Zwarte Piet verworden tot 'softie' zonder roe

Zwarte Piet - voor de een is hij het prototype van een negatief, krypto-racistisch rolmodel, terwijl de ander hem een niet weg te denken element vindt in onze toch al zo schaars geworden nationale folklore. Alle gekrakeel pro en contra ten spijt duikt de trouwe knecht van de Sint ieder jaar weer op. Maar is hij nog wel de echte Piet van vroeger? En hoe zag zijn verleden er uit?

Hij is er weer: Zwarte Piet. In het kielzog van Sint-Nicolaas aangekomen uit Spanje, trekt hij dezer dagen weer algemeen de aandacht. Hele kinderscharen zingen over Piet die uit fietsen ging, waarbij 'z'n band knapte'. En op menige school doen zelfs Fatima en Achmed mee. Alle kritiek over verkeerde beeldvorming en verkapt racisme ten spijt.

Het pietenlied wijst er overigens op dat de zwarte knecht de laatste tijd, om precies te zijn sinds de jaren zestig van de vorige eeuw, van boeman softie is geworden. Voor die tijd zou het immers van suïcidale neigingen hebben getuigd hem af te schilderen als een komische domoor die tegen de dorpssmid zegt: ,,Ik geloof dat er in m'n achterband een pepernootje zit''. Nu men hem echter zak en roe heeft ontnomen, is hij krachteloos en impotent gemaakt. Hij lijkt het slachtoffer geworden van anti-autoritaire opvoedingsmethoden. Trouwens, het idee van het 'gericht' is sowieso impopulair geworden in een postchristelijke tijd waar ook de oudtestamentische 'God der wrake' naar de achtergrond is gedrongen, ja zelfs vrijwel verdampt.

Nog geen halve eeuw geleden was Zwarte Piet een figuur die angst wekte en respect afdwong. Wie niet aan de duidelijke normen en waarden van de Sint en diens knecht beantwoordde werd door laatstgenoemde in de zak gestopt en verdween 'zuidwaarts'. Nu is Piet verworden tot halfzachte uitdeler van pepernoten die bij elk gebaar er krampachtig voor moet zorgen vooral niet op een allochtoon te lijken.

Dat Zwarte Piet een negentiende-eeuwse uitvinding is, klopt niet. Als 'bewijs' wordt aangevoerd dat vóór die tijd op prenten de Sint zonder knecht staat afgebeeld. Maar al in 1593 schreef de theoloog Wirth uit Genève: ,,Het is de gewoonte op de vooravond van 6 december dat de ouders heimelijk geschenken geven aan de kinderen en hun doen geloven dat Sinterklaas met zijn knechten (,,cum famulis suis'') rondgaat in stad en dorp''.

In latere tijd kregen die knechten ook een naam: Le père Fouettard, Knecht Ruprecht, der Schwarze Peter, Nickel of Zwarte Piet.

Piet werd hier pas in 1850 voor het eerst uitgebeeld. En wel in een Sinterklaasboekje met versjes en tekeningen van Jan Schenkman, rijmer van 'Zie ginds komt de stoomboot'. Zwarte Piet was in deze beginperiode uiterlijk gemodelleerd naar de zwarte pages ('huismoortjes') die in de zeventiende en achttiende eeuw in de mode waren bij de hoge adel en ook op schilderijen uit die tijd voorkomen. Moriaan, zoals men hem toen noemde, droeg een kostuum dat leek op het pietenpak van nu, inclusief pofbroek, wambuis en baret met pluim. Pas in een sinterklaasboek uit 1891 -'Het feest van Sint-Nicolaas' door ene Lina- heet hij voor het eerst Zwarte Piet. Maar het idee van de zwarte (Piet) die ondergeschikt is aan de witte (Sint) vond vrijwel zeker hier zijn oorsprong. Hij nam de rol van 'kinderschrik' over van Sinterklaas, want een 'neger' was 'per definitie' woest.

Buiten ons land duikt de figuur van Zwarte Piet al veel eerder op. Zo kenden de middeleeuwers, onder meer in Noord-Frankrijk, het scholierenfeest. Op 6 december kozen de leerlingen van de stedelijke kloosterscholen een van hen tot 'Nicolaasbisschop'. Hij werd omringd door geschminkte Zwarte of Donkere Mannen -prototypes van de dood- die, samen met Sint, langs de deuren trokken en volwassenen geld of eten aftroggelden. Het feest duurde tot 28 december, de dag van Onnozele Kinderen (in opdracht van de nieuwtestamentische koning Herodes vermoord).

Via Frankrijk drongen Sint en zijn gevolg ook tot onze Lage Landen door. In de zeventiende eeuw gingen in december jongens met zwartgemaakte gezichten de straat op, bonzend op deuren en ramen. De opgeschoten meiden en de kleintjes moesten thuis blijven. Op de Waddeneilanden gebeurt dat nog steeds. Zwart had in al deze gevallen niets met racisme van doen.

Over de herkomst van Zwarte Piet bestaan verschillende theorieën. Sommigen verbinden zijn persoon met een legende die vertelt hoe Sint-Nicolaas een (zwarte) duivel overwon. De bisschop liet hem geketend in zijn gevolg meevoeren, maar later mocht hij vrij rondlopen om de Sint te helpen.

Anderen hebben het over een Ethiopisch weesjongetje dat door zeerovers te koop werd aangeboden. Sint-Nicolaas zou hem hebben vrijgekocht, maar de jongen, Piter, bleef achter hem aanlopen, zodat de bisschop van Myra hem maar meenam en een opvoeding tot bediende gaf. Een derde 'verklaring' is dat Zwarte Piet een blanke knecht van Sinterklaas was. Zijn zwarte kleur zou hij hebben gekregen doordat hij steeds door de schoorstenen moest kruipen.

Dit laatste verhaal verwijst mogelijk naar de oude Wodan-mythe. De Germaanse oppergod reed in de winter op zijn achtbenige paard Sleipnir -voorloper van de schimmel van Sint?- door de lucht. Ondertussen moesten zijn knecht Ruprecht en/of twee raven in de schoorsteen kijken of de mensen wel hun oogstoffers aan Wodan brachten. Deze werd ook vergezeld door een leger zwarte (=dode) krijgers, het Wilde Heer.

Op basis van de attributen van Zwarte Piet is ook wel gedacht aan de Italiaanse schoorsteenvegers die met een roe de rookkanalen reinigden en het roet verzamelden in een zak. Anderen zien in de roe een fallussymbool dat tijdens de decemberdagen werd gegeven aan jongens die de kleine kinderjaren net waren ontgroeid.

In ons land werd de Sint vóór de Tweede Wereldoorlog altijd door maar één Zwarte Piet vergezeld. In december 1945 verschenen er bij de intocht van Sint-Nicolaas in Amsterdam ineens meerdere Pieten. Waarschijnlijk onder het motto the more the better (Canadezen hielpen mee met het organiseren). Sindsdien trekt Sint meestal met meer dan één knecht door de vaderlandse dreven.

Gebruikte bronnen:
Nicolaas, de duivel en de doden -Louis Janssen; Sint-Nicolaas van A tot Z -Stichting Nationaal Sint-Nicolaas Comité; 'O kom eens kijken' -C.J. Aarts en M.C. van Etten;
Het geheim van Sinterklaas en de kerstman - T. van Renterghem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden