Zwakte wordt hard gestraft

Deze Zuid-Afrikaanse klassieker uit 1975 maakt ook in 2014 nog diepe indruk als portret van een familie die aan het kwaad ten onder gaat

Een boek herlezen dat lang geleden een diepe indruk maakte, is meestal een recept voor teleurstelling. Daarom begon ik met enige aarzeling aan het pas vertaalde, maar al uit 1975 daterende 'Kroniek van Perdepoort' van Anna Louw (Zuid-Afrika, 1913-2002). Vier decennia terug, op een ander continent, in een andere cultuur en binnen een totaal andere politieke context werd het boek ook door mij als een meesterwerk beschouwd. Dat het op na zoveel tijd opnieuw een ijzersterke indruk maakte, had ik niet verwacht. Een literair werk overleeft waarschijnlijk alleen als het bijna tastbaar is verankerd in zijn eigen tijd en toch zo flexibel is, dat het opnieuw een gesprek kan losmaken. Dat is hier beslist het geval.

De titel 'Kroniek van Perdepoort' geeft al iets prijs van die verankering in tijd en plaats. Kort na 1900 vestigen Koos Lotriet en zijn bruid zich op de afgelegen boerderij Perdepoort. De buurtbewoners, traditionele en door en door calvinistische Afrikaners, bezien met enige scepsis hoe de Lotriets karrenvrachten zilver, glas, porselein, meubels, tapijten en gordijnen van de allerfijnste kwaliteit laten aanvoeren. Het duurt niet lang of Koos is een van de meest vooraanstaande en invloedrijke boeren van het district. Maar niemand weet wie hij echt is. Hij is te trots om zich te laten kennen.

Met de toenemende voorspoed van het bedrijf breidt ook het gezin Lotriet zich uit. Koos, zo klein van stuk dat hij extra hakken en zolen onder zijn schoenen laat zetten, staat bekend als fokker van volbloedpaarden en duldt geen afwijkingen en zwaktes. De ijzeren hand waarmee hij zijn dieren temt, regeert ook over zijn vrouw, zijn vijf zonen en de bruine arbeiders, die op een apart stukje van zijn grond een armzalig bestaan leiden.

Net als in sprookjes en legenden komt ook hier hoogmoed voor de val. Met alle nakomelingen van Koos blijkt iets mis te zijn. Langzaam maar zeker komt de familie in de greep van degeneratie en de daarmee gepaard gaande schandalen. De boerderij wordt verwaarloosd en vervalt, het ooit zo paradijselijke Perdepoort verandert in een Jeroen Bosch-achtige hel. Attie, de op een na oudste zoon, krijgt "het gevoel dat de poort dodelijk was aangetast: met te veel mensen, te veel kwalijk gedoe, te veel heimelijke plannen. Soms leek het hem alsof hij de grond onder zijn voeten hoorde kreunen." Jaco, een van de twee kleinzoons, wordt gekarakteriseerd als een 'vader-eter'. De jongste zoon Chris, student in de theologie, beschouwt zichzelf als 'een hoereerder en een potentiële verkrachter' en overweegt om katholiek te worden: "ze zullen me in een klooster opsluiten om me tegen mezelf te beschermen".

De nacht voor de begrafenis van zijn ouders probeert Chris tegenover zijn broer Klaas te biechten. Maar die zit zo vast in zijn eigen ijskoude hel dat het gesprek uitloopt op een fiasco. "In de loop van de nacht had Chris gezien hoe de hele zogenaamde structuur van zijn zogenaamde leven in elkaar stortte. Hij zou opnieuw moeten beginnen, hij was nog nergens klaar voor." Hij herinnert zich hoe hij ooit met een klein bruin meisje in het kippenhok werd betrapt, en hoe hij zijn vader toen probeerde uit te leggen dat hij altijd wel het goede wilde doen, maar steeds door het kwade werd overvallen. "Het jochie had gezien hoe de late zon schaduwen voor hen uit wierp: een grote machtige, een kleine hulpeloze. Hij had de belofte gedaan die zijn vader verwacht had en was daarna begonnen met liegen. Later ook tegenover zichzelf."

De drie delen van deze roman spelen zich af in evenzoveel dagen, maar dan in omgekeerde volgorde. Zondag 9 maart is de dag waarop Koos en zijn vrouw worden herbegraven. De twee oudste zoons hebben besloten dat de grond van het oude familiekerkhof beter kan worden gebruikt om er meloenen te telen. De stoffelijke resten zullen worden overgebracht naar een hooggelegen grot. Tijdens de ceremonie glipt de kist van de stamvader uit de handen van zijn kinderen en kleinkinderen en stort, heel symbolisch, naar beneden.

Net als in een detective beweegt het verhaal zich via verschillende perspectieven van zondag 9 naar vrijdag 7 maart, en van het heden naar de complete voorgeschiedenis van het geslacht Lotriet. Dat laatstgenoemde deel, dat is vervlochten met het relaas van de drie maartse dagen, dient als afschrikwekkend voorbeeld van het destructieve machtsmisbruik en het meerderwaardigheidsgevoel van de blanke Afrikaners - die op het moment dat de roman in eerste druk verscheen nog hun apartheidsregime uitoefenden.

Sterker dan het politieke neventhema, treft de lezer echter het universele gegeven van de strijd tussen goed en kwaad die bij het vorderen van de geschiedenis tot een climax komt. Elke hoofdrolspeler belichaamt een van de zeven hoofdzonden: hoogmoed, hebzucht, wellust, jaloezie, gulzigheid, woede en luiheid. Aan het slot verschijnt het Kwaad zelfs in menselijke gedaante aan Klaas, de zoon die het meest van allen een in zichzelf gekeerd bestaan heeft geleid.

Hoewel de roman speelt binnen een orthodox-christelijk milieu, wordt er ook een belangrijke plaats ingeruimd voor de mystiek, een onderwerp waarin Anna Louw altijd bijzonder geïnteresseerd was. Er wordt duidelijk gesuggereerd dat de louterende eenwording met de natuur een mogelijkheid is om zich te bevrijden van het calvinistische doemdenken, waarin vooral Chris vast zit 'als een fossiel in de klei'. De laatste zin van het boek, die volgt op Klaas' ontmoeting met het Kwaad, suggereert de mogelijkheid van zuivering: "Voordat hij weer ging slapen, nam hij zich bovendien voor om zich te wassen." Maar de lezer weet inmiddels wat er in de twee volgende dagen staat te gebeuren en beseft dat er van dat voornemen tot zuivering niets terecht zal komen.

Anna Louw: Kroniek van Perdepoort. Uit het Afrikaans vertaald door Rob van der Veer. Van Oorschot, Amsterdam; 396 blz. euro 22,50

Louw, grande dame van de Zuid-Afrikaanse literatuur
Met een oeuvre dat voornamelijk bestaat uit romans en reisboeken geldt Anna Louw, in 1913 geboren op de boerderij Soetwater bij het dorp Calvinia, als een ''grande dame' van de Afrikaanse literatuur. Ze begon pas halverwege de jaren vijftig te publiceren en hield dat tot op hoge leeftijd vol. Vier jaar voor haar dood kwam haar laatste roman 'Vos' uit. Louw, die geregeld voor langere tijd in het buitenland verbleef, was een hartstochtelijke reiziger. Veel van de ervaringen die ze onderweg opdeed, vonden hun weg naar haar werk. Kroniek van Perdepoort (1975), bekroond met de prestigieuze Hertzogprijs, is haar bekendste boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden