Zwart in Amerika / Niet elke zwarte boezemt angst in

Amerika kiest dit jaar mogelijk een zwarte president. Markeert dat het einde van de achterstelling van zwarten? Deel 4 van een serie.

Bas den HondSelmaAlabama enJackson en Mississippi

In blanke ogen heb je drie soorten zwarte mannen, denkt de journaliste Caryl Rivers. Je hebt de luide kromprater Sambo; de criminele of radicale Bruut; en hebt de Respectable Man, die zich zo perfect aanpast aan de blanke wereld dat je wel aan zijn zelfrespect moet gaan twijfelen.

Je kon erop wachten dat een van die etiketten op de Democratische presidentskandidaat Barack Obama geplakt zou worden, schreef Rivers onlangs in het webtijdschrift The Huffington Post. Zelf dacht ze dat hij wel te respectabel gevonden zou worden. Dom is hij in geen geval, en je zult hem evenmin met goud omhangen op een straathoek aantreffen.

Maar via zijn dominee, Jeremiah Wright, is het zowaar een tijd lang gelukt om hem in de categorie bruut te duwen, hem af te schilderen als „iemand die diep in zijn hart gelooft dat Amerika 11 september verdiende.” Tot de voorverkiezingen van dinsdag leek het er zelfs op dat de dominee, die zijn uitspraken graag herhaalde, Clinton zou doen winnen.

Natuurlijk speelt Obama’s ras een rol, zegt Sam Walker uit Selma in de deelstaat Alabama. „Als hij de Democratische kandidaat wordt, is dat een grote stap. Maar dan moet ik nog zien hoe het loopt in november, als hij tegen een witte man moet in plaats van een blanke vrouw.”

Walker is staflid van van het National Voting Rights Museum. Dat ligt in de sleetse oude binnenstad van Selma, om de hoek bij de hoge Edmund Pettus Bridge waar op 7 maart 1965 een stoet zwarten – onder leiding van een plaatselijke dominee – overheen trok en door een politiemacht bloedig werd teruggeslagen.

De stoet had naar de hoofdstad van de deelstaat gewild om daar te eisen dat er een einde zou komen aan belemmeringen van het stemrecht. ’Bloody Sunday’ werd een nationaal schandaal. Twee dagen later volgde een nieuwe vergeefse beklimming van de brug, nu onder leiding van Martin Luther King. Pas twee weken later werd Montgomery bereikt.

Een glazen pot met watten in het museum levert een voorbeeld van waar het bij die mars om ging. In sommige districten moest je het gewicht van die watten raden om je te kunnen inschrijven als kiezer. Of je moest een pittig examen afleggen over staatsinrichting, zelfs buiten de lijnen schrijven werd aangegrepen om een zwarte te laten zakken.

Sam Walker heeft zelf niet meegelopen van Selma naar Montgomery. Hij was met zijn elf jaar te jong. „Maar ik ging wel elke dag naar het gerechtsgebouw. Hoe het zat met dat stemmen wist ik niet zo precies, maar ik riep gewoon „Wij willen onze vrijheid”. Mij ging het erom dat je in een warenhuis kwam en dan bij een drinkfonteintje het bordje ’Voor blanken’ zag. Dan moest je doorlopen met je dorst.”

Die tijd is wat hem betreft nog niet helemaal voorbij. „Als je bijvoorbeeld naar een bank gaat voor een lening, dan stellen ze jou meer vragen dan een blanke. Ze willen weten hoeveel je verdient, maar ook of je het loon per week of per maand krijgt.”

Terwijl aangekeken worden op zijn kleur voor Walker (54) heldere jeugdherinneringen en steeds hernieuwde krenkingen oplevert, is rassendiscriminatie voor de zwarte politicus Eric Powell (41) niet meer dan een vage jeugdherinnering. Vorig jaar november werd hij gekozen in de senaat van buurstaat Mississippi. Door een kiesdistrict dat voor meer dan 90 procent blank is.

En dat vindt hij zelf niets bijzonders. Hij werd in de streek geboren, groeide er op, ging na een loopbaan in de universitaire football-competitie de plaatselijke schoolkinderen in die sport trainen. „Iedereen kende me. Ze zagen wat ik als coach voorop stelde: rechtvaardigheid.”

Zijn programma was ultrakort en toegesneden op Amerikanen van het Zuiden: Powell is Democraat, maar hij is tegen abortus en voor wapenbezit. Hij wil meer banen regelen voor zijn district en iedereen mag hem altijd bellen. Dat was genoeg.

Discriminatie? Met moeite kan hij een voorbeeld voor de geest halen. „Ik was 4 of 5 jaar oud, het moet dus in de vroege jaren zeventig zijn geweest. Ik was met mijn moeder mee naar een grote stad, winkelen en je weet hoe je dan opeens heerlijk eten kunt ruiken en dan zo’n zin krijgt... Maar de hamburgerman vertelde mijn moeder dat kleurlingen aan de achterkant moesten zijn. Toen kocht ze niets.”

Wat Powell betreft, is die openlijke achterstelling van zwarten belangrijke geschiedenis: waard om in musea en met marsen herdacht te worden, maar geschiedenis. „Hier in de Senaat van Mississippi merk ik wel dat vooral oudere zwarte collega’s daar moeite mee hebben. Die hebben de strijd gevoerd; voor hen is het moeilijk om te vergeten.”

De afleveringen van deze serie zijn na te lezen op: trouw.nl/zwarteninamerika

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden