'Zullen we nog even over vanmiddag praten, vrouwtje?'

Welke klassiekers moeten we in de 21ste eeuw nog lezen? Deze maand houdt 'het kanon' meisjesromans tegen het licht. Vandaag: Joop ter Heul.

De zomer van 2001. Na enig evangelisch aandringen neemt de veertienjarige de vuistdikke omnibus mee in haar koffertje. Met flinke tegenzin, dat wel. Een boek van minstens hónderd jaar oud? Op een lange, warme dag slaat ze de eerste bladzij open. En zie, het wonder gebeurt. De bokkige veertienjarige met naveltruitje en coole zonnebril verandert in een vrolijke bakvis. Ze gaat niet meer zitten, ze ploft neer. Ze lacht niet, ze proest. Haar piepert kan ineens geen kwaad meer doen. En je ziet haar mijmeren over een eigen Jopopinoloukicoclub.

Zo vergaat het pubermeisjes al sinds 1919, het jaar waarin 'De HBS-tijd van Joop ter Heul' verscheen. Volgens tijdgenote Emmy Belinfante-Belinfante maakte het boek Cissy van Marxveldt 'in één slag' tot de 'uitverkoren' schrijfster van de doelgroep. Bovendien werd ze hét aanstekelijke rolmodel voor meisjes die óók van schrijven droomden. De jonge Annie M.G. Schmidt vond haar boeken 'helemaal het einde', de jonge Anne Frank ook.

De totale oplage van 'Joop ter Heul' moet inmiddels tot ver boven het miljoen zijn gestegen. Mooi voorbeeld overigens van de klassieke uitgeversnachtmerrie. Sijthoff wees het manuscript achteloos af als niet passend in zijn fonds. De schrijfster ging naar een ander en werd er rijk van. In haar toptijd - ook 'Een zomerzotheid' uit 1927 werd een waanzinnig succes - verdiende ze het ongehoorde bedrag van 50 000 gulden per jaar. Ze bezat drie huizen, met genoeg personeel om al haar tijd te kunnen besteden aan het schrijven. Haar twee zoons zouden later verklaren dat ze een erg lieve en vrolijke, maar niet zo'n toegewijde moeder was. ,,Ze kon nog geen water koken.'

Cissy van Marxveldt - 1889-1948, pseudoniem van Setske de Haan - heeft er nooit een geheim van gemaakt dat ze voor Joop ter Heul rijkelijk putte uit haar eigen jonge-meisjesjaren. Ze groeide op in Friesland, als enige dochter van een liefdevolle, ruimdenkende hoofdonderwijzer en een wat onverschillige moeder. Ze was naar eigen zeggen 'een bandiet, dol op jongensspelen; voetbal vooral'. Op de hbs mislukte ze, als au pair in Engeland ook, maar later mocht ze naar kostschool, waar ze wél gelukkig was. Schrijven deed ze van jongsaf aan, en bijna was ze er voorgoed mee opgehouden - dankzij 'School-idyllen' van Top Naeff, de eerste Nederlandse bakvisroman uit 1900. ,,En toen ik het uit had, met nog tranen om de dood van Jet van Marle biggelend over mijn wangen, verscheurde ik mijn bloedeloze Lydia, terwijl ik me voornam om nooit, nooit meer een letter op papier te zetten.'

In 1916 trouwde ze met beroepsmilitair Leo Beek, en opvallend genoeg was hij het die haar stimuleerde om door te gaan. Een jaar na hun huwelijk verscheen haar eerste meisjesroman. En kort daarna zette ze haar eigen Jet van Marle op de wereld. Nóg 'moderner', want compleet areligieus. Knielde Jet nog een enkele keer op haar eenzaam kamertje neer in gebed, bij Joop is de zondagochtend gewoon om uit te slapen, en gaat ma met kerst naar de schouwburg. Haar leven bestaat uit de vriendinnenclub, taartjes eten, vossen voor school, geiten met de dienstbodes, strijd met nuffige zus Julie, en soms een traantje dat snel wordt weggeboend.

Volwassenen hebben nogal eens in hun maag gezeten met de heldin. ,,Laat ons hopen dat onze meisjes geleidelijk aan hun eisen wat hoger zullen gaan stellen', schreef een recensent in 1948. ,,Joop ter Heul in haar weelderige omgeving is een voor deze tijd onaanvaardbaar type geworden.' In 1955 heette het: ,,Deze levens hebben geen enkele diepere basis dan wat menselijke goedheid die hier en daar opbouwend is, maar ten slotte een leegte overlaat.' En was Joop niet te elitair of te oppervlakkig, dan werd haar wel een gebrek aan erotiek of feministisch inzicht aangewreven - net hoe de tijdgeest waaide. Toegegeven, sommige scènes zijn tachtig jaar later wat zwaarder verteerbaar. In het derde deel is Joop negentien en getrouwd met twintiger Leo van Dil, bankier met 'wilskrachtige kin'. Die heeft een groot huis op het platteland laten bouwen, waar Joop wegkwijnt van verveling. Haar jonge huwelijk wankelt. Als Joop op een middag hun gasten uit balorigheid mislukte aardappels voorzet, raakt haar echtgenoot zeer uit zijn humeur. ,,Toen ze 's avonds weer waren weggetuft, heeft Leo me op zijn knie gezet en gezegd: zullen we nog even over vanmiddag praten, vrouwtje? Als hij zo spreekt, ben ik meteen een lam.'

Natuurlijk legt Joop zich - in de beste tradities van de bakvisroman - uiteindelijk neer bij de volwassen feiten. Als compromis mag ze een tijdje 'helpen' op de bank. ,,Tot er een klein mensje komt', zegt Leo, ,,dat je hier de hele dag nodig zal hebben'. ,,Toen maakte ik mijn hoofd uit zijn handen los en ik verborg het tegen hem aan tussen zijn vest en het oude, heerlijke jasje...' En toch blijft 'Joop ter Heul' fier overeind. De frisheid wint het telkens net op tijd van de oubolligheid, de dialogen lezen alsof ze voor toneel geschreven zijn, en de heldin bezit een karakter - levenslustig, hondsbrutaal, maar goudeerlijk - dat elk pubermeisje graag zou willen ruilen voor het hare. Of ze nu een wit frotté japonnetje, of een kek naveltruitje draagt.

De inmiddels zestienjarige stoorde zich trouwens allerminst aan het belegen vrouwbeeld - net zomin als ze viel over rijtuigen of dienstbodes. En één troost: mocht ze ooit door een toekomstige echtgenoot vermanend op de knie worden gezet, dan kan hij vrijwel zeker een fikse lel verwachten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden