'Zullen we gezellig in één bed slapen?'

Mieke (45) werd op haar 27ste verkracht door haar vader en verloor daardoor het contact met haar familie. Na een aantal moeilijke jaren hervond ze zichzelf. Deel 5 (slot) van een serie waarin Asha ten Broeke de verhalen van vijf vrouwen optekent.

Ik was een tomboy. Een kleine onderzoeker. Een jongen bij mij in de straat kweekte wandelende takken. Fascinerend vond ik dat. Als kind liep ik liever rond met een schepnetje dan dat ik met poppen speelde. Mijn ouders hebben me weleens een barbie gegeven. Zo eentje waarvan de knieën konden buigen. Die heb ik opengesneden om te zien hoe dat werkte. En ik tekende. In mijn puberteit ging ik in de leer bij een kunstenaar. Die was in eerste instantie niet onder de indruk van mijn werk. Misschien zei hij dat ook wel om me uit te dagen. Hij heeft me veel geleerd, over vormen, compositie, perspectief.

Voor mijn gevoel ben ik altijd alleen geweest. Mijn jongste broer was de lieveling thuis. Mijn grootste probleem was dat ik niet kon zijn wie ik was. Volgens mijn vader had ik geen gevoel voor humor, volgens mijn broers was ik moeilijk. Mijn vader zei: 'Als je je gedrag niet verandert, dan kom je nooit aan de man'. Daar werd ik ongelukkig van.

Een groot deel van mijn puberteit was ik depressief. Ik werd gepest. Op mijn negende waren we naar een andere stad verhuisd, maar daar heb ik nooit gepast. Op de middelbare school nam het pesten zulke vormen aan dat ik van ellende niet meer wist wat voor dag het was. Ik herinner me nog dat ik in de vijfde klas kort haar had, met achterin mijn nek zo'n dun staartje, heel erg hip. Het was de tijd van Madness. Een aantal klasgenoten hadden een weddenschap afgesloten dat iemand dat staartje zou afknippen. Ik ontdekte op het toilet dat hij eraf was. Ik ben jankend naar de schoolleiding gegaan.

Hoogbegaafd
Toen wist ik niet waarom mijn leeftijdsgenoten dat deden. Nu wel. Ik ben hoogbegaafd, en een einzelgänger, en ik had problemen thuis. En ik was niet slim genoeg in de sociale omgang om de afstand die dat schepte te overbruggen.

Op de universiteit ging dat beter. Ik ging dierwetenschappen studeren en werd lid van het corps. Al tijdens de introductie kreeg ik verkering met de mooiste jongen van het corps. Hij was al wat ouder, 23. Dat zette kwaad bloed. Ik viel niet goed binnen de jaarclub, en ik mocht geen lid worden van de debatclub omdat ik een vrouw was. De verkering ging uit. Dus na een half jaar was ik weer in mijn eentje.

Ik trouwde jong, met een jongen die niet goed bij me paste. Na een half jaar met hem werd ik steeds agressiever, en hij steeds onderdaniger. Op een dag riep ik tegen hem: 'Ik wil van jou geen kinderen'. Waarop hij zei: 'Dat begrijp ik'. Terwijl iedereen wist dat ik wel kinderen wilde. Op het moment dat ik besloot dat we uit elkaar moesten gaan, kwam mijn vader me halen. Hij heeft al mijn spullen terug naar het ouderlijk huis verhuisd. Daar was ik weer het kind. Net als vroeger. Hun reactie op mijn ontdekking dat ik hoogbegaafd ben, was tekenend. Niet: wat fijn voor je dat je dit eindelijk weet. Maar: vertel het maar aan niemand. Ze grapten thuis dat hoogbegaafdheid dichter bij debiliteit ligt dan bij normaal zijn. Het klokje rond, zeg maar. Weer was ik het zwarte schaap. Weer werd ik depressief.

Na anderhalf, twee jaar vond ik een nieuwe flat in de stad waar ik studeerde. Een flat die ik deelde met allerlei jonge meisjes, die net aan de universiteit waren begonnen. Die januari, 1995, ging mijn moeder voor het eerst zonder mijn vader op vakantie. Toen zei mijn vader: joh, zullen we er eens een echt vader-dochterweekend van maken. Ik was zo blij. Eindelijk werd ik een beetje serieus genomen. Mijn vader nam me mee naar een chic restaurant. Er ging veel wijn doorheen. We praatten tot diep in de nacht. Hij vertelde me dat hij een vriendin in Finland had, waar zijn bedrijf een filiaal had. Ik ben erg tegen vreemdgaan, maar met twee flessen wijn achter de kiezen reageerde ik begripvol. Ik was gewoon zo blij dat ik eindelijk gewaardeerd werd.

Na het praten zei mijn vader: zullen we gezellig zoals vroeger samen in één bed slapen? Ik stemde in, maar midden in de nacht schrok ik wakker. Ik had gedroomd dat ik verkracht werd, en riep, compleet verward: 'Pap, wat doen die mannen in de kamer?' Maar er waren helemaal geen mannen. En toen zei mijn vader: 'Vond je het lekker?'

Ik kon alleen maar huilen. Ik draaide me om, en bleef zo stil mogelijk liggen. De volgende ochtend stapte hij uit bed. Ik heb hem gezegd dat hij me naar mijn kamer moest brengen. De hele dag en de hele nacht heb ik daar gezeten. De volgende dag ben ik aan het werk gegaan. Er kwam natuurlijk niets uit mijn handen. En terwijl ik daar niets zat te doen, begon hij te bellen. Of ik het alsjeblieft aan niemand wilde vertellen. Dat hij het zo zwaar had. Dat hij anders zelfmoord zou plegen.

Weken heeft hij me telefonisch gestalkt. Ik kon er niet tegen. Ik zat helemaal kapot. Wilde van de radar verdwijnen. Ik verbrak alle contact met mijn familie en dook onder bij een vriendin. Alleen mijn oudste broer is nog langsgekomen. Die heb ik alles verteld. Daarna heb ik hem nooit meer gezien.

Toen belden de jonge meisjes met wie ik een flat deelde. Ze zeiden: er is een probleem met de rekening, echt heel belangrijk, je moet komen. Ik zei: ik kan niet. Maar ze drongen aan, en uiteindelijk ging ik toch. Ik stapte de voordeur in, en daar zat hij: mijn vader. Ik ben meteen naar de deur gerend, maar de meisjes hielden me tegen. Mijn vader pakte een stoel en ging voor me zitten. Hij praatte heel meewarig tegen me: Mieke is doorgedraaid, arme Mieke. Ik kon alleen maar schreeuwen: nee, nee, nee. Je hebt het recht niet om hier te zijn of tegen me te praten.

Alles kwijt
Het heeft anderhalf uur geduurd voordat ik me los kon rukken. Ik ben weggerend. De volgende dag belde de studentenarts op. De meisjes van mijn flat hadden hem benaderd, en hij had een mededeling voor me. Ik moest verhuizen. De meisjes konden mijn ellende niet aan. Nu was ik niet alleen mijn familie, maar ook mijn huis kwijt. Ik was alles kwijt.

Ik nam een besluit: dit is niet het einde, maar het begin van mijn leven. Ik wil zijn wie ik ben, worden wie ik ben, ontdekken wie ik ben. Ze zeggen wel: je bent voor het leven getekend. Maar dat wil ik niet. Dus ben ik gaan tekenen. Dag in, dag uit. En ik ben hulp gaan vragen. Maar in het ziekenhuis wisten ze geen raad met een incestslachtoffer dat al volwassen is. Een psychiater wilde me wel behandelen, maar eerst met mijn ouders spreken. Over mijn lijk, dacht ik. Via via kwam ik bij een psycholoog, die zo op me inhakte dat ik met zelfmoordgedachten uit de sessies kwam. Daarna had ik genoeg van hulpverleners.

Een jaar nadat het gebeurd was, kwam ik in een winkelstraat mijn moeder tegen. Bleek dat ze vaker door mijn stad liep, in de hoop dat ze me tegen zou komen. Ze had van mijn broer het hele verhaal gehoord. Toen ik haar zag, begon ik te huilen. In haar auto, op een parkeerplaats, vertelde ik haar mijn hele verhaal. Mijn moeders eerste reactie was kwaad: ik ga hem ermee confronteren. Daarna zwakte dat steeds meer af. Ik belde haar en ze zei: 'Hij ontkent alles'. Op een gegeven moment zei ze: ik ga bij hem weg als jij afstudeert. Bizar vond ik dat. Ik verbrak het contact.

De jaren daarna kreeg ik elke verjaardag geld gestort en een grote bos bloemen. En ik kreeg geregeld een brief van mijn moeder. 'Welletjes-briefjes' noem ik ze. Er stond in dat het nu wel genoeg was geweest, dat ik weer normaal moest doen en naar huis moest komen. Elke keer als ze zo'n briefje stuurde, was ik een maand van de kaart. Ik was zo angstig. Zeker zes jaar lang heb ik voortdurend last gehad van herbeleving, niet alleen van wat er was gebeurd, maar ook van de weken daarna.

Maar ik bleef aan mezelf werken. Door te tekenen. En door boeken te lezen over psychologie. Ik leerde mezelf langzaam maar zeker kennen, leerde naar mezelf kijken. Bijvoorbeeld: als ik in de stress schiet, dan gaan mijn handen en voeten tintelen. Dan weet ik: ik moet even pas op de plaats maken. En ik ging roken en eten. Een half jaar lang kon ik nauwelijks meer stoppen. Ik was altijd een magere vrouw, maar sindsdien niet meer. Dat heb ik gewoon laten gebeuren. Uiteindelijk heb ik mezelf bij elkaar geraapt en ben ik naar de universiteit gegaan. Of ze me een plekje voor me hadden, waar ik de draad weer op kon pakken, met een onderzoek. Dat kon. Daarna vond ik een baan als IT-specialist bij een grote bank. Dat was bekend terrein: mijn vader had altijd IT-bedrijven gehad, dus ik kende de wereld.

Langzaam maar zeker hervond ik mezelf. De bank waar ik werkte, ging reorganiseren, en in het kader van een outplacement-traject mocht ik een jaar freewheelen. Heerlijk vond ik dat. Ik maakte een website, waar ik al mijn tekeningen op zette. Dat viel op: opdrachtgevers zagen in mij een illustrator. En toen, bijna op de dag af tien jaar nadat 'het' gebeurde, heb ik besloten als tekenaar voor mezelf te beginnen. Vanaf dat moment heb ik goed geboerd. Een jaar later kwam ik tot de conclusie: jongens, ik heb geen posttraumatische stress meer. Alles viel op zijn plaats: mijn studie, mijn kennis van grote organisaties, dat ik in 1995 alleen maar aan het tekenen was geslagen. Ik ken mezelf, ik ben mezelf. De puzzel was bijna af.

Afstand
Het enige wat nog ontbrak, was een kind. Ik kreeg een relatie met een foute man, een macho, een nietsnut. Op een dag heb ik al zijn spullen in een vrachtwagen gezet. Daarna besloot ik zonder man zwanger te worden. Dat lukte, in februari 2009 ontdekte ik dat ik in verwachting was. Ik voelde me geweldig.

In mei kreeg ik een mailtje van mijn vader. Hij had kanker, en wilde me graag nog eens zien. Ik wilde dat niet. Ik wilde niet dat hij wist dat ik zwanger was. Ik had nu zoiets moois in mijn leven, dat wilde ik voor mezelf houden. Ik heb mijn oudste broer gemaild: ik heb vijftien jaar geleden al afscheid genomen.

Niet omdat ik mijn vader haat. Maar ik ben zo blij met wie ik ben, met m'n kind, werk, met de mensen om me heen, die me begrijpen. Voor mij is die afstand tot mijn familie nodig om mijn leven te leiden. Ik ontdekte later dat mijn vader in augustus dat jaar is overleden. In zijn rouwadvertentie stond: 'Hij laat een vrouw en twee zoons achter'. En zo is het. Ik heb daar vrede mee. Ik heb mezelf heel gemaakt.

Ontstaan van de serie
Asha ten Broeke beschreef op 21 januari 2013 in haar column hoe ze op haar achttiende werd verkracht door de vriend van haar vriendje. De column maakte veel los. Sommigen vonden dat het Ten Broeke's eigen schuld was, andere vrouwen vatten moed en vertelden hun eigen verhaal. Onder hun eigen naam, omdat er eigenlijk niets is om je voor te schamen. De verhalen gaan niet alleen over hun verkrachting. Ze gaan over hun complete leven. Want evenmin als deze vrouwen schuld hebben aan wat hen overkwam, zijn ze eeuwige slachtoffers.

Dit is de laatste aflevering in een serie van vijf verhalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden