt uitgestoten en vermoord, verhulde het NDT een heel andere stoelendans binnenshuis. Toen Carel Birnies greep naar algemeen leiderschap mislukte wilde hij zowel de Tsjech als de Amerikaanse Jennifer Muller op die ene stoel voor artistiek directeur duwen. Geen van bieden voelden daar iets voor. Birnie koppelde daarop de Tsjech, die hij meer om zijn muzikale dan contactuele vaardigheden bewonderde, aan de alom geliefde allesregelaar Hans Knill. Toen deze zich na drie jaar terugtrok kreeg Kylian als enig artistiek leider carte blanche van het bestuur. Birnie gaf zich pas echt gewonnen in de zomer van 1978, bij het overrompelende succes van Kylians Synfonietta op het Two Worlds Spoleto-festival in het Amerikaanse Charleston.

Kylian begreep dat de groep aan homogenisering toe was en haalde daartoe een streep door het bestaande repertoire, al zette dat kwaad bloed. De workaholic scheidde het ene na het andere neo-romantische ballet af, terwijl hij geestverwanten inschakelde voor gastproducties. Hij vond hen in de Zweed Mats Ek, de Amerikaan Billy Forsythe, de Brit Christopher Bruce en de Tsjech Pavel Smok.

In korte tijd veranderde de uitstraling van het Nederlands Dans Theater volledig. Kylian bleek een patent te hebben op enkellange uitwaaierende rokken voor extreem buigzame vrouwen, die de mannen meevoerden naar verre horizons, verdwenen steden of hemelse sferen. Pasteltinten overheersten in de sfeerballetten op Debussy, Britten, Janaceck, Stravinsky, Mahler en Schönberg. Kylian met zijn sterke gevoel voor dramatiek overrompelde zijn dansers en publiek met een nieuwe combinatie van plasticiteit, folklore en academische techniek.

Doorbraak vormde zijn animalistische Stamping Ground en Nomaden, naar aanleiding van een bezoek aan een Aboriginal-bijeenkomst op Groote Eylant (Australië) in zomer 1981. Hoogtepunt vormde ook zijn terugkeer als de verloren zoon naar Praag, waar hij en vooral zijn Soldatenmis op minutenlange ovaties werden onthaald. Het NDT beleefde gouden jaren, nationaal en internationaal, ook omdat het als springplank fungeerde voor de nieuwe dansmodellen van Forsythe. Niet veel later volgden de creaties van de Israeliër Ohad Naharin en Spanjaard Nacho Duato. Via de jaarlijkse workshops kondigden zich een nieuwe generatie aan.

De wereldtournees waren zo lucratief dat zij ook letterlijk de bouwstenen aandroegen waarmee Birnie zijn wensdroom verwezenlijkte. In 1987 kon het door Rem Koolhaas ontworpen eigen theater met ruime studio's, sauna en mini-zwembad betrokken worden. Voor Kylian zelf was 1987 echter een rampjaar, door een opeenhoping van pijnlijke gebeurtenissen. Een danseres pleegde zelfmoord, zijn ambitieuze project voor de opening mislukte en de New Yorkse pers betichtte hem van 'eurotrash' (eurorommel).

Die kritiek en het nieuwe podium deden hem overstappen op toneelbeelden als zwarte gaten waarin de dansers in oplichtende vloerpatronen hun strip-achtige taferelen tot leven wekten: vleeskleurig op zwart. Van vloeiende pathos door een homogeen instrumentarium ging hij over op puzzlestukjes van bewegende individuen. In een sinistere dansuniversum kalligrafeerden zij hun lichaamskunst. Kafka verdween, maar in de plaats traden Beckett en zijn fascinatie voor de Japanse cultuur.

Wat bleef was zijn liefde voor beeldspraken en zijn omnifore omgang met muziek. Zijn dansers stapten als pas geborenen uit rondrijdende crinolines en Bach en Mozart durfde hij met synthesizers en scharen te bewerken. Vanaf 1988 ging hij ook de junioren choreograferen.

Ondertussen sloegen zijn leerlingen de vleugels uit, om elders leidinggevende posities te aanvaarden. Hun diaspora garandeerde het NDT een wereldomvattend netwerk van contacten. Een van zijn trouwste muzen bleef onderwijl Sabine Kupferberg, zijn vrouw met duizend gezichten. In 1991, drie jaar na haar solo Silent Cries verhoorde hij haar hartekreet met een uniek kerstgeschenk. Het senioren project bleek een schot in de roos. Vanaf toen moest Kylian de last van NDT 1, 2 en 3 torsen, over hun interne doorstroom met behoud van hun eigenheid waken. Dat noopte tot reorganisatie: Kylian bleef algemeen artistiek leider maar delegeerde de dagelijkse leiding aan drie artistiek leiders (Glenn Edgerton, Gerald Tibbs, Arlette van Boven). Onderwijl moest ook hij ervaren dat choreografen met NDT-kwaliteit niet voor het oprapen liggen. Hoewel het NDT verjongde (kleinere dansers!) en de junioren de grote groep zelfs bij vlagen overtroefden bleven de stimuli van echte vernieuwing uit.

Vanaf 1990 was evident dat geen enkel modern balletgezelschap ter wereld zich nog een repertoire zonder Kylian-creatie kon permitteren. Kylian zelf bleef even ongenaakbaar als onaantastbaar in zijn perfectionisme, zowel wat betreft zichzelf als zijn dansers. Onder hen zijn er velen die menen dat hij zijn spiritualisme, surrealisme en gevoel voor humor slecht begrepen acht, zeker in Nederland.

Kylian en Van Manen, zij bleken de twee giganten die begrepen dat zij elkaars kwaliteiten moesten waarderen, met de NDT-dansers als hun intermediairs. Het was dus Van Manen die Kylian al in 1993 een dikke catalogus over Arcimboldo schonk. Allengs raakten Kylians creaties ook steeds meer van de Van Manen-erotiek doordrongen, terwijl Van Manen de NDT-energie aangreep voor zijn eigen revitalisatie. Beiden toonden zich tempo-fanaten.

Begin jaren negentig maakte Kylian al kenbaar dat hij meer door het NDT werd geleefd dan hem lief was. Van het lot van de echte Caesar wilde hij -terecht- verschoond blijven. Niet als verantwoordelijk leider maar als artistiek adviseur laat hij thans zijn invloed gelden. In Arcimboldo '95 typeerde hij zichzelf als 'der Leiermann' uit Schuberts Winterreise. Hij is die eenzame zwerver in eigen huis gebleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden