Zwart is niet meer wat het was

De Amerikanen overwegen serieus om in november een zwarte president te kiezen. Markeert dat het einde van de achterstelling van die bevolkingsgroep? Deel 6 en slot van een serie.

Wat hebben de Broyards veel huispersoneel, dacht een blanke bezoeker van de begrafenisreceptie van Anatole Broyard, in leven literatuurcriticus van The New York Times. Maar de mensen die op die oktoberdag in 1990 nogal donker afstaken bij zijn weduwe Alexandra, zoon Todd en dochter Bliss waren geen werksters of butlers. Het was zijn familie. En toch had Bliss Broyard tot twee maanden daarvoor nog geen idee gehad dat haar vader geen echte blanke was.

’One drop’ (’Eén druppel’) heet het boek dat ze er vorig jaar over schreef. De titel verwijst naar de ijzeren regel die de meeste Amerikanen hanteren: het kind van een zwarte en een blanke is zwart. Elke generatie na hen zal dus ’zwart’ zijn, hoeveel blanken de familiestamboom ook binnenstappen. Eén druppel zwart bloed is genoeg.

Anatole Broyard, telg uit een geslacht uit Louisiana waar een Haïtiaanse was ingetrouwd, kon in New York in de jaren dertig van de vorige eeuw ’doorgaan voor blank’, zoals dat heet, en deed dat ook. Het was geen zaak van leven of dood: hij wilde schrijver worden, van hopelijk goede boeken die dan niet gewaardeerd moesten worden als ’toppers van de zwarte literatuur’.

Heel anders lag dat voor George White, die in 1931 onder een auto kwam in de zuidelijke stad Atlanta. Hij werd op uiterlijk naar het blanke deel van een ziekenhuis gebracht. Toen zijn familie arriveerde bleek de vergissing, werd de behandeling direct onderbroken en ging hij op een brancard door de stromende regen naar de overkant van de straat, naar de heel wat sjofeler zwarte afdeling. Een paar weken later was hij dood.

Ondanks het pijnlijke verleden rust op het begrip ’ras’ voor Amerikanen geen taboe. Bij de volkstelling geef je netjes op of je zwart bent, blank, blank van de Latino-variant, Indiaan of Aziaat. Sinds 2000 kun je ook combinaties aankruisen. Bij allerlei gelegenheden wordt bijgehouden wat je ras is, om te zorgen dat iedereen gelijke kansen heeft.

Daardoor kon begin dit jaar het New Yorkse dagblad The Daily News een verdeling per ras geven van de 24.000 mensen die vorig jaar in de metro door de politie waren aangehouden en gefouilleerd. Het resultaat: van elke tien reizigers in de metro zijn er vijf zwart of Latino, maar bij het fouilleren was de verhouding negen op tien. Het van tevoren uitkiezen wie je zult verdenken heet racial profiling. Het is niet expliciet verboden, maar is regelmatig het onderwerp van civiele aanklachten.

Een soortgelijke aanklacht trof vorig jaar verrassenderwijs een organisatie van zwarten, de Urban League van het plaatsje Flint, in Michigan. Een werkneemster, Jamie Kendall, werd gepasseerd voor het directeurschap. Volgens Kendall, half blank, had de voorzitter van het bestuur haar gevraagd ’of ze zwart genoeg was’ en zich wel kon inleven in de zwarte gemeenschap.

Binnen die gemeenschap is dat een heel heikel punt: mensen met een meer donkere huidskleur worden soms gezien als ’echter’ zwart. Of je dat een bron van trots vindt, of juist met achterlijkheid associeert, dat verschilt per persoon, tijd en plaats. ’If you’re light, you’re allright, if you’re brown, get down, if you’re black, get back’, zeiden ze in zijn jeugd tegen Henry Louis Gates, nu hoogleraar op Harvard. Ongeveer: ’Ben je bleek, kom je op streek; ben je bruin, geen fortuin; ben je zwart, blijf apart”.

Soms gaat het dus om die onzichtbare druppel en soms juist om je lijfelijke tint. Dat is onvermijdelijk zo lang je je vastklampt aan dat half-biologische, half-sociologische begrip ’ras’, betoogt de (zwarte) socioloog Algernon Austin in zijn boek ’Achieving Blackness’. Daarin beschrijft hij hoe de zwarte voorhoede tijdens de afgelopen eeuw over de eigen mensen dacht en sprak.

Zo predikte vanaf de jaren dertig de Nation of Islam (een voorganger van de huidige organisatie met die naam) dat alle ’negers’ eigenlijk Arabieren waren, van een stam die in Afrika terecht was gekomen. Daar waren ze helaas flink verwilderd. Ze dienden weer opnieuw te leren hoe ze goede moslims en Aziaten werden. De Nation richtte daar zijn eigen scholen voor op.

In de jaren zestig vochten burgerrechtenbewegingen tegen discriminatie, maar over de essentie van het zwart-zijn hadden ze minder te melden. In dat gat sprong de Black Power-beweging. Die keek juist op tegen Afrika, waar allerlei landen zich aan het koloniale juk ontworstelden. Dat zouden de ’zwarten’ moeten navolgen. Ook tijdens Black Power waren er speciale scholen voor zwarten, nu met aandacht voor Swahili en een ’Afrikaanse filosofie’ die uit zeven punten bestond, van Umoja (eenheid) tot Imani (geloof).

Toen de ex-koloniën in Afrika zich niet zo heel inspirerend bleken te ontwikkelen, kwam onder zwarte opinieleiders een nieuwe visie in zwang, het Afrocentrisme. Dat streefde niet naar politieke onafhankelijkheid, maar wel naar trots op het culturele erfgoed, dat nu heel Afrika omvatte en in het bijzonder Egypte, beschouwd als bakermat van alle beschaving.

In 1988 kondigde burgerrechtenstrijder Jesse Jackson aan dat zwarten voortaan ’African-Americans’ genoemd wilden worden. Dat was in lijn met het Afrocentrisme, betoogt Austin. Maar tegelijkertijd sloot het aan bij de indeling van blanken in Italiaans-Amerikanen, Iers-Amerikanen enzovoort.

Heel langzaam, kun je daaruit concluderen, in weerwil van afgedwongen apartheid en nagestreefde eigenheid, zijn de zwarten in de Verenigde Staten zo van een apart volk tot ’Amerikanen-met-een-streepje’ geworden.

Maar het onderscheid zal nog lang belangrijk blijven, denkt Austin, en het woord ’ras’ kan nog niet in de vuilnisbak. Want al die ’etniciteiten-met-een-streepje’ werken precies hetzelfde als dat heikele begrip. Een Italiaans-Amerikaan is trots op zijn zonnige thuisland, al is hij er nooit geweest. Hij kijkt misschien neer op een Iers-Amerikaan. En voor het indelen van mensen in die groepen hanteert hij een bekende regel: één druppel is genoeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden