Zutphen, Haarlem...

In de grote stad Amsterdam is schrijver Jan van Mersbergen altijd op zoek naar het dorp. Langzamerhand groeit iedereen met zijn groter wordende kinderen dat dorp uit.

Mijn vaste plek voor koffie met mijn vrienden is Kingfisher, op een hoekje in de Pijp. Kortweg: King. Het personeel weet dat we 'koffie zonder niks' drinken, zoals zij dat gedoopt hebben: een kopje koffie, maar zonder melk en suiker, zonder lepeltje, zelfs zonder schoteltje.

We komen daar een paar keer per maand samen. Het uitzicht op de drukke Ferdinand Bolstraat is goed, er gebeurt altijd wel wat. Zo'n tien jaar heb ik in deze buurt gewoond, eerst aan de Stadhouderskade, later een blok schuin achter het blok van Kingfisher. Drukke rommelige buurt met smalle straten en kleine etagewoningen, in vier woonlagen.

De laatste keer dat ik in King koffiedronk en terug fietste door de buurt dacht ik aan een buurtfeest in mijn oude straat, vijf jaar geleden. Eigenlijk dacht ik aan de vergankelijkheid van deze buurt. Het verloop van bewoners, en de veranderingen die erg snel gaan.

Toen ik net in Amsterdam kwam studeren - zesentwintig jaar geleden - huurde een van mijn klasgenoten een kamer op eenhoog achter in het pand van Schoevers aan de Stadhouderskade. Toen was het huis al vervallen, en flink wat panden in de rest van het blok ook. In die achterkamer leerde ik mijn vorige vriendin kennen, we woonden er een jaar of tien samen op de derde verdieping, onze zoon werd daar geboren, tot er een man voor de deur stond die zei: 'Ik ben de nieuwe eigenaar, mag ik effe kijken?'

Een cluster van vastgoedmakelaars had het oude schoolpand opgekocht, we moesten vertrekken en ik heb echt mijn best moeten doen er een fatsoenlijke vervangende woonruimte en een oprotpremie uit te slepen. Dat was in de winter van 2006, toen de buurt al flink verbeterde, en duurder werd.

In de jaren negentig was de Pijp een dramatische buurt. Overdag somber, in de avonden donker. Veel leegstand, veel overlast van drugspanden, krakers namen - heel terecht - hun toevlucht tot etages die lang leeg stonden. Er werd gespeculeerd met huizen, toen al, maar niemand wilde hier wonen, niemand wilde hier een huis kopen. Het kon alleen maar slechter gaan.

Het ging alleen maar beter. Inmiddels betaal je voor een etage van 45 vierkante meter - twee kamers en een badkamertje - ongeveer 250.000 euro, en als je in een rustig straatje zit, dan bieden kopers tot over de 3 ton.

In vijfentwintig jaar tijd is de buurt is geëxplodeerd.

Op een van de hoekjes van de Frans Halsstraat zat in de jaren negentig een prettig café met een biljart. Daar kwam ik graag. Er lagen kleedjes op de tafels en je kreeg er bier in ouderwetse Heinekenglazen. Nu zitten er in dit hoekje van de Pijp vooral koffietentjes die het moeten hebben van de wifi, hippe koekjes en Braziliaanse koffie. Er is zelfs een zaak waar alleen yoghurt wordt verkocht.

De buurt verandert, de samenstelling van de buurt verandert. Dat gaat heel geleidelijk en pas na een spiegeling met het

buurtfeest van 2011 werd de impact van de verschuivingen me duidelijk.

Het buurtfeest werd georganiseerd door een aantal stelletjes in de Daniël Stalpertstraat, een van de betere rustige straatjes tussen de Frans Halsstraat en de Ruysdaelkade. Van de zes koppels zijn er inmiddels vier de stad uit, woont er een stel nog boven de wasserette (met plannen om de buurt uit te gaan) en ben ik gescheiden en daardoor ook vertrokken.

Die leegloop - wat zit daarachter?

Nieuwe mensen die in de straat komen wonen zijn bijna allemaal onder de dertig, samenwonend zonder kinderen. Dan is een etage in de Pijp prima: dicht bij de stad, in de drukte. Het zijn ook vaak mensen met ouders die best voor hun kroost een etage kunnen betalen. Vutters die goed geboerd hebben, kopen een etage voor kind en aanhang. Elke week staat er wel een wagen van een verhuisbedrijf in de straat.

Dat is ook tekenend: deze mensen regelen de verhuizing niet zelf, ze besteden dat uit. Twintig jaar geleden zag je bij verhuizingen altijd net iets te kleine geleende busjes, geen grote vrachtwagens. Stoelen op de parkeerplaats. Hoe krijgen we die nog mee? En er werd getakeld. Touw en blok hebben plaats gemaakt voor een professionele verhuislift. En meestal staat er een vader toe te kijken, in vrijetijdshemd en met een roze trui over de schouders, de mouwen voor de borst aan elkaar geknoopt.

Deze koppels worden ouder en krijgen kinderen. De gezinnen worden groter, de huizen blijven echter even klein. En ze vertrekken weer.

Zes stellen die een buurtfeest organiseren, vier zijn vertrokken. Allemaal stellen met twee kinderen.

Volgens mij kwamen die plannen om te vertrekken voor het eerst naar voren tijdens de voorbereidingen voor het buurtfeest. Een paar avonden bij elkaar zitten met hapjes en wijn. Afspraken maken, taken verdelen. Er zou catering komen, muziek, spelletjes, een springkussen voor de kinderen. Tijdens die avonden leek de straat vanzelfsprekend meer een geheel te worden, na het geslaagde en drukbezochte straatfeest was de tendens dat dit feest jaarlijks zou terugkeren. Daar kwam niets van en dat was geen verrassing.

De overburen gingen als eersten weg, naar Zutphen. Zij kozen voor het oosten. De huizenprijzen zijn daar veel lager dan in de Randstad. Een stel waarvan de oudste zoon met mijn dochter naar de peuterspeelzaal ging, verhuisden naar Haarlem. De buren van schuin beneden verkasten naar Heemstede en vorig jaar vertrokken de ouders van het beste vriendinnetje van mijn dochter, die elkaar al kenden van dezelfde peuterspeelzaal, naar Bergen.

Alleen mijn ex woont nog in de straat. Mijn kinderen zijn de helft van de tijd daar, het huis waar mijn zoon vanaf zijn derde jaar woonde en waar zijn zusje geboren werd. Ook zij zagen de buurt veranderen, maar ik denk dat kinderen zelf nog sneller veranderen, dus het valt hun minder op. Mijn dochter zag twee vriendinnetjes vertrekken. Ze ziet die meisjes nog geregeld, dan gaat ze daar logeren of komt een van de vriendinnen naar Amsterdam.

De laatste keer dat ik op weg was naar de koffie zonder niks van Kingfisher zag ik mijn zoon over de Ruysdaelkade sjokken met een vriend uit zijn voetbalteam. Ik remde hard achter hem, maar hij schrok niet. Hij zei: "We gaan naar de film."

In de tijd van het buurtfeest was hij acht en bestond de buurt uit de supermarkt, een paar winkels die hij kende en de Albert Cuyp. Alles veilig aan de hand van papa of mama. De peuterspeelzaal is inmiddels een vage herinnering. Nu gaat ook hij op eigen houtje de buurt uit, naar de bioscoop bij de Munt.

Tijdens de koffie in King komt de oude buurt langs het raam geschoven. Die laatste keer zag ik de moeder van boven de wasserette boodschappen doen met haar zoon, die overigens bij mijn dochter in de klas zit. Hij had een vriendje bij zich, ook van school. Een oude buurman van de Stadhouderskade kwam een broodje eten. In de verte fietste de kunstenares van de Stadhouderskade over het plein. De vrouw met haar puberzoon die op Koninginnedag de voordeur openzetten en een euro vroegen aan mensen die bij hen naar de wc wilden - de gemakkelijkste manier van geld verdienen op zo'n dag, in deze buurt. De jongen is zijn moeder inmiddels voorbij gegroeid.

Ik zag de man met de kralenkettingen naar de Dirk van den Broek lopen, met kleine pasjes, hij is ziek geweest. Hij zat altijd op een bankje voor zijn huis aan de Ruysdaelkade, een flamboyante man, met uitbundige kleding, en altijd die kralenkettingen. Hij had keelkanker, nu is hij weer redelijk opgeknapt. Toen ik hem vorige maand achter de Dirk van den Broek tegenkwam, vertelde hij me dat hij nu een ander stamcafé heeft, waar de mensen aardig zijn - ook hij zoekt zijn dorpje in de stad.

In een opvallend rood hoekpand woont een kunstenaar, hij zit daar nog steeds. In de jaren tachtig was hij een van de oprichters van After Nature, nu vooral beeldhouwer, van grote sculpturen. Altijd bezig met kunst. Ik sprak hem vaak en graag, op straat. Hij gaf de buurt net even iets anders, want hij had geen pand gekocht als beleggingsobject of als woning voor zijn kinderen, hij woonde er én had er een atelier. Die gelijkenis - ik werkte ook in deze straat - was onze binding.

Niets is fijner dan op een bankje in je eigen straat een kop koffie of een glas wijn drinken met gelijkgestemden. Dat mis ik in mijn nieuwe buurt, vooral dat maakte dit hoekje van de Pijp tot een prettige plek. Niet de ontplofte woningmarkt en het groeiende uitgaansleven op weekenddagen, ook niet de talloze inwisselbare koffiesalons en de vintage kledingwinkeltjes.

Op de gevel van het kunstenaarshuis staat: 'Wake me up when I'm famous.'

Een knipoog in een veranderende buurt, vol ambitieuze mensen, die over een tijdje allemaal weer vertrokken zijn.

De buurt als doorgeefluik. Mensen die iets willen, gaan weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden