Zweeffietsen met een plastic Mega Mindy

Er zijn al drie Plopsaparken in België en nu is er ook één in Nederland: Plopsa Indoor Coevorden. Columniste Anniek van den Brand ging met haar kinderen een dag op bezoek bij Piet Piraat en kabouter Plop. Felgeschilderde attracties, Studio-100-hits en frituurlucht.

De jongen die de zweefmolen bedient, stond vorige week nog op de groenteafdeling van de plaatselijke supermarkt. Het is even wennen, geeft hij toe. Tot voor kort vulde hij de tomaten bij, nu meet hij met een van rood naar groen kleurende stok of kinderen wel groot genoeg zijn voor de attractie.

In een onrandstedelijk tempo kuiert hij vriendelijk langs de schommeltjes om de gordels vaster te sjorren. Dan drukt hij de knop in. Precies één minuut en twintig seconden zwieren zoon en ik boven de mensenmassa uit. Meer kan de jongen er niet van maken, zegt hij. Alle attracties zijn computergestuurd. In geval van calamiteiten kan hij de boel stilzetten. Dat dan weer wel.

Plopsa Indoor Coevorden is het nagelnieuwe overdekte pretpark van de Belgische amusementsonderneming Studio 100. Televisieprogramma’s, films, musicals en pretparken met als thema de zelfgemaakte sterren K3, Mega Mindy, Piet Piraat, Kabouter Plop, Samson & Gert, Anubis en Bumba – de Belgen hebben de kunst afgekeken van grote broer Disney en proberen die formule in de Benelux te gelde te maken.

Als we afslaan van de stille snelweg en via een nog rustiger provinciale weg het weidse Drentse landschap doorkruisen, geloven we dat Tomtom het spoor voor één keer bijster is; binnen drie minuten zouden we voor een vijftien miljoen euro kostend amusementspark staan dat volgens de berekeningen jaarlijks 400.000 bezoekers gaat trekken. Waar dan? We zien slechts Hollandse luchten boven rietgedekte boerderijen.

Dan doemt in de bocht van de weg een hoge, grijze loods op met aan de voorkant een pui van glas. Weggewerkt achter zandwallen: de parkeerplaatsen. Had Tomtom toch gelijk. „Dit wordt een leuke dag!”, joelt zoon van zeven op de achterbank.

Bij de balie staat een boze meneer. Hij heeft kaartjes besteld en betaald via de website maar kreeg ze niet uit de printer. Hij heeft wel een bestelnummer en een paar uur rijden achter de rug. Het meisje achter de kassa moet een barcode hebben, zegt ze met een noordelijk accent. Dat begrijpt de meneer ook wel, maar die heeft hij niet. Hij legt nóg een keer uit dat hij wel heeft betaald, van ver komt en op het punt staat zijn geduld te verliezen.

Dat wachten we niet af. Wij stappen de hal binnen. Links zijn de botsautootjes. De rij wachtenden tussen de versgeverfde smeedijzeren hekken is niet lang. Dochter stoot haar hoofd aan een mooie maar niet erg handig gelambriseerde pilaar. Ze is niet de eerste en niet de laatste.

Terwijl zoon de volgende attractie – zweeffietsen met een plastic Mega Mindy boven ons hoofd – afdoet als te kinderachtig, propt dochter van zes zenuwachtig de mouw van haar shirt in haar mond. De gekleurde lichten, de Studio 100-hits, de frituurlucht, de felgeschilderde attracties en ál die mensen – het is haar te veel. De spanning en sensatie van een achtbaan (kwartier wachten, ritje van 1 minuut 20, zoon wil liefst nóg tien keer) of een schommelschip (vanwege wachttijd niet aan begonnen) zijn niet aan haar besteed. Wel leuk: met haar moeder op een kokosmatje van een lange glijbaan roetsjen en harder gaan dan haar vader en broer op het matje naast haar. Ook leuk: de klimboom waar eigenlijk niets anders te beleven valt dan naar boven lopen en eventueel met de bochtige glijbaan richting ballenbak suizen. Dochter neemt gedecideerd de trap.

Om kwart over twaalf ’s middags zijn de rijen ineens een stuk korter. Pretpark of niet: Nederland gaat aan tafel. Van de Belgische wortels van de exploitant is in culinair opzicht niets terug te vinden. Dure, vette happen zijn er te koop, en voor de liefhebber een wit pistoletje met een zweterig plakje kaas. Bij de kassa hoog opgetaste emmers popcorn en van kleurstof doortrokken lollies. We houden het op de meegebrachte boterhammen.

Hoe groot de aantrekkingskracht van de attracties ook is op zoon, uiteindelijk spelen hij en zijn zusje het langst buiten op de klimberg – een soort wigwam van gespannen plastic waar je tegenop kunt klauteren. Het gazon dat aan het terras grenst is nog niet helemaal doorgekomen. De bedriegertjes doen het, ondanks de schamele twaalf graden van de dag, al wel. Binnen twintig minuten worden minstens vier kinderen rillend nat tot op de draad – en van zeker drie was dat niet de bedoeling.

Naarmate de dag vordert, neemt het aantal huilende kinderen toe. Tegenover de klimboom posteren vermoeid ogende ouders, bij hun voeten de plastic tas met daarin het duur betaalde Anubis-dekbed, de kabouter Plop-knuffel of de Bumba-broodtrommel. We willen weg, maar zoon meent nog iets leuks te hebben gezien: hij weet ook niet wat het is, het heet Enten angeln. Dat laten we graag aan onze oosterburen over.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden