Zweden houdt matig Frankrijk op 1-1

STOCKHOLM - Zweden viel mee, Frankrijk tegen. Is er iets gebeurd dan? Ja, het Europees kampioenschap is begonnen. Zweden opende tegen Frankrijk en het werd 11. Oh, vandaar dat vuurwerk nog zo laat op de avond. Dat moet wel. Hoewel, een feest was het zeker niet in het Rasunda stadion.

Een lauw begin is beter dan een koude douche begin, maar hartverwarmend is het ook niet. De hoop dat tijdens een modern groot toernooi de macht weer eens aan de aanvallers is, zal over een a twee wedstrijden wel helemaal vervlogen zijn. De macht is aan de kracht. Zweedse mannen van tachtig kilo of meer waren het zo geroemde Franse vernuft van J.P. Papin en Pascal Vahirua de baas. Het had iets weg van een walspartij in letterlijke zin. Voetballend onderlegd zijn is niet meer genoeg. Dat weet Michel Platini ook en vandaar dat hij zijn vijfmans-defensie eveneens heeft opgebouwd uit zwaarlijvigen die de enige Zweedse technici (Anders Limpar en Tomas Brolin) te lijf gingen. Met de pret was het gauw gedaan. Natuurlijk zongen alle Zweden zich schor toen Jan Eriksson in de 25ste minuut het thuisland met een kopbal aan 1-0 hielp, maar over het algemeen heerste gepaste zwijgzaamheid. Een stilte waarin het gehele Euro '92 zich zal wel afspelen.

Zweden geeft niet zo erg om voetbal. Het land kent geen Oranjekoorts die uitmondt in het slopen van woonarken. Zweden leven zo ingetogen als de openingsceremonie liet zien. Meisjes, jongens en jeugdige vrouwen voerden een heleboel kunstjes uit. Ze jongleerden met drie voetballen, ze zaten en bloc onder parapluutjes die de vlaggen van de deelnemende landen voorstelden en met een paar mannen erbij dansten ze onder de midzomernacht-stam wat Zweedse folklore. Het scorebord sprak van dynamite cheerleaders maar ze werden niet gesignaleerd. Het was allemaal heel vriendelijk, onderhoudend zelfs. Een kwartier voor tijd kalkte de onderhoudsdienst de lijnen, een jongetje van twaalf zong op hoge toon het Zweedse volkslied en zonder een woord te zeggen verklaarde koning Gustav het toernooi voor geopend.

Twee uur later was het net alsof niets was voorgevallen, maar cijfers schijnen niet vaak te bedriegen. Een-een, dat is niet mis zeg. Als het werkelijk zo is hebben Frankrijk en Zweden een goede uitgangspositie verworven. Er was een mooie uitspraak van de Russische coach Anatoli Bisjowets. Die zei: "Wie zijn eerste wedstrijd wint zit in de halve finale. Verlies je dan kan je naar huis. De punten delen is zo gek nog niet." Platini zal na gisteravond hetzelfde denken. Tijdens de hele vriendschappelijke voorbereiding op de finaleronde van het EK won Frankrijk geen interland, hetgeen merkwaardig is als je alle acht kwalificatieduels wint, en tot overmaat van ramp zette de trend zich in de eerste helft tegen Zweden doodleuk door. Het elftal zag niets in pressing, kwam daardoor zelf onder druk te staan en de Franse voorhoede werd zoiets als een verkenningspeloton van het vreemdelingenlegioen. Een keer was de kans op een doelpunt groot. Eric Cantona, onderwijzer in demagogie, gaf de bal voor, J.P. Papin was ter plekke om hem in te koppen, maar doordat Eriksson het zo bejubelde mannetje omver trok en scheidsrechter Spirin niets opviel, duurde het een uur voordat Frankrijk zijn doelpuntje maakte.

Daar was overigens een ingrijpende verandering voor nodig. Terwijl iedereen dacht dat Platini een verdediger zou offeren, verving hij in de pauze linkerspits Vahirua door Christian Perez. Een intelligent Parijzenaartje met leuke ingevingen en gespecialiseerd in de steekpass. Een zwerver ook die overal zijn gezicht laat zien en voor tegenpartijen zelden een welkome gast is. In de 59ste minuut was hij op de linkervleugel te vinden, vanwaar hij Papin op rechts zag vrijstaan. De voorzet was op maat gesneden en Papin scoorde voor 21ste maal voor les blues. Perez had zijn naam gevestigd en kreeg onmiddellijk erna te maken met de Zweedse strijkijzermentaliteit, waar geen ruimte is voor verdedigers met overzicht, zoals Peter Larsson. De ex-Ajacied die bij AIK Solna terecht kon, liet zich eens schamper uit over bondscoach Tommy Svensson en was gezien. Svensson heeft een voorliefde voor kerels uit een stuk, niet voor denkers. Hij schroomt het zelfs niet zijn onzekere neefje het hand boven het hoofd te houden. Dat is Joachim Bjorklund trouwens wel gewend, want bij het Noorse SK Brann traint hij onder zijn vader. Zweden is soms net een soap-opera met al diens zotte verwikkelingen. Stefan Pettersson heeft het er niet zo op. De van een armblessure herstelde Ajaxspits vindt Svensson een rare man, iemand die zijn elftal niet inlicht over de te volgen speelstijl en vergeet in te grijpen als het niet naar wens gaat. En dat ging het gisteren in de tweede helft een hele poos. Zwaar leunend op de overtredingen van de verdedigers behield Zweden het zo overgewaardeerde belang van een punt. Maar alles beter dan verliezen, houden de trainers de mythe van het verdedigen in stand. Svensson voorop. Hij riep de 4-2 nederlaag nog eens in gedachten die Frankrijk Zweden in 1989 toebracht. Zo'n afgang kun je niet verkopen. Zeker niet thuis in Stockholm dat het voetbalteam het debacle van het WK in Italie maar niet kan vergeven.

GROEP 1

Zweden Frankrijk 1-1 (1-0). 25. Eriksson 1-0, 58. Papin 1-1. Scheidsrechter: Spirin (Gos). Toeschouwers: 28 000. Geel: Schwarz, Thern (Zwe), Angloma en Cantona (beiden Fra).

Zweden: Ravelli; Nilsson, Eriksson, Patrick Andersson en Bjorklund; Ingesson, Thern, Brolin, Schwarz en Limpar; Kenneth Andersson (73. Dahlin). Frankrijk: Martini; Boli, Blanc, Casoni en Amoros; Angloma (65. Fernandez), Cantona, Sauzee en Deschamps; Papin en Vahirua (46. Perez).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden