Zware tijden voor de konijnen

Een virusziekte zaait al een jaar of tien dood en verderf onder wilde konijnen. Op sommige plaatsen is de stand met negentig procent uitgedund en dat heeft gevolgen voor de natuur als geheel.

Het Leggelderveld ligt even ten zuiden van Hoogersmilde ingeklemd tussen de Drentse Hoofdvaart en de Beilervaart. Boswachter Roelof Vierhoven werkt er al sinds jaar en dag bij beheerder Natuurmonumenten: ,,Kijk, dit weiland noemen we het Konijnenstuk. Als je hier een jaar of tien geleden 's nachts met een zaklantaarn in het rond scheen, zag je honderden grazende konijnen. In het gehele Leggelderveld zaten nog veel meer konijnen, minstens duizend, schat ik.” De kolonisten vermeerderden zich snel - ,,Inderdaad, ze fokten als konijnen”, zegt Vierhoven - maar de VHS, een virusziekte die in het begin van de jaren negentig kwam overwaaien uit China, maaide ze nog sneller weer weg. VHS staat voor Viral Haemorrhagic Syndrome en is te herkennen aan bloedingen bij de bek en de anus en staat daarom ook bekend als bloeddiarree.

Roel Douwes, ecoloog bij Natuurmonumenten, zag de slachtoffers in allerlei Nederlandse natuurterreinen liggen: ,,Je had al de myxomatose, maar die heeft te maken met overbevolking en stopt als de stand is uitgedund.” VHS gaat door tot er nauwelijks een konijn over is. In sommige natuurterreinen is tegen de negentig procent van de stand verdwenen. Douwes:

,,Het is een tamelijk snelle dood. In een paar dagen is het gebeurd. Weinig aan te doen.”

Ook Vierhoven zag het aantal konijnen teruglopen: ,,Nu wordt hier niet meer gejaagd, maar in de toptijd schoten jagers ruim honderd konijnen per jaar. Halfverwege de jaren negentig kwamen ze niet verder dan een stuk of dertig. Je merkt het ook aan de verkeersslachtoffersop de weggetjes rond het gebied. Daar zitten veel minder konijnen onder.” In de heuveltjes van het Leggelderveld zitten minder konijnenholen en de nog aanwezige holen zijn vaak onbewoond. Vierhoven: ,,Bewoonde holen herken je aan het kale zand en de kort gevreten vegetatie bij de ingang. Die kenmerken mis je steeds vaker.” Bij zo'n open plek grijpen kleine pionierplanten hun kans. Douwes: ,,Je krijgt een vegetatie met bijvoorbeeld vroege haver, dwergviltkruid en aparte soorten mossen en korstmossen. Dat zijn planten die elders niet door het plantendek kunnen dringen.” De tere vegetatie laat rond de minizandvlaktes kleine schilderijtjes van planten ontstaan. Bij verlaten holen zie je de krachtigere vegetatie snel oprukken. De pionierplanten verdwijnen op den duur helemaal.

Planten als de schapenzuring en het biggekruid rond de holen zijn volgens Douwes van belang voor vlinders. ,,De schapenzuring is waardplant voor de bruine en de kleine vuurvlinder, de plant dus waarop ze hun eitjes leggen. Het biggekruid is nectarplant voor de kommavlinder.” Andere vlinders en solitair levende bijen maken gebruik van de steile zandranden, die boven op heuveltjes ontstaan als de konijnen er de begroeiing hebben weggegeten. Douwes: ,,Ze vreten het zo ongeveer kaal en dus krijg je plaatselijk erosie. Zonder konijnen groeien zulke plekjes snel dicht en verdwijnt een klein, maar interessant leefmilieu.” Even verderop hebben de konijnen het ooit in hun glorietijd grootser aangepakt. Vierhoven wijst op een valleitje dat groen is gekleurd door grassen en mos: ,,Een paar jaar geleden was dit een zandvlakte. Compleet kaalgevreten door de konijnen. Dit is ook een verandering in het landschap, die na de uitbraak van de VHS is ontstaan.” Hij pakt een konijnenkeutel op: ,,Minder keutels dus ook minder voedsel voor de mestkever, die vervolgens weer een prooidier is voor de klauwier. Maar deze keutel is zacht en vers. Het konijn is in het Leggelderveld niet volledig uitgestorven, alleen veel schaarser geworden.”

In een heuvel ligt een konijnenhol dat werd overgenomen door vossen. Ook de vos heeft een prooidier minder en moet zijn territorium uitbreiden: ,,Het is trouwens vreemd, vossen laten hun naaste buren altijd met rust. Je kunt een bewoond konijnenhol zo ongeveer naast een vossenhol vinden.” Tegenover het vossenhol ligt een bewoond konijnenhol. Andere dieren die een konijntje lusten, ondervinden ook nadeel van de VHS. Volgens roofvogelkenner Rob Bijlsma is de ziekte een belangrijke oorzaak van de achteruitgang van de havik en de buizerd in Drenthe.

Weinig levende konijnen, dat betekent op den duur ook minder konijnenkadavers. En dat is weer een gemis voor de aaseters, bijvoorbeeld voor de buizerd, die zich niet te goed voelt voor het eten van kadavers. Douwes: ,,Maar ook voor een kever als de doodgraver en voor allerlei vogels, die konijnenharen gebruiken om hun nest te bekleden.” Andere vogels zoals de tapuit en de bergeend, nestelen in pijpen van verlaten konijnenholen en moeten op zoek naar ander onderdak. Nesten van tapuiten zijn nu te vinden op onverwachte plaatsen als oude kachels en pannen of in hopen puin.

Ook in de rest van Nederland, op de Veluwe bijvoorbeeld en in de duinen, heeft het konijn het moeilijk. Maar van uitsterven is geen sprake. Douwes: ,,Ik was kortgeleden in het Mantingerzand, ook in Drenthe, en daar miegelde het nog van de konijnen. Ze beleven zware tijden, maar op den duur gaan ze weer in aantal toenemen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden