Zwakke aanvoerster van wegwerpsoldaten

Vorig jaar september leidde de Amerikaanse generaal Janis Karpinski minister van defensie Donald Rumsfeld rond door Saddams Hoesseins vroegere folterkamers in de beruchte Aboe Ghraib-gevangenis van Bagdad. Na afloop benadrukte ze dat het martelen in Aboe Ghraib verleden tijd was. Het was nu een modelgevangenis.

De cellen zijn zo opgeknapt dat voor veel Irakezen ,,de levensomstandigheden in de gevangenis nu beter zijn dan thuis. Op een zeker moment waren we zelfs bezorgd of ze nog zouden willen vertrekken'', grapte ze.

Acht maanden later is Karpinski het gezicht van Amerika's schande. Onder haar commando werd uitgerekend Saddams oude folterpaleis gebruikt om Irakezen te martelen en hen, vaak seksueel, te vernederen. Zeker tien verdachte sterfgevallen in Iraakse gevangenissen worden nog onderzocht. Amerika's reputatie in het Midden-Oosten ligt aan diggelen.

De 50-jarige Karpinski, die in 2003 nog sterstatus genoot als enige vrouwelijke generaal in Irak, zit nu al weer drie maanden met een schorsing thuis. Januari van dit jaar werd haar, na een legeronderzoek, in stilte, het bevel over de 800ste militaire-politiebrigade ontnomen. Van de zeventien militairen die in verband met deze kwestie geschorst zijn, is zij absoluut het kopstuk.

In haar huis op het eiland Hilton Head in de Atlantische Oceaan voor de kust van South Carolina moet ze afwachten of het leger extra tuchtmaatregelen neemt. Wordt ze ontslagen of uitgesloten van promoties? Of vindt het de publiciteit en schorsing genoeg straf voor deze vrouw, wier hele leven in het teken van het militaire staat? En die in de Eerste Golf Oorlog een Bronzen Ster voor moed verdiende.

Als vijfjarige zette ze al achter haar ouderlijk huis haar poppen op een rij en doopte hen ,,een-oké-leger''. Buren vroegen zich af waarom Janis steeds uit haar raam hing. Ze wilde zich voorstellen hoe het voelde om parachute te springen. Zodra ze oud genoeg, schreef ze zich in voor de luchtvaartschool en daarna de militaire academie. Intussen heeft ze honderd parachutesprongen op haar naam staan.

Ook haar privé-leven is legergroen. Man George zit op de militaire staf van de Amerikaanse ambassade in de Golfstaat Oman. Ze zien elkaar weinig. Toen in 2001 een zware brand hun huis teisterde, had ze bijna de hele boel weer aan de kant, voor hij kon overkomen. De weinige momenten die het kinderloze echtpaar samen heeft, besteedt het aan golfen.

In 1987 probeerde Karpinski het leger ietsje meer naar het tweede plan te dringen. Ze verliet de actieve dienst, maar tekende wel in bij de reservisten, Amerika's parttime-leger. Ze begon cursussen te geven aan directeuren met lessen van het slagveld. Toen Amerika Irak binnenviel, riep het leger haar terug. Hoewel inlichtingenwerk haar specialiteit is, kregen zij en haar reservisteneenheid plots de zware taak toevertrouwd voor het hele gevangeniswezen in Irak.

Het had de kroon op haar carrière kunnen worden. In plaats daarvan zat ze deze week bij onder meer Amerika's bekendste ontbijtshow, in burgertenue, zichzelf te verdedigen. Van de wandaden had ze nooit iets geweten. ,,Als ik iets ooit had gehoord, had ik ogenblikkelijk en krachtig opgetreden, maar ik heb er nooit de kans voor gekregen.'' Ze stelde pas voor het eerst erover gehoord te hebben toen het onderzoek bijna afgerond was en haar schorsing klaar lag.

Ze was de baas, maar acht zich niet verantwoordelijk, ook al zijn op de foto's leden van haar eenheid te zien. ,,De gevangenis en het bewuste celblok waar deze gebeurtenissen plaatsvonden stonden onder de controle van de MI (Militaire Inlichtingendienst).'' Die wilde zo snel mogelijk weten wie het gewapende verzet tegen de Amerikanen leidde. Desnoods via martelingen of vernedering, suggereert Karpinski.

Op verzoek van de MI inspecteerde zij nooit celblok 1A, waar alle foto's van het misbruik werden genomen. Dat zou de ondervragingen alleen maar verstoren, kreeg ze volgens eigen zeggen steeds te horen.

Maar in het onderzoek van majoor-generaal Antonio Taguba, dat officieel geheim is, maar waarvan delen uitgelekt zijn, krijgt Karpinski er ongenadig van langs. Er waren vanaf het begin veiligheidsproblemen, ook in de andere gevangenissen, waarbij Irakezen gewond raken of zelfs stierven. Karpinski beval steeds hervormingen, maar controleerde nooit of die ook uitgevoerd werden. Had ze dat wel gedaan, dan ,,hadden wandaden voorkomen kunnen worden'', meent Taguba.

Haar eenheid was onderbemand, had nooit enige training in gevangeniszorg gehad, raakte gedemoraliseerd, en maakte een bende van de gevangenisadministratie. Zestig procent van de gevangenen had zonder problemen losgelaten kunnen worden, schrijft Taguba. Maar Karpinski maakte zich daar niet sterk voor, zodat de gevangenissen overbevolkt raakten. En anders dan ze zelf zegt, inspecteerde ze die volgens hem amper.

Taguba had een vier uur durend ,,zeer emotioneel gesprek'' met Karpinski. ,,Wat ik vooral verontrustend vond aan haar getuigenis was haar volslagen onwil om ofwel te begrijpen ofwel aan te nemen dat veel van de problemen waarmee haar brigade was opgezadeld veroorzaakt dan wel verergerd werden door slecht leiderschap en haar weigering basisregels en principes onder de soldaten vast te stellen en die af te dwingen.''

Geconfronteerd met de kritiek erkent Karpinski nu dat ze ,,misschien agressiever had moeten aandringen'' op een inspectie van celblok 1A. En dat bij haar een lampje had moeten gaan branden toen de inlichtingenofficieren ,,hun uiterste best deden om het Internationale Rode Kruis uit de gevangenisvleugel weg te houden''.

Toch houdt ze vol dat de inlichtingenjongens alle blaam treft. Dat het leger haar en haar eenheid daarop aankijkt, komt volgens haar omdat ze slechts reservisten zijn. ,,We zijn wegwerpsoldaten.'' Haar advocaat is ook stellig: ,,Zij is een zondebok.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden