Zwarte hulp en witte madam houden elkaar in de tang

Ena Jansen beschrijft de rol van zwarte huishoudsters in de Zuid-Afrikaanse literatuur. De hoogleraar is ook ervaringsdeskundige: in Johannesburg was zij zelf werkgever van Cecilia. 'Er is ontnuchterend weinig veranderd, 25 jaar na de apartheid.'

Op een dag, inmiddels 25 jaar geleden, klopte Cecilia Magadlela aan. Daar stond ze, in een geel werkschort. "Of ze bij mij kon komen werken", vertelt Ena Jansen. Jansen woonde dichtbij het centrum van Johannesburg, in een rustige straat in de gemoedelijke wijk Melville, met actrice Sandra Prinsloo en enkele gay-koppels als buur, en in de nabijheid van de groene heuvels. Ena zei 'ja' en Cecilia bleef tot haar pensioen.

"Zoveel zwarte vrouwen zochten werk", vertelt Jansen, in haar Amsterdamse woning tegenover het Rijksmuseum. "In Zuid-Afrika kun je daar niet omheen, toen niet en nu niet. Overal zie je mensen op straat lopen die geld nodig hebben. De vrouwen zijn afhankelijk van werk in witte huishoudens. Als ze op je deur kloppen, doen ze daarmee een groot appèl op jou. Het is meer dan alleen werk; ze hebben je nodig omdat jij hun toegang bent tot de dokter, de school, noem maar op."

Dit is meteen de kern van een gevoelige en ingewikkelde relatie, die ook na de afschaffing van de apartheid voortduurt. In haar boek 'Bijna familie' (Afrikaans: 'Soos familie') licht Jansen de ambivalente positie van zwarte bediendes toe. Ze zoekt antwoorden in de koloniale geschiedenis van Zuid-Afrika, in gesprekken met bediendes als haar eigen Cecilia, en in de Zuid-Afrikaanse literatuur. Die antwoorden zitten vol mitsen en maren.

Tijdens de hoogtijdagen van de apartheid woonden de bediendes op het erf van witte gezinnen, ook in die van de felste voorstanders van apartheid. Op het strand, waar het verboden was voor zwarten, konden de huishoudsters wel komen zolang ze maar een stel witte kinderen bij zich hadden om zich over te ontfermen. Intensief contact tussen wit en zwart was er daardoor altijd, ook toen.

"De verhouding tussen een witte 'madam' en een zwarte 'meid' is als een rollenspel dat ons vanaf onze jeugd elke dag werd ingeprent: de één wordt toevallig geboren als madam, de ander als meid en op die manier leer je je tot elkaar te verhouden", zegt Jansen.

Elke donderdag kwam Cecilia wassen en stoffen. Intussen keek haar dochter in de woonkamer televisie of zwom in het zwembad in de achtertuin. "Het was een feest als zij er waren", zegt Jansen om hun goede band te benadrukken. In veel huishoudens was de sfeer maar vaak te snijden. "Als een huishoudster slecht behandeld werd, kon ze haar ongenoegen uiten door te zwijgen, de kopjes te laten vallen waar jij zo dol op bent, je te treiteren tot en met. Dat is haar enige machtsmiddel."

Het is een onderwerp dat tot op de dag van vandaag veel besproken wordt in de Zuid-Afrikaanse bladen. Hoe ga je om met je bediende? Je vertrouwt haar wel met je kinderen, maar niet met je zilverwerk.

Hebben de afschaffing van de apartheid en de eerste vrije verkiezingen van 1994 dan niks gebracht voor deze zwarte bediendes?

Heftig: "Sociologen zeggen dat het er zelfs slechter op is geworden. Vergeet niet dat de relatie tussen bedienden en het gezin waar ze werken op een bepaalde manier heel close is. Bediendes wonen in een bediendenkamertje in huis of in een huisje in de tuin. Ze weten alles over het leven van hun baas. Maar er is ook afstand, de madam die de opdrachten geeft en het geld heeft. Na de apartheid kregen huishoudsters beter betaald, maar dat staat soms juist de verbondenheid in de weg. 'Ga jij maar harder werken voor je geld', kan er klinken. Of, als de huishoudster op haar rechten wijst: 'Vraag Mandela maar om extra geld.' Die afhankelijkheidsrelatie die zolang heeft geduurd, hef je niet in een keer op."

Die relatie vindt u tekenend voor de geschiedenis van Zuid-Afrika. Hoe zit dat?

"In 'bediendepraatjies' in haar bundel 'Medeweten' (2014) laat dichter Antjie Krog zien hoe huishoudsters en werkgevers gevangenbzitten in een wurggreep van ongelijkheid en paternalisme. Ze schrijft: 'ze wil twintigduizend rand lenen twintigduizend, verdomme!! schud maar aan de wittemensenboom en kijk het geld eens vallen / ik ben ook compleet ontploft [...] Victoria verblikte of verbloosde niet'. En: 'ik zei tegen [Victoria] je krijgt al drie keer het minimumloon / nou en wat zegt ze [vraagt de man] nee ze kijkt me maar zo aan alsof ik zeg dat de lucht blauw is'.

"De huishoudster heeft lang geleund op de steun van witte madammen, en doet dat nog steeds. De man van Krog zegt vaak: 'Antjie, vertel Victoria dat ze zich erop voorbereidt dat we over vijf jaar met pensioen gaan en vertrekken, en zij dan dus niet meer op ons kan rekenen'.

"Onlangs stelde de vakbond van Zuid-Afrikaanse bediendes Sadsawu dat Zuid-Afrika een miljoen zwarte thuiswerkers heeft. Daarnaast zijn er ook nog een miljoen vrouwen die het zouden willen, maar geen werk kunnen vinden; de werkloosheid in Zuid-Afrika is enorm. Zwarte vrouwen boven de 40 kunnen vaak niet veel anders. Maar het biedt hun ook kansen. Cecilia - eigenlijk heet ze met haar Xhosa-naam Nomahobe - kwam ook ooit met een koffer en een verzonnen 'stadse' naam naar Johannesburg - om geld te verdienen, maar ook om aan een gedwongen huwelijk te ontsnappen."

Huishoudsters en werkgevers houden wederzijds de afhankelijkheid in stand; zwarte vrouwen verdienen zo geld en zorg, witte 'madammen' houden hun rol die ze als kind geleerd hebben. Toch willen velen van die rol af.

"Neem de Nederlandse journaliste Evelien Groenink, zij trouwde met een voormalige ANC-balling en woonde in het Johannesburg van na de apartheid. Zij schrok zich rot van hoe grof enkele ANC-mannen hun zwarte houdhoudsters behandelden. Zonder enig respect. 'Ze noemden hun huispersoneel zelfs hoovers, stofzuigers', zegt zij. 'Als het ANC zichzelf zo ontwikkeld vindt en de dingen anders wil aanpakken in Afrika, waarom begint het ANC dan niet hier?' Maar na een poos viel haar ook op hoe afhankelijk de zwarte bediendes zich bleven opstellen jegens de gezinnen waar ze voor werkten. Toen schreef ze: 'Ik begin een hekel te krijgen aan het dodelijk inferioriteitscomplex van veel zwarte vrouwen hier. Ze gaan ervan uit dat ze niets kunnen en nergens komen.'

Oftewel: de witte madam regelt het wel voor mij. Uiteindelijk werd ook Groenink een madam die orders gaf. Het is de gewenning die in heel Zuid-Afrika is toegeslagen.

"Dat is ook een groot probleem in het Zuid-Afrika van nu. De immigranten uit Zimbabwe, Congo en Senegal doen het daar vaak veel beter dan de zwarte Zuid-Afrikanen. Zij hebben hun land moeten achterlaten, willen er iets van maken en zijn vaak heel ondernemend. De zwarte Zuid-Afrikaan is afhankelijk gemaakt en denkt dat de staat wel voor hen zorgt."

U was een linkse student die zich ongemakkelijk voelde met de situatie. Wanneer vielen u de schellen van de ogen?

"Toen ik op mijn 23ste in Amsterdam ging studeren, raakte ik de automatische meerderwaardigheid van wit-zijn kwijt. Terug in Zuid-Afrika zeiden mijn vrienden dat ik een Nederlandse blik had gekregen. Ik was net als zij opgegroeid met de aanname dat witte mensen altijd hoger staan dan zwarte mensen, dat zwarte vrouwen de vervelende klusjes wel zullen opknappen - als klein meisje raak je daar onbewust aan gewend. En inderdaad, ook al was ik een linkse student die boeken bracht naar ANC-gevange- nen, pas in Nederland kon ik me vrijer voelen en die rol van witte van me afduwen."

Maar toen u terug was in Zuid-Afrika was er toch die dwingende klop van Cecilia op uw deur?

"Ik zei 'ja' tegen haar uit schuldgevoel. In Nederland kun je je makkelijker onttrekken aan desperate mensen - nog wel, met de toestroom van zoveel vluchtelingen zal dat hier ook lastiger worden. In Zuid-Afrika word je er elke dag mee geconfronteerd. Op straat lopen altijd mensen die hopen ergens geld te kunnen verdienen, in de bouw, als huiswerker.

"Ik heb geen gezin, dus veel huishoudwerk was er niet, maar ik betaalde goed, zodat ze een zelfstandig leven kon leiden. Voor haar dochter en andere kinderen van bediendes richtten we met de straat een schoolfonds op. Ik ben altijd dol geweest op Cecilia en zij op mij."

Jansen lijkt even te schrikken van wat ze zelf zegt: "Alhoewel, van dat laatste mag ik nooit uitgaan. De relatie blijft zo ongelijk. Zelfs al noemt ze mij skattie of darling."

Hebben u en uw geliefde hier in Amsterdam een huishoudster?

"Hulp in de huishouding inhuren is op zich niet slecht, het is van alle tijden en van alle culturen. Het is een kwestie van respect en goede betaling. Twee uur per week komt bij ons thuis een Colombiaans stel: zij doet de natte dingen, hij de droge. In twee uur hebben ze het hele huis gedaan. We betalen goed. Ze zijn veel professioneler dan de Zuid-Afrikaanse bedienden, die komen niet graag twee uurtjes, die zijn er dus graag een hele dag. Daardoor is het contact in Zuid-Afrika al snel wel closer.

"Van buitenaf wordt de witte Zuid-Afrikaan nog steeds als racistisch bestempeld. Maar bedienden werken vele malen liever bij witte Zuid-Afrikanen dan bij migrantenfamilies uit Griekenland of India. Sindiwe Magona schrijft hoe erg zij het vond in de jaren zestig te werken bij migranten die alleen maar orders uitdeelden en meteen rechten verwierven die geen zwarte tijdens de apartheid ooit kon krijgen. De zwarte en witte Zuid-Afrikaan deelden ondanks alles toch een gemeenschappelijke geschiedenis die vaak terugvoert tot het platteland, de boerderij, in het Zuid-Afrikaans De Plaas. Zij gedragen zich beiden vaak op een verbijsterend gemoedelijke manier naar de rol die ze van de geschiedenis hebben meegekregen."

In haar boek schrijft Ena Jansen over het beeld van huishoudsters in de Zuid-Afrikaanse literatuur. Van Krotoa, de eerste zwarte bediende en tolk van VOC'er Jan van Riebeeck tot en met nu. Jansen ziet hedendaagse huisbedienden ook als schakels tussen wit en zwart, rijk en arm, stad en platteland. Elsa Joubert was de eerste witte auteur die in het hoofd van een zwarte bediende kroop, in 'Die Swerfjare van Poppie Nongena', een literaire hit uit 1978. Poppie werkte bij witte gezinnen in Kaapstad, de paswetten dwongen haar te verhuizen naar het voor haar onbekende 'thuisland' Ciskei. Het leven van veel zwarten raakte op deze manier ontwricht.

Elke keer lijken er nieuwe stiltes te worden doorbroken. Het duurde tot 1990 dat Lauretta Ngcobo doorbrak met 'And they didn't die', eindelijk een grootse roman met een zwarte vrouwenstem door een zwarte vrouw, over hoe zwarte vrouwen hun gemeenschap draaiende houden terwijl hun mannen werken in de stad. Bekend in Nederland is Marlene van Niekerks 'Agaat' (2006), over de lastige relatie tussen een zieke madam en haar huishoudster Agaat.

Welke stiltes werden nog meer doorbroken in de post-apartheidsliteratuur?

"In 'Roepman' van Jan van Tonder komt een onvergetelijk afscheid voor wanneer huishoudster Gladys haar zoontje van 4 terug moet brengen naar het verre thuisland, gedwongen door de Groepsgebiedenwet van 1950 waardoor er maar één zwarte arbeider in een wit gezin mocht wonen. In het gezin waar Gladys werkt is voor de zoon geen plek meer in de bediendenkamer. Van Tonder is in 1990 de eerste die over zo'n traumatisch afscheid schrijft. Traumatisch voor iedereen, voor de kleine jongen, Gladys en de gezinsleden van het werkgeversgezin. Miljoenen andere Zuid-Afrikanen moeten op hun achtererf zo'n hartverscheurend afscheid meegemaakt hebben, en er nooit over hebben gepraat.

"Schrijvers als Antjie Krog en Breyten Breytenbach zijn teleurgesteld geraakt in het ANC, ontnuchterd, er is zo weinig veranderd. Alle pijn, spanning en liefde lijken nu samen te komen in de spilfiguur van de huisbediende. Dat zien we ook bij zwarte schrijvers als Zoë Wicomb, Zakes Mda en Zukiswa Wanner; in hun werk stellen de huisbedienden de complexiteit van ras en klas in Zuid-Afrika op scherp."

Ena Jansen (Zuid-Afrika, 1951) studeerde letterkunde aan de universiteiten van Stellenbosch en Utrecht, promoveerde in 1992 aan de universiteit van Witwatersrand in Johannesburg en doceerde als hoogleraar Zuid-Afrikaanse en moderne letterkunde aan de UVA en VU. Afgelopen juni nam ze afscheid als docent. Zij woont in Amsterdam en in Kaapstad. Haar studie 'Soos familie. Stedelike huiswerkers in Suid-Afrikaanse tekste' (2015) werd onderscheiden met de UJ-prys vir Kreatiewe Skryfwerk.

Jansen woont samen met Pamela Pattynama, hoogleraar koloniale en post- koloniale literatuur- en cultuurgeschiedenis.

De vertaling van Ena Jansens 'Soos familie' - 'Bijna familie' - wordt dit weekeinde gepresenteerd, tijdens de tweede editie van de week van de Afrikaanse roman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden