Zulle voelt zich nog leerling

LES SABLES-D'OLONNE - Het ene leerjaar is het andere niet. In de planmatig opgebouwde carriere van de vandaag 25 jaar geworden Alex Zulle is een nadere kennismaking met het fenomeen Tour de France voorzien, en niet de favorietenrol die menigeen hem al toedicht.

Hij wordt er wel eens moe van, steeds maar weer te moeten vertellen dat niemand deze weken al te veel van hem mag verwachten. Hij komt nog maar net kijken, hij moet eigenlijk alles nog leren. “Jij en je collega's vragen allemaal hetzelfde”, verzucht Zulle in de koeterwaalse mengeling van Nederlands en Zwitsers-Duits. “Omdat ik een goede Ronde van Spanje heb gereden (tweede achter zijn landgenoot Rominger - red) en Parijs-Nice heb gewonnen, denken jullie allemaal dat ik in de Tour ook wel zal uitblinken.

Alle kranten denken dat ik meer ben dan in werkelijkheid het geval is. Ik heb vorig jaar een dag de gele trui gedragen. Dat was het mooiste moment uit mijn carriere, omdat ik in de eerste etappe Indurain uit het geel reed. Maar het is een denkfout om te veronderstellen dat ik sindsdien alles kan. De Ronde van Spanje is niet te vergelijken met de Tour. Hier zijn meer specialisten aan het werk, hier werkt elke coureur naar toe, hier is iedereen in topvorm.

In de Vuelta was ik elf dagen goed, hier zal ik drie weken op de toppen van mijn kunnen moeten rijden. Ik weet niet of mijn lichaam dat aankan. Ik vraag me ook af of ik er mentaal toe in staat ben.''

Voor zover mogelijk heeft ploegleider Manolo Saiz Balbas de getalenteerde Zwitser alle wind uit de zeilen genomen. Hij lanceerde Erik Breukink als de vanzelfsprekende kopman van de Once-ploeg en verwacht van Zulle dat hij zo lang mogelijk meespeelt om de prijzen. In het najaar van 1991 werd de zoon van een Brabantse moeder neoprof bij Saiz, louter en alleen om zijn ploeggenoten een beetje te leren kennen. Het jaar erop mocht hij sfeer proeven in het 'milieu': starten in de Rondes van Spanje en Frankrijk. In de Vuelta gaf hij op wegens maagklachten - “een bewijs dat ik zo'n grote ronde nog niet aankon” - in de Tour stapte hij volgens afspraak af na de laatste vlakke etappe voor de Alpen. Dit jaar moet Zulle enkele specifieke etappekoersen nader leren kennen, om vanaf volgend jaar als volwassen coureur zelfstandig zijn plan te trekken.

Het hoeft geen betoog dat Zulle vorig jaar met glans voor zijn tentamen slaagde. En ook dit jaar wekt hij de indruk moeiteloos enkele klassen te kunnen overslaan. Hij wil er niet van horen. Het bevalt hem wel zich te kunnen koesteren onder de beschermende factor van het studentenleven. “Ik vind dat ik er recht op heb dit seizoen nog als een leerjaar te beschouwen,” zegt hij. “Ik ben het ook niet eens met de mensen die beweren dat ik te voorzichtig word gebracht. Dat ik vorig jaar tijd en ervaring heb verspeeld door zowel Spanje als Frankrijk niet uit te rijden. Had ik dat wel gedaan, dan had ik voor een neoprof een veel te groot programma moeten afwerken en was ik waarschijnlijk verder van huis geweest. Dit jaar hebben Saiz en ik ons tot doel gesteld twee grote rondes uit te rijden. In dat leerproces past ook dat ik rustig moet blijven. Vooral in mijn hoofd. Na een sterke proloog een goede dag in de Alpen, veel meer mag ik niet wensen. Dat is misschien nog het moeilijkste: ik moet leren niet alle koersen te rijden om ze te winnen. Ik moet ook eens durven niet aan te vallen. Ik wil er voor waken een tweede Chiappucci te worden; iemand die voortdurend strijdend ten onder gaat, maar weinig wint. De manier waarop Indurain te werk gaat, spreekt mij veel meer aan. Daarom wil ik mij volgend jaar ook concentreren op een grote ronde. Ik weet dat de sponsor commerciele belangen bij de Vuelta heeft, maar ik zal dan toch volgens eigen inzichten te werk moeten gaan.”

Onbekend

Zulle fietst de komende weken grotendeels over onbekend terrein. Hij verkende minutieus de Pyreneeenetappes, maar ging bewust niet kwartier maken in de Alpen. “Je kunt de weg wel kennen, maar als je benen niet willen, heb je er niets aan. Bovendien, Erik kent de weg in de Alpen. Ik leer veel van Erik.” Waarop Zulle's kamergenoot lichtelijk benepen reageert: “Hopelijk niet te veel.”

De liefhebber van trendy brillen beseft ook wel dat verstoppertje spelen voor hem even zinvol is als voor een giraf in de dierentuin. Ze, de journalisten, wisten hem de afgelopen winter feilloos te vinden in het dorpje Wil, ten oosten van SanktGallen. En ook in de aanloop naar de Tour de France slaagde hij er niet in de drukte te omzeilen. Op seminars en symposia zou Zulle een boeiende verhandeling kunnen houden over het thema 'geleefd worden'.

“Werkelijk iedereen is over me heengevallen. Om mezelf te beschermen en voldoende tijd voor het wielrennen over te houden, moet ik snel 'nee' leren zeggen. Wekenlang ben ik amper aan trainen toegekomen. Ik ben helemaal uit mijn ritme gevlogen. Indurain is daar veel harder in. Die houdt een paar keer open huis en voor de rest sluit hij zich af voor iedereen. Al die representatieve verplichtingen namen zoveel tijd in beslag dat ik er vaak acht uur per dag aan kwijt was. Je kent die nevenzaken wel: interviews, optredens in televisieprogramma's, uitnodigingen om ergens te komen eten.

Maar ja, de stad doet wat voor jou, en dan is het lullig om nee te zeggen.

Dus draaf je maar weer op in je goeie pak. Heel veel journalisten kwamen in de stille periode ook niet zomaar naar Wil. Dus ontving ik ze als een goede gastheer. Maar als je reeel bent, moet je stellen dat het niet op te brengen is. Grote kranten als L'Equipe en de televisiestations komen niet voor een uurtje, nee, ze willen je meteen een hele dag volgen. Nou ja, dan volgde ik dat programma maar weer.''

Aldus de 'martelaar', die bijna niet in het peloton van de 80ste Tour de France was opgedoken, omdat hij zich enkele jaren geleden miskend en beledigd voelde. Zijn sportloopbaan ging langs de gebaande wegen van praktisch iedere wielrenner. Eerst voetbalde hij en stond, als rechtgeaard Zwitser, op de lange latten. Hij was bezeten van de gedachte als skier de top te halen, maar kapte er als 17-jarige jongen resoluut mee toen hij wegens conditiegebrek zijn leeftijdsgenoten niet bij kon houden in de afdaling. Vader Walter kocht daarop een fiets voor hem. Alex Zulle maakte snel carriere. De status van elite-amateur was bij lange na niet het eindstation. Hij stelde zich ten doel in 1990 prof te worden; lukte dat niet, dan zou hij ook die passie als een afgerond hoofdstuk toevoegen aan het boek met traumatische jeugdherinneringen. Dat gevoel werd gesterkt door de weigering van Paul Kochli, destijds ploegleider van Helvetia, hem een contractje aan te bieden.

Zulle zou te verlegen zijn. Te timide, niet zelfverzekerd genoeg.

1990 Gleed naadloos over in '91 en Alex Zulle raakte de wanhoop nabij. De overwinning in de Grote Prijs Wilhelm Tell bracht de ommekeer. Direct daarop, aan de vooravond van het Kampioenschap van Zurich, werd hij bij Saiz ontboden. “Ik wist niet wat ik zag”, herinnert Zulle zich nog. “Ik zag daar in die hotelkamer een klein dik mannetje. Ik kon me niet voorstellen dat hij een profploeg leidde. We waren in vijf minuten rond. Ik tekende een contract, eigenlijk omdat Saiz mij op dat moment als enige de zekerheid gaf dat ik profrenner kon worden.”

Relikwieen

Tijdens zijn stageperiode was Zulle in de Ronde van Catalonie al een paar keer voorin te vinden. Het jaar er op proefde hij meteen de zoete smaak van het mogen winnen. De Zwitser heeft inmiddels zestien overwinningen (vijf etappewedstrijden, tien tijdritten en nog een ritje in lijn) op zijn naam staan. Als trotse relikwieen hangen de leiderstruien uit de etappekoersen waarin hij excelleerde, aan de muur van het tot museum omgebouwde jongenskamertje in het ouderlijk huis: de groene uit de Ronde van Burgos, de witte uit Parijs-Nice, de gele uit de Vuelta, de donkerrode uit de Catalaanse Week, de fluoriserend gele uit de Ronde van Asturie en, als trotse blikvanger, het maillot jaune uit de Tour de France van vorig jaar. Het 'museum' gaat uitbreiden, luidt de verwachting. “Ik zou liegen”, bekent Zulle, “als ik nu niet naar het klassement kijk. Ik mag dan nog leerling zijn, dat kan ik niet maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden