Zwaar, maar zeker niet blubbervet

De explosiviteit van het moment fascineert. Een wedstrijd van enkele seconden is pas een goede wedstrijd. Hoe korter, hoe beter. Alles gaat op aan die ene passie: sumo. Want: ,,je krijgt er veel voor terug dat een ander niet krijgt.''

EDE - Van vooroordelen, gestaafd door clichébeelden, trekt een sumoworstelaar zich allang niets meer aan. Sumo een sport van amechtig tegen elkaar hangende veelponders? Vergeet het maar. Plaatjes van blubberende vetzakken in schijnbare luiers parodiëren de sport, maar tonen het ware sumo niet, zeggen de liefhebbers, de echte kenners. Mogen ze even dat volledig foute beeld rechtzetten?

Manuela van den Brink (33) is Nederlands kampioen bij de zwaargewichten en derde bij het laatste WK en EK. Ze meet 1.72 meter en weegt 112 kilo. Dat bepaalt haar Body Mass Index op 37,85. Volgens het deze week gepubliceerde rapport 'Ons eten gemeten' van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Mileu (RIVM) is er bij iemand met zo'n BMI (meer dan 30) sprake van ernstig overgewicht.

Van den Brink relativeert: ,,Mijn gewichtstoename komt door krachttraining. Ik kom niet ongezond aan, eet niet vet maar wel veel pasta's en ik drink cola light.''

Gewicht is een factor, meer niet. ,,Te zwaar zijn is geen voordeel, het maakt je langzamer. Je moet het gewicht hebben dat bij je lijf past. Ben je te zwaar, dan ga je tollen, dan raakt je evenwicht weg.'' Dat is bij haar niet het geval: ,,In het circuit ben ik nog een van de lichteren.''

Het cliché moet dus bijgesteld worden. Ook het hilarische beeld van rollende kolossen menselijk spek in traag aandoende worsteling wenst ze te nuanceren. ,,Die voorstelling geeft niet het juiste beeld. Die mannen zijn echt erg snel. Ze zijn zwaar, maar zeker niet blubbervet. Let maar op de bovenbenen: dat is enkel spier.''

Van den Brink is vandaag een favoriet voor de titel op het Open NK in Rotterdam. De Edese politieambtenaar is een betrekkelijke laatkomer: ze beoefent sumo pas een jaar of zeven. ,,Maar dat zegt in mijn geval niets. Ik ben een wedstrijdsporter pur sang. Op m'n achtste begon ik te judoën. Later stapte ik over op jiu-jitsu. Een vriendin nam me een keer mee naar sumo; ik was meteen verkocht.''

Hoezo verkocht? ,,Sumo eist kracht, snelheid, tactiek. Je moet heel goed kunnen schakelen in je hoofd. Bovendien ben ik een contactsportmens.''

Prestaties uit het verleden legden een basis voor een vlotte ontwikkeling van haar nieuwe passie. Op haar veertiende was ze Nederlands jeugdkampioen judo, bij een WK jiu-jitsu werd ze eens tweede. ,,Het zat er dus wel in én is er snel uitgekomen.''

Pluspunt voor het bereiken van haar huidige mondiale status is ook de tot nu toe schuchtere deelname van vrouwen uit de wereld waar sumo zijn basis heeft: Japan. Want sumo mag dan al zo'n 2000 jaar oud zijn, in het Verre Oosten was deelname tot voor kort slechts aan mannen voorbehouden. Het vrouwensumo is nu in Japan in opkomst, maar heel geleidelijk. ,,Vrouwen die aan sumo deden, dat was zoiets als heiligschennis'', weet Van den Brink.

Ze illustreert dat: ,,De Japanse douane reageerde nogal sceptisch toen ik voor het eerst in dat land kwam. 'Ik kom sumoworstelen', vertelde ik. Dat konden ze maar moeilijk geloven.''

Binnenkort vertrekt ze met de Nederlandse ploeg voor een trainingsstage naar de bakermat. ,,Dat is achttien dagen keihard werken, nieuwe tactieken leren van Japanse trainers'', verheugt ze zich. ,,Zij zullen zeker spioneren om erachter te komen wat wij kunnen, maar spioneren doen wij ook. De kennis is dáár.''

Ook in Nederland is de training intensief. Zes dagen per week (tweemaal centraal in Rotterdam, driemaal kracht en eenmaal conditie in Arnhem) trekt ze van Ede naar de trainingszalen. De groep wedstrijdsporters in Nederland bestaat uit een kleine vijftig personen, van wie nog geen twintig vrouw.

Het bepaalt haar leven, maar ,,je krijgt er veel voor terug wat een ander niet krijgt: erkenning voor het harde werken, de vele contacten en af en toe een medaille in je hand'', legt Van den Brink uit.

Ze heeft voor vandaag haar mawashi klaargelegd, de lange linnen gordel waarin sumoworstelaars gekleed gaan. Hoewel, gekleed? De vergelijking met een luier is al vaak gemaakt. Ook dat vooroordeel wil ze nog wel even attaqueren (vrouwen dragen er overigens een aerobicpak onder). ,,De mawashi staat voor een schoon gevecht, geen kleding, geen wapens. Hij dient om grip op je tegenstander te krijgen. Het vastmaken gebeurt volgens een ingewikkelde methode die je niet alleen kunt.'' De lengte van de mawashi hangt af van de omvang van de worstelaar; die van Van den Brink is zo'n vijf meter. Goed vastbinden is een must; gaat de mawashi los, dan is de wedstrijd verloren.

Aan de wedstrijd gaat een voorgeschreven ritueel vooraf. In hurkzit tegenover elkaar kijken de worstelaars elkaar aan, waarbij ze volgens een bepaalde rite de armen en handen bewegen, respect en discipline symboliserend. Van den Brink: ,,Als het ritueel begint, begint mijn wedstrijd. Ik tracht te imponeren, mijn tegenstander weg te kijken. Mijn blik, die wil je niet zien. Slaagt mijn opzet, dan is het 1-0 voor mij.''

Het ritueel duurt een halve minuut, de wedstrijd liefst korter. ,,Zeventig procent van de wedstrijd is de start, vanaf de streep op de dohyo (de ring) naar de tegenstander, de goede techniek kiezen. Daarna de tegenstander op de grond of buiten de dohyo duwen, gooien of tillen. Ik beheers twintig technieken die ik kan gebruiken en daar weer variaties op. Het mooiste zit in het onverwachte, het explosieve. Daarom kies ik sumo boven judo of jiu-jitsu.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden