Zwartkijkers in het groen?

Had Jac.P. Thijsse, oprichter van Natuurmonumenten, gelijk? Heeft het Nederlandse volk onvoldoende waardering voor natuur en landschap in eigen land? Vier hedendaagse natuurgidsen reageren.

De doorgaans 'onbekommerde' Jac. P. Thijsse, oprichter van Natuurmonumenten, uitte zich soms ook minder opgewekt. In de brief uit 1935 aan Jacobus Kroon, waarover Trouw afgelopen maandag berichtte, schreef hij wel eens beweerd te hebben 'dat het Nederlandsche volk niet waard is, zoo'n mooi en interessant deel van de wereld te bewonen'. Had Thijsse gelijk? Je zou het wel zeggen, nu we weer massaal naar het buitenland afreizen om daar onze vakanties door te brengen. Hebben we geen oog voor al het moois dat we naast onze deur kunnen vinden?

Femke den Outer, IVN-gids in Deventer, deelt niet in Thijsse's somberte. Ook collega Gerda Bonninga uit Alphen aan den Rijn en Thijs Janssen, gids langs de Nederrijn voor Utrechts Landschap, zijn behoorlijk optimistisch over de belangstelling van Nederlanders voor hun natuur en cultuurlandschappen. Steeds meer mensen nemen deel aan de rondleidingen die ze organiseren. Met name de laatste vijf jaar groeit de publieke belangstelling enorm, signaleert Bonninga. "Op de open imkerijdagen van afgelopen weekeinde bijvoorbeeld, stroomden de mensen massaal toe. Je vraagt je af waar die allemaal vandaan komen."

Natuurlijk weten ook de natuurgidsen dat de natuur in Nederland eigenlijk altijd onder druk staat. Al in de nadagen van Thijsse (1865-1945) eisten ontginningen van woeste gronden en industrialisatie hun tol. Die ontwikkeling kwam na de Tweede Wereldoorlog nog in een stroomversnelling. Bevolkingsaanwas, uitbreiding van steden en wegennet, intensivering van de landbouw drongen de natuur steeds verder terug. Maar, zeggen Den Outer, Bonninga en Janssen, de natuur díe we nog hebben, beschermen we aan alle kanten. "En is van grote kwaliteit", vindt Bonninga, die gidst in Het Groene Hart. "De lepelaar broedt weer in de Nieuwkoopse Plassen, omdat er dankzij natuurontwikkeling nu foerageergebieden in de buurt zijn. Ook komt het blaasjeskruid terug, een vleesetende plant die alleen in schoon water kan leven."

Thijs Janssen maakt op zijn excursies alleen maar 'heel enthousiaste mensen' mee. "Utrechts Landschap investeert veel in natuur en in cultureel erfgoed, zoals oude molens en steenfabrieken. Dat maakt mensen nieuwsgierig. Ze staan ervan versteld hoeveel moois er te zien is in de provincie Utrecht. Veel van onze bezoekers gingen voorheen altijd naar het buitenland, maar houden vanwege de crisis de laatste tijd vakantie in eigen land en ontdekken nu hoe mooi het hier eigenlijk is. We laten ze vanaf excursieboot de Blauwe Bever zien hoe er ook prachtige natuur bij is gekomen, onder andere dankzij het klimaatprogramma 'Ruimte voor de rivier'. De Nederrijn is een van de rivieren waar, met het oog op klimaatverandering en het daardoor toenemende hoogwatergevaar, niet de dijken zijn verhoogd, maar de rivier in de uiterwaarden juist meer ruimte heeft gekregen, waardoor er heel mooie natuurgebieden zijn ontstaan."

Bij de volwassenen zit het volgens gids Den Outer wel goed met de waardering voor de natuur. Zij maakt zich meer zorgen om de jeugd. "Jongeren van nu hebben veel minder behoefte aan de natuur, en komen in drukke steden en woonwijken ook moeilijker aan hun trekken. Een hut bouwen en lekker met water kliederen is er daar niet bij. Ook de ouders spelen een cruciale rol. Veel ouders zijn tegenwoordig beschermender dan vroeger. Ze zijn bang voor de veiligheid van hun kind en willen niet dat het vies wordt. Ook de scholen hebben een taak, omdat kennis van de natuur automatisch de waardering ervoor vergroot. "

Net als Jac. P. Thijsse, wiens werk hij bestudeert, is ook Hans van Os doorgaans geen zwartkijker. Als IVN-gids in Noord-Kennemerland treft hij, net als de andere drie gidsen, voornamelijk enthousiaste natuurliefhebbers. Het gevaar voor de teruggang van de natuur in Nederland komt volgens hem van de kant van het ruimtelijke ordeningsbeleid. "Wat er in Nederland ontbreekt, is een alomvattende visie op de inrichting van het land. Daardoor gaat er veel moois verloren. Een voorbeeld: elke gemeente wil een of meer eigen bedrijfsterreinen hebben. Waarom leggen niet een aantal gemeenten samen, centraal één groot bedrijfsterrein aan? Dat zou heel wat verrommeling van het landschap voorkomen."

Er wordt ten onrechte nogal eens denigrerend gedaan over het Nederlandse cultuurlandschap, meent Van Os. "We moeten juist ontzettend trots zijn op de enorme variatie van onze cultuurlandschappen. We hebben zee en duinen, kleipolders, veenweidegebieden, rivierenlandschap, beekdalen, heuvels, bos en heide. Die landschappen hebben zich door de eeuwen heen geleidelijk en harmonieus ontwikkeld, tot een groot deel van Nederland de vorige eeuw op de schop ging. Maatschappelijke ontwikkelingen kun je niet tegengaan. Maar je kunt wel proberen plannen te maken waarbij het landschap er niet zo bekaaid afkomt. Waarom die eeuwenoude kreekjes en slootjes niet meenemen in een project? Natuur en landschap zouden eigenlijk de basis moeten zijn van alle ruimtelijke ordeningsplannen. Bouw en ontwikkel in harmonie met het landschap, in plaats van ten koste van het landschap met natuurcompensatie achteraf."

Landschapsarchitect Adriaan Geuze zei eens in een interview, dat 'de samenleving van nu schreeuwt om een nieuwe Jac. P. Thijsse, die de Nederlanders opnieuw leert naar de natuur te kijken'. Dat advies geeft Van Os graag mee aan alle ruimtelijke ordenaars van ons land.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden