Zwart, maar ook altijd omzichtig

Barack Obama is een Afro-Amerikaan, daar laat hij nooit een misverstand over bestaan. Maar hoe zwart durft president Obama te zijn?

WASHINGTON - Dit klopt gewoon niet. Obama, echt, pak het vliegtuig. Dit zijn jouw mensen, het spant erom jongen."

Rapper P. Diddy was een van de vele zwarte Amerikanen die de president van de Verenigde Staten wilde horen spreken in Ferguson, Missouri, waar een ongewapende jongeman door politiekogels de dood vond. En dan uit het hart.

Maar hij kwam niet, en hij deed het niet. Hij stuurde wel de minister van justitie, Eric Holder. Die sprak roerend over zijn eigen kinderen, net zo zwart als de omgekomen Michael Brown, en beloofde een diepgaand onderzoek. De federale overheid lijkt vastbesloten grote schoonmaak te houden in Ferguson, waar een zwarte bevolking wordt geregeerd door een gemeentebestuur dat in zekere zin is gekozen door de blanke bevolking van twintig jaar geleden, en dat opvattingen over politiewerk lijkt te hebben van nog een halve eeuw eerder.

En toch missen ze Obama. En eigenlijk mist zwart Amerika hem al zes jaar.

"De president heeft nooit problemen gehad om te spreken over wat het betekent, en over hoe uitzonderlijk Amerika is, dat hij als zoon van een Keniaanse immigrant en een moeder uit Kansas, als een zwarte zoals hij zichzelf beschouwt, kon opklimmen tot het presidentschap", zegt Khalil Muhammad. Hij is directeur van het Schomburg Center for Research in Black Culture in Harlem. Zijn familie heeft diepe wortels in de strijd voor de burgerrechten, zijn grootvader was Elijah Muhammad, oprichter van de op emancipatie van de zwarten gerichte Nation of Islam en mentor van onder andere de activist Malcolm X.

Khalil Muhammad had meer van Obama verwacht. "Hij is ook niet te verlegen geweest om te spreken over de uitdagingen die er blijven, zoals armoede en geweld in zwarte gemeenschappen, en de slechtere prestaties in het onderwijs - wanneer hij tegenover een zwart gehoor stond. Maar ik kan niet zeggen dat hij net zo vrijuit heeft gesproken over racisme in het justitieel apparaat. Dan hoorde je dat hij moet oppassen dat hij zijn politieke agenda kan uitvoeren, dat hij de Democratische Partij niet wil beschadigen; en tijdens zijn eerste termijn dat hij zijn herverkiezing niet wilde bemoeilijken. Dat kan ik allemaal wel begrijpen, dat zijn legitieme politieke overwegingen. Maar op zeker moment moet een politicus beslissen: regeert de politiek mij of regeer ik de politiek, kome wat komt?"

Dat Obama die omzichtige koers zou varen, had Muhammad, hadden al zijn kiezers, van hem kunnen weten. Als kandidaat voor het presidentschap legde hij niet de nadruk op de bevolkingsgroep waartoe hij - meer door keuze dan door zijn familiegeschiedenis - bij hoorde. De zwarte gemeenschap zag zo ook wel hoe de vork in de steel zat.

undefined

Woede

Pas toen er een controverse ontstond over anti-Amerikaanse uitspraken van de dominee in Chicago die hem tot geloof had gebracht, kroop Obama uit zijn schulp. In maart 2008 legde hij in een indrukwekkende redevoering in Philadelphia aan blank Amerika uit hoe het voelt om zwart te zijn. Hoe levend het besef is dat die groep in slavernij naar Amerika kwam, waar de bevrijding werd gevolgd door segregatie en de segregatie door discriminatie. "Die woede wordt misschien niet openlijk geuit, tegenover blanke collega's of blanke vrienden. Maar ze krijgt een stem bij de kapper, of aan de keukentafel - en soms krijgt ze een stem in de kerk op zondagochtend op de preekstoel en in de kerkbanken. En het feit dat zoveel mensen verbaasd zijn die woede te horen in sommige van de preken van dominee Wright, herinnert ons aan de gemeenplaats dat het meest gesegregeerde uur in Amerika op zondagochtend valt."

Aan die rede had Obama dagenlang geschaafd en dat betaalde zich uit. Omgekeerd kwam een opmerking uit de losse pols over een kwestie met een raciaal aspect, kort nadat hij president was geworden, hem politiek duur te staan.

In de zomer van 2009 werd een prominente zwarte intellectueel, Harvard-hoogleraar Henry Louis Gates, gearresteerd omdat hij zijn eigen voordeur aan het openbreken was, waarvan het slot stuk was. Een buurvrouw die dat zag gebeuren, belde de politie. Toen die kwam, bleek al gauw dat het om de bewoner zelf ging, maar die maakte zich wel boos dat hij als zwarte zo gemakkelijk verdacht werd, en het resultaat was dat hij alsnog mee naar het bureau moest. Een paar dagen later noemde Obama dat "stom", maar dat moest hij terugnemen: dat de president zo gemakkelijk degenen afviel die namens de overheid de openbare orde, de burgers en hun eigendommen moesten beschermen, werd hem vooral door rechts Amerika diep kwalijk genomen.

Als goed politicus liet Obama zich dat liever niet gebeuren voor een kwestie waar hij geen echt politiek belang bij had. Hij maakte zijn excuses en zorgde ervoor dat Gates en de agent op het Witte Huis een biertje kwamen drinken.

De laatste dagen is die 'biertop' in de media weer veel in herinnering gebracht: als een van die zeldzame gelegenheden dat Obama vergat over zijn eigen zwarte schaduw heen te springen en zich over rassenkwesties alleen met de grootste nuance uit te drukken.

Een tweede keer dat dit onderwerp hoog op de politieke agenda kwam, nu op een manier waar Obama niet omheen kon, was vorig jaar: toen werd George Zimmerman vrijgesproken, de burgerwacht die het jaar ervoor de 17-jarige zwarte jongen Trayvon Martin had doodgeschoten. Die was hij gevolgd omdat hij hem verdacht vond. Volgens Zimmerman had Martin hem daarna aangevallen. De schietpartij had veel publiciteit gekregen, maar het was meer nog de vrijspraak die de zwarte gemeenschap als een mokerslag trof, en Obama had de moeilijke taak die woede te benoemen zonder het rechtssysteem van de VS af te vallen.

Dat deed hij in roerende, persoonlijke termen. "Trayvon Martin, dat had ik kunnen zijn 35 jaar geleden", zei hij. En: "Er zijn heel weinig Afro-Amerikanen in dit land die niet de ervaring hebben dat ze zijn gevolgd als ze in een warenhuis aan het winkelen waren. Daar hoor ik ook bij. Er zijn heel weinig Afro-Amerikanen die niet de ervaring hebben over straat te lopen en het klikken te horen van de sloten van autodeuren. Dat gebeurt mij ook - tot ik senator werd in elk geval. Er zijn heel weinig Afro-Amerikanen die niet de ervaring hebben in een lift te stappen en te zien dat een vrouw haar handtas vastklemt en haar adem inhoudt tot ze de kans krijgt uit te stappen. Dat gebeurt vaak."

En nu is er dan voor de derde keer een duidelijke aanleiding voor Obama om namens en met het land te proberen lering te trekken uit een voorval waarin blank en zwart tegenover elkaar stonden, letterlijk op Florissant Avenue in Ferguson, en figuurlijk voor de televisie en op internet. Maar hij is tot nu toe niet naar Ferguson gekomen om dat te doen, laat staan om de politie en de politiek daar de les te lezen, zoals critici als Muhammad dat zouden willen.

Volgens Ezra Klein, politiek analist van de website Vox, gaat dat ook niet gebeuren, om de simpele reden dat Obama weet wat het resultaat daarvan zal zijn: nog meer verdeeldheid. Het is een les die de president heeft getrokken uit de kwestie rond Gates, maar die valt ook te halen uit politiek onderzoek. De Amerikanen zijn politiek scherper verdeeld dan ooit en op degenen die Obama liever niet als president hadden gezien, hebben zijn redevoeringen een averechtse invloed: die mensen houden na zo'n rede nog sterker vast aan de mening die de president probeert aan te vechten.

undefined

Gemeenplaatsen

En Obama is er de man niet naar om zichzelf zo in de wielen te rijden. Dus beperkt hij zich juist als het over heikele onderwerpen gaat als de rassenverhoudingen in de VS tot goedbedoelde gemeenplaatsen en wordt hij hoogstens wat scherper als hij een zwart publiek toespreekt.

En in tegenstelling tot Khalil Muhammad kan de zwarte historicus Clement Price, van Rutgers University in Newark, dat wel begrijpen. "We kennen president Obama nu lang genoeg om te weten dat zijn intellect er een van gematigdheid is, dat hij zijn emoties tempert, altijd voorzichtig is in zijn uitspraken. Hij probeert tegelijkertijd de eerste Afro-Amerikaanse president te zijn en een president die politiek geloofwaardig is in gemeenschappen die niet Afro-Amerikaans zijn, dus een president van de hele gecompliceerde natie die de Verenigde Staten zijn."

"Ik ben dus niet verbaasd over zijn gematigde reactie op wat we in Ferguson hebben gezien. Uiteindelijk is hij een advocaat. En advocaten zijn altijd voorzichtig met het trekken van conclusies voordat de feiten bekend zijn en we het eens zijn over alle bewijsmiddelen. Die juridische training moeten we respecteren, hoezeer wij - of sommigen van ons - ook zouden willen dat hij uitvaart over de situatie in Ferguson."

Maar is daarmee ook Price niet toch een beetje teleurgesteld over de eerste zwarte president?

"We moeten de laatste tijd wel steeds vaker denken aan Lyndon Johnson, een president die, hoewel een zuiderling, en ooit voorstander van segregatie, het teken aan de wand zag: de burgerrechtenbeweging. Hij maakte gebruik van de dramatische vaart die de beweging kreeg, de statuur van Martin Luther King, het interraciale karakter van die beweging, de moord op president Kennedy, de stemming van het midden van de jaren zestig, toen een doorsnee van de samenleving bereid leek om de erfenis van de slavernij en andere onderdrukking aan te pakken. En hij kreeg de burgerrecht-wetten erdoor, de oorlog tegen de armoede, zijn 'Great Society'. Ik zou zeggen dat Johnson misschien meer dan welke andere moderne president heeft geprobeerd het land weer op de rit te krijgen, door het leiderschap van de federale overheid."

Over Obama is in vergelijking daarmee ook veel goeds te zeggen, aldus Price. Waar Johnson het land in de Vietnam-oorlog betrok, wist Obama het leger uit Irak en binnenkort Afghanistan te halen. Hij kreeg er een nieuw zorgstelsel door. En hij heeft nog twee jaar. Net zoals met Johnson gebeurde is het mogelijk dat hij in de toekomst hoger wordt gewaardeerd dan nu.

Maar dat het gevecht voor Obama taaier is dan voor Johnson, is duidelijk: "De jaren zestig lijken niet erg op de eerste decennia van de 21ste eeuw. Integendeel, we lijken nu te leven in een periode waarin de jaren zestig worden afgewezen: er is kritiek op een grote overheid, op de Great Society, op de idealen die in de jaren zestig doorbraken. Obama heeft de last van die negativiteit, dat cynisme, geërfd. Het heeft zijn presidentschap niet geruïneerd, maar het wel op de proef gesteld."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden