Zware omstandigheden bemoeilijken reddingsoperatie Haïti

Jan Pullen (L), Luitenant ter zee, tweede klasse met de lokale bevolking van Chardonniers, één van de zwaarst getroffen gebieden. Beeld Gerben van Es

Het is een drukte van belang aan boord bij de Zr.Mr. Holland en de Zr.Ms. Pelikaan. De schepen zijn al bijna een week in Haïti voor noodhulp en om de bevolking te helpen bij de wederopbouw van hun land.

Voor de derde keer in een paar jaar tijd ligt het land in puin na orkaan Matthew van twee weken geleden. Ruim duizend mensen kwamen om en 1,4 miljoen inwoners van één van de armste landen ter wereld hebben hulp nodig. Nog altijd zijn veel dorpen onbereikbaar en de bevolking is moedeloos.

"Lamgeslagen is misschien niet helemaal het goede woord", zegt Jan Pullen, Luitenant ter zee, tweede klasse, en wachtsofficier en woordvoerder op de Zr.Ms Holland. "Maar wanhopig zijn ze zeker. We zijn inmiddels bij zeker negen dorpjes geweest. De situatie verschilt per locatie, maar je kunt wel spreken van totale verwoesting. De mensen leven hier in hutjes van hout en golfplaten en die zijn helemaal weg. De betonnen gebouwen die er staan hebben geen dak meer of zijn ook ingestort. Het is een ravage."

Rookpluimen
Vanaf zee is goed te zien hoe rookpluimen opstijgen vanaf het land, waar de bevolking bezig is het puin te verbranden. De lokale handel is helemaal verdwenen, Pullen heeft nog geen markt of winkeltje gezien. De afgelopen dagen werd de operatie nog eens extra bemoeilijkt door het weer. "Het kwam loodrecht uit de hemel", verklaart Pullen. "Bovendien heeft het gebied te maken met ontbossing waardoor er grote modderstromen loskwamen."

De Nederlandse mariniers komen met de schepen op plaatsen die over land niet bereikbaar zijn voor de hulporganisaties. Ze brengen grote tenten van het Rode Kruis, kisten met noodhulp, water en voedsel. Het is vaak nog een hele toer om aan land te komen omdat ze worden opgewacht door grote groepen mensen die elkaar onder de voet dreigen te lopen. "Dat is al een aantal keer gebeurd. Dan moesten we terugtrekken en op een afgelegen plaats aanmeren zodat de hulporganisaties de distributie over land konden verzorgen."

Communicatieproblemen
De samenwerking met de lokale hulporganisaties verloopt steeds soepeler, er begint enige routine te ontstaan. "Aanvankelijk was communicatie een groot probleem", volgens Pullen. We hebben wel een tolk aan boord, maar die spreekt Frans en de bevolking spreekt voornamelijk Creools. Gelukkig zijn er van de hulporganisaties wel mensen die Creools spreken." Een belangrijk deel van de missie is dan ook niet alleen de goederen, maar ook de juiste mensen ter plaatse krijgen. "Die pikken we op met kleine bootjes en zetten we dan in andere dorpen af."

Pullen is trots op het regionale ziekenhuis dat ze hebben hersteld in Les Cayes. "Dat lag helemaal in puin, maar er waren wel veel patiënten. We hebben het dak hersteld en de boel gereinigd. Inmiddels zijn er teams met artsen onderweg." Cholera is wel aanwezig, maar vooral in het binnenland. De besmettelijke ziekte heeft de onbereikbare dorpjes aan de kust nog niet echt bereikt. "Noem het een geluk bij een ongeluk", zegt Pullen cynisch.

Pullen is er van overtuigd dat de Nederlandse bijdrage geen druppel op de gloeiende plaat is. "Onze hulp is essentieel voor de mensen om te overleven tot de hulporganisaties de dorpen over land kunnen bereiken. We verwachten dat tegen het einde van deze week." De uitzending van de Nederlandse boten is met een week verlengd tot 26 oktober om ondersteuning te bieden tot de hulporganisaties zelfstandig verder kunnen met de opbouw van Haïti.

Een patiënt met cholera in het ziekenhuis van Les Cayes. Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden