ZUM WEINEN

“Mein Gott, Berti. Es ist zum Weinen.” Deze zin leidt de berichtgeving in over de voetbalwedstrijd tussen Duitsland en Zuid-Korea. Hij staat op de voorpagina van Bild, het dagblad, waarin de Duitse volksziel tot uiting gebracht wordt. Bild bepaalt op welke wijze de volksziel zich te uiten heeft en de krant (die naam verdient het bedrukte papier eigenlijk niet) zet daarvoor de passende middelen in.

KOOS VAN WERINGH

'Berti', dit even voor de niet-ingewijden, is de voornaam die bij Vogts hoort, de trainer van het Duitse elftal, dat in de Verenigde Staten de in 1990 in Rome veroverde titel van wereldkampioen verdedigt. Direct na dat kampioenschap werd Vogts trainer, als opvolger van de legendarische Franz Beckenbauer. Sinds hij dat is komen stemmen op of hij voor die functie wel geschikt is. Weliswaar speelde hij 96 keer in het Duitse elftal (geen enkele Nederlandse speler heeft het zover kunnen brengen, tot dusver), maar een groot speler was hij niet. Niet lang geleden noemde een Duitse clubtrainer, als ik mij goed herinner de bij Frankfurt Eintracht ontslagen Toppmöller hem 'Wadenbeiszer', een man die anderen in het kuitbeen bijt, een speler dus die moet verhinderen dat de tegenstander spelen kan. 'Terriër', werd hij ook wel genoemd.

Vogts maakt een serieuze indruk, van 's morgens vroeg tot diep in de nacht bezig met zijn werk: voetbal. Een harde werker, maar zonder fantasie, meer het type van de boekhouder, de ijverige registrator. Zijn grootste probleem is dat hij gemeten wordt met de maatstaven van Beckenbauer, de geniale speler, de op het eerste gezicht 'los-uit-de-pols-trainer', de man die een elftal een bevlieging kan bezorgen. Kortom, een natuurtalent.

De kritiek op Vogts is in de loop der jaren steeds sterker geworden. En sinds het wereldkampioenschap aan de gang is heeft die kritiek genadeloze vormen aangenomen. Met name de Duitse boulevardpers haalt uit tegen hem. De Münchener Abendzeitung stelde na de 1-1 wedstrijd tegen Spanje voor hem op staande voet door Beckenbauer te vervangen en de redactie vroeg de lezers naar hun mening hierover. Twee telefoonnummers werden geopend: een voor Beckenbauer en een voor Vogts.

Als we ervan uitgaan dat deze kranten ook in Amerika terechtkomen en dat is zeker het geval, dan kan er eveneens van worden uitgegaan dat de invloed van dergelijke acties op de trainer catastrofaal is. Na de wedstrijd tegen ZuidKorea (3-2, na een 3-0 voorsprong) zat hij als een hoopje ellende bij een verslaggever van het ZDF, met een baseball petje met reclame op het hoofd, dat hem er ongehoord dom deed uitzien. Beckenbauer was altijd keurig in het pak, fraaie das en een bijpassend overhemd, Vogts zag er uit als een overwerkte proletariër, een figuur die medelijden oproept.

Voor een belangrijk deel heeft hij zijn problemen echter aan zich zelf te wijten. Op persconferenties belooft hij vuurwerk en vooral doelpunten, in plaats van zijn spelers in te prenten dat ze doelpunten moeten maken. Uit angst voor kritiek schroeft hij de verwachtingen van het kritische publiek hoog op. Te hoog dus. Hij kent bepaalde spelers een grotere rol toe dan andere, ook in het openbaar. Andreas Möller is bijvoorbeeld zijn lieveling, voorbestemd de grote speler van dit toernooi te worden. Maar Möller, dat stralen zijn ogen al uit, is het type van de huilebalk, een willoze zwakkeling (die soms prachtige staaltjes voetbal laat zien).

Dat Vogts zo hard wordt aangevallen heeft te maken met de plaats die het voetbal in de boulevardpers inneemt. Vogts heeft, bij wijze van spreken, van het volk de opdracht gekregen Duitsland tot wereldkampioen te maken. Aan die opdracht wordt hij gemeten. Nu het Duitse voetbal, tot dusver, nergens naar lijkt, deugt hij niet meer. Als Duitsland geen wereldkampioen wordt blijft Berti V. voor de rest van zijn leven een gebroken man, een veroordeelde, een versager.

De opwinding rond het voetballen in de boulevardpers is in Duitsland, althans in Keulen, op straat niet zo te merken. Natuurlijk kan overal, op grote schermen, het gebeuren worden gevolgd en zijn er bakkers die 'Klinsmann-Brot' in de aanbieding hebben (Klinsmann, de enige Duitse speler die de moeite van het aankijken waard is, was ooit bakkersgezel), maar van hysterie is zeker geen sprake.

Hoe dat in andere landen is, weet ik niet, maar twee dagen in Nederland hebben mij duidelijk gemaakt wat hysterie wel is. De oranjeverdwazing is begonnen, heeft iemand mij uitgelegd, nadat Nederland in 1988 Europees kampioen werd. Ik woonde toen al in het buitenland en heb daarvan niets meegemaakt.

Zo zag ik nu voor het eerst, in een tram zittend, hele huizenblokken die met oranje ballonnen behangen waren, in een buitenwijk aan balkons bevestigde oranje vlaggen met de tekst HupHolland-Hup, auto's met vlaggen en kleine oranje balletjes op een stangetje. Het eten en drinken van de bevolking is tijdelijk op oranje overgeschakeld. En dan is er nog Dutchy, het koninklijk, Nederlands voetbaldebieltje, dat ons uit de advertentiepagina's probeert duidelijk te maken welk gewichtig land hij aan het vertegenwoordigen is. Het lijkt mij dat een land dat bij de Europese verkiezingen de laagste score haalde aan iemand als Dutchy ook wel genoeg heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden