Zwaarbewapende agenten voor de bieb

Aanhagers van Medrek, de grootste oppositiebeweging, bijeen in de Oromo-regio afgelopen zaterdag. (FOTO REUTERS) Beeld REUTERS
Aanhagers van Medrek, de grootste oppositiebeweging, bijeen in de Oromo-regio afgelopen zaterdag. (FOTO REUTERS)Beeld REUTERS

„We zijn bang”, zegt Solomon, student in Ethiopië. Zondag zijn er verkiezingen, maar dit keer gaan studenten niet voorop in de stembusstrijd.

Zij aan zij sjokken vier agenten door de imposante tuin van de universiteitscampus in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Het zijn jonge mannen uit Gambela, een regio in het westen van Ethiopië. Met hun wapenstok in de riem gestoken lopen ze tussen de studenten door. Die gedragen zich alsof het een doodnormale dag betreft: ze gaan van college naar college, drinken koffie in de loods die doorgaat voor studentencafé of nemen hun lesstof door in de universiteitsbibliotheek.

De rust op het terrein van de Addis Abeba Universiteit (AAU) is schijn, vertelt Andualem. De 21-jarige student psychologie heeft zijn laatste college van de dag achter de rug en wandelt met notitieblokken in de hand richting zijn slaapkamer in een van de barakken achter de bibliotheek. „Ik voel de spanning tussen studenten. Nu houden ze zich gedeisd, maar zodra de agenten vertrekken vliegen ze elkaar weer aan.”

Studenten van verschillende etnische afkomst gingen in de afgelopen twee weken tweemaal met elkaar op de vuist. Ze gooiden met stenen en sloegen op elkaar in, aldus ooggetuigen. De politie kwam tussenbeide en arresteerde tientallen studenten. Sindsdien zijn de blauwe uniformen dominant aanwezig rond het universiteitsgebouw, dat in het verleden dienst deed als paleis van keizer Haile Selassie. Met automatische wapens losjes over de schouder, houden agenten de wacht bij de universiteitspoort. In de tuin en rond de studentenverblijven wordt non-stop gepatrouilleerd.

Volgens de autoriteiten is er geen verband tussen de onrust op de campus en de algemene verkiezingen van 23 mei aanstaande. De vechtpartijen zouden een uit de hand gelopen conflict zijn om een gestolen mobiele telefoon.

Studenten denken daar anders over. „Natuurlijk heeft de vechtpartij een politieke achtergrond”, zegt Solomon. De 22-jarige student journalistiek heft zich op uit zijn stapelbed in de kleine kamer die hij met Andualem en zes medestudenten deelt. „De gevechten gingen tussen studenten uit de Oromo- en Tigrai-regio. De meeste studenten hier, ik schat zo’n vijftig procent, komt uit Tigrai. Niet geheel toevallig komt onze premier, Meles Zenawi, daar ook vandaan. Het conflict is ontstaan uit frustratie over oneerlijk overheidsbeleid en dus politiek.”

Ethiopië kent een lange geschiedenis van studentenprotest. Zelfs premier Meles, sinds 1991 aan de macht, was als student een fanatiek demonstrant. De laatste jaren – sinds de ontspoorde verkiezingen van 2005, waarin de universiteit als bolwerk van de oppositie een grote rol speelde – is het relatief stil op de campus. Wat is er gebeurd met het engagement van voorheen? „We zijn bang”, zegt Solomon. „Bang voor de politie en voor de studenten uit Tigrai. We noemen ze overheidsstudenten, omdat ze meestal lid zijn van de regeringspartij en daarom worden bevoordeeld. De leiding van de universiteit doet daar niets aan.”

Vijf studievrienden van Andualem en Solomon schuiven aan. Ze duwen de natte lakens, die aan de rand van het stapelbed hangen te drogen, opzij en gaan dicht tegen elkaar aan op het matras zitten. „Het is al zover dat studenten vanwege hun afkomst met elkaar vechten”, vervolgt Solomon. Hij is in Addis Abeba geboren en identificeert zich, zoals de meeste studenten uit de hoofdstad, niet zo sterk met zijn etnische achtergrond als de jongeren van het platteland. „Ik zou wel met ze in debat willen, maar niemand laat ons iets organiseren, elke bijeenkomst wordt gedomineerd door overheidsstudenten. Het is zelfs verboden om binnen een straal van een halve kilometer buiten de universiteitspoorten over politiek te praten. Tenzij het ten gunste is van de overheid, natuurlijk.”

Met de academische vrijheid op de Addis Abeba Universiteit (AAU), een van de grootste op het Afrikaanse continent, is het slecht gesteld, menen de studenten. „Kijk maar uit het raam”, zegt Melaku, een 21-jarige student Frans. „Het is toch niet normaal dat er zwaarbewapende agenten voor een bibliotheek staan?”

Maar hun grootste frustratie zijn de privileges van de overheidsstudenten. Als niet-lid van de overheidspartij word je nog wel toegelaten tot een bacheloropleiding, maar je studieloopbaan afronden met een masterdiploma is volgens de studenten onmogelijk. Ook voor je kansen na de studie is het op zijn minst praktisch om lid te zijn van het Ethiopische Revolutionair Democratisch Volksfront (EPRDF). „Dat is de beste manier om snel een goede baan te vinden”, zegt Solomon. „Voor sommige studenten is het zelfs de enige reden om lid te worden.”

Hoewel het beeld wordt vertroebeld door studenten die uit praktische overwegingen lid worden van de overheidspartij, hebben aanhangers van het EPRDF in getal de overhand op de AAU, meldt een docent die anoniem wil blijven.

In 2005 stemden studenten nog massaal op de oppositiepartijen. „Toen geloofde iedereen nog in democratische verkiezingen”, zegt Andualem. „Het zou een historische dag worden. De oppositie was sterk en maakte een eerlijke kans. Zoiets had Ethiopië nog nooit gezien.”

Het liep allemaal anders: zowel de overheid als de oppositie claimden de verkiezingswinst. Het kwam tot harde confrontaties tussen demonstranten en de oproerpolitie. Daarbij vielen bijna tweehonderd doden.

Studenten speelden een belangrijke rol in de opstand. Veel protestacties ontstonden op de campus. De autoriteiten sloegen terug: op zondag 5 juni 2005 viel de oproerpolitie de campus op Sidist Kilo binnen en arresteerde elke student die zou hebben meegedaan aan de protesten. Volgens oud-studenten hielpen de overheidsgezinde studenten een handje tijdens de klopjacht door studentenleiders aan te wijzen.

Het geloof in politiek en democratie van toen is niet meer. Ook de eensgezindheid onder studenten is ver te zoeken. Premier Meles Zenawi riep het Ethiopische electoraat onlangs nog op zijn stem niet te verkwanselen: „Stem op wie je wilt. Vergooi die kans niet”.

Andualem en zijn vrienden halen hun schouders op en vragen zich af waarom ze uren in de rij voor het stemlokaal zouden staan als toch al bekend is wie er als winnaar uit de bus komt: Meles zelf. Ze hebben ook weinig vertrouwen in de sterk gefragmenteerde oppositie. „Die maakt alleen maar ruzie.”

Tesfaye (20), student journalistiek, is minder cynisch. Hij is de enige die gaat stemmen, maar zegt niet op wie. „Niet dat ik geloof dat mijn stem telt”, haast hij zich te verontschuldigen tegenover zijn verbaasde studiegenoten. „Maar ik geloof dat je het probleem alleen kunt aanpakken als je van je laat horen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden