Zwaarmoedig maar toch luchtig

POP

Wilco

Schmilco (dBpm Records / Anti-)

****

Laat je niet van de wijs brengen door de lollige albumtitel en dito hoes. Op hun tiende plaat 'Schmilco' klinkt Wilco bloedserieus. Kalm, ingetogen, met een zachte sluimering van onderhuids ongenoegen. Maar met tegelijkertijd een voorzichtig optimistische ondertoon, op deze grotendeels akoestische plaat.

Het is de tiende van de Amerikaanse indie-lievelingetjes onder leiding van frontman Jeff Tweedy, die de band in 1994 oprichtte. Ze zijn weleens vergeleken met Radiohead, maar dan op z'n Amerikaans, vanwege de vele muzikale gedaantes die ze in al die jaren aannamen. Ook nu probeert de band, die zich van countryrock richting wat stevigere altrock ontwikkelde, weer iets nieuws: Schmilco is de meest ingetogen plaat in hun catalogus. Waarbij getuige een nummer als 'Nope' de roep van het platteland nog altijd doorklinkt, en dat voor een band die toch de grote stad Chicago als thuisbasis heeft.

Schmilco is minder wijdlopig dan het piano-gestuurde 'A Ghost is Born' (2004). Het is ook minder afwisselend dan 'Yankee Hotel Foxtrot' uit 2002, hun grootste commerciële succes, waarbij het altijd leuk blijft te vermelden dat de band door hun label werd ontslagen omdat de platenbonzen er destijds geen brood in zagen. Schmilco is ook een stuk minder stevig dan voorganger 'Star Wars' (2015), ook al zijn beide platen tijdens dezelfde sessies opgenomen.

Dat is natuurlijk allemaal doelbewust, Wilco kennende. Want in die ingetogen sfeer die de band neerzet, komt het nagestreefde spanningsveld tussen ogenschijnlijk tegenstrijdige gevoelens prima tot zijn recht. Onvrede en berusting, nostalgie en doorpakken, cynisme en optimisme vloeien in muziek en tekst in elkaar over.

De teksten die Tweedy met zachte stem zingt, zijn directer dan weleer. Hij uit zich minder poëtisch of ronduit abstract, zoals hij op eerdere platen deed. Het gaat over hoe hij als kind een buitenbeentje was (opener 'Normal American Kids'), zijn overleden moeder komt voorbij ('Happiness'), een vluchtige herinnering aan de bar waar zijn opa werkte ('Quarters') en de songtitel 'Someone to Lose' valt moeilijk los te zien van zijn aan kanker lijdende echtgenote, voor wie Tweedy de afgelopen jaren zorgde.

Maar neerslachtig? Geenszins. Het is Wilco gelukt om een ingetogen, zwaarmoedige plaat óók uitbundig en luchtig te laten klinken. Alleen daarom al is dit er eentje voor de jaarlijstjes. Het is een album om niet snel op uitgekeken te raken, ook om zijn vele details: zoals die bijna onhoorbare gitaargalm bij Quarters; het voorzichtige pianootje bij Happiness; het opbouwende venijn in het spel van gitarist Nels Cline op 'Cry All Day'. Ondanks donkere gedachten klinkt Wilco op Schmilco in volle berusting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden