Zweeds voetbal blijft exportprodukt

STOCKHOLM - Zweeds voetbal is niet zo weldadig als het land zichzelf voorhoudt. Het principe van de sociale welvaartstaat die Scandinavie lang bijzonder bijzonder maakte, blijkt niet meer dan een facade waarachter een geplaagd volk schuilgaat.

Bedrijven weten zinniger doelen voor investeringen dan voetbal. Marketing-onderzoeken wijzen uit dat Zweden niet graag wedstrijden bezoeken en met nog minder plezier de televisie inschakelen. Ze lezen de uitslag in de krant, die zijn verslagen opsiert met fotootjes waarop reclame-uitingen zelden waarneembaar zijn. AIK Solna - IFK Norrkoping 0-0, 2130 toeschouwers staat er dan. Na twintig van zulke karakteristieken weet het sponsorende concern al te veel en trekt zich terug.

"Het is het ongunstige belastingklimaat" , waagde Lars-Ake Lagrell, chef d'equipe van Zweden, de al zo lang durende uittocht van voetballers te verklaren. De emigranten zelf zijn banaler en beweren dat hun sport geen bestaansrecht heeft in het koninkrijk omdat verenigingen niets te geven hebben en hun budget dikwijls rondbreien met de opbrengst van transfers. "Malmo werkt met full-profs, maar de rest van de clubs zoekt een baan voor de spelers, zodat ze een redelijk inkomen hebben" , zegt Martin Dahlin. "In vergelijking met andere Europese landen blijft het salaris laag. Voor een beetje meer ben je snel vertrokken." Spits Dahlin koos vorig jaar voor Borussia Monchengladbach, waarmee hij een van de twaalf legionairs is die zich vooral bij buitenlandse subtoppers rijk rekenen. Op 20 geselecteerden is 12 een glansrijk aantal; slechts vergelijkbaar met het Gos en een elftal dat ooit Joegoslavie heette. Als armoede, al dan niet relatief, de dienst uitmaakt is voetbal kennelijk een uitgelezen exportprodukt.

Des te joliger moet het zijn dat juist deze categorie landen gezegend is met overdoses talent. Toch is er geen Zweed die begrijpt waarom hij zo gewild is. "We zijn gezond maar hebben geen techniek" , meent Dahlin. "We zijn vechters" , denkt Anders Limpar (Arsenal) het antwoord te hebben gevonden. Wat is een vechter zonder voetbalvoeten? "We zijn handig" , breidt hij zijn stelling uit. Maar hoe het nou komt blijft een vraag zonder einde. Er is

ets als een school waar kinderen technische vaardigheden opdoen, maar geen selectielid die er onderricht heeft genoten. "Pingelen kun je of je kunt het niet" , zegt de 22-jarige Tomas Brolin (Parma) die sinds het WK van 1990 doorgaat voor wonderkind.

"Iedere Zweed ontwikkelt zich op zijn manier. Mijn vader is bijvoorbeeld Hongaar" , grijnst Limpar. Wat dat voor invloed heeft op zijn voetenwerk, weet hij niet. Hij heeft nog nooit een Hongaar zien voetballen. Het blijkt een van zijn practical jokes te zijn. Een andere is dat hij, de middenvelder, rondbazuint straks bij Ajax onder contract te staan. "Een goede grap, nietwaar?" Het is een kraker, zeker in relatie met dat Hongaarse bloed. Want indirect snijdt hij met die mop de toekomst van Zweden aan. Als welvarende, tolerante staat heeft het land een groot aantal politieke, economische en sociale vluchtelingen, Vietnam-deserteurs, en andere immigranten opgenomen. Een miljoen inwoners is inmiddels van niet-Zweedse komaf, maar bijna allen zijn in bezit van een blauw-geel paspoort. In Italie beschouwen veel trainers zo'n gemeleerde samenleving als weldaad voor de sport. Ze menen dat Afrikanen, 'Joegoslaven' en andere allochtonen uit landen-in-last de zo node gemiste mentaliteit hebben, zoiets als de mentaliteit van Kameroen tijdens het WK'90.

"Ze zijn nog de enigen die de hele dag willen voetballen" , sprak Torino-trainer Emiliano Mondonico voorafgaande aan de EC-finalereeks tegen Ajax. "Als ze er in Italie zo over denken moet Zweden de kampioen van het volgende decennium worden" , reageert Dahlin besmuikt lachend. Zijn moeder is, net als hij, kleurling. Die erfenis van het pigment en de in tijden van recessie beginnende rassenhaat hebben hem geleerd te zien wie hij is. "Ik moet vechten" , volgt de geboren Scandinavier het denkbeeld dat Limpar eveneens aanhangt.

Vanavond opent het gastvrije gastland het EK'92 tegen Frankrijk waar voetbal nu al bestaat bij de gratie van goed voetballende, goedkope 'kolonialen'. Een van hen is Basile Boli die eerst Auxerre diende en nu bij Olympique Marseille speelt en op het middenveld verdedigt in het Franse elftal. Boli's verleden ligt in Ivoorkust, maar door het diplomaten-bestaan van zijn vader woonde het gezin opeens om en nabij Parijs en werden hij en zijn twee broers van straatvoetballers profvoetballers. Volgens de Franse burgerlijke stand is Basile 25 jaar, maar Basile zelf doet er het zwijgen toe. Hij heeft 35 interlands voor Frankrijk op zijn naam, hij is grof gespierd en verzot op Afrika en hard werken.

"Mijn hart en mijn lijf zijn in Afrika. Omdat het leven geld kost, ben ik hier" , zei Boli gistermiddag in het Franse trainingskamp, een eindje buiten Stockholm. "Voor clubs zijn wij goede investeringen. We verzaken nooit, maken geen problemen en we kosten bijna niets. Steeds meer Europese landen zien de voordelen van onze spelers in. We moeten alleen oppassen dat het niet te gek wordt, dat de clubs de Afrikaanse voetballers niet gaan uitbuiten. Ik zie het als mijn taak dat te voorkomen. Het gaat niet om morgen of over overmorgen, maar om 1994, het jaar 2000. De meeste landen zijn rijk en denken dat ze ons een gunst bewijzen met een laag contract. Ze vinden het ook heel leuk om in 1998 het wereldkampioenschap aan Marokko te geven. Het zou de eerste keer zijn dat dat evenement dan in Afrika wordt gehouden. Natuurlijk is het leuk, maar Marokko is er niet klaar voor. Geen enkel Afrikaans land is daar klaar voor. Er is geen geld, maar er wordt ontzettend veel van je verlangd bij zo'n toernooi. Veel mooie stadions, grote luxe hotels, goede wegen . . . Ja, ik kan me verschrikkelijk druk maken over de toekomst. Dat komt omdat wij Afrikanen de toekomst zijn. Van jullie voetbal nota bene."

De Zweden wagen zich niet aan zulke bespiegelingen. Zij verwachten op korte termijn meer van de kronen die het Europees kampioenschap oplevert. Acht miljoen gulden is de omgerekende voorspelling van de bondsfunctionarissen, hetzelfde bedrag dat Nederland van de UEFA krijgt als Oranje de finale in Gothenburg bereikt. De Zweedse bestuurders hebben afgesproken de minieme winst te besteden aan de sport zelf en voornamelijk aan de jeugd. 500 000 Leden vinden ze niet voldoende, althans ze achten het half miljoen niet toereikend voor een volwaardige profcompetitie. Het Deense model geldt nu als voorbeeld. In het land waar het leven het allerbeste schijnt te zijn en waar ze niets moeten hebben van vage grenzen, hebben vermogende firma's de polonaise richting buitenland tot staan gebracht. Brondby en BK 1903 Kopenhagen varen er wel bij, de overige teams volgen in hun kielzog. "Maar de populariteit van voetbal is er veel groter" , geeft directeur Lagrell van de Svenska Fotbollforbundet de achterstand van zijn land aan. "Wij hebben niet zo'n haast. Het is ook niet rampzalig dat de meeste Zweedse topspelers naar andere landen uitwijken. Het nadeel is dat Tommy Svensson (bondscoach - red.) ze slechts acht keer per jaar ziet, het voordeel is dat we betere spelers terugkrijgen." "Precies" , mengt Dahlin zich voor het laatst in de discussie. "We moeten niet wijs gaan doen. Het beste voetbal zal nooit in Zweden worden gespeeld."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden