Review

Zwartkijkers van een jaar of vijftig

In Duitsland is Wilhelm Genazino met prijzen overladen. Ook lezers lopen weg met zijn ironische romans, Eén daarvan is nu in het Nederlands vertaald: hoofdpersoon is een ’freelance apocalypticus’ die kampt met een chaotisch liefdesleven.

De Duitse schrijver Wilhelm Genazino is pas laat beroemd geworden. Zes jaar geleden, hij liep al tegen de zestig, brak hij door met zijn meesterwerk ’Ein Regenschirm für diesen Tag’, dat uitbundig werd bejubeld door Marcel Reich-Ranicki en de zijnen in het toen nog bestaande televisieprogramma Das literarische Quartett. Alle hierna verschenen boeken van Genazino, die tevens werd overstelpt met belangrijke literatuurprijzen, bereikten een bestsellerstatus: de sterke ontwikkelingsroman ’Eine Frau, eine Wohnung, ein Roman’ (2003), het nu vertaalde ’Liefdeskolder’ (2005) en ook het vorig jaar verschenen ’Mittelmüssiges Heimweh’.

Lange tijd gold de voormalige tijdschriftredacteur Genazino (1943) als geheimtip, als een in kleine kring gewaardeerde schrijver van de rond 1980 verschenen ’Abschaffel-romans’, een trilogie waarin de (zelf)-ironische kantoorklerk Abschaffel de spot drijft met zijn medemensen. Feitelijk is de antiheld en flaneur Abschaffel het archetype van alle hoofdpersonen uit Genazino’s romans; ook de ik-verteller uit het nu door Gerrit Bussink voortreffelijk vertaalde ’Liefdeskolder’ heeft veel trekken met hem gemeen.

De roman speelt zich af in Frankfurt en in een luxehotel nabij het Zwitserse Interlaken, waar de verteller als ’freelance apocalypticus’ seminars geeft over de ondergang van de moderne samenleving. De toehoorders, onder wie veel hoger opgeleiden, hangen aan zijn lippen; een toevallig in het hotel logerend groepje bejaarden voegt zich zelfs nog op de tweede cursusdag spontaan bij het gezelschap. Je zou ’Liefdeskolder’ kunnen lezen als een persiflage op de zingevingssector; het wemelt van mensen met beroepen als ’paniekconsulent’, ’shockonderzoekster’, ’walgreferent’ etcetera.

Maar het eigenlijke probleem van de hoofdpersoon ligt thuis in Frankfurt, in zijn privéleven. Sinds jaar en dag leeft de vijftiger in een driehoeksverhouding, waarbij de betrokken vrouwen geen weet hebben van elkaars bestaan. Moet hij, nu hij op leeftijd begint te komen, kiezen voor de praktische Sandra, een 43-jarige secretaresse? Of verdient de acht jaar oudere en wat intellectuelere Judith zijn voorkeur, een mislukte concertpianiste die nu als bijlesdocente aan de kost komt?

Net als in de meeste andere romans van Genazino speelt de handeling een ondergeschikte rol. Het gaat vooral om introspectie, om de tamelijk chaotische zielstoestand van de verteller, die men nog het beste een narcistische zwartkijker zou kunnen noemen.

Hij schijnt overigens nauwelijks gebukt te gaan onder zijn misère. Integendeel, eerder nog koketteert hij met zijn armoede en al of niet ingebeelde kwaaltjes. Ook zijn tanende viriele krachten accepteert hij met zelfspot. Vroeger kwam hij met zijn vriendinnen tijdens de weekenden nauwelijks het bed uit. Tegenwoordig is hij op een leeftijd ’dat je soms neukt om daarna vlug in slaap te komen’.

Van een zekere meligheid kun je Genazino niet overal vrijpleiten. Bijvoorbeeld als de verteller zijn angst voor vreemde, moeilijk te openen koffiekannen de vrije loop laat (in het seminarhotel), of als hij uitweidt over het angstaanjagende geluid van piepende rolkoffers. Ook is zijn proza dit keer weinig variabel. Veel pijlen heeft hij niet op zijn boog, en het zou ongetwijfeld beter zijn geweest om Genazino in ons taalgebied te introduceren met een van zijn eerdere meesterwerken.

Overtuigend is Genazino daarentegen als de verteller ironisch mijmert over de ’condition humaine’, zijn eigen rampspoed projecteert op de medemens. Zijn lievelingsbezigheid is het flaneren in de binnenstad van Frankfurt, waar hij graag de passanten observeert en een voorkeur etaleert voor enigszins aan lager wal geraakte figuren – voor datgene wat hij eerder ’de verschrikkingen van de realiteit’ heeft genoemd. Wie Genazino leest ziet de binnensteden met andere ogen.

Mij fascineerden in ’Liefdeskolder’ (een prachtige titel trouwens, fraaier nog dan het origineel ’Die Liebesblödigkeit’) vooral een aantal bijfiguren. Morgenthaler bijvoorbeeld, een mislukte en ietwat ziekelijke kunstschilder die teert op het pensioen van zijn moeder. Of de angstspecialist Dr. Oswald, die zich uiteindelijk ook over de verteller ontfermt. Maar de interessantste onder de bijfiguren is wellicht een zekere Bausback, die ’de postvijand’ wordt genoemd, een prettig gestoorde querulant die zijn postbode erop betrapt ondanks de regen met een open karretje rond te lopen, en die zelfs foto’s maakt van dit delict. In het slotfragment, tijdens een feestje waar ook de verteller verschijnt, ontmoeten deze zonderlingen elkaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden